/** * */

Spoorweggeschut

Het is bijna kunst, een schitterende opname van een Brits 30,5 cm spoorweggeschut (12" gun Mk 9W on Railwaymount Mk1)
Enlarge
Het is bijna kunst, een schitterende opname van een Brits 30,5 cm spoorweggeschut (12" gun Mk 9W on Railwaymount Mk1)



.

.

.

.

.

Inhoud

Geschiedenis

Prehistorie

Van zodra er spoorwegen bestonden werden er ideëen geopperd om dit nieuwe vervoermiddel te gebruiken voor militaire doeleinden. Bevoorrading en troepentransport waren natuurlijk voor de hand liggende toepassingen. Doch al snel werd een meer directe militaire toepassing in gedachten genomen. De meeste (eigenlijk bijna allemaal) ontwerpen gingen echter over pantstertreinen, de vroegste voorstellen hiervoor gaan terug tot 1826. Het onderscheid tussen een pantstertrein en spoorweggeschut is natuurlijk niet altijd even duidelijk. Maar we zullen onder spoorweggeschut op spoorwegaffuit gemonteerd geschut verstaan, bedoeld om te vuren vanuit stationaire positie en eventueel van pantster voorzien. Onder een pantstertrein zullen we eerder denken aan een geheel van gepantserde en ongepantserde (bv voor keuken en infanterievervoer) wagons voorzien van een bijna altijd gepantserde locomotief.

32,7 cm mortier op geïmproviseerd spoorwegaffuit, Amerikaanse burgeroorlog
Enlarge
32,7 cm mortier op geïmproviseerd spoorwegaffuit, Amerikaanse burgeroorlog

Voor zover we weten gaat het eerste gebruik van spoorweggeschut op het slagveld terug tot in de Amerikaanse burgeroorlog. Twee geïmproviseerde materialen uit deze oorlog zijn bekend: een 32 ponder gladloop kanon vooruitvurend op een wagon gemonteerd, en vooraan en opzij van pantsering voorzien. Deze was duidelijk bedoeld om in te zetten op de fontlijn onder vijandelijk vuur om direct vuur af te geven. Het andere stuk lijkt in concept en gebruik meer op het latere spoorweggeschut. Het gaat hier om een 32,7 cm mortier op een wagon gemonteerd om indirect vuur van achter de frontlijn af te geven. De reden (zoals bij het meeste latere spoorweggeschut) om dit stuk op een wagon te monteren was het gewicht van de mortier en de mogelijkheid om het zware stuk snel te kunnen verplaatsen.

Tijdens de Frans-Pruisische oorlog werden er tijdens de belegering van Parijs verscheidene ontwerpen gemaakt om marinekanons uit de arsenalen van de stad op spoorwegaffuit te plaatsen om deze ter versterking van de verdediging in te zetten. Doch voor zover geweten is geen van deze ontwerpen werkelijk gebouwd. Wel werd er minstens één pantsertrein gebouwd en ingezet.

De eerste Spoorwegkanonnen


 15 cm kanon op Peigné-Canet affuit
Enlarge
15 cm kanon op Peigné-Canet affuit

De eerste stukken ontworpen als en gebouwd in serie als spoorweggeschut zijn de Franse Peigné-Canet spoorwegkanonnen, ontwikkeld vanaf 1886 en in finale vorm gebouwd vanaf 1891 tot 1897 waarvan 48 exemplaren voor Frankrijk en enkele meer (varianten) voor buitenlandse afnemers werden gebouwd.

Een volgende stuk spoorweggeschut werd geïmproviseerd tijdens de Boerenoorlog, waar de Britten stukken 120mm scheepsgeschut met origineel scheepsaffuit op een spoorwegaffuit plaatsten (met rondomvuur). Doch voor deze werden ingezet werden ze terug van de wagons afgebouwd en op conventionele ,geïmproviseerde houten affuiten ingelegd.

De Franse firma Schneider was net voor de eerste wereldoorlog om stukken spoorweggeschut te ontwikkelen en te bouwen als kustverdedigingsgeschut voor Denemarken en Peru en als gewoon geschut voor de republiek Transvaal. Deze stukken werden gerequisioneerd bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog en vormden de eerste Franse stukken spoorweggeschut.

De eerste wereldoorlog

Met het begin van de eerste wereldoorlog voelde men aan het front de nood aan zware stukken geschut, hetzij om ver te vuren, hetzij om zware granaten af te vuren. Naast bestaande stukken gebouwd voor inzet bij veldlegers of belegeringen, waarvan vooral Duitsland en Oostenrijk-Hongarije redelijk goed voorzien waren, was er nood aan meer zwaar geschut. Daarom greep men vooral in Frankrijk en Duitsland terug op stukken scheeps- en kustverdedigingsgeschut, maar deze hadden meestal geen affuit om "in het veld" te gebruiken.

