/** * */

SM U-9 torpedeert drie Engelse pantserkruisers

(Verschil tussen bewerkingen)
Versie op 13 okt 2009 09:55
Aglooka (Overleg | bijdragen)

← Previous diff
Versie op 15 okt 2009 18:58
Wvanrosm (Overleg | bijdragen)

Next diff →
Regel 1: Regel 1:
[[Image:Weddigen.jpg|thumb|250px|Otto Weddigen (1882-1915)]] [[Image:Weddigen.jpg|thumb|250px|Otto Weddigen (1882-1915)]]
-''Op 22 september 1914 torpedeerde de Duitse onderzeeboot '''U 9''' kort na elkaar drie Engelse pantserkruisers, '''[[Aboukir]]''', '''[[Hogue]]''' en '''[[Cressy]]''' (3 zusterschepen). Ze maakten deel uit van het 7de Engelse kruisereskader. Alle drie waren 12.200 t, 134 m lang en uitgerust met 2 23,4 en 12 15,2-cm-kanons.'' +''Op 22 september 1914 torpedeerde de Duitse onderzeeboot '''U 9''' kort na elkaar drie Engelse pantserkruisers, '''[[Aboukir]]''', '''[[Hogue]]''' en '''[[Cressy]]''' (zusterschepen). Ze maakten deel uit van het 7de Engelse kruisereskader. Alle drie waren 12.200 t, 134 m lang en uitgerust met 2 23,4 en 12 15,2-cm-kanons.''
In een op 16 september 1914 gedateerd telegram van de Duitse admirale staf werd de vloot meegedeeld, dat aanzienlijke Engelse troepentransporten op weg zouden zijn naar de havens langs Het Kanaal. Er zouden onderzeeërs tegen deze transporten moeten worden ingezet. Aanhoudend slecht weer vertraagde echter de uitvoering van deze operatie tot 19 september. De wind woei met orkaankracht en een stormvloed had de twee lichte verkenningsvliegtuigen, die op waddeneiland Borkum gestationeerd waren, weggespoeld. Maar twee onderzeeboten, "U 24" en "U 8", die 16 september ter verkenning waren vertrokken in de richting van het Haaks-lichtschip aan de ingang van Het Kanaal, waren het noodweer zonder noemenswaardige schade doorgekomen. Op basis van de door beide boten verkregen inlichtingen kreeg onderzeeër "[[U 9]]" van kapitein [[Otto Weddigen]], opdracht positie te kiezen voor de ingang van Het Kanaal tussen het Westhinder-lichtschip en Oostende. Dat was een nauwe doorgang die transportschepen vanuit Het Kanaal en vanuit de Theemsmonding moesten passeren om niet op de gevaarlijke zandbanken in de buurt te lopen. In een op 16 september 1914 gedateerd telegram van de Duitse admirale staf werd de vloot meegedeeld, dat aanzienlijke Engelse troepentransporten op weg zouden zijn naar de havens langs Het Kanaal. Er zouden onderzeeërs tegen deze transporten moeten worden ingezet. Aanhoudend slecht weer vertraagde echter de uitvoering van deze operatie tot 19 september. De wind woei met orkaankracht en een stormvloed had de twee lichte verkenningsvliegtuigen, die op waddeneiland Borkum gestationeerd waren, weggespoeld. Maar twee onderzeeboten, "U 24" en "U 8", die 16 september ter verkenning waren vertrokken in de richting van het Haaks-lichtschip aan de ingang van Het Kanaal, waren het noodweer zonder noemenswaardige schade doorgekomen. Op basis van de door beide boten verkregen inlichtingen kreeg onderzeeër "[[U 9]]" van kapitein [[Otto Weddigen]], opdracht positie te kiezen voor de ingang van Het Kanaal tussen het Westhinder-lichtschip en Oostende. Dat was een nauwe doorgang die transportschepen vanuit Het Kanaal en vanuit de Theemsmonding moesten passeren om niet op de gevaarlijke zandbanken in de buurt te lopen.

Versie op 15 okt 2009 18:58

Otto Weddigen (1882-1915)
Enlarge
Otto Weddigen (1882-1915)

Op 22 september 1914 torpedeerde de Duitse onderzeeboot U 9 kort na elkaar drie Engelse pantserkruisers, Aboukir, Hogue en Cressy (zusterschepen). Ze maakten deel uit van het 7de Engelse kruisereskader. Alle drie waren 12.200 t, 134 m lang en uitgerust met 2 23,4 en 12 15,2-cm-kanons.

In een op 16 september 1914 gedateerd telegram van de Duitse admirale staf werd de vloot meegedeeld, dat aanzienlijke Engelse troepentransporten op weg zouden zijn naar de havens langs Het Kanaal. Er zouden onderzeeërs tegen deze transporten moeten worden ingezet. Aanhoudend slecht weer vertraagde echter de uitvoering van deze operatie tot 19 september. De wind woei met orkaankracht en een stormvloed had de twee lichte verkenningsvliegtuigen, die op waddeneiland Borkum gestationeerd waren, weggespoeld. Maar twee onderzeeboten, "U 24" en "U 8", die 16 september ter verkenning waren vertrokken in de richting van het Haaks-lichtschip aan de ingang van Het Kanaal, waren het noodweer zonder noemenswaardige schade doorgekomen. Op basis van de door beide boten verkregen inlichtingen kreeg onderzeeër "U 9" van kapitein Otto Weddigen, opdracht positie te kiezen voor de ingang van Het Kanaal tussen het Westhinder-lichtschip en Oostende. Dat was een nauwe doorgang die transportschepen vanuit Het Kanaal en vanuit de Theemsmonding moesten passeren om niet op de gevaarlijke zandbanken in de buurt te lopen.

