/** * */

Oswald Boelcke

(Verschil tussen bewerkingen)
Versie op 29 okt 2009 22:49
Sniper Snoop (Overleg | bijdragen)

← Previous diff
Versie op 28 nov 2009 15:09
Wvanrosm (Overleg | bijdragen)

Next diff →
Regel 1: Regel 1:
- 
{{Persoontabel|naam=Oswald Boelcke|image=[[Afbeelding:Boelcke1.jpg|250px]]|caption=|voornamen=Oswald|geboorte=1891 |dood=1916|eenheden=[[Flieger-Abteilung 69|FA 69]] & [[Jasta 2|Jasta 2*]]|samenvatting=[[Luftstreitkräfte|Duitse luchtaas]] met 40 overwinningen}} {{Persoontabel|naam=Oswald Boelcke|image=[[Afbeelding:Boelcke1.jpg|250px]]|caption=|voornamen=Oswald|geboorte=1891 |dood=1916|eenheden=[[Flieger-Abteilung 69|FA 69]] & [[Jasta 2|Jasta 2*]]|samenvatting=[[Luftstreitkräfte|Duitse luchtaas]] met 40 overwinningen}}
'''Oswald Boelcke''' (*19 mei 1891 in Giebichenstein [thans Halle (Saale)], † 28 oktober 1916 bij Bapaume [[Département Somme]], Frankrijk) was een Duitse jachtvlieger in de [[:Categorie:Episodes|Eerste Wereldoorlog]]. '''Oswald Boelcke''' (*19 mei 1891 in Giebichenstein [thans Halle (Saale)], † 28 oktober 1916 bij Bapaume [[Département Somme]], Frankrijk) was een Duitse jachtvlieger in de [[:Categorie:Episodes|Eerste Wereldoorlog]].
Regel 7: Regel 6:
Het is onjuist, dat Boelcke op 4 juli 1915 tijdens een luchtgevecht zijn eerste overwinning boekte, zoals dikwijls wordt beweerd, want zijn opponent werd door zijn verkenner neergeschoten. Zelf behaalde hij zijn eerste overwinning op 19 september 1915, en reeds op 12 januari 1916 werd hij samen met Immelmann door de Duitse keizer met de hoogste Pruisische onderscheiding, de Orde [[Pour le Mérite]] beloond, omdat hij in luchtgevechten al acht tegenstanders had neergehaald. Beiden waren de eerste vliegers van hun eskadron, wie deze eer te beurt viel. Het is onjuist, dat Boelcke op 4 juli 1915 tijdens een luchtgevecht zijn eerste overwinning boekte, zoals dikwijls wordt beweerd, want zijn opponent werd door zijn verkenner neergeschoten. Zelf behaalde hij zijn eerste overwinning op 19 september 1915, en reeds op 12 januari 1916 werd hij samen met Immelmann door de Duitse keizer met de hoogste Pruisische onderscheiding, de Orde [[Pour le Mérite]] beloond, omdat hij in luchtgevechten al acht tegenstanders had neergehaald. Beiden waren de eerste vliegers van hun eskadron, wie deze eer te beurt viel.
-In maart 1916 werd Boelcke commandant van een groep van zes jachtvliegers bij de kort daarvoor opgerichte ''Fliegerstaffel Sivery'', die als voorloper geldt van de latere jachteskaders. Uit geregelde contacten met de Duitse [[kroonprins Wilhelm]], die in het naburige Stenay zijn hoofdkwartier had, ontwikkelde zich een vriendschap, en nog jarenlang schreef de prins op de sterfdag van Boelcke een brief met een enkele opbeurende woorden aan diens ouders.+In maart 1916 werd Boelcke commandant van een groep van zes jachtvliegers bij de kort daarvoor opgerichte ''Fliegerstaffel Sivery'', die als voorloper geldt van de latere jachteskaders. Uit geregelde contacten met de Duitse [[kroonprins Wilhelm]], die in het naburige Stenay zijn hoofdkwartier had, ontwikkelde zich een vriendschap, en nog jarenlang schreef de prins op de sterfdag van Boelcke een brief met enkele opbeurende woorden aan diens ouders.
[[Afbeelding:Fokker D.III Boelcke.jpg|250px|thumb|left|De eerste zeven exemplaren van de [[Fokker D.III]] werden geleverd aan Jasta 2. Een van die exemplaren werd voorzien van het serienummer 352/16 en gebruikt door Boelcke. Boelcke boekte zeven overwinningen met het toestel tussen 2 en 17 september nabij Bertincourt. Maar het toestel werd al gauw door Boelcke afgedankt, waarna hij in september 1916 overstapte op de [[Albatros D.I]]. Het toestel overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd tentoongesteld in het Duitse Zeughausmuseum in Berlijn. Helaas werd het toestel vernietigd bij een bombardement in 1943.]] [[Afbeelding:Fokker D.III Boelcke.jpg|250px|thumb|left|De eerste zeven exemplaren van de [[Fokker D.III]] werden geleverd aan Jasta 2. Een van die exemplaren werd voorzien van het serienummer 352/16 en gebruikt door Boelcke. Boelcke boekte zeven overwinningen met het toestel tussen 2 en 17 september nabij Bertincourt. Maar het toestel werd al gauw door Boelcke afgedankt, waarna hij in september 1916 overstapte op de [[Albatros D.I]]. Het toestel overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd tentoongesteld in het Duitse Zeughausmuseum in Berlijn. Helaas werd het toestel vernietigd bij een bombardement in 1943.]]
Na de dood van Immelmann op 18 juni 1916 werd Boelcke voor een inspectiereis naar de Balkan gestuurd, maar weer teruggeroepen, toen de door hem voorgestelde reorganisatie van de Duitse luchtmacht werd gerealiseerd. Intussen bevorderd tot kapitein, gaf zijn directe meerdere, majoor Hermann von der Lieth-Thomsen, hem opdracht geschikte vliegers te zoeken voor zijn eskader (de op 10 augustus opgerichte Jasta [=JagdStaffel] 2). Na de dood van Immelmann op 18 juni 1916 werd Boelcke voor een inspectiereis naar de Balkan gestuurd, maar weer teruggeroepen, toen de door hem voorgestelde reorganisatie van de Duitse luchtmacht werd gerealiseerd. Intussen bevorderd tot kapitein, gaf zijn directe meerdere, majoor Hermann von der Lieth-Thomsen, hem opdracht geschikte vliegers te zoeken voor zijn eskader (de op 10 augustus opgerichte Jasta [=JagdStaffel] 2).

