/** * */

Tunnel de Tavannes

De tunnel bij Tavannes is een onderdeel van de vestingwerken van Verdun. De tunnel werd net voor de Frans-Pruisische oorlog gebouwd, verkeert in redelijke staat maar doet geen dienst meer. Naast de oude tunnel is een nieuwe gegraven. De nieuwe tunnel wordt vandaag de dag nog wel gebruikt. De tunnel werd als schuilplaats, munitieopslag en hospitaal gebruikt. De Tavannestunnel is ongeveer 1300 meter lang.

Laat in de avond van 4 september 1916 is er in de tunnel een ongeluk gebeurd. Waarschijnlijk brak brand uit in een lading vuurpijlen die muilezels net in de tunnel hadden gebracht. De vuurpijlen zetten een depot met handgranaten in brand wat weer de benzine voor de lichtinstallatie deed ontvlammen. Dit deed op zijn beurt weer nieuwe handgranaten ontploffen. Veel soldaten vluchtten in paniek naar buiten waar net op dat moment een Duitse beschieting gaande was. Reddingsploegen telden in totaal meer dan 500 doden.

Een gebeurtenis bij Verdun 1916. De Tavannes-tunnel

De gevechten om Verdun begonnen op 21 februari 1916 en eindigden op 15 december 1916 en behoorden tot de meest bloedige uit de geschiedenis van de [:Categorie:Episoedes|Eerste Wereldoorlog]]. Het was eigenlijk een oorlog in een oorlog. Om 07.15 uur spuwden zo’n 1225 kanonnen hun vuur uit over de Franse linies voor Verdun. Het kanonvuur was zo hevig, dat een onderaards gerommel en gedreun tot op 170 kilometer rond Verdun te horen en te voelen was. De Franse generaal Henri Philippe Pétain schatte dat er alleen al op die eerste dag een miljoen granaten werden afgevuurd. De gevechten laaiden die dagen hoog op, zo ook bij de oude treintunnel Tavannes.

De Tavannes-tunnel is een oude spoortunnel die onder het slagveld doorloopt, en gebouwd is net voor de Frans-Pruisische oorlog. Het spoor liep van Verdun naar de stad Metz. Dit spoor was natuurlijk buiten gebruik vanaf het begin van de vijandelijkheden. De tunnel heeft een lengte van 1400 meter. De oostelijke kant (die naar Duitsland gericht) werd in 1881 licht gefortificeerd met aan elke zijde een blockhuis met schietgaten voor geweren. Tussen de twee blockhuizen liep het spoor op een verwijderbare brug, die over een put van 5 meter lang en 4 meter diep. Verder werden er over de lengte van de tunnel 3 groepen nissen voor explosieven aangebracht. De orders waren om de tunnel te verdedigen, en pas op het laatste moment als hij dreigde te verloren te gaan deze te laten springen. Er was nog in 1895 een project om de tunnel met een tunnel met het Fort de Tavannes te verbinden van 375 meter lengte. 1,6m breed en 2,3 meter hoog.

De tunnel werd tijdens de gevechten gebruikt door de Franse soldaten als schuilplaats, munitieopslag en hospitaal, dus het ligt voor de hand dat veel soldaten daar hun heil zochten tijdens de zware beschietingen. Er moeten zich vreselijke taferelen in de tunnel hebben afgespeeld.

In 2004 heeft de auteur van dit artikel de Tavannes-tunnel bezocht en rapporteert:
We liepen door de tunnel en ontdekten na zo'n 200 meter twee grote gaten in het plafond met ijzeren traptreden. De tunnel is zo'n 7 meter hoog dus we konden niet zien waar ze op uitkwamen. Onze nieuwsgierigheid nam daardoor alleen maar toe. We besloten terug te keren met een touwladder. Nu was de tijd daar, en we gingen met deze uitrusting de tunnel in. Herman had gezorgd voor een lange uitschuifbare stok zodat we een touw om de eerste tree in het gat konden gooien. Na een paar pogingen lukte dat. Aan dat touw hebben we toen de touwladder omhoog gehesen. René, de kleinste van ons, is toen omhoog gegaan en heeft een foto gemaakt. Het resultaat was teleurstellend. Het bleek dat de ruimte boven in dat gat zo'n, anderhalve meter in het vierkant, was dichtgemetseld. Wat we wel te weten zijn gekomen is dat die ruimte in verbinding stond met Batterie du Tunnel, een kanon dat boven op het slagveld stond, en dat bevoorraad werd vanuit de spoortunnel.

