/** * */

Tourelle Mitrailleuses

Tourelle mitrailleuses doorsnede van toren en onderbouw
Enlarge
Tourelle mitrailleuses doorsnede van toren en onderbouw

Inhoud

Rol

Het klassieke beeld van de belegering van het fort bestond voor de eerste wereldoorlog uit twee delen:

  • Een inleidende artilleriebeschieting waarbij het fort "stormrijp"werd gemaakt. Hiermee bedoelde men het vernietigen van obstakels en beschadiging of vernietiging toebrengen aan de verdedigende organen.
  • De bestorming door massale infanterie. Het fort bezat ter verdediging hiertegen zelf een infanteriecomponent die tijdens de eerste fase in schuilkelders zat. Vanaf het moment dat de beschieting stopte en de bestorming begon, moesten deze zich naar boven reppen en de hun gedesigneerde vuurposities (of wat ervan overbleef) innemen, een kwestie van seconden.

Prehistorie

Vanaf het moment dat de torens en vooral de heftorens in opgang kwamen, vroeg men zich af of deze torens ook geen interessante verdedigingsmogelijkheden boden tegen infanteriebestorming. Inderdaad een heftoren met een anti-infanteriebewapening kon bij het begin van een bestorming onmiddellijk in actie treden, veel sneller dan de verdedigende infanterie, en had veel vuurkracht met de ontwikkeling van de mitrailleurs.

Deze gedachte groeide al vroeg, nog voordat de automatische machine geweren werden geproduceerd. Brialmont gebruikte heftorens met 5,7 cm Gruson-Nordenfelt geschut en Duitse fortificaties werden uitgerust met heftorens bewapend met 6 cm geschut. Ook in andere landen werden zulke torens ontwikkeld en ingebouwd.

De toren had dus eigenlijk een functie vergelijkbaar met het Gruson 5.3cm L/24 Fahrpanzer, maar was nog sneller in stelling te brengen. De toren had een (theoretische, afhankelijk van de inplanting op het fort of ouvrage) traverse van 360° tegenover een fahrpanzer dat zijn achterkant geblokkerd had door de bomvrije shelter waar het uit kwam.

In Frankrijk verkoos men de mitrailleur boven een snelvuurkanon. Daarom werd er als proefstuk in Frankrijk een heftoren gebouwd bewapend met een manueel aangedreven 7 loops Gatling kanon in 8 mm Lebel caliber. Deze werd op Fort Manonvillier geplaatst en bleek bij oefeningen een groot succes. Daarom besloot men tot de productie van deze toren over te gaan.

Ondertussen waren echter automatische wapens ontwikkeld en er werd besloten om over te gaan op deze en twee Hotchkiss mitrailleurs per toren te installeren. Om misverstanden te vermijden: de Hotchkiss 8mm mitrailleur werd reeds in 1897 gebouwd en het veldleger kocht daar eerst wel stuks van aan doch schakelde later op de Mle 1907 St. Etienne over vooral om financiële redenen. Voor de torens werd echter het betere Hotchkiss stuk geselecteeerd. (designatie: Hotchkiss Mle 1900) Dit stuk zou in 1914 uiteindelijk met lichte aanpassingen in het Franse veldleger worden opgenomen als de Mle 1914 Hotchkiss Er werden twee machinegeweren voorzien, één koelde af terwijl het andere vuurde en ook als verzekering tegen vastlopers.

Beschrijving van de toren

De toren was licht uitgevoerd. Men ging van het principe uit dat men door de toren een zo klein mogelijk doel te maken, deze amper geraakt zou worden door beschietingen en daarom niet zo zwaar bepantserd moest worden. (dit ook om de kostprijs laag te houden: 73000FF) Om de diameter zo klein mogelijk te houden werden de mitrailleurs op rails gezet en naar binnen getrokken bij het intrekken van de toren zo kwam men tot een toren met een diameter van slechts 1,31 m. Het Het dak was 12 cm dik en bestand tegen granaten tot 15 cm. De toren stak 83 cm boven het oppervlak uit in uitgeschoven toestand.

Daar de toren slechts uitgestoken werd na de inleidende beschieting, werd de zijwand slechts gepantserd tegen infanterievuur en kleine granaatscherven: 20mm dik staal. Op deze manier had het geheel slechts een gewicht van 2,5 ton voor de toren alleen en 3,2 ton voor de toren en de zuil waarop hij rustte.

Het voorpantser was uit één stuk als ring gegoten en woog 15 ton.

De zuil waarop de toren rustte was verboden via 3 kettingen over wielen aan een annulair tegengewicht van 3,2 ton.

De bediening bestond uit vier personen: één persoon in de toren zelf die die de mitrailleurs vuurde en deze zelf manueel ronddraaide en de elevatie instelde. Voor de observatie waren er afsluitbare kijksleuven rondom voorzien. Twee personen zorgden voor de munitieaanvoer waarvoor er 57600 kogels op de tussenverdieping voorzien waren. Een vierde persoon liet de toren op en neer gaan via een krukas.

