/** * */

Paris Kanone

(Verschil tussen bewerkingen)
Versie op 3 jun 2013 17:53
Lingekopf (Overleg | bijdragen)
Ontwikkeling
← Previous diff
Huidige versie
Lingekopf (Overleg | bijdragen)
Inleiding
Regel 4: Regel 4:
Officiele benaming: '''Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (21/35cm)''', '''Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (23.2/35cm)''' Officiele benaming: '''Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (21/35cm)''', '''Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (23.2/35cm)'''
-Beter bekend onder de bijnamen '''Paris Kanone''' (eigenlijk in correct Duits: '''Parisener kanone''', Ook genaamd: '''Wilhelm-Geschütz''' of nog '''Ferngeschütz''' (andere namen tijdens de eerste wereldoorlog gebruikt: '''Dicke Bertha''', doch dit was een misverstand met een ander stuk geschut het [[M-Gerät (Dikke Bertha)]], '''Super Gun''' (door de Britten), '''La Princesse lointaine''' (de lange afstands princes) en '''L'Imbécile''' (de idioot), '''Lange Frederic''' (gebruikt door Krupp personeel), '''Lange Max'''+Beter bekend onder de bijnamen '''Paris Kanone''' (eigenlijk in correct Duits: '''Parisener kanone''', Ook genaamd: '''Wilhelm-Geschütz''' of nog '''Ferngeschütz''' (andere namen tijdens de eerste wereldoorlog gebruikt: '''Dicke Bertha''', doch dit was een misverstand met een ander stuk geschut het [[M-Gerät (Dikke Bertha)]], '''Super Gun''' (door de Britten), '''La Princesse lointaine''' (de lange afstands princes) en '''L'Imbécile''' (de idioot), '''Lange Frederic''' (gebruikt door het personeel van [[Krupp]], '''Lange Max'''
-Aangezien de officiële benamingen een mondvol zijn, en niemand anders weet waarover het in godsnaam gaat, zullen we doorheen de wiki '''Paris Kanone''' Gebruiken.+Aangezien de officiële benamingen een mondvol zijn, en omdat anders niemand weet waarover het in godsnaam gaat, zullen we overal in de wiki '''Paris Kanone''' gebruiken.
==Bronnen== ==Bronnen==

Huidige versie

Paris Kanone op proefterrein, met persoon ernaast om de schaal te tonen
Enlarge
Paris Kanone op proefterrein, met persoon ernaast om de schaal te tonen
Paris Kanone
Gebouwd door: Krupp
Bouwjaar: 1917-1918
Gewicht geschut: 481 185 (met bedding)kg
Totale lengte:
Lengte loop: 33 m
Gewicht granaat: 104-106 kg (210mm versie)
Kaliber: 210 mm, uitgeboord tot 240mm
Elevatiehoek: 0° (?) tot 55°
Traverse: {{{traverse}}}
Vuursnelheid: 1 schot/ 20 minuten, praktisch: enkele schoten per dag.
Mondingssnelheid: 1650 m/s
Bereik: 130 km
Gebruik: Duitsland
Bijzonderheden:

Inhoud

Inleiding

Officiele benaming: Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (21/35cm), Langen 21cm Kanone in Schiessgerüst (23.2/35cm)

Beter bekend onder de bijnamen Paris Kanone (eigenlijk in correct Duits: Parisener kanone, Ook genaamd: Wilhelm-Geschütz of nog Ferngeschütz (andere namen tijdens de eerste wereldoorlog gebruikt: Dicke Bertha, doch dit was een misverstand met een ander stuk geschut het M-Gerät (Dikke Bertha), Super Gun (door de Britten), La Princesse lointaine (de lange afstands princes) en L'Imbécile (de idioot), Lange Frederic (gebruikt door het personeel van Krupp, Lange Max Aangezien de officiële benamingen een mondvol zijn, en omdat anders niemand weet waarover het in godsnaam gaat, zullen we overal in de wiki Paris Kanone gebruiken.

Bronnen

Het stuk is lange tijd in mysterie gehuld. Hoewel het bij brede publiek altijd een grote faam had. Er zijn wel wat foto's van, maar buiten de algemene configuratie is daar niet zoveel van af te leiden. Ook hebben we de informatie van de fragmenten van de ontplofte granaten over kalibers en zo. Na de eerste wereldoorlog "verdween" het stuk letterlijk. Nog voor geallieerde wapen-inspectiecommissies Duitsland onderzochten, was alles wat van het stuk bestond reeds verschroot en zelfs hersmolten, en alle mogelijke documenten erover (van blauwdrukken tot de tabellen met treinverplaatsingen) vernietigd. Het stuk, waarvan iedereen de technologie wou hebben, was in rook opgegaan.

