/** * */

Slag bij Mons

Revision as of 19 nov 2008 11:17; view current revision
←Older revision | Newer revision→
Situatiekaart (uit Stieler, Handatlas, ed. 1911)
Enlarge
Situatiekaart (uit Stieler, Handatlas, ed. 1911)
De Slag bij Mons betekende de eerste confrontatie tussen Britse en Duitse troepen aan het westelijke front, en begon op 23 augustus 1914. De Slag bij Mons was een van de zogeheten grensgevechten die plaatsvonden gedurende augustus 1914, bij Mülhausen, in Lotharingen (→ Slag in Lotharingen, Slag bij Saarburg), in de Ardennen, bij Charleroi en bij Mons.

Het Britse expeditieleger (BEF), onder het opperbevel van Sir John French, kwam op 14 augustus, later dan de bedoeling was, in Frankrijk aan, en begaf zich, in overeenstemming met Frenchs karakter, in alle rust van de Belgische kust naar Charleroi aan de Sambre om zich aan te sluiten bij het 5de Franse leger, dat onder bevel stond van generaal Charles Lanrezac.

Doch voordat men Charleroi bereikte, ontmoette de BEF cavaleriepatrouilles van het Duitse 1ste leger bij Soignies op 22 augustus. French wilde de Duitsers onmiddellijk aanvallen, tegen het advies van de inlichtingendiensten in en kennelijk niet op de hoogte van de werkelijke sterkte van de vijand en van diens overwinningen in Lotharingen en de Ardennen.

Maar van het ene op het andere moment veranderde French van gedachten en gaf zijn vijf divisies bevel om een verdedigende stelling in te nemen bij het kanaal van Mons, dat in de buurt lag. Frenchs verbazing toen hij het 1ste Duitse leger ontmoette was minstens evengroot als die van de Duitse commandant, generaal von Kluck, die even daarvoor aan de Sambre slag had geleverd met generaal Lanrezac en hij wilde juist beginnen deze naar het zuiden te jagen.

Na enige aarzeling besloot Kluck op 23 augustus tot een frontale aanval op de BEF, nadat hem door het Duitse opperbevel was ontraden tot insluiting van de Britten over te gaan uit vrees dat daardoor mogelijk het contact met Bülows 2de leger verloren zou kunnen gaan.

De Britse opperbevelhebber hoefde trouwens niet verbaasd te zijn door de plotselinge verschijning en de sterkte van het Duitse leger. Al op 7 augustus had generaal Lanrezac, de commandant van het 5de Franse leger, de Franse opperbevelhebber, Joseph Joffre gewaarschuwd dat er sprake was van aanzienlijke Duitse troepenconcentraties in België.

Joffre scheen zich aanvankelijk niet te bekommeren om de waarschuwingen van Lanrezac, misschien omdat ze niet strookten met de vooroorlogse Franse strategie, Plan XVII, waarbij ervan werd uitgegaan, dat de Duitsers Frankrijk niet via België zouden aanvallen.

Ondertussen had French, die vanwege de confrontatie met de Duitse cavalerie voor zichzelf een dag uitstel had bedongen voordat de slag begon, zijn twee infanteriekorpsen, resp. onder bevel van Smith-Dorrien en Haig, aan de oost- resp. westzijde van Mons ingezet langs het 40 km brede front.

De oostelijke vleugel bereikte bijna het terugtrekkende Franse 5de leger onder generaal Lanrezac, 13 km verderop. Allenby's cavaleriedivisie werd in reserve gehouden voor noodgevallen.

Bij het begin van de slag zagen de Britten dat ze verre in de minderheid waren vergeleken bij de vijand, 70.000 man stonden tegenover 160.000 met 300 stukken geschut tegen 600 van de Duitsers.

Ondanks deze wanverhouding begon Klucks offensief tegen generaal Smith-Dorrien, na een voorafgaand trommelvuur, rampzalig, want de Britse schutters veroorzaakten zware verliezen onder de oprukkende Duitse infanterie.

In de loop van de middag schoot het Duitse offensief nauwelijks op. Niettemin leden de Britten de eerste dagen van de gevechten een verlies van 1.600 man. De Britse schutters schoten zo nauwkeurig dat Kluck dacht dat de vijand machinegeweren gebruikte.

Terwijl de Duitsers een pauze inlasten om reserves te kunnen inzetten, gaf French, die had vernomen dat generaal Lanrezac was teruggetrokken zodat de Britten van die kant geen steun meer hoefden te verwachten, opdracht voor een strategische terugtocht.

Kluck nam zijn offensief 's avonds weer op, toen French besefte hoe sterk de Duitse strijdmacht was. French gaf Smith-Dorrien en Haig opdracht verder terug te trekken. Aanvankelijk ging Kluck er niet achteraan en koos ervoor zich eerst bezig te houden met de verliezen, eerder die dag opgelopen. Uiteindelijk echter bracht hij de Britse achterhoede een verlies toe van 8.000 man bij de Slag bij Le Cateau.

De Britten trokken daarna nog verder terug. French adviseerde zelfs een complete terugtocht naar de kust, maar Kitchener, de Britse minister van Oorlog, verwierp die suggestie, omdat hij het noodzakelijk achtte dat de BEF contact hield met de Franse strijdkrachten die naar de Marne terugweken.

(Vertaling van: http://www.firstworldwar.com/battles/mons.htm).

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_bij_Mons"
Personal tools