/** * */

Slag in Lotharingen

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog drongen de Fransen de Duitse grensprovincie Elzas-Lotharingen binnen. In de Elzas leidde de Franse opmars in zoverre tot succes, dat de stad Mülhausen door hen bezet kon worden, doordat de Duitse aanvalskracht zich nog niet tot volle sterkte had ontplooid. Nadat de Fransen aanvankelijk op 9 en 10 aug. 1914 door het 7de Duitse leger van generaal v. Heeringen werden teruggeworpen, wisten zij Mülhausen op 19 aug. ten tweeden male te bezetten, maar werden door de Duitsers na gevechten met de rechtervleugel van het 1ste Franse leger op 24 aug. opnieuw verdreven. Eigenlijk was die rechtervleugel de linkervleugel van de voor deze gelegenheid gevormde Armée d'Alsace, die onder commando stond van een generaal die in de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 de rechterhand verloren had, Paul Pau. Maar de strijd in de Elzas en met name om de strategisch belangrijke bergruggen in de Vogezen sleepte zich nog jaren onder opoffering van tallozen voort, zonder overigens van invloed te zijn op de grote militaire operaties elders aan het westelijk front.

Nadat het Franse offensief in oostelijke richting was vastgelopen, richtte de blik van de Franse chef-staf, generaal Joseph Joffre, zich naar het noorden en kreeg ook Duits-Lotharingen (de landstreek Lotharingen lag deels in Duitsland en deels in Frankrijk) te maken met een Franse aanval. Ook hier waren de Duitse troepen aanvankelijk verre in de minderheid en werd het Duitse Saarburg, ongeveer 20 km over de Duits-Franse grens gelegen, op 18 aug. 1914 zonder noemenswaardige Duitse tegenstand door de Fransen bezet. Het Duitse opperbevel, de zogeheten Oberste Heeresleitung (afgekort O.H.L.), werd hierdoor genoodzaakt om zeseneenhalve divisie reservetroepen te onttrekken aan de Duitse opmars door België naar Frankrijk. Die opmars ontwikkelde zich zo voorspoedig, dat deze beslissing op dat moment verantwoord leek. In hoeverre dit besluit van invloed is geweest op de gebeurtenissen aan de Marne (zie Slag aan de Marne) en het uiteindelijke verloop van de oorlog, zal tot op de huidige dag wel een open vraag blijven.

Met deze divisies versterkt, zette de bevelhebber van het 6de Duitse leger, Prins Rupprecht van Beieren, bij Saarburg en Mörchingen de tegenaanval in. In deze zogenoemde Slag in Lotharingen, die zich tussen 20 en 22 aug. 1914 voltrok, gelukte het de Duitsers de Fransen uit Lotharingen te verdrijven, het 1ste Franse leger onder Aug. Dubail uit Saarburg en het 2de (de Castelnau) uit Mörchingen. Meer dan 10.000 Franse soldaten werden gevangen genomen terwijl een rijke buit aan oorlogsmateriaal in Duitse handen viel. Pau, de veteraan die reeds met pensioen was toen de Fransen bij het uitbreken van de oorlog alsnog een beroep op hem deden, werd na het echec in de Elzas na deze nieuwe nederlaag uit zijn functie ontheven. Het Franse masterplan voor de aanval op Duitsland, "Plan XVII", had definitief schipbreuk geleden.

Lit.: Reichsarchiv (red.): Der Weltkrieg. 1914 bis 1918. Die militärischen Operationen zu Lande. 1. Die Grenzschlachten im Westen (1925), e.a.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_in_Lotharingen"
Personal tools