Grote prijzen werden uitgereikt door de geallieerden aan iedereen die primaire informatie kon bezorgen. Er werd een enorme jacht geopend op elk stukje informatie dat nog te verkrijgen was, al was het maar bij wijze van spreken hoe het stuk werd afgewassen! Duitsland verbood bij wet aan iedereen die ook maar iets met het kanon te maken had gehad om informatie, hoe gering en onbelangrijk ook, aan de geallieerden door te spelen. Zo werden twee Duitsers nog in Duitse gerechtshoven tot straffen veroordeeld omdat ze contact hadden opgenomen met geallieerde inlichtingendiensten om te vertellen wat ze wisten over het kanon (het ging hier om lage rangs technichi).

De Amerikaanse kolonel Henry Miller sloeg er toch nog in om wat info los te peuteren op clandestiene manier (ondermeer van ingenieurs die aan de munitie hadden gewerkt), als freelancer werkend en schreef een boek erover (het enige gespecialiseerd technisch werk tot nu toe enkel aan het stuk gewijd) in 1930. Dit boek bevat technische details die in het Rausenberger manuscript ontbreken (zie volgende paragraaf).


eerste pagina van het Rausenberger manuscript.
Enlarge
eerste pagina van het Rausenberger manuscript.


Gelukkig begon de hoofdontwerper van het geschut, Dr. Fritz Rausenberger, in 1926 een memorandum te schrijven over het geschut. Spijtig genoeg overleed hij voor het voltooid was, en is het bestaande fragment (26 paginas) eigenlijk de algemene inleiding die had moeten gevolgd worden door hoofdstukken met de technische details. Daardoor blijft het werk van Miller met meer details en concrete getallen (hoewel die soms twijfelachtig zijn omdat ze vaak op getuigenissen van lagere technichi die enkel hun kleine gedeelte over het geschut wisten, en de operatoren die eigenlijk niets over het ontwerp kenden) ook van belang bij de reconstructie van het geschut.

Het werd zijn weduwe echter verboden om dit te publiceren. Gelukkig verborg zijn weduwe nadien het manuscript tot het begin van de jaren 80. Toen herkende ze in het artillerie genie van Dr. Gerard Bull iemand die het stuk naar waarde zou schatten en de hersens had om de informatie erin zo goed mogelijk te verwerken. Gerard Bull (die uit afgeschreven marinekanons een kanon improviseerde dat een projectiel tot 180km hoog schoot, en het wou gebruiken om satellieten te lanceren, maar de Canadese regering waarvoor hij werkte, trok de financiering vroegtijdig in.) Nam deze goudschat maar al te graag in ontvangst, en stortte zich op de reconstructie van het kanon en vooral zijn ballistiek en werd samen met de informatie van Miller bewerkt, nagerekend, geïnterpreteerd en uitgegeven met als co-auteur Charles Murphy.

Het boek " H. Jäger, German Artillery of world war one,s.l., 2001 " geeft een goede samenvatting van de currente staat van kennis op 10 bladzijden dat vooral op het manuscript van F. Rausenberger en de bewerking ervan door G. Bull is gebaseerd. Maar zelfs in dit werk zitten er inconsistenties in de tekst. (verder zijn er nog redelijk uitgebreide beschrijvingen in verschillende andere boeken, maar die zijn vaak héél tegenstrijdig of achterhaald)

Dr. Fritz Rausenberger, hoofdontwerper.
Enlarge
Dr. Fritz Rausenberger, hoofdontwerper.

We zullen het hiermee moeten doen. Het is onwaarschijnlijk dat er nog nieuwe informatie opduikt, na al die jaren. Bovendien geven de informatie van F. Rausenberger en de bewerking ervan door G. Bull en C. Murphy al een zeer gedetailleerd beeld van het stuk.

Het enige probleem is dat Rausenberger de hoofdontwerper van het stuk was, en hoewel hij in het begin de operationele inzet volgde om correcties te kunnen aanbrengen, heeft hij de volledige inzet niet meegemaakt, en blijft de inzet van de stukken nog in schemer gehuld.

Het enige stuk "hardware" dat in geallieerde handen kwam waren enkele overblijfselen van de affuit-beddingen (die op één na opgeblazen waren en toch gelijk waren aan die van 38cm "Max" beddingen. Eén onderbedding werd door Amerikanen nabij Château-Thierry buitgemaakt, maar ook dit was gelijk aan een 38cm "Max" bedding (variant: Bettung mit eisenunderbau ) en natuurlijk granaatfragmenten.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het Paris Kanone werd mogelijk door een natuurkundige ontdekking. Naar mate de hoogte toeneemt, neemt de luchtdruk af. (Dit wist men natuurlijk al sinds iemand op het idee kwam om een barometer mee een berg op te slepen) Maar toen men echt lang aftstandsgeschut begon te gebruiken (bv in Duitsland de 38cm "Max") bleek dat de granaten verder vlogen dan men uit berekeningen gebaseerd op instelhoek, luchtweerstand en aanvangssnelheid had verwacht. Toen men een speciaal teststuk het 35,5 cm S.K. L/52,5 afschoot (een 35cm stuk met extra lange loop en een aanvangssnelheid van 939m/sec) kwam de granaat i.p.v. de berekende 39km, 49km ver !

Stuk als test gemonteerd in de Krupp fabriekshallen.
Enlarge
Stuk als test gemonteerd in de Krupp fabriekshallen.

