/** * */

Slag bij Verdun

(Verschil tussen bewerkingen)
Versie op 30 mei 2008 13:10
Wvanrosm (Overleg | bijdragen)
link
← Previous diff
Versie op 11 sep 2009 10:10
Wvanrosm (Overleg | bijdragen)

Next diff →
Regel 5: Regel 5:
Vanaf de ochtend van 25 febr. werd de Franse tegenstand door de aanvoer van versterkingen verbetener. De Duitsers namen weliswaar nog de Côte de Poivre ("Pfefferrücken"), het dorp Louvemont, het Bois de Chauffour en vooral de vesting Douaumont (25/26 febr.) in, en behaalden ook in de laagvlakte van Woevre aanzienlijke terreinwinst doordat de Fransen daar naar de heuvels bij de Maas werden verdreven, maar daarmee was de kracht van de Duitse infanterie voorlopig uitgeput. Pas op 2 mrt. werd de aanval op de heuvels bij de Maas hervat, maar had echter, afgezien van de verovering van het dorp Douaumont, geen succes. Vanaf de ochtend van 25 febr. werd de Franse tegenstand door de aanvoer van versterkingen verbetener. De Duitsers namen weliswaar nog de Côte de Poivre ("Pfefferrücken"), het dorp Louvemont, het Bois de Chauffour en vooral de vesting Douaumont (25/26 febr.) in, en behaalden ook in de laagvlakte van Woevre aanzienlijke terreinwinst doordat de Fransen daar naar de heuvels bij de Maas werden verdreven, maar daarmee was de kracht van de Duitse infanterie voorlopig uitgeput. Pas op 2 mrt. werd de aanval op de heuvels bij de Maas hervat, maar had echter, afgezien van de verovering van het dorp Douaumont, geen succes.
-Intussen brachten de Fransen op de westoever van de Maas sterke artillerie in stelling, waarmee ze de door de Duitsers betrokken gevechtslinie bestookten. Hierdoor zag zich de Duitse leiding genoopt, het brandpunt van de strijd naar de westelijke Maasoever te verleggen. Op 6 mrt. werden het dorp Forges en de heuvels ten zuiden ervan ingenomen, en de volgende dag het Bois de Caures ("Rabenwald") en het Bois de Cumières. Op 14 mrt. viel de Franse stelling op de heuvel Toter Mann (Mort-Homme), op de 20ste het Bois de Malancourt, en op de 30ste het dorp dat deze naam draagt. Nadat op 8 mei nog de noordelijke helling van heuvel 304 bestormd was, trad op dit deel van het slagveld een langere pauze in de Duitse aanvalsoperaties in. Ten oosten van de Maas ging de Duitse legerleiding vanaf begin april tot een langzame, systematische voorbereiding van verdere offensieven over. De Franse weerstand werd sterker, toen in mei generaal [[Robert Nivelle|Nivelle]] het bevel over de strijdgroep Verdun overnam. +Intussen brachten de Fransen op de westoever van de Maas sterke artillerie in stelling, waarmee ze de door de Duitsers betrokken gevechtslinie bestookten. Hierdoor zag zich de Duitse leiding genoopt, het brandpunt van de strijd naar de westelijke Maasoever te verleggen. Op 6 mrt. werden het dorp Forges en de heuvels ten zuiden ervan ingenomen, en de volgende dag het Bois des Corbeaux ("Rabenwald") en het Bois de Cumières. Op 14 mrt. viel de Franse stelling op de heuvel Toter Mann (Mort-Homme), op de 20ste het Bois de Malancourt, en op de 30ste het dorp dat deze naam draagt. Nadat op 8 mei nog de noordelijke helling van heuvel 304 bestormd was, trad op dit deel van het slagveld een langere pauze in de Duitse aanvalsoperaties in. Ten oosten van de Maas ging de Duitse legerleiding vanaf begin april tot een langzame, systematische voorbereiding van verdere offensieven over. De Franse weerstand werd sterker, toen in mei generaal [[Robert Nivelle|Nivelle]] het bevel over de strijdgroep Verdun overnam.
Begin juni vatten de Duitsers de aanval weer op. Het Bois de Chapitre en het Bois de Fumin, het dorp Damloup en het fort Vaux werden bestormd. Eind juni 1916 waren de Duitse linies tot voorbij het verdedigingswerk Thiaumont en het dorp Fleury gevorderd. De op 11 juli en volgende dagen ingezette grote aanval op het fort Souville en de oostelijk daarvan gelegen hoofdstelling van de Fransen bereikte echter niet het gewenste doel. Begin juni vatten de Duitsers de aanval weer op. Het Bois de Chapitre en het Bois de Fumin, het dorp Damloup en het fort Vaux werden bestormd. Eind juni 1916 waren de Duitse linies tot voorbij het verdedigingswerk Thiaumont en het dorp Fleury gevorderd. De op 11 juli en volgende dagen ingezette grote aanval op het fort Souville en de oostelijk daarvan gelegen hoofdstelling van de Fransen bereikte echter niet het gewenste doel.

