/** * */

St Chamond CA (Char d'Assaut)

(Doorverwezen vanaf St-Chamond)
Char d’Assaut St Chamond
Omschrijving: tank
Ontworpen door: Émile François Léon Rimailho
Gebouwd door: St Chamond fabriek te Homecourt
Bouwjaar: 1916
Lengte: met kanon:8,83 m/romp:7,91
Breedte: 2,67 m
Hoogte: 2,34 m
Gewicht: 23 ton
Pantser: 17 mm
Snelheid (op wegen): 8,5 km/h
Rijbereik: 59 km
Motor (type / vermogen): Panhard vloeistofgekoelde viercilinder benzinemotor met een Crochat-Collardeau elektrische transmissie. / 90 pk
Bemanning: 8
Hoofdbewapening: •1x Canon de 75 modèle 1897 (St Chamond)
• 1x Belgische 57 mm Maxim-Nordenfeldtkanon (Beutepanzer Petit Jean Pas Kamerad)
Secundaire bewapening: •4x Hotchkiss Mle 1914 mitrailleurs (St Chamond)
•4x Mauser Anti-tank geweren (Beutepanzer Petit Jean Pas Kamerad)
Aantal gebouwd: 400
Gebruik: Frankrijk
Varianten: Munitiedrager (St Chamond Char de Ravitaillement), St Chamond Beutepanzer.

Inhoud



De Schneider CA1 was min of meer ontworpen en gebouwd buiten de geëigende kanalen om, en daarover waren de officiële logistiek-instanties bepaald niet te spreken. Daarom besloten die om hun eigen tank uit te brengen. Het Franse leger liet door ene kolonel Rimailho een eigen ontwerp maken,waarvan begin 1916 een eerste prototype de St Chamond fabriek te Homecourt uit rolde. Daarom werd het nieuwe voertuig gewoonlijk aangeduid als de Char d'Assaut St Chamond. Net als bij de Scheider Ca verliep de ontwikkeling en productie traag. Pas in mei 1917 waren de eerste operationele exemplaren klaar om te worden ingezet.

Ver uitstekende romp.

Zelfs voor een experimenteel voertuig had de St Chamond CA een paar excentrieke kwaliteiten. Net als de Schneider CA was het voertuig gebaseerd op het chassis, de ophanging en de rupsbanden van de Holt tractor, maar bij de St Chamond waren de rupsbanden verlengd om meer rupsbandcontact met de grond te hebben. De aandrijving van de rupsbanden was bijzonder vooruitstrevend. Een benzinemotor dreef een elektrische transmissie aan. Het systeem werkte, maar was zwaar en nam veel ruimte in beslag, waardoor het beoogde gewicht met meer dan vijf ton werd overschreden. Dat grote gewicht was extra onhandig omdat de romp voor en achter de rupsbanden een aanzienlijk eind uitstak. Dat betekende dat het voertuig bij het oversteken van ruw terrein of zelfs smalle greppels aan de voor- of achterkant kwam vast te zitten. Dat bleek een bijzonder groot nadeel. De Duitsers hadden al snel door wat de zwakke plek van de St Chamond was en maakten hun tankgrachten steeds breder. De St Chamond CA had een conventioneel 75-mm modèle 1897 veldkanon voor in de romp zitten en kon worden uitgerust met vier mitrailleurs in de flanken rondom. De maximale pantserdikte bedroeg 17 mm.

Onvoldoende mobiel.

De slechte terreinvaardigheid van de St Chamond beperkte de inzet ervan zo zeer dat het type in de loop van 1917 snel werd vervangen door de Renault FT 17. Veel voertuigen werden omgebouwd tot St Chamond Char de Ravitaillement. De laatste grote actie van het type als bewapende tank vond in juli 1918 plaats, toe 131 stuks bij Reims een tegenaanval uitvoerden. Tegen het einde van de oorlog waren er nog maar 72 van de in totaal geproduceerde 400 stuks operationeel. Hoewel de St Chamond CA tal van vooruitstrevende kwaliteiten bezat, zoals het 75-mm kanon, de benzine-elektrische aandrijving en de verlengde rupsbanden,was het per saldo een ondeugdelijk ontwerp. De terreinvaardigheid was abominabel en de tactische waarde zeer beperkt.

Projecten.

Toen Saint-Chamond de opdracht kreeg zware gemechaniseerde artillerie te ontwikkelen, werd er nagegaan hoe stabiel een rupsbandonderstel was bij het afvuren van zware houwitsers. Daarbij gebruikten ze een St Chamond waarvan het dak ten dele was verwijderd, in de open ruimte was een 120 mm kanon geplaatst. De testen wezen uit dat de stabiliteit uitstekend was. De St Chamond heeft verrassenderwijs een grote invloed gehad op de Britse tankontwikkeling. Weliswaar in negatieve zin. Toen Albert Stern, directeur van het Tank Supply Department, de opdracht kreeg de Mark I te verbeteren tot de Mark IV, besloot hij zich in Frankrijk te gaan oriënteren. Aldaar werd hem door Rimailho wijsgemaakt dat het elektropetrische systeem van de St Chamond dé oplossing zou zijn voor de besturingsproblemen van de Britse zware tanks. Stern liet daarop de tankproductie stilvallen totdat verschillende Mark II testvoertuigen verschillende systemen beproefd hadden. Alle experimenten mislukten, wat een onnodige vertraging van elf maanden veroorzaakte.

Afloop.

Aan het eind van de oorlog waren er van de 800 Schneider en St Chamond tanks 308 verloren gegaan. De meeste overgebleven tanks van het laatste model gingen direct naar de schroothoop. Men bouwde er 54 om tot munitiedrager (St Chamond Char de Ravitaillement). Ook zijn er een aantal aan de Amerikanen uitgeleend voor trainingsdoeleinden. Dat alles kan het verschil verklaren tussen de cijfers van de fabriek, die duiden op een totale productie van precies 400 en die van het leger die aantoonden dat er maar 377 ontvangen waren. Eén St Chamond bevindt zich in het pantsermuseum van Saumur, het is een exemplaar dat in Amerika bewaard was gebleven en na de Tweede Wereldoorlog aan Frankrijk is geschonken.

Modellen

Er waren drie modellen van de St Chamond tank die ontstaan zijn tijdens de ontwikkeling van de tank. Het eerste model was het prototype en uiteindelijk het laatste model was de productiemodel. Op de afbeelding hiernaast, staan de modellen vermeld op foto en hieronder worden de modellen beschreven.

Boven: dit was het prototype. Het prototype kreeg als bewapening een Canon de 75 modèle 1912 kanon, de rupsbanden werden beschermd aan de zijkanten, er werden twee observatietorentjes op het dak gebracht en het dak was compleet vlak.

Midden: het tweede model was niet veel anders dan het eerste model. De rusbanden werden deze keer niet beschermd langs de zijkanten. Tussen beide torentjes, werd een derde toren geplaatst en verder was er qua uiterlijk weinig veranderd dan de vernoemde aanpassingen.

Onder: we hebben onmiddellijk gebruik gemaakt van deze afbeelding, zodat je de verschillen tussen het eerste en tweede model duidelijk herkend. Want zowel het eerste model als ook het tweede model, werden ontworpen met een plat dak. Het derde model en aldus ook productiemodel, werd ontworpen met een lopende dak, een soort zadeldak. Ook de torentjes op de tank verdwenen en werden vervangen door deurtjes. Het kanon werd ondertussen de beroemde Canon de 75 modèle 1897.

Daarnaast waren er nog heel wat omgebouwd versies.

Links.

Foto's

Personal tools