Hiervoor kon maar één verklaring zijn: de luchtweerstand nam veel sneller met de hoogte af dan men verwacht had. Dit is ook zo: op 5km hoogte is de luchtweerstand nog de helft , op 8 km 1/3de en daarna neemt het enorm snel af : op 16km hoogte 1/10de op 30km hoogte 1/100ste, en op 40 km hoogte 1/700ste (ongeveer) van de luchtweerstand op grondniveau.

De ballisitici begonnen snel te rekenen: als men een granaat, met een zeer hoge aanvangssnelheid, snel door de onderste, dichtere lagen van de atmosfeer schoot, kwam ze snel in de bijna luchtweerstandloze hogere regionen terecht en waren voorheen onvoorstelbare reikwijdten te verwezenlijken.

Het bleef echter bij theoretische modellen en aanpassingen van de vuurtabellen voor lange afstandsgeschut, tot de vraag van het leger kwam om een stuk geschut te bouwen dat Parijs kon beschieten. Op dat moment lag het front echter zo'n 120km van Parijs af.

De Krupp ballistici begonnen al snel te rekenen en berekenden dat een stuk met een aanvangsnelheid van 1650 m/sec, 210mm kaliber en 52° elevatie een granaat van iets meer dan 100 kg ongeveer 130 km ver kon schieten. Normaal is de maximum geschootsafstand bij 45°, maar met 52° raakt de granaat sneller in de luchtweerstandsarme luchtlagen en dit bleek de optimale afvuurhoek te zijn voor zulk geschut.

Dit was mooi in theorie, maar hoe moest men dat in de praktijk brengen ?

(De hoofdontwerper Dr. Fritz Rausenberger kwam in 1918 zelfs aan zetten met berekeningen voor een verbeterde versie, van 305mm, die granaten van 300 kg 170 km ver zou kunnen schieten !)

De loop

De eerste lopen werden normaal niet vervaardigd uitgaande van 38 cm "Max" lopen zoals meestal wordt geschreven doch uit 8 35cm lopen bestemd voor de Slagkruiser "Erzats Freya" en één reserve 35cm loop (een voorlopige naam voor een schip in constructie) van de onvoltooide Mackensen slagkruiserklasse. De verwarring stamt waarschijnlijk uit het feit dat 38cm "Max" affuiten werden gebruikt. Door het gebruik van de bestaande lopen als basis werd ongeveer 18 maanden ontwerp- en bouwwerk uitgespaard.

Verder werk werd uitgespaard door de loop in te bouwen in het bestaande model affuit van de 38 cm "Max" Het gewicht van de lopen kwam ongeveer overeen. Wel moest de lange loop van het Parisgeschutz een tegengewicht bovenop het kulas krijgen om de loop in de affuit in evenwicht te krijgen.

Samenbouw van een stuk op een schietterrein met behulp van een kraan
Enlarge
Samenbouw van een stuk op een schietterrein met behulp van een kraan

Om de loop te vormen werd de oorspronkelijke loop genomen in de staat van voltooiing die ze bereikt hadden, de eerste 9 hadden al een kaliber van 35cm, maar waren nog niet voorzien van trekken en velden, zodat uitboren om deze te verwijderen niet nodig was. Deze 35cm loop werd dan opgewarmd zodat door de uitzetting van de buis een nieuwe buis kon worden ingelegd met een kaliber van 210 mm en 21 meter lang waarna alles samenkromp tot een heel sterk geheel. Langer kon de getrokken loop niet zijn, want de langste boormachines van Krupp hadden deze lengte. Dit was nog niet voldoende. Om de enorme hoeveelheid aandrijfgassen die nodig waren om de grote aanvangssnelheid hun werk te laten doen en het projectiel naar maximum snelheid te stuwen was de loop nog te kort. Volgens de berekeningen van Rausenberger was een loop van 27 meter nodig om de vereiste aanvangssnelheid te bereiken.

Daarom werd er een extra (glad) stuk opgeschroefd van nog eens 6 meter om tot een totale looplengte van 27 meter te komen met een gewicht van 91 ton. Na de eerste proefnemingen bleek dit nog te kort en werd het verlengd tot 12 meter. (totale looplengte nu 33m) er werden ook nog proeven gedaan met opzetstukken van 9 meter.

Een probleem was dat zulke lange loop natuurlijk doorboog onder zijn eigen gewicht (9cm) en daarom werd er een een soort "hangbrugconstructie" met twee kettingen en kabels ter ondersteuning van de loop aangebracht zodat deze de loop konden rechttrekken.

De kamer waar de aandrijflading in werd verbrand werd uitgeboord tot 28 cm kaliber en een standaard sluitstuk van een 28 cm kanon werd gebruikt. De verbrandingskamer was zo'n drie meter lang, daarna was er een konische overgang naar de 21 cm loop.


