/** * */

Mortieren

Revision as of 19 feb 2011 07:53; view current revision
←Older revision | Newer revision→

opgelet: dit artikel is nog in herwerking, maar ik wou het niet tijdelijk uit de categorie artillerie verwijderen.


Een Duitse Granatenwerfer in het Museum van de Dodengang
Enlarge
Een Duitse Granatenwerfer in het Museum van de Dodengang

Inhoud


Omschrijving

Een mortier is een stuk artillerie met een zeer korte, omhoog gerichte loop. Bepaalde modellen bestonden uit een lange loop zoals de Flying Pig. Mortieren vroegen niet veel plaats en konden bijna overal geplaatst worden. Het bereik tijdens de Eerste Wereldoorlog was circa 1500 meter. Dit volgens het model. Artilleriegeschut wordt ook wel krombaangeschut of worpgeschut genoemd (in tegenstelling tot vlakbaangeschut zoals het kanon, dat projectielen in een min of meer rechte lijn afvuurt).

Zoals bij alle krombaanwapens is de nauwkeurigheid van de mortier beperkt, doordat de wind de baan van het projectiel sterk kan beïnvloeden.

Geschiedenis

In zijn huidige incarnatie is de mortier is de simpelste vuurmond die wij kennen. Tot de jaren 1870 ongeveer was het een gespecialiseerd stuk geschut, nuttig bijna enkel in belegeringen en is pas ontstaan na het kanon. Zoals de uit het Frans afkomstige naam reeds doet vermoeden, is een mortier een wapen om de tegenstander te verwonden of te doden. De moderne mortier is met name geschikt om op korte afstand tegen vijandelijke troepen te worden gebruikt. In vroegere tijden was het een doeltreffend middel om projectielen over een de wallen van een vesting heen te schieten en om daken van forten (liefst kruitmagazijnen) te doorboren. Tijdens de belegering van een vesting werd dit wapen door beide partijen gebruikt, door de verdedigers om de loopgraven uit die tijd (de sogenaamde "sappes") te raken. De nauwkeurigheid was echter verschrikkelijk laag en als men er al in slaagde het projectiel ergens binnen het fort te laten neerkomen, werd dit al als een voltreffer gezien.

Latere, meer draagbare uitvoeringen hebben de vorm van een zeer kort kanon van gegoten metaal, die in een houten frame was opgehangen en daarin enigszins in elevatie gericht kon worden door houten wiggen onder de loop te steken. Mortieren konden echter ook technisch zeer ingewikkelde wapens zijn, sommige typen zijn eigenlijk gewoon kanonnen met een heel korte loop , maar hebben verder alle technische ontwikkelingen van een kanon.

Uitvoeringen

Oude typen mortieren, tot ongeveer 1870.

  • aardmortier, een put of ingegraven vat. Dit type mortier noemen wij aardmortier, steenmijn of fougas(se).
  • Coehoornmortier', een draagbare mortier (deze mortier was veel lichter dan de meeste tot dan toe bestaande exemplaren) met zeer korte loop. Dit was een lichte mortier, ontwikkeld door Menno van Coehoorn (de Nederlandse Vauban). Dit was eigenlijk gewoon een lichte, draagbare mortier die ook in het veldleger kon worden ingezet. Dit omdat mortieren , in tegenstelling tot kanonnen/houwitzers, toen reeds (primitieve) granaten konden afvuren.
  • kogelmortier, dit model vuurt stalen massieve kogels af of ronde primitieve granaten. Deze konden gigantische afmatingen bereiken zoals in de Mallet mortar ontwikkeld voor de Krimoorlog en de Paixhans "Monstermortier", gebruikt in de belegering van Antwerpen in 1832. Beiden hadden een kaliber van ongeveer 914 mm.
  • steenmortier, dit model wordt geladen met een steen deze had meestal een groter caliber dan de kogelmortier wegens de lagere dichtheid van steen tegenover ijzer.

De drie laatste typen hebben een korte (koperen of bronzen en pas tegen het einde van hun ontwikkeling gietijzeren) loop die meestal met een korte dwarsas achteraan de loop in een houten affuit werd ingelegd. Dit affuit had geen traverse en de elevatie werd bepaald door houten wiggen onder de loop te steken.

Dit zijn alle oudere modellen die zelfs teruggaan tot de Renaissance (hoewel sommige nog werden ingezet tijdens de eerste wereldoorlog !) Enkele voorbeelden van je vinden op een pagina van mortieren die in de Amerikaanse burgeroorlog werden gebruikt.

Daarna wordt het heel wat ingewikkelder. Vanaf ongeveer 1870 begint de mortier de ontwikkeling van het kanon te volgen en nam gelijdelijk de nieuwe technologiën over. Er bleven eenvoudige stukken geproduceerd worden, maar de meeste mortieren weren eigenlijk kanonnen met en zeer korte loop (met terugslagmechanisme, stalen loop, achterlader ...). Vanwege deze verscheidenheid, die tijdens de eerste wereldoorlog nog groter werd, is het moeilijk een definitie van wat nu juist een mortier is. Na de tweede wereldoorlog werd het wat simpeler aangezien de meeste nog gebruikte mortieren afgeleid waren van de revolutionaire Stokes mortar (zie onder). Toch blijven ook nu nog exemplaren met getrokken loop, achterladers stukken geschut die zowel als achterlader kanon met vlakbaan trajectoire als als een voorlader mortier kunnen worden ingezet en zelfs automatische mortieren die zeer snel een aantal granaten kan afschieten.