Versie op 11 sep 2009 10:10

Verloop van de frontlinie bij Verdun
Enlarge
Verloop van de frontlinie bij Verdun
De Slag bij Verdun (21 febr. – 9 sept. 1916) was een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. Nadat de oorlog aan het westelijk front was verstard tot een stellingenoorlog, vertoonde het gebied met de vestingen bij Verdun een saillant in het Franse front, die een voortdurende bedreiging voor de Duitse posities vormde. De Duitse wens, dit gevaar de kop in te drukken viel samen met het in de winter van 1915/16 opgestelde plan van de Duitse chef-staf, generaal v. Falkenhayn om het Franse leger alsnog op de knieën te dwingen. Falkenhayn rekende erop, dat de Fransen door het dreigende verlies van Verdun alle krachten zouden inzetten om deze vesting te behouden en dan, in een kleine ruimte tegen het gevaar van een brede omklemming vechtend, uiteindelijk - letterlijk en figuurlijk - zouden doodbloeden. De Duitse aanval werd geleid door de Duitse kroonprins (bevelhebber van het 5de Duitse leger), de verdediging door de Franse generaal Herr (die al spoedig werd vervangen door Pétain die zich onsterfelijk zou maken als de "held van Verdun").

Het Duitse offensief, meermaals uitgesteld door het ongunstige weer, begon op 21 febr. 1916 eerst alleen op de oostelijke Maasoever. In de eerste dagen had dit het karakter van een snelle en krachtig uitgevoerde aanvalsstoot. Twee Franse bataljons onder luitenant-kolonel Driant boden in het Bois des Caures manmoedig weerstand en slaagden erin de Duitse opmars een dag te vertragen. Op de avond van de 23ste febr. hadden de Duitsers de linie Brabant (= dorp) - Haumont – Bois de Fay – Herbebois bereikt en de stelling zuidwestelijk van Gremilly veroverd, en op de avond van de 24ste was de gehele tweede stelling van de Fransen (heuvels 344 – 326 – Bois de Fosses – Bois de Chaume) stormenderhand genomen. Het succes van deze eerste Duitse aanvalsgolf was zodanig, dat de Fransen op de avond van 24 febr. een verdere verdediging van Verdun als hopeloos beschouwden. De Franse opperbevelhebber generaal Joffre wilde al tot ontruiming overgaan, maar kon daarvan nog juist door daadkrachtig ingrijpen van de Franse minister-president, Briand, worden weerhouden.

Vanaf de ochtend van 25 febr. werd de Franse tegenstand door de aanvoer van versterkingen verbetener. De Duitsers namen weliswaar nog de Côte de Poivre ("Pfefferrücken"), het dorp Louvemont, het Bois de Chauffour en vooral de vesting Douaumont (25/26 febr.) in, en behaalden ook in de laagvlakte van Woevre aanzienlijke terreinwinst doordat de Fransen daar naar de heuvels bij de Maas werden verdreven, maar daarmee was de kracht van de Duitse infanterie voorlopig uitgeput. Pas op 2 mrt. werd de aanval op de heuvels bij de Maas hervat, maar had echter, afgezien van de verovering van het dorp Douaumont, geen succes.