Het affuit

Voor het affuit was alles veel makkelijker. Men gebruikte reeds in productie zijnde affuiten voor 38cm "Max" kanonnen. De terugslag van het Paris-kanone was kleiner dan deze van de 38cm "Max" door het lichte granaatgewicht van het eerste . (zie onder). Overigens volgde de evolutie van de affuiten deze van de 38cm "Max" affuiten, de lopen waren wel zo'n 10 ton zwaarder dan die van de 38cm "Max", maar blijkbaar was dit geen probleem voor de affuiten. De enige echte aanpassing was dat in terugslagmechanisme. Het gedeelte dat voor de terugloop zorgt na het remmen (de recuperator) moest verstevigd worden. Na de terugslag bleef de loop overigens meer dan een minuut in het terugslagmechanisme wiebelen voor het tot stilstand was gekomen.

Het stuk op een Eisenbahn und Bettungsschiessgerüst mit Betonbettung, het lijkt wel op een spoorweggeschut in deze confuguratie, maar de draaistellen dienden enkel voor het transport. De zware kraan is bezig met het stuk op zijn eigenlijke bedding te leggen
Enlarge
Het stuk op een Eisenbahn und Bettungsschiessgerüst mit Betonbettung, het lijkt wel op een spoorweggeschut in deze confuguratie, maar de draaistellen dienden enkel voor het transport. De zware kraan is bezig met het stuk op zijn eigenlijke bedding te leggen

De affuiten waren eerst "Bettungsschiessgerüst mit Eisenbettung" en ""Bettungsschiessgerüst mit Betonbettung" dan "Eisenbahn und Bettungsschiessgerüst mit Betonbettung" (waarbij het stuk in de laatst genoemde affuit per spoor op zijn bovenaffuit in één stuk per spoor kon worden aangevoerd en dan op het onderaffuit en bedding gevezen) Hiervan komt vaak de foutieve vermelding dat het een spoorweggeschut was. Voor de beschijving van de affuiten zie het (toekomstige) artikel over de 38 cm "Max"

Aandrijflading en granaten

Het spreekt vanzelf om een 100kg granaat zo'n hoge aanvangssnelheid te geven een grote aandrijflading nodig was (relatief gezien t.o.v. het gewicht van de granaat). Deze woog maar liefst 205kg (een 42cm M-Gerät (Dikke Bertha) howitzer gebruikte "slechts" 75kg voor een 800kg granaat). Omdat de granaat zo'n enorme schok te verwerken kreeg bij het afvuren, moest deze ook heel sterk zijn, wat betekende dat er slechts een miniscule holte overbleef voor de explosieve lading die slechts 9kg woog. Een wapen met zo'n dispersie en een verwaarloosbare lading kan enkel als propaganda apparaat dienen.

Het kruit van de drijflading werd onder een constante temperatuur van 15°C bewaard en was van dezelfde samenstelling als dat van de 38cm "Max".

Verder was de mondingssnelheid (en de snelheid in de loop) zo groot dat dit maakte dat elk schot de loop meetbaar uitsleet. Ook de enorme aandrijflading droeg aan die sleet toe: het is eigenlijk de chemische erosie van de aandrijflading die de belangrijkste factor vormt bij het uitslijten en uitschieten van de loop.

Daarom werd er nog maar eens een speciaal systeem ontwikkeld. Een loop ging 65 schoten mee volgens de gegevens van Miller, 70-80 schoten volgens Rausenberger. Deze getallen zijn in overeenstemming te brengen. 80 schoten waren theoretisch wel haalbaar, maar na ongeveer 65 schoten was de reikwijdte zo zeer verminderd dat Parijs niet meer kon bereikt worden. (Wat Rausenberger blijkbaar niet wist uit feedback van het front)

In ieder geval, werd de kamer na elk schot steeds iets langer en de kreeg de loop steeds een iets grotere diameter. Daarom werden de schoten en ladingen genummerd van 1 tot 65 (getallen van Miller). Daarbij nam bij elk schot de diameter van de granaat iets toe. Daarbij komt dat de kamer waarin de lading wordt geplaatst groter in diameter is dan de loop zelf: 28 cm. De overgang tussen beide diameters was konisch, maar door de chemische erosie van de lading schoof deze na elk schot naar voor op (doch niet in het volle 28 cm kaliber, maar wel genoeg om de granaat steeds verder in de loop te moeten inbrengen om grip te krijgen op het 21 cm kaliber stuk van de loop), na 65 schoten was de verbrandingskamer zo uitgesleten dat ze 5 meter lang was. Om de verminderde druk van eenzelfde lading in een steeds groter wordende verbrandingskamer te compenseren werd de lading na elk schot steeds groter. Volgens Miller werd elke lading 300 gram zwaarder, met de laatste lading 16kg zwaarder dan de eerste.(65ste schot))

De loop werd uitgeschoten volgens sommige bronnen tot 224 mm waarna ze uitgeboord werden tot 238 mm om opnieuw ingezet te worden, met dan weer steeds langzaam toenemende granaat-diameters. Vandaar waren er de twee verschillende officiële designaties. Dit verschil in twee groepen van granaat-diameters werd ook door de Franse artillierie specialisten afgeleid van de fragmenten van de granaten, en aangezien die niets wisten van het uitboren van de originele lopen, dachten ze dat er twee verschillende modellen waren. Minstens 1 loop werd uitgeboord tot 224mm maar of dit om een (gedeeltelijk) uitgeschoten loop ging of om een nieuwe met een nieuw kaliber is niet duidelijk.

