/** * */

Het drama van de Lingekopf

(Verschil tussen bewerkingen)
Versie op 29 nov 2010 17:55
Lingekopf (Overleg | bijdragen)
diverse kleine verbeteringen
← Previous diff
Huidige versie
Finnbar (Overleg | bijdragen)
klein taalfoutje
Regel 17: Regel 17:
“''Midden juni 1915 begon de vijand met het naar voren sturen van Sappen (Genietroepen). Blijkbaar lagen plannen voor een aanval hieraan ten grondslag. Hun uitbreiding en de rijkelijke arbeidsinspanning lieten geen andere verklaring toe. Ook werd de vijandelijke artillerie-inzet over het hele front steeds groter''” (von Hübner, p. 62). “''Midden juni 1915 begon de vijand met het naar voren sturen van Sappen (Genietroepen). Blijkbaar lagen plannen voor een aanval hieraan ten grondslag. Hun uitbreiding en de rijkelijke arbeidsinspanning lieten geen andere verklaring toe. Ook werd de vijandelijke artillerie-inzet over het hele front steeds groter''” (von Hübner, p. 62).
[[Afbeelding:Linge 2006 08.JPG|thumb|250px|Loopgraven op de Lingekopf. Links de Duitse, rechts de Franse]] [[Afbeelding:Linge 2006 08.JPG|thumb|250px|Loopgraven op de Lingekopf. Links de Duitse, rechts de Franse]]
-Half juli was de nieuwe loopgraaf bij de Schratzmann na aanzienlijke inspanningen zo ver gereed dat hij permanent kon worden bezet. De buren ter rechterzijde, het ook uit Beieren afkomstige 1ste Landwehrrregiment was toen nog bezig om voor de door hen bezette Lingekopfstelling ook een vooruitgeschoven loopgraaf aan te leggen, die echter vóór de Franse aanval niet gereed zou komen, wat later noodlottig zou blijken. Fransen en Duitsers wetijverden om nog zo veel mogelijk te graven om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op wat stond te gebeuren.+Half juli was de nieuwe loopgraaf bij de Schratzmann na aanzienlijke inspanningen zo ver gereed dat hij permanent kon worden bezet. De buren ter rechterzijde, het ook uit Beieren afkomstige 1ste Landwehrrregiment was toen nog bezig om voor de door hen bezette Lingekopfstelling ook een vooruitgeschoven loopgraaf aan te leggen, die echter vóór de Franse aanval niet gereed zou komen, wat later noodlottig zou blijken. Fransen en Duitsers wedijverden om nog zo veel mogelijk te graven om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op wat stond te gebeuren.
Steeds duidelijker werd het Franse plan voor een aanval. De Fransen hadden een bijna doorlopende aanvalsstelling in het Combe-terrein voor de Schratzmännerle en in de Glasborn-pas, op 100 tot 200 meter van de eerste Duitse loopgraaf verwijderd en bouwden deze uit met schuttersputten, bunkers en rijen zandzakken. De artilleriebeschietingen werden met de dag heviger (von Hübner, p. 63). Steeds duidelijker werd het Franse plan voor een aanval. De Fransen hadden een bijna doorlopende aanvalsstelling in het Combe-terrein voor de Schratzmännerle en in de Glasborn-pas, op 100 tot 200 meter van de eerste Duitse loopgraaf verwijderd en bouwden deze uit met schuttersputten, bunkers en rijen zandzakken. De artilleriebeschietingen werden met de dag heviger (von Hübner, p. 63).

Huidige versie

De Lingekopf en omgeving
Enlarge
De Lingekopf en omgeving

Inhoud

Inleiding

Tussen de plaatsen Orbey en Munster in de Elzas ligt een bergmassief op de top waarvan men een goed uitzicht heeft over de dalen van Orbey en Kaysersberg en de Elzasser vlakte. Dit massief, dat deel uitmaakt van de Vogezen, bestaat uit drie bergtoppen die in rechte lijn liggen: Barrenkopf, Schratzmännlekopf en Lingekopf. Deze plek in de destijds Duitse Elzas vormde tijdens de Eerste Wereldoorlog vanwege de strategische ligging het decor van felle gevechten tussen Franse aanvallers en Duitse verdedigers.

Vanaf de parkeerplaats bij de "Collet du Linge" (Duits: Lingekopf) en voorbij het monument voor de "Chasseurs d'Alpes" (Bergjagers) voert een weg langs de bergkam naar boven tot de top van de Schratz. Een onopvallende wegwijzer geeft de richting aan naar de twee historische steengroeven van de Schratz. Tijdens de klim ziet de opmerkzame kijker aan zijn rechterhand telkens afgesloten delen van de vroegere steengroeven, resten van vermoedelijk na de oorlog vernielde bunkers, en de ingangen van lang geleden ingestorte mijngangen.

