/** * */

Veldslagen in Mazoerië 1914 en 1915

Mazoerië of Masoerië (de schrijfwijze wisselt) is een gebied, rijk aan heuvels, bossen en meren in de voormalige Duitse provincie Oost-Pruisen, die na WO II werd verdeeld tussen Polen en de Sowjetunie. Mazoerië ligt in het Poolse (zuidelijke) gedeelte. In deze regio vond in de Eerste Wereldoorlog een tweetal veldslagen plaats tussen de legers van Duitsland en Rusland.

In de Wereldoorlog rukte het Russische 1ste leger onder Rennenkampf in 1914 op naar Mazoerië; het Duitse 8ste leger trok na de → Slag bij Gumbinnen (19-20 aug. 1914) terug naar het merengebied van Mazoerië, liet daar slechts een gering aantal troepen ter verdediging achter, en trok daarna op tegen het Russische 2de leger, dat uit de richting van de Narew (rivier ten zuiden van Oost-Pruisen in - toen nog - Russisch Polen) naderde. Na de vernietiging daarvan bij Tannenberg (23-31 aug. 1914) door Hindenburg marcheerde deze met uit het westen aangevoerde versterkingen op naar de linie Deime – Allenburg – Gerdauen – Angerburg, waar Rennenkampf, die het niet had gewaagd, met de Duitse vesting Koningsbergen in de rug bij Tannenberg in te grijpen, zich met 20 divisies had verschanst. Op 5 sept. waren de Duitsers gevorderd tot de linie Koningsbergen – Willenberg en maakten zich op voor de Slag bij de Mazoerische Meren (5-15 sept. 1914). De opmars voltrok zich met 4 korpsen frontaal tegen de linie Angerburg – Deime, 2 korpsen drongen dwars door het merengebied op, één divisie volgde gestaffeld (in gescheiden formaties opererend) achter deze vleugel die een omtrekkende beweging maakte, en 2 cavaleriedivisies werden achter het front gereedgehouden. Op 8 sept. gelukte de doorbraak door de linie bij de meren, waarop Rennenkampf in de nacht van 9 op 10 september terugweek om aan een dreigende omsingeling te ontsnappen. Op 12 sept. bereikte de 3de Duitse reservedivisie Suwalki. Na een achtervolging van meer dan 100 km zochten de Russen op 15 sept. toevlucht in het bossen- en moerasgebied ten westen van de rivier de Njemen in de regio Olita – Kowno – Willeny.

Tot eind okt. 1914 bleef Mazoerië vrij van indringers, daarna drong het nieuwe Russische 10de leger het Duitse 8ste over de grens terug; bij de linie Spirdingmeer – Mauermeer hield dit echter stand. Eind jan. 1915 rukte links van het 8ste Duitse leger het nieuwe 10de Duitse bij Tilsit op, om in de Winterslag in Mazoerië (ook Slag bij Lyck genoemd, 4-22 febr. 1915) de rechtervleugel van het Russische 10de leger te omvatten. Op 7 febr. volgde een grote aanval van het 8ste Duitse bij Johannisburg dat op de 9de febr. Bialla bereikte; gelijktijdig drong het 10de Duitse leger door het Schorellenwoud via Pillkallen tot Wirballen (10 febr.) door. Op 14 febr. waren de Russen bij de linie Rajgrod – Seniken – Raczki – Suwalki – Sejny ingesloten door een grote boog van Duitse legers. Slechts restanten van het Russische leger ontkwamen in de wouden bij Augustow en Suwalki. Oost-Pruisen was definitief bevrijd, er werden 110.000 man gevangen genomen en 300 stukken geschut buitgemaakt. De Russische opperbevelhebber Sievers pleegde zelfmoord.

Literatuur

  • Reichsarchiv [red.]: Der Weltkrieg 1914 bis 1918. Die militärischen Operationen zu Lande. 2. Bd.: Die Befreiung Ostpreussens. Berlin: Mittler, 1925 (p. 247-330).
  • Hans von Redern: Die Winterschlacht in Masuren (Der Grosse Krieg in Einzeldarstellungen, Heft 20). Oldenburg: Stalling, 1918 (ook als: De winterveldtocht in Masuren (De Groote Oorlog, dl. 1). Leiden: Sijthoff, 1918).
Personal tools