Bij tests werd onder 50° (nog niet de optimale 52°) met een aanvangssnelheid van 1625m/sec een bereik van 128km gehaald, waarbij de granaat 3 minuten onderweg was. De granaat bereikte 40km hoogte, het eerste door de mens vervaardigde voorwerp in de stratosfeer en pas overtroffen door V2 raketten in de tweede wereldoorlog. Met 52° elevatie haalde men 132 km.

Granaten

Zoals reeds moesten de granaten zeer stevig zijn. Dit leidde ertoe dat de wanddikte van de granaat groot genoeg moest zijn om de afvuurschok te overleven. Daarom kon er slechts 9 kg kruit in de overgebleven ruimte terecht.

Het ontwikkelen van de granaten was een hele opgave. Ten eerste was de lengte/ diameterverhouding groter dan dat wat men gewoon was bij normale granaten en waren er stabiliteitsproblemen. Ten tweede heeft een normale granaat een koperen of zacht sinterijzeren ring rondom de basis die bij het afvuren zich naar de trekken en velden van de loop vormen en een gasdichte barrière vormen voor de aandrijfgassen.

Bij de eerste proefschoten bleek dat het koper gewoon wegsmolt onder de grote hitte door de grote aandrijflading en het sinterijzer te zwak was en vergruizelde. De oplossing was ingewikkeld: elke granaat kreeg twee (door de lengte nodig) ringen in staal, waarbij deze ringen op machines zo werden bewerkt dat ze in de trekken en velden pasten van de diameter van de loop in de volgorde van afschieten van de granaat.

Horizontaal proefschieten in een zandbak.
Enlarge
Horizontaal proefschieten in een zandbak.

De eerste proefschoten werden gedaan met het kanon horizontaal opgesteld zodat het in een zandbak schoot en de granaten konden gerecupereerd en onderzocht worden.

Later werd er een stuk opgesteld langs de kust en schoot langs de Noordfriese eilandengordel. Op de eilanden werd meetapperatuur opgesteld.

De eerste proeven begonnen op 23 en 24 juni 1917. Het eerste shot werd niet gevonden in de metingen, het tweede en derde vielen veel te kort en het vierde en vijfde haalden slechts 2 km ! De projectielontwerpers konden terug naar de tekentafels. Het bleek dat de stalen centreerbanden niet goed werkten. Daarom werden er net achter de stalen banden rond de granaat ook nog eens twee smalle koperen banden aangebracht , die beschermd werden door de stalen banden , doch voor een betere centrering in de loop zorgden.

Tegen november 1917 was het projectielontwerp zo verbeterd dat men verder dan 100 km schoot. Verdere kleine aanpassingen aan granaten en de aandrijflading zorgden er dan voor dat de geëiste rijkwijdte werd bereikt. In Januari kon het ontwerp als afgesloten beschouwd worden en front inzet bereid.

Vuurcyclus

De loop werd op het einde van de vorige vuurcyclus terug horizontaal gelegd. Er werd nagekeken of de loop goed recht stond, met een telescoop die door de loop keek (en dit dan werd eventueel aangepast via kabels en kettingen van de "brugconstruktie") en de granaat en lading werden aangevoerd. De granaat werd ingebracht, en voorbij het 28cm stuk van de kamer voor de aandrijflading geduwd door vier soldaten met een houten paal, tot ze vast in de 21cm loop zat.

Aandrijflading en granaat.
Enlarge
Aandrijflading en granaat.


De aandrijflading kwam uit een gepantsterde wagon met airconditioning en verwarming om alles steeds op 15°C te houden. De ontploffingskracht van explosieven is immers meestal afhankelijk van de temperatuur. Vaak kan het verschil verwaarloosd worden, maar niet bij een zo extreem stuk zoals dit.

Het exacte gewicht van de aandrijflading werd op het laatste moment nog een beetje aangepast aan de luchtdruk, luchtvochtigheid, windrichting enz. (deze data niet enkel voor de afvuursite, maar ook aan de omstandigheden, door vliegtuigen gemeten indien mogelijk, op het doel). Het kulas van 1850 kg werd dan gesloten, elevatie en traverse ingesteld De traverse stond normaal gezien praktisch goed na het vorige schot, het stuk kon onder elke traverse herladen. De elevatie werd manueel door 16 soldaten aan de krukassen ingesteld. Dit laatste was, ondanks de pogingen om het stuk zoveel mogelijk in evenwicht te houden, zo'n zware taak dat verschillende bemanningen elkaar moesten aflossen.