Bij het begin van de oorlog werden door de Duitsers in dit bergcomplex versterkingen aangelegd om zich te kunnen verdedigen tegen Franse aanvallen die vroeg of laat verwacht werden. Behalve het hoofdkwartier ("Blockhaus") op de top van de Schratzmännerle behoorden ook de beide steengroeven in 1915 tot de strategisch belangrijke punten op die berg en stonden steeds weer in het brandpunt van de geschiedenis.

De Duitse versterkingen

Uitzicht vanaf de Lingekopf
Enlarge
Uitzicht vanaf de Lingekopf

Al op 8 april 1915 namen Beierse regimenten posities in die zich uitstrekten van de pas tussen Schratzmann en Barrenkopf tot vlakbij het plaatsje Stosswihr. Op 2 mei werd de stelling aan de zuidhelling van de Schratzman verbreed, totdat deze op 18 juni uiteindelijk het gehele gebied tussen de Schratzmännerle en de pas bij de Lingekopf besloeg. Dat de stelling de Beiers niet alleen door haar grote omvang problemen bezorgde mag uit het volgende citaat blijken:

De nieuw ingenomen stelling op de Schratzmännerle was niet goed te verdedigen. De enkele loopgraaf over de bergkam had geen schouderbescherming en weinig plekken om te schieten. Het terrein er voor vormde een te zwakke hindernis... er moest dadelijk iets gebeuren om dit deel van de compagnie, de sleutelpositie van de hele stelling, beter verdedigbaar te maken. Er moest een tweede loopgraaf worden aangelegd, omdat de tot nu toe enige loopgraaf te zeer aan vijandelijk vuur blootgesteld was. De regiments-commandant besloot om deze loopgraaf verder vooruit te positioneren en aan de westelijke voet van de Schratzmännerlehelling in het bos aan te leggen” (von Hübner, p. 62).

Vanaf dat moment begon de uitbouw van de sector en ontstond er een deel dat onder de naam Festung Lingekopf de geschiedenis zou ingaan. De Landwehrmannen van het 2de Beierse regiment wisten heel goed welke vijand ze tegenover zich hadden: Franse Chasseurs Alpins. Ook was het de Duitsers duidelijk dat een Franse een aanval op de Lingekopf-Schratzmannstelling niet lang meer op zich zou laten wachten:

Midden juni 1915 begon de vijand met het naar voren sturen van Sappen (Genietroepen). Blijkbaar lagen plannen voor een aanval hieraan ten grondslag. Hun uitbreiding en de rijkelijke arbeidsinspanning lieten geen andere verklaring toe. Ook werd de vijandelijke artillerie-inzet over het hele front steeds groter” (von Hübner, p. 62).

Loopgraven op de Lingekopf. Links de Duitse, rechts de Franse
Enlarge
Loopgraven op de Lingekopf. Links de Duitse, rechts de Franse

Half juli was de nieuwe loopgraaf bij de Schratzmann na aanzienlijke inspanningen zo ver gereed dat hij permanent kon worden bezet. De buren ter rechterzijde, het ook uit Beieren afkomstige 1ste Landwehrrregiment was toen nog bezig om voor de door hen bezette Lingekopfstelling ook een vooruitgeschoven loopgraaf aan te leggen, die echter vóór de Franse aanval niet gereed zou komen, wat later noodlottig zou blijken. Fransen en Duitsers wedijverden om nog zo veel mogelijk te graven om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op wat stond te gebeuren.

Steeds duidelijker werd het Franse plan voor een aanval. De Fransen hadden een bijna doorlopende aanvalsstelling in het Combe-terrein voor de Schratzmännerle en in de Glasborn-pas, op 100 tot 200 meter van de eerste Duitse loopgraaf verwijderd en bouwden deze uit met schuttersputten, bunkers en rijen zandzakken. De artilleriebeschietingen werden met de dag heviger (von Hübner, p. 63).