Versie op 28 nov 2009 15:09

Oswald Boelcke

Namen voluit
Oswald
Geboortejaar/datum
1891
Sterfjaar/datum
1916
Eenheden (* = bevelhebber)
FA 69 & Jasta 2*
Korte omschrijving
Duitse luchtaas met 40 overwinningen

Oswald Boelcke (*19 mei 1891 in Giebichenstein [thans Halle (Saale)], † 28 oktober 1916 bij Bapaume Département Somme, Frankrijk) was een Duitse jachtvlieger in de Eerste Wereldoorlog.

Na de middelbare school werd Boelcke in 1911 kadet bij de verbindingsdienst in Koblenz. In mei 1914 stapte hij over naar de luchtmacht en werd in Halberstadt opgeleid tot jachtvlieger. Na op 15 augustus 1914 zijn vliegbrevet te hebben gehaald volgde zijn overplaatsing naar Feldfliegerabteilung 13 aan het front - "Feld" staat hier voor slagveld, dus "Feldflieger" betekent militaire piloot of jachtvlieger - waar hij samen met zijn vijf jaar oudere broer Wilhelm verscheidene vluchten als verkenner maakte. Na onenigheid met collega's vroegen de broers overplaatsing aan en werden in het voorjaar van 1915 elk bij een andere eenheid gedetacheerd. Zo kwam Oswald Boelcke in april 1915 bij de pas opgerichte Feldfliegerabteilung 62 in Döberitz bij Berlijn terecht, die kort daarop naar Douai in Frankrijk werd verplaatst. Een van Boelckes kameraden was Max Immelmann, de luchtheld die bekend stond als de "Adelaar van Lille".

Het is onjuist, dat Boelcke op 4 juli 1915 tijdens een luchtgevecht zijn eerste overwinning boekte, zoals dikwijls wordt beweerd, want zijn opponent werd door zijn verkenner neergeschoten. Zelf behaalde hij zijn eerste overwinning op 19 september 1915, en reeds op 12 januari 1916 werd hij samen met Immelmann door de Duitse keizer met de hoogste Pruisische onderscheiding, de Orde Pour le Mérite beloond, omdat hij in luchtgevechten al acht tegenstanders had neergehaald. Beiden waren de eerste vliegers van hun eskadron, wie deze eer te beurt viel.