Uit het scheepsjournaal van deze onderzeeboot kan het volgende worden opgemaakt:

"U 9" heeft op 20 september om 5.35 uur 's morgens de basis Helgoland verlaten. De petroleummotoren van de boot draaien op volle kracht, als op 22 september Scheveningen, waarvan de vuurtoren op 22 zeemijl afstand duidelijk in het oosten zichtbaar is, in alle vroegte wordt gepasseerd. De storm heeft de kim schoongeveegd en U 9 loopt in westelijke richting op het lichtschip voor de monding van de Nieuwe Waterweg toe. De onderzeeër trekt een wit schuimspoor door het zeewater, de atmosfeer is tot rust is gekomen, het luik van de commandotoren staat open, eindelijk dringt weer frisse lucht in de boot door, de wacht is aan dek.

Eerste luitenant ter zee Spiess staat aan het roer terwijl de commandant en de eerste ingenieur met hun zware zeelaarzen een ochtendwandeling over het achterschip maken. Door de wonderbaarlijk heldere lucht is het zicht voortreffelijk, in de verste verte is geen schip te bekennen. Uit het geopende luik klinkt een vrolijk matrozenlied en stijgt de geur van koffie op. De uitkijk verheugt zich al op het ontbijt als straks de wacht erop zit. Maar daar zal voorlopig niets van komen want:
"Rookwolken! Drie streek aan bakboord!"
Alarmbellen rinkelen, gehaast maar ordelijk laten de mannen zich door het torenluik zakken, als laatste de commandant, die het luik afsluit en het bevel geeft:
"Motoren stoppen! Kleppen openen!"
Deuren worden dreunend dichtgeslagen, de van olie en vocht glimmende ijzeren beplating galmt onder de laarzen van de bemanning. Dan, diepe stilte.
De boot duikt en de kapitein-luitenant aan de periscoop is nu de enige die ziet wat er zich buiten, twaalf meter boven de boot, op zee afspeelt.

HMS Aboukir
Enlarge
HMS Aboukir
HMS Cressy
Enlarge
HMS Cressy
HMS Hogue
Enlarge
HMS Hogue

Eerst komt een oorlogsschip in zicht, kort daarna nog twee, ongeveer 2 zeemijl achter het eerste. Engelse kruisers, pantserkruisers, zoals de vier schoorstenen en de ouderwetse opbouw al snel duidelijk maken. De commandant overlegt: zijn ze alleen? Of zijn het verkenners voor een eenheid erachter? Hij loert, de pet een halve slag gedraaid met de klep in zijn nek, door de periscoop, zoekt de horizon af. Maar in de lucht achter de drie schepen is geen rookwolk te bespeuren, het zijn kennelijk voorposten, geen gros te zien, in ieder geval niet in de directe nabijheid. Vastbesloten, geen van de drie te laten ontsnappen, gaat de kapitein-luitenant tot de aanval over. Volgens het scheepsjournaal van de U 9 ging dat in procesverbaalachtige bewoordingen aldus:

"Aanval op de drie kruisers ingezet volgens bijliggende schets en wel:

1. 7.20 uur v.m.: 2de torpedobuis, ingesteld op de middelste kruiser. Afstand: 500 m. Geschatte snelheid: 10 knopen. Treffer. Schip maakte na enige minuten sterke slagzij en kenterde, terwijl de aanval op de volgende kruiser werd voorbereid.

2. 7.55 uur v.m. 2 schoten met 5 sec. interval uit 1ste en 2de torpedobuis, gericht op de kruiser die het getroffen schip te hulp kwam met reddingsboten. Schip lag bijna stil. Afstand ca. 350 m. 2 treffers. Schip maakte slagzij en zonk; verder niet op gelet om aanval op derde schip voor te bereiden.

3. 8.20 uur v.m. 2 schoten met 5 sec. interval uit 3de en 4de torpedobuis op het laatste schip, dat stilhield en zich eveneens met reddingswerk scheen bezig te houden. Afstand ca. 1000 m. Ondanks de grote afstand was een hevige explosie aan boord van dat schip merkbaar. De munitiekamer! Het lijkt niet onmogelijk, dat de 2de torpedo door de inslag van de eerste tot ontploffing is gebracht. In de periscoop was een enorme door de explosie veroorzaakte rookwolk te zien. Of het schip slagzij maakte was niet duidelijk waar te nemen, en daarom werd besloten de laatste, 6de torpedo af te vuren.

