/** * */

Twaalfde slag aan de Isonzo

Overzicht van de slag
Enlarge
Overzicht van de slag

Inhoud

Inleiding

De Twaalfde slag aan de Isonzo (ook wel: Slag bij Caporetto) was de laatste veldslag in een serie van twaalf in het stroomgebied van deze rivier. De slag begon op 24 oktober 1917 en eindigde op 7 november 1917. De gevolgen van deze slag gingen echter veel verder. Het Italiaanse achterland lag open en de gebruikte tactieken toonden aan dat het mogelijk was om de stellingenoorlog te doorbreken. In het voorjaarsoffensief van 1918 zou aan het Westelijk front gebruik worden gemaakt van diezelfde tactieken.

Aanvang

Uitgangspunt twaalfde slag Isonzo.Rood - Frontlijn.Geel - huidige grens Slovenië en Italië.
Enlarge
Uitgangspunt twaalfde slag Isonzo.
Rood - Frontlijn.
Geel - huidige grens Slovenië en Italië.

Het aanvalsplan

Nog voor de afloop van de Elfde slag aan de Isonzo was het de Oostenrijks-Hongaarse legerleiding duidelijk dat de situatie aan het Isonzo front niet langer kon voortduren. Hoewel de Italianen niet in staat waren flink terreinwinst te maken, kostte het de verdedigers steeds meer moeite en mankracht om geen gebied prijs te geven. Op 25 augustus 1917 presenteerde de legerleiding van Oostenrijk-Hongarije een plan met de naam Waffentreue aan keizer Karl. Het achterliggende idee was de Italianen niet meer de mogelijkheid te geven in alle "rust" de volgende aanval voor te bereiden. Met een aanval op de Italiaanse stellingen tussen Tolmin en Caporetto (Karfreit/Kobarid) zou een doorbraak geforceerd kunnen worden. De aanval zou uitgevoerd worden door zowel Oostenrijks-Hongaarse troepen als Duitse eenheden. Tegelijkertijd zou een aanval vanuit het noorden plaatsvinden en vanuit Flitsch (Bovec) verder naar het zuiden buigen. Op deze manier zou de noordflank van de Italianen geen mogelijkheid hebben om de Italiaanse verdediging op de Kolovrat te steunen. De Oostenrijkse keizer keurde het plan goed, maar er was nog één probleem op te lossen. Het ging uit van Duitse steun, maar deze was er echter nog niet. Keizer Karl vroeg de Duitse Keizer om hulp. Tegelijkertijd presenteerde de Oostenrijks_Hongaarse generaal-majoor von Waldstätten het plan aan het Duitse opperbevel. Ludendorff was tegen het plan: hij legde de nadruk op de strijd aan het Oostfront. Hindenburg maakte echter een politieke keuze. De relatie tussen Oostenrijk-Hongarije en Duitsland was op dat moment slecht omdat Oostenrijk-Hongarije een paar maanden eerder een vredesaanbod aan de geallieerden had gedaan (Sixtusaffaire).

Eenheden & Deelnemers

Duitsland-Oostenrijk-Hongarije


Italie

  • Luigi Cadorna - veldmaarschalk, opperbevelhebber van het Italiaanse leger tijdens de eerst helft van de Eerste Wereldoorlog.
  • Luigi Capello - Bevelhebber van het 2e Italiaanse leger tot 1917.
  • Armando Diaz - generaal; hij volgde in 1917 Cadorna op als chef van de generale staf.
  • Pietro Badoglio - generaal.