Het kanon was nu klaar om te vuren, de bemanning zocht dekking en enkel de kannonier bleef buiten staan met de electrische knop die hij maar hoefde in te drukken om te vuren en een telefoon waarmee hij doorgaf dat het stuk vurensklaar stond. Hij mocht alleen schieten op bevel van Admiraal Rogge. Om het geluid en de mondingsvlam van het geschut te camoufleren werden er op het moment van afvuren van het Paris-Kanone 30 batterijen geschut (ongeveer 120-180 stuks geschut) van alle mogelijke kalibers afgevuurd. Dit ook op direct, telefonisch, bevel van admiraal Rogge, waarna deze telefonisch onmiddellijk het bevel voor het vuren van het Paris-kanone gaf. Dit alles om de gehoorapperatuur die de richting van vijandelijk geschut kon meten te overweldigen en visuele waarnemingen van de mondingsvlam door de gealliëerden onmogelijk te maken door de enorme hoeveelheden flashes en rookontwikkeling. Natuurlijk was het kanon ook tegen waarneming door vliegtuigen beschermd, met vele tonnen camouflagenetten, waar regelmatig verse afgesneden twijgen werden doorgeweven. Enkel de loop kwam daar bovenuit als hij ging vuren. s'Nachts werd er uiteraard niet geschoten omdat de mondingsvlam te goed zichtbaar zou zijn.

Hoe wist men nu waar de granaat was terechtgekomen ? Het doel kon men niet waarnemen,niet enkel omdat het te ver weg leg, en het vuren ook doorging op dagen dat er niet kon gevlogen worden, maar vooral omdat de dispersie zo groot was dat de granaat ergens terecht zou komen in een gebied van tientallen vierkante kilometers groot. In de kamer voor de aandrijflading zaten in twee kleine zijnissen de zogenaamde "messei" (meeteieren). Dit waren twee kleine apparaatjes die de maximum druk in de kamer maten. Ze waren zo klein dat ze ook in licht veldgeschut af en toe in de huls werden gestoken bij de lading om dan achteraf de afvuurdruk te weten als controle. Eens deze druk geweten , met alle andere informatie over de instelling van het kanon en de metereologische gegevens kon de mondingssnelheid berekend worden en het inslagpunt geschat.

Andere verhalen (uit de jaren 30 onder het Nazi regime) vertellen dan weer van een spion die de inslagplaats naar de Zwitserse grens doorseinde via telegraaf, waar het dan door een koerier over de grens werd gesmokkeld, en dan via allerlei telegraafverbindingen tot bij het stuk terechtkwam, zodat men het richten kon aanpassen.

Andere verhalen uit die tijd vertellen ook van een netwerk spionnen dat de plaats van inslag rapporteerde zodat de geschutsbemanning het vuur kon aanpassen.

Dit lijkt erg ongeloofwaardig aangezien het soms uren duurde voor men de plaats van een inslag had bepaald, toch zeker als deze buiten de stad lag.(door de Franse authoriteiten) en nog veel langer voor dit in de pers terechtkwam, als deze informatie al niet werd gecensureerd.

Aan de andere zijde heeft G. Bull uit een grondige analyse van de opeenvolgende inslagplaatsen opgemaakt dat het vuur wel degelijk werd "bijgestuurd" door informatie over de inslagplaatsen van de vorige granaten. Dus was er misschien toch een spionnennetwerk aan het werk ? Ook wijst G. Bull er op dat uit zijn simulaties blijkt dat de "messei" niet nauwkeurig genoeg waren om de bereikte resultaten van de inslagpatronen te verklaren.

Een goed gecamoufleerd stuk in gevechtspositie.
Enlarge
Een goed gecamoufleerd stuk in gevechtspositie.

Inzet

3 Stuks werden gebouwd. Van de eerste 9 lopen werden er 3 uitgeschoten tijdens proefnemingen en "één werd onmiddellijk uitgeboord op 23,8 cm voor proefvuur (en ook uitgeschoten). Een reeks vervanglopen werd gebouwd uit verdere 35 cm stuks (twijfelachtig) en twee 38cm stukken (zeker). Rausenberger schrijft dat er genoeg lopen werden gemaakt om de beschieting een jaar vol te kunnen houden, maar gezien het aantal lopen hiervoor nodig , lijkt dit erg twijfelachtig.

Ze werden bediend door matrozen aangezien de originele kanons marinekanons waren. De eerste twee beddingen werden in een bos nabij Crépy nabij Laon gestuurd op ongeveer 130 km van Parijs en 15 km achter de frontlijn. Eerst werd een betonnen bedding van 300 ton gegoten, daarop kwam dan de affuit van 250 ton en de loop van 90 ton. Een derde bedding van een verbeterd ontwerp volgde snel zodat er al snel 3 stuks geschut in gebruik waren. Het eerste schot werd gelost op op 23 maart 1918. (Twee dagen na het begin van het Duits Voorjaarsoffensief 1918 om de pshychologische impact te maximaliseren)

Tegenbatterijvuur

Hierin verschillen de bronnen volledig van Duitse en geallieerde zijde. Volgens Duitse bronnen werden de stukken nooit gelokaliseerd en nooit geraakt door tegenbatterijvuur. Doch wel wordt toegegeven dat er in de bijbehorende installaties doden en gewonden vielen door vijandelijk vuur, wat er op wijst dat er wel degelijk tegenbatterijvuur was.