In maart 1916 werd Boelcke commandant van een groep van zes jachtvliegers bij de kort daarvoor opgerichte Fliegerstaffel Sivery, die als voorloper geldt van de latere jachteskaders. Uit geregelde contacten met de Duitse kroonprins Wilhelm, die in het naburige Stenay zijn hoofdkwartier had, ontwikkelde zich een vriendschap, en nog jarenlang schreef de prins op de sterfdag van Boelcke een brief met enkele opbeurende woorden aan diens ouders.

De eerste zeven exemplaren van de Fokker D.III werden geleverd aan Jasta 2. Een van die exemplaren werd voorzien van het serienummer 352/16 en gebruikt door Boelcke. Boelcke boekte zeven overwinningen met het toestel tussen 2 en 17 september nabij Bertincourt. Maar het toestel werd al gauw door Boelcke afgedankt, waarna hij in september 1916 overstapte op de Albatros D.I. Het toestel overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd tentoongesteld in het Duitse Zeughausmuseum in Berlijn. Helaas werd het toestel vernietigd bij een bombardement in 1943.
Enlarge
De eerste zeven exemplaren van de Fokker D.III werden geleverd aan Jasta 2. Een van die exemplaren werd voorzien van het serienummer 352/16 en gebruikt door Boelcke. Boelcke boekte zeven overwinningen met het toestel tussen 2 en 17 september nabij Bertincourt. Maar het toestel werd al gauw door Boelcke afgedankt, waarna hij in september 1916 overstapte op de Albatros D.I. Het toestel overleefde de Eerste Wereldoorlog en werd tentoongesteld in het Duitse Zeughausmuseum in Berlijn. Helaas werd het toestel vernietigd bij een bombardement in 1943.

Na de dood van Immelmann op 18 juni 1916 werd Boelcke voor een inspectiereis naar de Balkan gestuurd, maar weer teruggeroepen, toen de door hem voorgestelde reorganisatie van de Duitse luchtmacht werd gerealiseerd. Intussen bevorderd tot kapitein, gaf zijn directe meerdere, majoor Hermann von der Lieth-Thomsen, hem opdracht geschikte vliegers te zoeken voor zijn eskader (de op 10 augustus opgerichte Jasta [=JagdStaffel] 2).

Graf van Oswald Boelcke in Dessau
Graf van Oswald Boelcke in Dessau

Zo kwam het dat Boelcke zijn broer Wilhelm in het Russische Kowel bezocht en uit de vliegers van het 2de gevechtseskader (voorheen B.A.M.) de luitenants Manfred von Richthofen, ook bekend als "De rode baron" en Erwin Böhme en de sergeant-majoor-instructeur Hans Reimann selecteerde.

Begin september 1916 begon Boelcke zijn leerlingen te trainen in de theorie en de praktijk van het gevecht van man tegen man. Daarbij hoorde ook het opereren in formaties waarvan de toestellen heel dicht bij elkaar vlogen. De successen bleven niet lang uit.

In de periode september tot eind oktober 1916 schoot Boelcke in luchtgevechten 20 vijandelijke vliegtuigen neer en behaalde daarmee een totaal van 40 onomstreden overwinningen, meer dan enig ander jachtvlieger op dat moment. Op 28 oktober echter, midden in een verhitte strijd vol gevaarlijke manoeuvres, werd zijn vliegtuig geraakt door de machine van zijn kameraad en vriend Böhme. Boelcke kon zijn toestel niet meer onder controle krijgen, stortte neer en kwam om het leven. Hij werd met militaire eer begraven in Dessau.

Boelckes verdiensten liggen in de ontwikkeling van grondregels voor gevechtsacties en de opleiding van piloten. Zijn "Dicta Boelcke" (= de uitspraken van Boelcke) zijn ook nu nog van betekenis. Na zijn dood kreeg zijn gevechtsafdeling de naam "Jasta Boelcke". De officiële verklaring luidde:
"Het heeft Zijne Majesteit de Keizer behaagd, om de escadrille, die onder bevel stond van de op 28 oktober 1916 omgekomen maar niet verslagen kapitein Oswald Boelcke, de naam "Jagdstaffel Boelcke" te geven." Was getekend Von Stein, Minister van Oorlog.

Overgeleverd is nog een geschiedenis van 28 augustus 1915. Boelcke redde het leven van een Franse jongen, die in een kanaal gevallen was. Hij kreeg daarvoor een medaille, die hij later trots, naast zijn andere onderscheidingen, gedragen heeft.

Tot op de dag van vandaag houdt het bommenwerpereskader 31 "Boelcke" in Nörvenich de naam van deze luchtheld in ere.

(vertaald van: http://de.wikipedia.org/wiki/Oswald_Boelcke)

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Oswald_Boelcke"
Personal tools