Een getuige schreef later in zijn dagboek:

De toegangen van de tunnel worden zwaar bestookt. De granaten ontploffen in het ravijn met een ongelooflijk lawaai, de ondermijnde en in puin geschoten hellingen brokkelen af. Stukken steen komen tegen het bovengewelf van de tunnel aan. Wee degenen die corvee hebben als die nu passeren. Zo even was het donderend kabaal van de ontploffingen dusdanig dat ik een soldaat flauw zag vallen alsof hij door de bliksem werd getroffen. Mensen die niets te doen hebben staan bij de uitgang op zoek naar licht en lucht zoals vliegen rond een lamp. Zij blijven op plekken die door zandzakken afgeschermd worden somber, bewegingloos zitten, hurken of liggen. Deze volledige uitputting kom je te midden van de herrie constant tegen. De wilskracht wordt gebroken door het brute geweld en het gelijktijdige lawaai. Ik had via de andere opening willen zien hoe de kazemat aan de uitgang van de tunnel er uitzag maar juist toen ik dichterbij kwam maakte het bombardement op de uitgang iedere nieuwsgierigheid gevaarlijk. Bij dit oostelijke uiteinde is de tunnel in staat van paraatheid gebracht door wallen van zandzakken, mitrailleurs en netwerken van ijzerdraad. De ingang is half geblokkeerd door brokstukken die zich elke dag opstapelen en die elke nacht moeten worden verwijderd. Hun artilleristen loeren ook op de aflossing van onze soldaten. Zij weten wellicht dat er nu soldaten aankomen om aan te vallen want de granaten arriveren met de regelmaat van grote golven die bij de ingang van een grot aan zee komen. Een gebulder, een schok, projectielen in een wolk. Daarna valt de golf terug, richt zich weer op en komt bulderend weer tegen de ingang aan.
Tussen twee stortzeeën van ijzer en vuur duiken gedaanten vanuit de eruptie in de tunnel op, arme verwilderde, hijgende en waggelende wezens die in deze plotselinge duisternis opgevangen en verpleegd moeten worden. De hele dag, de hele nacht vooral is er een intensief komen en gaan; aanvoer van water, munitie en levensmiddelen; troepen die omhoog gaan, anderen naar beneden, brancards met gewonden die van het slagveld terugkomen en vervolgens worden afgevoerd. En juist nu, in de nacht van de 17de op de 18de, is deze activiteit koortsachtig geworden. Jonge troepen arriveren, afgemat en zwetend; de helmen lijken heel breed op deze smalle kindergezichten; tijdens deze helledag ziet men bleke gezichten passeren; er zijn er bij die de zachtheid van meisjes hebben.
Ze brengen voldoende overlevingsmiddelen voor enkele dagen in de tunnel met zich mee: handgranaten, lichtpijlen en brood. Gedurende de hele dag al zijn de gewonden toegestroomd. Wat een armzalige hoopjes zijn deze mensen wanneer de verwonding hun spankracht definitief komt breken. Lichamelijke kracht en wil, alles is weg, alleen verdoving en vermoeidheid blijven over; een armzalig brok vlees dat lijdt en bang is nog meer te lijden. Dat leest men uit de strakke blik die men even ziet op deze grauwe gezichten die in bebloede zwachtels gewikkeld zijn.
De hele dag van de 17e, de hele nacht van de 18e hebben de troepen verschrikkelijke uitputtingsbeschietingen ondergaan. Er kwam geen einde aan de stoet brancards. De aanval zou eerst om zeven uur worden ingezet, daarna om tien uur, om 15 uur pas gingen de troepen met granaten op weg. In de verbindingsloopgraaf die naar de batterij van het ziekenhuis leidt ondervraag ik lukraak officieren, gewonden, een aalmoezenier en doktoren. Het is moeilijk om duidelijkheid te krijgen. Totaalindruk: het gaat niet slecht. Er verschijnen Duitse gevangenen; een officier die heel zeker is van zichzelf zegt al groetend: "Deze mannen horen bij mij; ik begeleid ze." Hij neemt een tiental mee. Men zet al deze mensen in het ravijn neer. Ze hebben de nieuwe helm met de omlaag lopende randen op. Een van hen is een kind; met een gezwollen, zwart gemaakt gezicht loopt hij voort als een dronkenman met gestrekte handen, lachend, huilend en kwijlend. Door dit ondergrondse bestaan verdwijnt ieder onderscheid tussen dag en nacht, dit afwisselend spel van slapen en waken dat ons leven bepaalt. De activiteit, de beweging, het lawaai zijn hetzelfde, continu, zonder ophouden, zonder onderbreking, van 12 uur 's middags tot 12 uur 's nachts en omgekeerd. En de nachtelijke uren zijn zelfs het drukst. Het lichaam en de hersenen passen zich aan deze vermenging van twee soorten levens aan; ze slapen nooit helemaal en ze zijn nooit helemaal wakker. De tijd verstrijkt, eentonig, saai, zonder contrast, onderbreking of uitweg.
Onder dit onverwoestbaar gewelf zijn te veel mensen en dingen een schuilplaats komen zoeken, depots voor water, granaten, lichtpijlen, patronen, springstoffen. Onder lampen die zwart zijn van de vliegen naaien chirurgen verscheurd vlees weer aan elkaar. De generale staf van een brigade zit afgezonderd in een kleine houten afgesloten ruimte waaruit runners en telefoondraden komen. De mensen die in beide richtingen gaan staan te trappelen in de zuigende modder die midden in de maand augustus nog niet droog is. Er gaat een kreet rond: "Pas op, een gewonde!" en de menigte gaat tegen de wand staan om de brancard te laten passeren; soms hoort men het gekerm van dit arme, verslagen en met modder en bloed besmeurde lichaam. Daarna begint het voorbijtrekken van degenen die corvee hebben weer, mannen die struikelen onder de meest vreemde lasten: rollen ijzerdraad, kisten munitie en met water gevulde melkbussen. Soms komen de pakezels 100 tot 200 meter naar binnen wanneer het afschieten van granaten het lossen buiten onmogelijk maakt. Al deze geluiden worden overstemd door het snelle hijgen van de motor van de elektrische machine. Het lijkt op een koortsachtig kloppen van deze oververhitte ader. Enkele dagen geleden op 4 september is er in de tunnel een brand geweest die een heel kruitmagazijn bedreigde dat met een garnizoen ingesloten zat in deze smalle buis. Wie heeft het aangestoken? Of was het kortsluiting, een kaars, een lichtpijl, benzine, een granaat? De brand is uitgebroken op het moment dat pakezels met een lading lichtpijlen binnen kwamen. Er volgde een explosie; het werd donker en te midden van de opeenvolgende ontploffingen, vatte alles vlam. Onze dokter, die bij de uitgang rondzwierf, werd naar buiten geslingerd; toen hij op de grond lag, richtte hij zich op en zag de vlammende en grommende muil van de tunnel. Op het geluid van de knallen volgde een grote stilte en de brand, die werd gevoed door een hevige luchtstroom, verteerde gedurende uren alles wat er in de tunnel was, zoals stellages en barakken. Drie dagen lang kon niemand naar binnen. Toen de brand zich vervolgens naar het midden terugtrok, kon men langzamerhand tussen het puin vooruitkomen. Vandaag dringt men door tot de luchtinlaat in het midden.
Veel arme drommels hebben daardoor willen vluchten. Ze zijn verstikt door de gassen die bij de brand vrijkwamen en hun opeengestapelde, verstrengelde lichamen vormen onontwarbare kluwens. Onder de verminkte lichamen herkende ik dat van mijn vriend. Men heeft hem herkend aan zijn twee identiteitsplaatjes om zijn hals. Van zijn lichaam vond men alleen maar een verbrand hoopje terug zo groot als dat van een kind van een jaar. Men heeft dit brok steenkool naar fort Belrupt gebracht, men heeft het in een doodskist gelegd en op het kerkhofje begraven. De plechtigheid in de kerk, de begrafenis bij dageraad, al die figuren die vol medelijden rond het graf stonden, dit alles bracht herinneringen aan tijden van vrede bij ons naar boven. Hoe kort hij ook was, deze pijnlijke ceremonie verplichtte de aanwezigen hun gedachten te richten op de gruwelijkheid van een dergelijke ramp. En allen herinnerden zich de dagen en nachten die zij in gezelschap van enkele van deze doden in de tunnel des doods hadden doorgebracht.
De grote brand van Tavannes zal geen ander blijk van openbaar medeleven hebben gekend dan de enkele zinnen die onze kolonel in het bijzijn van twintig man bij het graf van onze kameraad uitsprak. Ongelukkige zullen levend verbrand zijn als in een oven, uiteengereten door granaten in een onderaards gewelf en hun kreten van pijn zullen gesmoord blijven onder het onophoudelijk donderend lawaai van Verdun.

