/** * */

Wilhelm Groener

Wilhelm Groener, Duits generaal en politicus, * Ludwigsburg (Wurtemberg), 22 nov. 1867, † Bornstedt bij Potsdam, 3 mei 1939. Na een officiersloopbaan in Wurtemberg kwam G. in 1899 bij de spoorwegafdeling van de grote generale staf, van welke afdeling hij in 1912 de leiding overnam. In deze functie en ook als chef van het militaire spoorvervoer (1914) had hij een groot aandeel in de snelle Duitse mobilisatie in 1914. In 1916 werd hij bestuurslid van het bureau voor voedselvoorziening, en in hetzelfde jaar luitenant-generaal en chef van de in het leven geroepen dienst voor het beheer van wapens en munitie voor het leger en de aanvoer van reserves. Zijn sociale betrokkenheid bracht hem in conflict met Ludendorff en leidde samen met verschillen van inzicht over kwesties van politieke aard (bescherming van de rechten van hulpdiensten, het optreden tegen oorlogswinst e.d.) tot overplaatsing naar het front als divisiecommandant in aug. 1917. G. was vervolgens stafchef van de legergroep in de Oekraïne. Op 26 okt. 1918 trad hij aan als opvolger van Ludendorff als opper-kwartiermeester-generaal bij het opperbevel. Zijn houding in nov. 1918 in het grote hoofdkwartier in Spa droeg wezenlijk bij tot de troonsafstand van de Duitse keizer. Met bekwame hand leidde G. de terugtrekking en demobilisatie van het leger, die zich na 9 nov. 1918 voltrokken en wist in nauwe samenwerking met de volkscommissarissen, met name Ebert (Friedrich Ebert, de latere eerste rijkspresident van de Weimarrepubliek, 1871-1925) te verhinderen dat Duitsland een communistische staat werd. In 1919 hield hij zich afzijdig van de oppositie in het officierskorps tegen de ondertekening van het Verdrag van Versailles en nam in sept. 1919 ontslag uit dienst.

Zonder politiek bijzonder op de voorgrond te treden, leidde G. van juni 1920 tot eind aug. 1923 het ministerie van verkeer. Een politieke sleutelpositie bereikte hij als minister van Defensie van 1928 tot 1932. Vooral samen met zijn secretaris-generaal Schleicher (Kurt von Schleicher, die de laatste rijkskanselier van de Weimarrepubliek van 1932 tot 1933 zou worden, 1882-1934) trachtte hij de kloof tussen de Pruisisch-Duitse militaire traditie en de parlementaire republiek te overbruggen, zonder echter de rol van de gewapende macht als stabiele factor bij interne politieke crises uit te sluiten. Daarmee werd hij een van de belangrijkste steunpilaren van Brüning (Heinrich Brüning, rijkskanselier van de Weimarrepubliek van 1930 tot 1932, 1885-1970), in wiens 2de kabinet hij eveneens de post van minister van Binnenlandse Zaken bezette (9 okt. 1931). Meningsverschillen met Schleicher en de verstoring van de relatie met Hindenburg, in die periode rijkspresident, verzwakten G.'s positie. Zijn op 13 apr. 1932 doorgedreven verbod van de SA en de SS leidde tot het aftreden van G. als rijksminister van Defensie (12 mei 1932), en met de val van Brüning op 30 mei 1932 trad G. ook als minister van Binnenlandse Zaken af. Als auteur van werken van krijgskundige aard schreef hij o.m.: "Der Weltkrieg und seine Probleme" (1920), "Das Testament des Grafen Schlieffen" (1927) en "Der Feldherr wider Willen" (over Moltke, 1930).

Lit.: Wohlfeil, Rainer: Reichswehr und Republik. In: Handbuch zur deutschen Militärgeschichte 1648-1939. Hrsg. v. H. Meter-Welcker u. W. v. Groote. Dl. 2, hfdst. 6 (1970); Groener-Geyer, Dorothea: General Groener. Soldat und Staatsmann (1955); Meyers Enzykl. Lexikon, 9de druk, dl. 10 (1974); Der Grosse Brockhaus, 15de dr., dl. 7 (1930); Neue deutsche Biographie, dl. 7 (1966), e.a.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Wilhelm_Groener"
Personal tools