Bekende deelnemers

  • Engelbert Dollfuß - Oostenrijks Kanselier, door de Nazi's vermoord.
  • Hugh Dalton - werd later Brits minister van Financiën.
  • George Trevelyan - Brits historicus.
  • Philip Noel - Nobelprijswinnaar voor de vrede (1952)
  • Otto Hahn - werd in 1944 Nobelprijswinnaar voor chemie.
  • Ernest Hemingway - schrijver, Nobelprijswinnaar voor literatuur 1954. A Farewell to Arms speelt zich af tijdens de twaalfde slag.
  • Erwin Rommel - zou in de Tweede Wereldoorlog naam maken.
  • Ferdinand Schörner - Omstreden veldmaarschalk van Nazi-Duitsland.

Verloop

Het Duitse offensief begon op 24 oktober 1917 in de vroege ochtend. Door het gure weer en vooral de mist waren de Italianen volledig verrast. De Duitsers begonnen met artilleriebeschietingen, gifgas en rook. Daarna volgde een stormaanval op de eerste Italiaanse linies. De Italianen waren in het nadeel: ze hadden verouderde gasmaskers en schoten niet terug. Bovendien hadden ze de Duitsers geholpen door hun weerberichten over de radio uit te zenden.
Met gebruik van vlammenwerpers en handgranaten braken de Duisers spoedig op tal van plaatsen door de Italiaanse linies heen, ook bij de vestingen op Monte Matajure en de bergen van Colovrat. Aan het eind van de dag was het centrum onder commando van Von Below al 25 km opgerukt en hoewel de Oostenrijkse eenheden op beide flanken minder effectief waren had deze aanval het Italiaanse moreel ernstig ondermijnd. De Italianen probeerden von Below tegen te houden door troepen te verplaatsen, maar daardoor kregen de Centralen op de flanken weer meer kansen. De Italiaanse stellingen bij de Tagliamento waren in ernstig gevaar.
De Italiaanse bevelhebber Luigi Cappello lag ziek te bed tijdens deze gebeurtenissen. Hij vroeg toestemming om terug te trekken tot achter de Tagliamento, maar hij werd gepasseerd door maarschalk Luigi Cadorna, die meende dat door hergroepering de Centralen konden worden tegengehouden. Het duurde tot 30 oktober voordat hij toestemming gaf de troepen terug te trekken. Het oversteken van de Tagliamento duurde 4 dagen (!) en tegen die tijd had Von Below al en bruggehoofd over de rivier geslagen.
Tegen deze tijd werd de bevoorrading van de Centralen door gebrekkige logistiek steeds meer gehinderd, waardoor verder oprukken steeds moeilijker werd. Cappello maakte hier gebruik van door verder terug te trekken tot de Piave.

Verliezen

De Italiaanse verliezen waren hoog: 10.000 doden, 30.000 gewonden en niet minder dan 265.000 krijgsgevangenen! Dat laatste grote aantal was grotendeels het gevolg van de brute stijl van leiding geven die Cappello er op na hield. Veel soldaten gaven zich liever over. Rommel was toen Overste en nam 1500 man en 43 officieren gevangen met behulp van niet meer dan drie soldaten en twee officieren! Ook werd veel materieel buitgemaakt: behalve veel ander materieel en voorraden wisselden 3000 kanonnen, 30.000 machinegeweren en 2000 mortieren van eigenaar.

Verder

De Duitse en Oostenrijkse troepen rukten in de volgende weken nog zo'n 100 kilometer op tot de Piave-linie. De aanval werd hier voorlopig gestaakt om tijd te krijgen de aanvoerlijnen op orde te brengen. Ondertussen kregen de Italianen versterkingen: Zes Franse en vijf Britse infanteriedivisies werden gelegerd achter de rivier de Mincio, nog zo'n 100 kilometer verderop. De geallieerden geloofden niet dat de Italianen de Piave-linie zouden kunnen houden. Toch bleek deze linie houdbaar, wat zou blijken in de latere slag om de Piave in 1918.
De Italiaanse generaal Luigi Cappello werd na deze nederlaag ontslagen door de Italiaanse premier Orlando. De naam Caporetto werd in Italië nog lang tijd gebruikt om een grote nederlaag aan te geven.

Personal tools