In het voorwoord van het boek “Le drame du Linge” schrijft Maurice Gintz, voormalig strijder bij het Lingefront (121e BCP) over zijn eenheid en de Franse voorbereidingen:

Op het bataillon Meneglier (het 121e BCP) kon men rekenen als dit verstandig zou worden ingezet. De troepen waren goed geoefend en het moreel was zeer hoog. Maar deze eenheid raakte verwikkeld in een gevecht dat alleen maar in een bloedige nederlaag kon eindigen. Zo’n manoeuvre over de toppen heeft alleen zin als het een verrassingsaanval betreft. Hier had men niets nagelaten om de tegenstander te alarmeren... Ons commando vreesde dat onze loopgraven te ver van die van de Duitsers verwijderd waren en beval om uitloopgangen te graven tot vlakbij de Duitse stellingen. Iedere nacht, stukje bij beetje, kwamen de Jagers wat vooruit en groeven zich in tot vlak naast de Duitse stelling. De tegenstander begreep heel wel onze bedoeling. Zij versterkten eenvoudig hun verdedigingslinie. Ze gunden zichzelf de luxe om bordjes met “we wachten op jullie” in het prikkeldraad te hangen” (Durlewanger 1988, p. 11/12).

Toen dan op 19 juli 1915 het Franse artillerievuur tot een tot nog toe ongekende hevigheid aanzwol was het iedereen duidelijk dat een stormaanval van de Jagers nabij was. Een merkwaardige kanttekening: het 1ste infanterie-regiment van het 2e bataljon Landwehr bevond zich op dat moment als reserve op een exerceerplaats te Colmar om aan troepeninspectie deel te nemen! Meerdere dringende verzoeken van de afdelingscommandant op de Schratzmännerle leidden er niet toe dat deze reserve werd vrijgegeven. Op 20 juli begon de verwachte Franse aanval en begon de Tweede slag om Münster, zoals de historici deze tegenwoordig noemen.

De Franse aanval

Duits Blockhaus van de Festung Lingekopf
Enlarge
Duits Blockhaus van de Festung Lingekopf

De volgende dag vallen de Fransen aan. Het lukt ze de eerste Duitse loopgraven in te nemen, maar de verliezen zijn zodanig dat ze zich moeten terugtrekken. Twee dagen later proberen ze het opnieuw, zonder resultaat. Het aantal gesneuvelden loopt al tot de 1000 in deze twee dagen. Op 26 juli lukt het de Fransen de kruin en top van de Linge te bezetten. De Duitsers beginnen hun voormalige posities en de Franse linies te bombarderen, zodat het wegbrengen van de gewonden en het sturen van versterkingen, voedsel en munitie voor de Fransen onmogelijk wordt. Duitse tegenaanvallen de volgende dag hebben geen succes. Verzoeken van de Fransen om versterkingen worden afgewezen door het hoofdkwartier. Tussen 29 juli en 3 augustus vinden van beide kanten felle gevechten plaats, zonder dat een van de partijen enige terreinwinst boekt. Op 4 augustus volgt een Duits bombardement met 40.000 granaten op de Franse posities. De gevechten gaan door zoals te voren. Eindelijk veroveren de Fransen de top van de Schratzmännle op 22 augustus. Drie dagen later komt een eind aan de eerste golf van Franse aanvallen. De Fransen hebben nu al 10.000 man verloren!

Duitse tegenaanvallen

Op 31 augustus beginnen de Duitsers een tegenaanval. Voor het eerst aan dit front worden daarbij gasgranaten gebruikt. De grondaanval die daarop volgt levert wat terreinwinst op, maar niet genoeg. Op 9 september volgt een nieuwe gasaanval, gevolgd door een aanval met vlammenwerpers. Dit kost meer dan 1000 Chasseurs het leven. Op 12 en 15 oktober volgen de twee laatste Duitse aanvallen, maar het lukt niet de Fransen helemaal van de Lingekopf te verdrijven. Ze blijven de Westelijke helling bezetten, een positie die strategisch van weinig nut is. De Duitsers blijven het uitzicht op de Elzasser vlakte en Kaysersberg houden.

Tot 15 oktober van dat jaar verloren hier meer dan 15.000 Chasseurs Alpins het leven. De verliezen aan Duitse kant worden geschat op ongeveer 3000.

Naschrift

De wonden die de Eerste Wereldoorlog in deze berg geslagen heeft zijn voor een groot deel door de natuur bedekt. Het is nauwelijks voorstelbaar dat deze vredige, soms idyllische streek er in 1915 uitzag als een maanlandschap. Even onder de top staat een gedenkbord waarop men kan zien hoe de berg er toen uitgezien moet hebben. Het is zeker de moeite waard dit spoor te volgen en daarbij de oorlogsdagboeken van de combattanten nauwkeurig te bestuderen.

Literatuur

  • Durlewanger, Armand: Das Drama des Lingekopfes. Ingersheim, 1988.
  • Durlewanger, Armand: Der Lingekopf 1915. Ingersheim/Colmar, 1981.
  • Hübner, Otto Ritter von: Das Königlich Bayerische Landwehr-Infanterie-Regiment Nr. 2. Nach den amtlichen Kriegstagebüchern bearbeitet. München, 1923.
Personal tools