Beschrijving van de onderbouw

Het dak van de onderbouw werd gevormd door een laag gewapend beton van ongeveer 2,5 meter dik (het liep konisch af). De structuren daaronder werden in ongewapend beton gebouwd. Het block werd omgeven door een 4 meter dikke laag losse steen die een (twijfelachtige) extra bescherming bood.

Er waren drie verdiepingen: De bovenverdieping bevatte de toren. De tussenverdieping de bediening voor op en neergaande beweging en de munitievoorraad. De onderverdieping bevatte enkel het tegengewicht en een facultatieve aanzet naar een gang naar de rest van het fort of ouvrage.

De torens werden bij voorkeur links en rechts vooraan op het centrale massief van en fort gezet waar ze het glacis en de escarp bestreken. Vaak werden ze opgesteld naast de gangen die naar de flankementskoffers voerden.

Productie

Tussen 1895 (Gatling-prototype) en 1914 werden er 87 stuks opgesteld. In 1914 waren er bovendien 14 stuks in verschillende stadia van voltooiing. Het is belangrijk op te merken dat in tegenstelling tot de andere typen torens de opstelling van een Tourelle Mitrailleuses niet gepaard ging met de opstelling van een bijpassend gepantserd observatorium. Wel werden ze vaak gekoppeld aan een licht gepansterde infanterie waarnemingsklok.

Tourelle mitrailleuses op Fort de Douamont
Enlarge
Tourelle mitrailleuses op Fort de Douamont

In Actie

Over de toren van Fort de Manonvilier (het gatling prototype) lijken er aanwijzingen te zijn dat deze nog actief was op het moment dat het fort zich overgaf. Over de Toren van het Fort de Liouville zijn daarentegen geen gegevens op dit moment over hun gedrag tijdens de belegering van dit fort. De drie torens die opgesteld waren in Maubeuge, stonden in forten die zich overgaven zonder te zijn aangevallen.


Verdun

Tijdens het beleg van Verdun waren 9 torens bij de gevechten betrokken.

Fort de Vacherauville Deze toren werd niet geraakt door vijandelijke schoten en liep enkel wat lichte schok schade op van zware nabijtreffers die steeds snel gerepareerd kon worden.
Fort de Moulainville Deze torens werden ook niet geraakt door treffers van groot kaliber, ondanks de intensiteit van het bombardement.
Fort Douaumont De torens waren onbemand op het moment dat het fort door de Duitsers werd ingenomen. Bij de herinname van de toren door het Franse leger werd de rechtse totaal vernietigd teruggevonden en de linkse buiten bedrijf, maar repareerbaar. In de jaren 30 werden er twee nieuwe torens gemonteerd.
Fort de Vaux Spijtig genoeg geen gegevens.
Ouvrage A de Froideterre De oostelijke toren faalde in zijn missie. Op het moment dat de Duitse infanterieaanval het glacis en dak van het fort bereikte (23 juni 1916) poogde men deze op te steken, doch hij geraakte geblokkeerd door puin dat tussen de muren van de toren en het voorpantster viel. Gelukkig kon de centraal opgestelde 75 mm mle 1905 toren zijn missie overnemen.
Op 28 en 29 juni werd de toren dan geraakt door obussen van zwaar kaliber en buiten gebruik gesteld. Toch werd ze weer gerepareerd. Op 26 juli werd het voorpantser doorboord door een 305mm granaat (een gat van 50 cm) die in de toren ontplofte en deze compleet vernielde. Door onderdelen van torens van niet bedreigde forten aan te voeren werd er een nieuwe toren in het bestaande voorpantser gemonteerd en was deze operationeel in november 1917.
Ouvrage B de Thiaumont Deze toren werd net zoals de rest van het ouvrage volledig vernietigd.
Ouvrage de Charny Deze toren werd geraakt door een 150mm granaat, maar werd daardoor niet beschadigd en voldeed dus aan de ontwerp vereisten.

Vandaag

Van de 87 opgestelde stuks zijn er nog een dertigtal in verschillende staat van bewaring overgebleven.

Evaluatie

De basisgedachte van een snel inzetbare infanterieverdediging was goed, zo ook het idee om de dimensies zo klein mogelijk te maken en dus een moeilijker doel. Doch de toren was veel te licht gepantserd zodat deze geen granaten van zwaar kaliber kon weerstaan en het dus een kwestie van geluk was of deze de inleidende beschieting kon overleven.

In de Maginot lijn zou men dan ook overgaan op een toren gebaseerd op de Tourelle de 75 R Mle 1905 Met zijn veel zwaardere bescherming (61 exemplaren), maar ook veel groter gewicht (91 ton) en bijbehorende prijskaartje: 1 300 000FF (voor twee mitrailleurs !).

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Tourelle_Mitrailleuses"
Personal tools