Eén kanonloop in Crépy werd vernietigd door een prematuur. Dit was het derde kanon dat iets later in stelling was gebracht dan de eerste twee. Na het derde schot ontplofte de loop en doodde 17 man , die tegen de regels in geen dekking voor het afvuren hadden genomen.

Volgens de geallieerde versie werd reeds op 7 maart 1918 door een krijgsgevange onthuld dat de voorbereidingen voor het opstellen van zeer zwaar geschut reeds bezig waren nabij Crépy, waarna deze door vliegtuigen werden waargenomen.

Volgens Franse bronnen werden de stukken na 30 uur al gevonden door de luisterapperatuur aangezien de granaten die een veel hogere snelheid hadden dan alle andere "afleidingsgranaten" een heel ander geluid maakten. Aangezien men het Duits Voorjaarsoffensief 1918 al had zien aankomen was er reeds een grote verzameling spoorweggeschut aanwezig en werden vele van deze onmiddellijk ingezet in tegenbatterij. Doch de metingen met de hoorapperatuur waren zo onnauwkeurig dat het onmogelijk was om de stellingen te raken.

Op 14 april 1918 werd er dan een gespecialiseerde groep samengesteld om tegenbatterijvuur af te geven: 4 stuks 305 mm spoorweggeschut, 4 stuks 340mm spoorweggeschut en 4 stuks Canon de 145 L modèle 1916 St Ch die in de voorste frontlinie werden opgesteld om de emplacementen te kunnen bereiken.

Om deze te ondersteunen (tegenbatterijvuur te geven op Duitste stukken die tegenbatterijvuur gaven op de eerstgenoemde stukken) werden er 4 x 16cm Marine, 4 x Canon de 155 Grande Puissance Filloux modèle 1917, 6 x 240mm Saint Chamont, 9 x 240 tir rapide, drie stuks 305mm spoorweggeschut en 4 stuks 32 cm spoorweggeschut.

Ondanks deze vuurconcentratie vielen er slechts ongeveer 10 Duitse doden en ongeveer evenveel gewonden.

Toen na het Duits Voorjaarsoffensief 1918 het front heel wat dichter bij Parijs lag, werden twee stukken verplaatst: één nabij Fère en Tardenois (bois de Bruyère) (110km van Parijs) en één nabij Beaumont-en-Beine (Bois de Corbie, 80 km van Parijs). Wat door de kortere afstand heel wat scheelde op de sleet van de lopen. Wat nergens vermeldt wordt en toch onvermijdelijk is, is dat men voor die nieuwe afstanden toch ook weer een hele reeks nieuwe granaten en ladingen had moeten berekenen, testen en bouwen, maar spreekt niemand over. In ieder geval moesten deze kanonnen al vrij snel teruggetrokken worden na het mislukken van het offensief en namen ze hun plaatsen in Crépy terug in.

Toen de Duitse frontlijn verder werd teruggetrokken, gingen de stukken terug naar Krupp.

Effecten

Zoals reeds gezegd konden door de geringe springlading de effecten slechts van psychologische en niet van militaire aard zijn. Duitse cijfers over het aantal verschoten granaten zijn nooit gevonden. Daarom moeten we ons baseren op de telling van inslagen door de Parijse authoriteiten. Hierbij moeten we echter rekening houden dat door de grote dispersie waarschijnlijk nog granaten in de velden en bossen buiten de stad zijn terechtgekomen en nooit ontdekt. In totaal werden 343 schoten op Parijs geteld waarvan er 183 op de stad vielen(!) (161 schoten uit 210mm lopen en 182 schoten uit uitgeboorde lopen, m.a.w. 3 uitgeschoten 210mm lopen en 3 uitgeschoten 238mm lopen.) die 256 doden veroorzaakten en 620 gewonden. De getallen verschillen ook hier van bron tot bron.

Het ernstigste incident deed zich voor toen een schot de middeleeuwse kerk van Saint-Germain des Prés raakte op het moment dat er een eredienst aan de gang was, dit veroorzaakte 88 doden en 68 gewonden, doordat de gotische gewelven instortten.

Een alternatief kanon ?

In 1916 maakte Dr. Eberhardt een voorontwerp van een geschut dat tot meer dan 100 km zou kunnen schieten. Hiervoor wou hij de loop van het 35 cm S.K. L/52 geschut gebruiken. Om de gewenste aanvangssnelheid te bereiken ging hij helemaal anders te werk dan het uiteindelijke ontwerp. Om de grote afstand te bereiken wou hij een zogenaamde "subkaliber" granaat gebruiken. Hij wou een 100 kg granaat van 20 cm gebruiken en om deze in de loop te laten passen deze te omgeven met een zogenaamde "Sabot" uit licht metaal. Hierdoor was het totale gewicht slechts 200kg tegenover 535 kg bij de originele granaat. De aandrijflading zou echter deze van de originele granaat zijn waardoor granaat en sabot tot 1600m/sec konden worden gestuwd. Na het verlaten van de loop viel de sabot dan van de granaat af, waarna deze zijn langeafstandsvlucht kon beginnen.