Frankrijk opteerde om lopen van kustverdedigingsgeschut of scheepsgeschut op spoorwegonderstel te monteren. Er was echter geen officieel programma, het opperbevel, het ministerie van oorlog, legercommandanten en de bevelhebbers van de geforticeerde plaatsen plaatsten op eigen houtje bestellingen bij de contructeurs, bedelden stukken bij de marine af of improviseerden met behulp van hun eigen artillerieparken stukken geschut. Pas in September 1915 kwam er een officieel programma dat voorzag in de constructie van 165 stuks spoorweggeschut, een aantal dat opliep tot 333 geleverde stuks op 11 november 1918, waarbij er nog meer dan 100 na de wapenstilstand werden voltooid. De Franse stukken waren vaak improvisaties, maakten gebruik van wat er maar voorhanden was (vaak sterk verouderde lopen) en waren technisch meestal inferieur aan het Britse en Duitse geschut.

Duitsland verkoos eerst om deze zware stukken als stationair beddingsgeschut uit te voeren, doch na het ondervinden van het Franse succes en flexibiliteit in het gebruik van spoorweggeschut, werd vanaf 1916 ook begonnen met de productie van eigen spoorweggeschut. Er werden ongeveer 140 stuks in totaal gebouwd (soms zowel als beddings of spoorweggeschut inzetbaar) , waarbij moet worden opgemerkt dat de kwaliteit over het algemeen veel beter was dan deze van de Franse stukken, (vooral waren de lopen meestal moderner) doch het merendeel van de kanonnen van kleiner kaliber was.

Ook Groot-Britannië nam spoorweggeschut in dienst, doch in tegenstelling tot Duitsland en Frankrijk, ging het hier meestal om volledig nieuwe stukken die vanaf 1915 aan het front kwamen. Naarmate de oorlog vorderde werden steeds nieuwere modellen ontwikkeld en bleef het Brits spoorweggeschut misschien wel het beste in zijn klasse. Daarentegen ging het bij de meeste stukken om relatief lichte kalibers.

Oostenrijk-Hongarije en Rusland bouwden geen spoorweggeschut, en Italië slechts één model.

Met de deelname van de Verenigde Staten aan de wereldoorlog, werd er in dat land een gigantisch productieprogramma opgezet waarbij meestal lopen van kustverdedigingsgeschut of verouderde oorlogsschepen op nieuw geproduceerde spoorwegaffuiten werden ingelegd, doch in een paar gevallen ook moderne marinekanons.

Na de eerste wereldoorlog

Vlak na het beeïndigen van de eerste wereldoorlog bouwde men de reeds in aanbouw zijnde stukken geschut af (een getal dat in Frankrijk en de Verenigde staten de 100 stuks overschreef) Duitsland diende natuurlijk al zijn spoorweggeschut in te leveren of te slopen.

In Frankrijk en de Verenigde Staten bleef de belangstelling in spoorweggeschut hoog. In Frankrijk werden wel de stukken op noodaffuit mettertijd afgevoerd, doch de meeste andere stukken bleven in reserve. Ze werden voor het grootste deel in reserve opgesteld in de enorme fabriekshallen die gebouwd waren voor de montage van de Mark VIII tank, doch hiervoor nooit gebruikt. Ook deed Frankrijk veel onderzoek om spoorweggeschut met extreme rijkwijdten te bouwen. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog werd ongeveer 2/3 van de beschikbare stukken gemobiliseerd, en vooral als langeafstands ondersteuning van de Maginot lijn gebruikt. Van de stukken die in Duitse handen vielen werden door deze laatsten enkel de modernste stukken gebruikt of terug (oh, ironie) omgebouwd tot kustverdedigingsgeschut in de Atlantic Wall.

80 cm kanon "Schwerer Gustav", let op de kleine menselijke figuren links van het geschut als schaalaanduiding
Enlarge
80 cm kanon "Schwerer Gustav", let op de kleine menselijke figuren links van het geschut als schaalaanduiding

In de Verenigde Staten was de belangstelling voor spoorweggeschut vooral gericht op het gebruik van deze als kustverdedigingsgeschut. Enkele nieuwe stukken werden nog geproduceerd tot in 1942, en na de Japanse aanval op Pearl Harbour werden de nog bestaande stukken op strategische punten langs de kust als verdediging ingezet.