Intussen brachten de Fransen op de westoever van de Maas sterke artillerie in stelling, waarmee ze de door de Duitsers betrokken gevechtslinie bestookten. Hierdoor zag zich de Duitse leiding genoopt, het brandpunt van de strijd naar de westelijke Maasoever te verleggen. Op 6 mrt. werden het dorp Forges en de heuvels ten zuiden ervan ingenomen, en de volgende dag het Bois des Corbeaux ("Rabenwald") en het Bois de Cumières. Op 14 mrt. viel de Franse stelling op de heuvel Toter Mann (Mort-Homme), op de 20ste het Bois de Malancourt, en op de 30ste het dorp dat deze naam draagt. Nadat op 8 mei nog de noordelijke helling van heuvel 304 bestormd was, trad op dit deel van het slagveld een langere pauze in de Duitse aanvalsoperaties in. Ten oosten van de Maas ging de Duitse legerleiding vanaf begin april tot een langzame, systematische voorbereiding van verdere offensieven over. De Franse weerstand werd sterker, toen in mei generaal Nivelle het bevel over de strijdgroep Verdun overnam.

Begin juni vatten de Duitsers de aanval weer op. Het Bois de Chapitre en het Bois de Fumin, het dorp Damloup en het fort Vaux werden bestormd. Eind juni 1916 waren de Duitse linies tot voorbij het verdedigingswerk Thiaumont en het dorp Fleury gevorderd. De op 11 juli en volgende dagen ingezette grote aanval op het fort Souville en de oostelijk daarvan gelegen hoofdstelling van de Fransen bereikte echter niet het gewenste doel.

Het enorme "verbruik" van mensen en materiaal door de Duitsers bij de gevechten om Verdun was van invloed op het verloop van de strijd op andere fronten, het succes van het eerste Broessilow-offensief aan het oostelijke front, en het begin van het Entente-offensief aan de Somme, zodat v. Falkenhayn gedwongen was te trachten de bereikte posities te consolideren. Op 29 aug. trad hij terug en werd vervangen door het duo Hindenburg/Ludendorff. De nieuwe legerleiding (O.H.L.) besliste op 2 sept. dat de aanval definitief werd afgebroken. Het initiatief werd door de Fransen overgenomen. Het leidde in sept. en okt. 1916 tot felle afweerslagen om de ingenomen stellingen te verdedigen. Op 24 okt. was het fort Douaumont weer in Franse handen en ging een groot gedeelte van het door de Duitsers veroverde terrein weer verloren; fort Vaux was eveneens niet meer te houden en werd vrijwillig door hen ontruimd. Een nieuwe, grote aanval van de Fransen op 15 dec. op de heuvels ten oosten van de Maas drong het Duitse front tot de linie Champneuville – Bezonvaux terug.

Het mislukken van de Duitse aanval op Verdun is voor een groot deel terug te voeren op de ervaringen, die de Fransen inmiddels met de loopgravenoorlog van 1914 hadden opgedaan: de opstelling van de artillerie en vooral de aanwezigheid van machinegeweernesten overal in het veld. Toch leidde de grote kracht van de eerste Duitse aanval tot succes. Maar om daarvan te kunnen profiteren ontbrak het de Duitse legerleiding aan voldoende reserves. In het verloop van de gevechten veranderde de krachtsverhouding ten gunste van de Fransen. De strijd ontaardde in een slijtageslag, wat niet, zoals de Duitse chef-staf v. Falkenhayn had gehoopt, tot het "doodbloeden" van de Franse strijdkrachten leidde, maar ondanks de grotere Franse verliezen de Duitsers nog het meest uitputte.

Het front voor Verdun bleef gedurende de beide volgende oorlogsjaren het toneel van voortdurende strijd, maar deze gevechtshandelingen waren niet meer bepalend voor het definitieve verloop van de operaties. De Franse verliezen aan gesneuvelden, gewonden en gevangenen bedroegen 460.000 man, van de Duitsers 280.000.

Literatuur

  • Jollivet, G.: L'épopée de Verdun 1916 (1917).
  • Madelin, L.: Verdun (1919).
  • Pétain, H. Ph.: La bataille de Verdun (1929).
  • Reichsarchiv [red.}: Der Weltkrieg 1914-1918. Die militärischen Operationen zu Lande. Dl. 10 (1936).
  • Horne, A.: The price of glory: Verdun 1916 (1962) – ook als: De prijs van de eer. Verdun 1916 (1965/2005), e.a.

Weblink

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_bij_Verdun"
Personal tools