/** * */

Goeben

SMS Goeben
SMS Goeben
SMS Goeben (slagkruiser)
Land: Duitsland
Klasse: Moltke-klasse (2 schepen: Goeben, Moltke)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 24.999
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 186 m / 29,5 m / 8,2 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 10 x 28 cm; 12 x 15 cm / 4 x 50 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 28 cm / 6 cm / 25 cm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): Schulz-Thornycroft (24 stuks) / Parsons turbines, 4 schroefassen
Totale APK: 52.000
Brandstofvoorraad: kolen, 2952 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 25,5 knopen / 6.500 zeemijl bij 10 knopen
Bemanning: 1053
Gebouwd door: Blohm & Voss, Hamburg
Opdracht verstrekt: 1908
Kiel gelegd: dec. 1909
Tewaterlating: mrt. 1911
In dienst gesteld: juli 1912
Einde: 16 aug. 1914 verkocht aan Turkije en omgedoopt in Yavuz Sultan Selim, in 1936 in Yavuz, in 1971 gesloopt

Slagkruiser SMS Goeben had de langste staat van dienst van alle dreadnoughts die ooit in de vaart kwamen. Als alle Duitse slagkruisers werd ze genoemd naar een generaal; Goeben naar de Pruisische generaal August von Goeben (1816-1880), aan wie de zeldzame eer te beurt was gevallen zowel met het Grootkruis als het IJzeren Kruis onderscheiden te worden wegens zijn verdiensten in de Frans-Duitse Oorlog van 1870-71. SMS Goeben maakte vanaf 1912 deel uit van de Middellandse Zee-Divisie van de Duitse vloot en speelde aan het begin van de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol om Turkije te bewegen de zijde van de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, later ook Bulgarije) te kiezen. Turkije wenste dreadnoughts om het in de Zwarte Zee op te kunnen nemen tegen de traditionele vijand Rusland. Twee door Turkije in Engeland bestelde dreadnoughts werden echter kort voor het uitbreken van de oorlog door Engeland zelf gevorderd en als Agincourt en Erin aan de Engelse vloot toegevoegd. De Duitsers, die in de jaren voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog in de relatie met het Turkse Rijk veel goodwill hadden opgebouwd, stelden bij monde van hun ambassadeur Wangenheim voor, deze schepen te vervangen door de slagkruiser Goeben en de lichte kruiser Breslau, die zich reeds in de Middellandse Zee bevonden, welk voorstel door de Turken werd geaccepteerd, waarna beide schepen op 11 augustus 1914, opgejaagd door Engelse eenheden, in Konstantinopel aankwamen (zie ook: artikel).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Goeben gevaren door Duitse bemanningen en voerde het schip voornamelijk operaties tegen de Russen uit in de Zwarte Zee. In 1918 werd het aan een Turkse bemanning overgedragen, maar niet nadat de Duitsers alle technische informatie, kaarten en instrumenten hadden meegenomen. Hoewel ze op grond van het Verdrag van Sèvres (1920) aanvankelijk als oorlogsbuit aan Engeland was toegewezen, werd in het Verdrag van Lausanne (1923) bepaald, dat Goeben van de Turkse marine deel uit bleef maken.

In 1966 werd Goeben/Yavuz uit dienst gesteld. Er was nog even sprake van dat het schip als een drijvend maritiem museum aan West-Duitsland zou worden verkocht, maar dat bleek politiek niet haalbaar; zes jaar later werd het schip gesloopt. Een getuige die de Goeben/Yavuz in Izmir bezocht meldde dat ze in een opmerkelijk goede toestand verkeerde. In de barbettes waren nog de oorspronkelijke instructiebordjes van Krupp aanwezig in fractuurschrift. Los van de grote mast die in 1941 werd verwijderd om ruimte te scheppen voor luchtafweergeschut, was ze in principe onveranderd sinds haar indienststelling in 1912.

Weblink

Turks Maritiem Museum

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Goeben"
Personal tools