Dit voorstel werd door Rausenberger afgewezen als zijnde te speculatief en berustend op teveel nieuwe technologie. In zijn boek heeft Dr. Bull echter dit kanon gesimuleerd op de computer (sabotgranaten zijn tegenwoordig heel gewone technologie) en kwam tot de conclusie dat het zou gewerkt hebben.

Dit kanon zou de problemen met het uitslijten van de loop vermeden hebben en geen speciale genummerde aandrijfladingen en granaten nodig gehad hebben. Bovendien zou de loop veel langer meegaan (geschat zo'n 500 schoten)

Imitaties

Frankrijk

In tegenstelling tot zijn geällieerden geloofde Frankrijk wel in het nut van ultra-lange afstandsgeschut en deed er veel onderzoek naar. Er werd een onderscheid gemaakt tussen stukken à Longue portée (LP) schietwijdten tot zo'n 60 km en Trés Longue Portée (TLP) schietwijdten groter dan dat, en normaal gezien groter dan 100km. Deze waren allemaal uitgevoerd als spoorweggeschut en waren steeds omgebouwde versies van bestaande stukken (op twee nieuw gebouwden na). Er waren meer dan zeven varianten proefstukken. We zullen het kort houden daar het eigenlijk buiten het doel van deze wiki valt.

Het verste schot werd afgevuurd met een Matériel de 340/240 de 150 calibres dat werd omgebouwd vanaf 1924 en testschoten deed tot in 1938 als ballistsch teststuk. De maximale rijkweidte was 127 km met een granaat van 142 kg.| Voor fotos en info

Bij de mobilisatie in 1939 was er een heel programma om lange-afstandsstukken te bouwen met bereiken van 70 to 130 km met wat maar voorhanden was: uitgeschoten kanons uit de eerste wereldoorlog, 12 van 305 mm van een oud Oostenrijks-Hongaars (oorlogsbuit) slagschip Prinz Eugen een buitgemaakte 38 cm Max enz. Niet uitgeschoten of beschadigde stukken werden meestal direct naar het front gezonden, de laatste massale inzet van spoorweggeschut.

Duitsland

Als ballistisch teststuk en propagadawapen bouwde Duitsland vanaf 1935 een stuk met capaciteiten gelijkaardig aan die van het Paris-Kanone maar dan als zuiver spoorweggeschut: het 21 cm Kanone 12 (E), dat een granaat van 107kg 115km ver kon schieten. (prestaties net iets onder dat van het Paris-Kanone). Er is grote oneënigheid tussen de bronnen of er nog een tweede (gemodificeerd) geschut gebouwd is. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het ingezet voor ballistisch onderzoek en ook om eens wat granaten op Engeland (zonder tastbaar resultaat) af te schieten.

Eén versie van het standaardspoorwegkanon 28-cm-K-5 [E]) was de tot 31 cm gladde loop uitgeboorde 31- cm-Kanone gl [E] Dit stuk met gladde loop vuurde een "pijlgranaat" af met een kleiner kaliber dan dat van het kanon (ongeveer hetzelfde principe dat Dr. Eberhardt had voorgesteld) en bereikte zo'n 151 km, een absoluut record voor granaten zonder raketaandrijving of andere hulpmiddelen.

Groot-Britannië

Het leger werkte samen met Armstrongs om een 24 cm ultra-langeafstandsgeschut te creëren. Uiteindelijk werden drie ontwerpen uitgewerkt, twee als spoorgeschut en één vervoerd per spoor en op een bedding gezet met 360° traverse om te vuren. Het leger besliste uiteindelijk dat het geen behoefte had aan zulk geschut en de plannen bleven in de kasten steken.

Er werd wel een unieke testloop gebouwd. Een prototype van een 406 mm scheepskanon voor toekomstige Russische slagschepen was nog in Groot-Britannië aanwezig. In deze loop werd, op gelijkaardige manier als voor het Paris Kanone een loop van 203 mm ingelegd. Met deze loop werden proeven in horizontale stand genomen. Het affuit dat een elevatie van 57° toeliet is echter nooit voltooid en na de eerste wereldoorlog werd het testprogramma stilgelegd en de vervaardigde componenten verschroot.

Verenigde staten

Een 356mm marinekanon werd omgebouwd tot een lang hoge mondingssnelheidkanon ongeveer zoals dat met het Paris-Kanone gebeurde: In de oorspronkelijke 356mm loop werd een nieuwe loop van 229mm ingelegd. Het doel was een 125 kg granaat af te vuren met 1,524 m/sec. Voor men deze loop had kunnen voorzien van trekken en velden werden de financiën van dit project ingetrokken. De loop bestaat nog steeds op de | Aberdeeen Proving grounds. De foto's laten duidelijk het verschil in looplengte zien vergeleken met andere marinekanons die ernaast liggen.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Paris_Kanone"
Personal tools