Men schat tegenwoordig dat er tussen de 500 tot 1000 mensen omkwamen op die verschrikkelijke 4 september 1916. Het verschil tussen hoogste en laagste cijfer is zo groot omdat zoals in het ooggetuigenverslag is geschreven, vele lijken tot assen gereduceerd waren door de felheid van de brand, en niemand enig idee had hoeveel volk er in de volgepakte tunnel zat op het moment van het ongeluk.

In tegenstelling tot bevoorbeeld van het ongeluk dat in Fort Douaumont gebeurde, heeft men van de tunnel geen monument gemaakt. Na de oorlog is hij volledig uitgeruimd en op regelmatige afstanden voorzien van betonnen ondersteuningen. Wou men de tunnel opnieuw in dienst nemen ? In ieder geval is dit niet gebeurd, en is er vlak ernaast en parallel er aan een nieuwe spoorwegtunnel uitgehakt die in 1936 in gebruik werd genomen.

Het verhaal van deze gebeurtenis is maar een voorbeeld van de vele verschrikkingen die zich rond Verdun hebben afgespeeld. Vele jonge mannen vonden er de dood, en waarvoor? Bij de Slag bij Verdun verliezen ruim 700.000 mensen het leven.

Bronnen

Uittreksel uit "Récits et réflexions d'un combattant" door Louis Hourticq.

extra informatie uit: M. Frijns, L Malchair, J. Moulins, J. Puelinckx, Index de la fortification Française 1874-1914.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Tunnel_de_Tavannes"
Personal tools