  • Eén mogelijke definitie van een mortier is dat het een stuk geschut is dat slechts met elevaties groter dan 45° kan vuren. Deze was vooral in gebruik vanaf de komst van achterlaters en getrokken kanonnen/mortieren.
  • Een andere is gewoon dat het een stuk geschut is met zeer korte loop (voor of achterlader minimum elevatie maakt niet uit)
  • Een andere is dat het een afgeleid model is van de "Stokes mortier" dit is voorlader is waar de granaat wordt ingedropt vooraan de loop. De terugslag wordt opgevangen door een stalen basisplaat en de elevatie en traverse worden geregeld door een tweepoot onder het vooreinde van de loop. De granaat, die ook de aandrijflading heeft, wordt in de kleinere modellen afgeschoten wanneer het percussiemechanisme onderaan de loop bereikt wordt, en geactiveerd wordt door de slag van de naar beneden vallende granaat op een centrale ijzeren pin. Dit gaat alles heel snel en de volgende granaat kan in de loop worden gegooid vlak nadat de vorige is vertrokken. Het afschieten van dit type mortier is dus eigenlijk gewoon het constant, zo snel mogelijk, granaten in de loop laten vallen. Een typische vuursnelheid is 25 schoten per minuut. Dit type mortier zijn eigenlijk allemaal varianten zijn van de revolutionare "Stokes Mortar". (dit is de meestal gebruikte definitie van mortieren die vooral na de eerste wereldoorlog wordt gebruikt.) Dit type mortier is nog steeds in grote getale in dienst als infanterieondersteuningswapen.
  • Eigenlijk loopt het allemaal door elkaar en zijn de drie mogelijkheden hier gegeven slechts poging om "orde" te schapen in de klassificatie van een enorm uit elkaar lopend gamma van krombaangeschut geschut.
  • Een speciaal type mortier is de zogenaamde "spigot" mortier. In dit type worden de rol van loop en projectiel eigenlijk omgedraaid. De "loop" is een stalen massieve buis, en het projectiel bezit onderaan een stalen buis die over de loop paste en de afvuurlading bevatte. Dit mechanisme werd vooral in granaatwerpers toegepast bv de Model 1916 Granatenwerfer. Later werd het bekend omdat het in WWII werd toegepast in het massaal geproduceerde Hedgehog antiduikbootwapen, een gedrocht dat in één salvo 24 dieptebommen op een duikboot afschoot
  • In weer een ander type mortier is de granaat veel groter dan de diameter van de loop en werd de granaat op een stalen buis gezet die in de loop paste. (een ander voorbeeld van dit principe zijn de meeste typen geweergranaten.) Het bekendste en waarschijnlijk numeriek het belangrijkste van dit type was de Franse Mortier de 58 mm type 2. Een ander voorbeeld van dit principe zijn de dieptebommenwerpers, die reeds in de eerste wereldoorlog in grote getallen op alle soorten escorteschepen worden aangebracht (vanaf destroyer en kleiner).
  • Ook waren er mortieren die pneumatisch werden aangedreven. De benodigde druk werd ofwel bereikt door in een verbrandingskamer gassen te verbranden die dan druk opbouwden of gewoon door persluchtflessen. Dit type werd vooral in Italië en Oostenrijk-Hongarije in dienst genomen ! Het grote voordeel was dat de vijand de locatie van de mortier (bijna geluidsloos en zonder mondingsvlam/rook) bijna niet konden opsporen. Nadelen waren kort bereik en lichte granaten voor het kaliber en voor de perslucht modellen dat men zware persluchttanks moest aanslepen als deel van de munitie.
  • Ten laatste bestonden er ook houten mortieren. Hiervoor werd de loop gemaakt uit een stuk boomstam dat werd uitgeboord. Daar dit allemaal locale improvisaties waren, is er geen informatie over beschikbaar. Het is ook niet duidelijk of ze meer dan één keer konden worden afgevuurd. Bijna het enige bewijs van het bestaan ervan is dat ze soms opduiken in fotos en herinneringen van soldaten.

Lijst met mortieren

Een Belgische 142 mm Delattre Mortier, met een verkeerde granaat, in het bezoekers centrum van de Dodengang.
Enlarge
Een Belgische 142 mm Delattre Mortier, met een verkeerde granaat, in het bezoekers centrum van de Dodengang.
De Duitse 25 cm schwere Minenwerfer n/A van Boezinge, op een bunker.
Enlarge
De Duitse 25 cm schwere Minenwerfer n/A van Boezinge, op een bunker.

België

Groot-Brittannië

Frankrijk

Duitsland

Oostenrijk-Hongarije

Italië

Verenigde Staten.

  • 9.45-inch trench mortar, een kopie van de Franse Mortier de 240 mm L.T. (zie dit artikel voor gegevens), doch soms ook in betonbedding geplaatst.

Rusland

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Mortieren"
Personal tools