In Groot-Britannië bleven de stukken nog wel een tijdje in de reserve, doch tegen het begin van de tweede wereldoorlog waren ze bijna allemaal verschroot.

Duitsland moest na het verdrag van Versailles terug van nul beginnen, maar na het verwerpen van dit laatste door Adolf Hitler werd er het zogenaamde "Sofort" programma opgestart met als doel het leger zo snel mogelijk te herbewapenen. Daarbij werden er ook allerhande voor handen zijnde oude scheepskanons in spoorwegaffuiten ingelegd. Er werden echter ook nieuwe stukken geproduceerd, die technisch gezien het hoogtepunt vormen in de ontwikkeling van spoorweggeschut, doch als praktische wapens bijna volledig achterhaald. Zo produceerde Duitsland nog het bekende Dora en Schwerer Gustav geschut (2 stuks gebouwd), dat bedoeld was om de Maginot lijn aan te vallen doch te laat voltooid werd. Dit is het grootste (niet in kaliber, doch zeker in vuurkracht en omvang) stuk geschut ooit ontwikkeld en ingezet. Het kon een granaat met een kaliber van 80 cm en een gewicht van 7 ton 37 km ver schieten die een pantserplaat van 1 meter dik of 7 meter beton kon doorboren. Dit klinkt mooi, maar een was wel een prijskaartje aan verbonden: het stuk woog 1350 ton in vuurstelling, voor het transport waren 5 treinen met in totaal 99 wagons nodig en het moest op twee speciaal aangelegde parallelle stukken spoor worden gemonteerd, waarbij het op in totaal 80 assen rustte. Bij de enige inzet (de belegering van Sebastopol) waren 2500 man 4 weken bezig om de stelling voor te bereiden, waarna 250 specialisten het geschut op 3 dagen (van 18 uur werken) tijd monteerden. In totaal was er ongeveer 500 man personeel nodig om het stuk te bedienen, en nog eens 5000 om het te bewaken, enz. Er was zelfs een speciale sectie met 50 Duitse herdershonden om sabotage te voorkomen. In totaal vuurde het stuk slechts 48 granaten af, waarvan er 2 tot 5 voltreffers waren !

