/** * */

Passendale (B), Tyne Cot Cemetery

(Doorverwezen vanaf Tyne Cot Cemetery)
Cross of Sacrifice. Gebouwd op de centrale bunker.
Enlarge
Cross of Sacrifice. Gebouwd op de centrale bunker.
Engel van de zuidelijke kapel
Enlarge
Engel van de zuidelijke kapel
Het Tyne Cot Memorial
Enlarge
Het Tyne Cot Memorial

Tyne Cot Cemetery (In de volksmond gekend als "T'Hennekot" of "Tinnekot") is afgeleid van Tyne Cottage (Engels voor Tyne Vakantiehuis.), de benaming die de Royal Northumberland Fusiliers gaven aan het schuurtje gelegen op de spoorwegoversteek op de baan tussen Broodseinde en Passendale, en is een Britse militaire verzamelbegraafplaats. Het ligt ten zuiden van het dorpje Passendale nabij Ieper en werd op 4 oktober 1917, tijdens de De Slag om Passendale, ingenomen door de 2nd Australian Division. De bunker werd gebruikt als plaatselijke verbandpost. De doden werden rond de bunker begraven. Tegen maart 1918 lagen er op de begraafplaats 343 graven op willekeurige wijze rond de bunker. Na de oorlog werd de begraafplaats groter en groter door stoffelijke resten van de slagvelden rond Passendale en Langemark. Daarom is Tyne Cot een verzamelbegraafplaats, een begraafplaats die groeit door stoffelijke resten bij te plaatsen na de oorlog uit verschillende slagvelden. Tyne Cot heeft de meeste doden van alle begraafplaatsen van het Gemenebest ter wereld. Tyne Cot is de niet grootste Gemenebest begraafplaats qua oppervlakte ter wereld, maar de grooste qua oppervlakte op het Europese vasteland.

Sir Herbert Baker (9 juni 1862, Cobham, Kent - 4 februari 1946, Cobham) is de ontwerper van deze Britse Eerste Wereldoorlog-begraafplaats. Er zijn 11956 grafstenen, waarvan 3588 identificeerden op een oppervlakte van 34.941 m². Tyne Cot Cemetery is omgeven door een muur van silexkeien ('flintstones'). De oostelijke blokken zijn in een halfcirkelvorm aangelegd met paden die naar het kruis ('Cross of Sacrifice') leiden. Een hoge silexmuur van 152 meter lang sluit de oostkant van de begraafplaats af. Op deze muur, de zogenaamde Tyne Cot Memorial, staan de namen van bijna 35.000 militairen uit het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland die sneuvelden in de Ypres Salient in 1917-1918 en die vermist of niet geïdentificeerd zijn. Later kwam Sir Herbert Baker met een ontwerp om op de centrale bunker het 'Cross of Sacrifice' te bouwen.

De eerste graven waren houten kruisjes. De houten kruisjes werden vervangen door stenen grafstenen en waren 81 cm hoog, 38 cm breed en 7,5 cm dik. Het eerste gesteente was portlandsteen die afkomstig was uit Portland aan de Engelse zuidkust. Het is een wit fossiel gesteente. Daarin kan men nog heel wat fossielen terugvinden. Portlandsteen was goedkoop ten opzichte van andere steensoorten maar had ook nadelen. Portland werd erg snel aangetast door algen en mossen. Om de grafstenen te reinigen worden ze twee keer per jaar bespoten met een chemisch product. Later werd Botticino gebruikt. Botticino is een wit gesteente dat hetzelfde uitziet als Portlandsteen maar weerbestendiger is en gladder. De teksten en emblemen werden manueel gebeiteld maar door experimenteren werd een machine ontwikkeld door een bedrijf in Lancashire dat in 1923 tot 4.000 stenen per week kon verschepen voor maar vijf pond per stuk. Bij onduidelijkheden van teksten en/of emblemen beitelt een team ter plaatsen. Indien nodig worden ze compleet vervangen.

Aan beide zijden van de begraafplaats staan kapellen met bovenaan een engel. Centraal op het kerkhof bevindt zich het Cross of Sacrifice, gebouwd bovenop de centrale bunker. Hierachter bevindt zich de Stone of Remembrance. Achter de Stone of Remembrance bevindt zich de New Zealand Memorial en aan beide kanten zijn er twee rotondes. De hoofdingang van de begraafplaats is een kleine ontvangsthal met een puntig dak uit leien. Aan beide zijden is een hoge muur. Links en rechts van de begraafplaats bij de entree bevinden zich twee bunkers. Links achter het Cross of Sacrifice treft men twee grafstenen voor drie Duitse militairen aan.

De begraafplaats biedt uitzicht op het westen, met onder andere Ieper en de West-Vlaamse heuvels, en op het noorden, met het silhouet van de Sint-Bavokerk te Westrozebeke dat op de heuvelrug Passendale-Esen gelegen is. In 2006 werd er een nieuwe entree gebouwd voor o.a. bussen en auto's met een bezoekerscentrum waar informatie van de begraafplaats gevonden kan worden.

Belangrijke personen

Nieuw bezoekerscentrum
Enlarge
Nieuw bezoekerscentrum
  • Corporaal Richard Verhaeghe, de enige Belg die rust op Tyne Cot (XXVIII H.1)
  • Private John de Voogd, de enige Nederlander die rust op Tyne Cot (XXXV G.18)
  • Private Robertson James peter, werd onderscheiden met het Victoria Cross (LVIII D.26)
  • Sergeant McGee Lewis, werd onderscheiden met het Victoria Cross (XX D1)
  • Captain Jeffties Clarende Smith, werd onderscheiden met het Victoria Cross (XL E.1)
  • Second Luitenant Arthur Conway Young, is wellicht de enige gesneuvelde die rust op het Tyne Cot van Japans oorsprong. (IV G.21)

Zie ook

Personal tools