4. 8.35 uur v.m., 1ste buis, afstand ca. 500 m. Het schip maakte ca. 45 graden slagzij en zakte zoals goed te zien was, steeds verder weg. Daarna kwam de kiel boven en ten slotte verdween het helemaal na ca. 35 minuten. Op dezelfde manier zullen het eerste en tweede schip ten onder zijn gegaan.

Opmerking: de periscoop stak slechts bij beperkte snelheid en alleen als het niet anders kon, boven water uit. De tekening en de waarnemingen zijn daarom niet absoluut nauwkeurig. Volbezette sloepen – wij telden er vijf – dreven rond in de buurt van de gezonken schepen, maar wij namen ook een stoom- of motorbarkas waar. U 9 voer nog ongeveer 20 minuten met hoge snelheid naar het noorden, dook dan op en begon aan de terugtocht. Om missers te voorkomen werd alleen onder een hoek van 0 of 180 graden geschoten. Het succes was optimaal, doordat de andere grote schepen die te hulp snelden zich zelf blootgaven. Ze hadden tot torpedoboten of stoomschepen ter plekke waren, hun hulp moeten beperken tot het zenden van motor- of roeiboten, en zichzelf in veiligheid moeten brengen. Ze schoten zelfs niet terug. Het is aannemelijk, dat ze in de algehele verwarring de periscoop niet hebben opgemerkt en de aanwezigheid van een onderzeeër niet tijdig hebben onderkend."

Om 8.50 uur duikt de boot op en loopt via het lichtschip bij de Terschellingerbank naar Helgoland en daarna naar Wilhelmshaven, waar de boot door de jubelende vloot wordt ingehaald.

In Duitsland werden de volharding en het inzicht van commandant Weddigen geprezen, die met zijn nietige, verouderde onderzeeboot van nauwelijks 400 ton met 28 koppen drie vijandelijke pantserkruisers met een gezamenlijke tonnage van 40.000 ton en 2265 man in de grond had geboord. 60 officieren en 770 man werden nog gered, maar 60 officieren en 1400 man zijn in de strijd gebleven. Het verlies aan mensenlevens, hoofdzakelijk reservisten met een jarenlang dienstverband bij de Royal Navy, dompelde heel Engeland in diepe droefenis. Men kon maar niet geloven, dat een enkele Duitse onderzeeboot deze ramp had kunnen bewerkstelligen.

Het 7de kruisereskader van de "Southern Force" – admiraal Christian had met zijn vlaggenschip Euryalus (12.200 t, 12 15-cm-kanons) om te bunkeren en zijn door de storm beschadigde antenne te laten repareren op 20 september de haven opgezocht, en had zullen overstappen op Cressy, wat door de storm echter verhinderd werd – was vernietigd, zonder dat de aanvaller kon worden ingehaald. Weliswaar had een radioboodschap van Cressy luidend: "Aboukir en Hogue zinken!" de Engelse admiraliteit in Whitehall van de juiste positie van de schepen op de hoogte gebracht en was commodore Tyrwhitt reeds met zijn flottielje torpedobootjagers uit Harwich onderweg en slechts 50 zeemijl van de plaats van de ramp verwijderd, maar hij kwam te laat, evenals admiraal Christian zelf, die op de kruiser Amethyst toesnelde. De Britse torpedobootjagers kwamen pas om 11.45 uur v.m. bij de rampplek aan.

In Duitsland werd de prestatie van Weddigen als de grootste in de vaderlandse maritieme geschiedenis gevierd. Maar het belangrijkste resultaat van de kleine onderzeeër was toch een uitgesproken ommekeer in de stemming in Engeland en het uitvaardigen van maatregelen, die het grote schepen verboden om op volle zee te stoppen, voorts de slagschepen vrijstelden van patrouillediensten en die bewerkstelligden, dat de centrale en zuidelijke Noordzee niet meer door oudere schepen bewaakt werd. Het Kanaal lag voor een aanval van de Duitse oppervlaktevloot open. Voor de Britten was het gelukkig dat de politieke leiding in Duitsland dit voordeel niet durfde uit te buiten. De opperbevelhebber van de Grand Fleet, admiraal Jellicoe verklaarde desgevraagd, dat de Engelse vloot een offensief zoveel mogelijk moest vermijden vanwege het onderzeebootgevaar; hij zag meer heil in het langzaam wurgen van de vijand door middel van een handelsblokkade en een actieve bestrijding van het Duitse onderzeebootwapen.

Otto Weddigen, in Duitsland als zeeheld geëerd en in Engeland als misdadiger verguisd, is later op U 29 samen met de bemanning omgekomen, toen de onderzeeër door het Engelse slagschip "Dreadnought" in de noordelijke Noordzee werd geramd.

Literatuur

  • Busch, Fritz Otto / Gerhard Ramlow: Deutsche Seekriegsgeschichte. Gütersloh: C. Bertelsmann Verlag, [1940], p. 464-468.
  • Marine-Archiv (Hrsg.): Der Krieg zur See. Der Krieg in der Nordsee. Bearb. v. O. Groos. 2. Bd. Von Anfang September bis November 1914. Berlin: E.S. Mittler u. Sohn, 1922, p. 27-64.
Personal tools