Technicaliteiten van spoorweggeschut

Opvangen van de terugslag: de Affuiten

  • Rondomvuurafuit. Zoals de naam dit reeds impliceert gaat het hier om geschut dat een traverse van 360 graden op het affuit heeft. Dit is enkel mogelijk voor geschut met terugslagrem en relatief licht geschut (24 cm kanonnen in Franse dienst, 30,5 cm howitzers in Engelse dienst) Om het stuk te stabiliseren werden er speciale steunen geplaatst: steunen dwars op het spoor, ongeveer zoals je bij grotere kranen op vrachtwagens ziet.(langer naarmate het geschut zwaarder was), ook werd het stuk vaak vastgeklemd aan de spoorrails. Doordat het stuk ook dwars op het spoor moest kunnen vuren, moest de terugslag beperkt worden, zodat het hele zaakje niet zou omkantelen (dit ondanks de dwarse steunen). De Fransen ondervonden dat het grootste kanon dat op zo'n affuit kon worden geplaatst een 24 kanon was, De Engelsen konden een 30 cm howitzer op zulk affuit plaatsen. (Doch een howitzer heeft een kleinere terugslag dan een kanon van hetzelfde caliber.) Om zwaarder geschut toch 360° traverse te geven, werden deze in beddingen geplaatst, hoewel ze ze soms in één stuk zoals een stuk spoorweggeschut werden vervoerd.
  • Glij Affuit. Dit is de simpelste versie waarin het kanon vast op het affuit gemonteerd werd. Dit affuit werd dan op een stuk spoor gezet waarop er meestal over zo'n 40 meter in de langsrichting sterke stalen balken waren aangebracht. Het affuit werd dan met brute mankracht opgekrikt op dwarse houten dragers die dan op de langsbalken tussen de sporen rustten tot deze ongeveer de helft van het gewicht droegen. Wanneer het kanon werd afgeschoten, werd de terugslag opgevangen door het massieve affuit dat een meter of zo achterwaarts gleed en door de frictie van de houten dragers op de stalen balken werd afgeremd.
Frans 285mm kanon op glij affuit, let op de dwarse houten steunen onder het affuit (Canon de 285mm Mle 1917 Sur affût a glissement)
Enlarge
Frans 285mm kanon op glij affuit, let op de dwarse houten steunen onder het affuit (Canon de 285mm Mle 1917 Sur affût a glissement)
Met mankracht werd het hele affuit terug naar beneden gekrikt tot het volledige gewicht terug op de wielen russte. Het kanon werd terug naar voren gereden door een manuele aandrijving (gewoon een krukas waaraan men draaide maar met een ontzettend kleine overbrenging). Soms, naar het einde van de oorlog toe, werden er echter electromotoren voorzien.
Al dit nam véél tijd in beslag, zodat de vuursnelheid daalde naar één schot per 5 minuten in de beste gevallen (dit kon niet lang worden volgehouden gezien de enorme hoeveelheid zware manuele arbeid die de bemanning moest verrichten).
Een voordeel was dat dit alles zeer simpel was. Het affuit was een eenvoudig zaakje om in elkaar te klinken en er was eigenlijk bijna niets dat kapot kon gaan of ontregeld worden. Of toch: Na een redelijk groot aantal schoten begon het affuit stilaan uit elkaar te vallen van de enorme slag die het opving bij elk shot, maar tegen dan was ook de loop meestal uitgeschoten. Ook konden met zulk soort affuiten een groot aantal voormalige marine kanonnen of voormalig kustverdedigingsgeschut van uiteenlopend model snel ingezet worden op een standaard affuit aangezien voor dit type affuit het gewicht van de loop en de terugslagkrachten niet zoveel uitmaakten.
Dit soort affuiten werd vooral door het Franse leger gebruikt, raar genoeg ook voor stukken die oorspronkelijk een terugslagmechanisme hadden. In de Franse versie had het kanon geen traverse.
Dit soort affuit werd ook gebruikt door de VS (Sliding mount, ondanks de produtiecapaciteit van de VS moesten deze ook op het glijaffuit teruggrijpen voor een deel van hun wapens om snel genoeg voldoende spoorweggeschut te hebben.) en Italië In deze twee landen was er wel een beetje traverse op de montering.
  • Nood affuit. (Affût de circonstance) Enkel in Franse dienst genomen. Meestal omvatte dit een oud stuk kustverdedigingsgeschut van 19cm to 30 cm dat op een gewone twee tot vijf assige spoorwagon werd geplaatst onderaan deze wagon werden dan dwarse stalen of houten stukken gezet die naar beneden konden werden gekrikt tot op het spoor om als sterke rem te dienen en verder werd het stuk met kettingen aan de grond verankerd. Afhankelijk van het type geschut diende het ter spoor ter plaatse versterkt te worden. Deze stukken hadden vaak een zogenaamde Vavaseur terugslagrem. Dit was een oud terugslagmechanisme dat lang voor deze op veldgeschut werd ingevoerd, doch voor de


 19 cm kanon op nood affuit. Het kanon staat in teruggetrokken positie bovenaan de hellende glijbaan voor transport. (19 G Mle 1878 sur affût de circonstance)
Enlarge
19 cm kanon op nood affuit. Het kanon staat in teruggetrokken positie bovenaan de hellende glijbaan voor transport. (19 G Mle 1878 sur affût de circonstance)

laatste niet geschikt vanwege zijn gewicht. In een Vavaseur montering stond het stuk op een oplopende onderaffuit. Een bovenaffuit, die het stuk droeg, werd hierop geplaatst en bij het afschieten van het stuk rolde of schoof het de helling van het onderaffuit op en dit ving de terugslag op. Door de zwaartekracht rolde of schoof de bovenaffuit terug in vuurpositie. Dit was reeds een zeer oud principe waarvan de de eerste proefnemingen teruggingen tot in de late 18de eeuw. De vernieuwing van Vavaseur was dat hij een hydraulische terugslagrem tussen boven- en onderaffuit plaatste waardoor het onderaffuit veel korter kon worden en het bovenaffuit sneller terug in laadpositie werd getrokken. Het gebruik van dit type stukken was een heel snelle en goedkope oplossing. Aan het einde van de oorlog werden er zelfs twee 30cm stukken op affuiten van gewapend beton geplaatst in een proefneming om staal te besparen. Ook werden er stukken kustverdedigingsgeschut met terugslagrem en 360° traverse op spoorwegwagons geplaatst.

  • Affuit met terugslagmechanisme. Dit is een stuk geschut met hydropneumatische rem dat in een spoorwegaffuit werd ingelegd. De spoorwegaffuit bewoog dan niet of weinig tijdens het schieten. Ze waren duurder dan de glijaffuiten, maar schoten veel sneller en hadden wat traverse op het affuit (typisch 10 à 15 graden).
  • Affuit met terugslagmechanisme van het bovenafuit. Het bovenaffuit gleed terug op het onderaffuit, tussen deze twee was er een hydro-pneumatische rem. Het bekenste van dit type is het "Affut a berceau Saint-Chamont.
  • Rollende terugslag. Het stuk wordt afgevuurd, rolt naar achter door de terugslag en komt tot stilstand door de normale remmen te gebruiken.
  • Gemixte types
  • "Affut a déformation" De terugslag van het Franse 520 Mle 1916 was zo zwaar dat men er eigenlijk geen raad mee wist. Uiteindelijk werd beslist de terugslag in 2 gedeelten op te vangen. Ten eerste was er een hydropneumatische terugslagrem op het stuk zelf. Deze was echter niet voldoende om alle terugslag op te vangen, daarom was de affuit zelf nog eens een glijaffuit, wat dan de rest van de terugslag opving. Deze unieke combinatie werd door de Fransen "affut a Déformation" genoemd, een term die niet echt in het Nederlands te vertalen ("Deformatieaffuit")is zonder zijn correcte betekenis te verliezen.
  • Affuit met terugslagmechanisme en rollende terugslag: gebruikt in de Britse 30,5 cm and 35,6 cm kanonnen en het United States Navy 14-inch mount, Mark II

Richten.

Om het geschut te richten waren er verschillende mogelijkheden.


Duits 24 cm S.K. L40 in Eisenbahn-Bettungs-Schiessgerust op draaischijf.
Enlarge
Duits 24 cm S.K. L40 in Eisenbahn-Bettungs-Schiessgerust op draaischijf.
  • Draaischijf: het hele stuk werd op een draaischijf geplaatst wat vooral bij de Duitsers populair was.
  • Rondomvuurafuit: deze had al een traverse van 360° zonder verdere maatregelen (soms (vaak Franse stukken) was er wel een blinde hoek langs de as van het spoor) Bijna alle Britse spoorwegkannonnen waren van dit type.
  • Affuit met bovenaffuit met traverse. Hierin wordt het stuk op een bovenaffuit gelegd dat een beperkte traverse heeft op een onderaffuit (meestal is dit het treinstel) Het belangrijkste van dit type is het "Affut a berceau Saint-Chamont dat 12° traverse toeliet.
  • Dwarsspoor. (enkel Duits gebruik) een kort stukje spoor werd dwars op het bestaande spoor gelegd. het voorste draaistel wielen van de affuit werd dan op dit dwarse stuk geplaatst zodat het door het naar links of rechts verplaatsen ervan een grote traverse tot bijna 180 graden kon bereiken. Dit kon natuurlijk alleen gebruikt worden voor affuiten met terugslagrem. Hoewel zeker geattesteerd in de tweede wereldoorlog, is het onzeker of deze methode gebruikt werd tijdens de eerste wereldoorlog.
  • Gebogen stuk spoor. Het stuk werd op een gebogen stuk spoor geplaatst en door op de juiste plek te gaan staan werd de juiste traverse bereikt. De radius van de boog mocht natuurlijk niet te klein zijn of het stuk zou kunnen kantelen. Daarom was de traversiehoek hierdoor bereikt vaak nogal klein en werden er vaak verscheidene bogen in een groep gelegd om meerdere doelen te kunnen beschieten. Deze methode van traverse werd vooral gebruikt voor de glijaffuiten.

"Spoorweggeschut" dat er eigenlijk geen was

  • Paris Kanone: Hoewel de spoorwegen een zeer belangrijke rol speelden bij de opbouw van dit stuk , was het geen spoorweggeschut maar een beddingssgeschut dat op een betonnen (in één geval stalen) onderbedding en een stalen bovenbedding russte.
  • Matériel de 340 mm Mle 1912 à Berceau Dit Franse stuk werd als een gewoon spoorweggeschut (het zag er tijdens transport ook zo uit) naar de stelling gereden doch ter plaatse werd het op een bedding geplaatst en de wielen verwijderd voor het vuren.
  • 38 cm S.K. L 45 in Eisenbahn-Bettungs-Schiessgerust "Max", Zie artikel : 38cm "Max". Dit kanon zag er net zoals het vorige tijdens het transport als een spoorweggeschut uit, doch werd in een bedding gelegd en de spoorwegwielen werden verwijderd voor het vuren. Voor vuren met beperkte elevaties ( tot 20° elevatie) in noodgevallen kon echter rechtstreeks van het spoorwegaffuit konden worden gevuurd. (Dus is het toch een beetje een spoorweggeschut, zoals zo vaak, vervagen definities in confrontatie met de werkelijkheid)
  • Mortier de 293 mm Danois :Dit stuk werd wel op normaalspoor of smalspoor vervoerd, doch voor het vuren werd het op een vaste bedding geplaatst
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Spoorweggeschut"
Personal tools