/** * */

Slag bij de Falkland-Eilanden

De Slag bij de Falkland-Eilanden was een gevecht tussen Duitse kruisers en Engelse kruisers en slagkruisers tijdens de Eerste Wereldoorlog op 8 december 1914.

Inhoud

De Duitsers

Het Duitse kruiser-eskader dat onder bevel stond van vice-admiraal Maximilian Graf von Spee, had in de Slag bij Coronel (1 nov. 1914) een Brits smaldeel (bevelvoerder: Sir Christopher Cradock) vernietigend verslagen waarbij de Britten twee kruisers met 1654 man (onder wie Cradock) verloren. Spee had twee lichtgewonden.

De vreugde over deze eclatante overwinning in Duitsland stond in schril contrast met de verbijstering, het ongeloof en de gevoelens van ontzetting in Engeland, toen men het nieuws van de nederlaag tot zich had laten doordringen. Het was de eerste keer in anderhalve eeuw dat een Brits eskader was verslagen, laat staan vernietigd! Al spoedig volgde de roep om vergelding.

Spee stond nu voor een moeilijke beslissing, de kruiseroorlog voort te zetten, of naar Duitsland terug te keren? In het eerste geval was er een probleem. Kolen en voedsel konden worden overgeladen van buitgemaakte koopvaardijschepen, doch alleen in Duitsland kon hij munitie aanvullen. Aangezien zijn eskader bij Coronel reeds meer dan de helft van de munitie had verschoten (slechts 54 schoten bleven over per 210mm kanon), werd besloten naar Duitsland terug te keren, hoewel Spee inzag dat de kansen op een succesvolle terugkeer door de Britse blokkade en de overmacht van de Britse marine in de Noordzee gering waren. Ook in de Stille Oceaan was het gevaarlijk door de aanwezigheid van de Japanse marine.

Na een kort verblijf in Valparaiso rondde zijn eskader, bestaande uit Scharnhorst (vlaggenschip) en Gneisenau (beide 11.600 t en uitgerust met 8 21-cm-kanons) en de lichte kruisers Nürnberg (3.550 t), Leipzig (3.250 t) en Dresden (3.600 t) Kaap Hoorn richting Duitsland. Zijn sombere stemming door het besef van wat er waarschijnlijk te wachten stond was duidelijk. Toen hij in Valparaiso bloemen kreeg aangeboden, weigerde hij deze met het commentaar "dat men deze beter kon bewaren om op zijn graf te leggen".

Beslist werd om eerst naar de Falkland-Eilanden te varen, een onbeschermde Britse vlootbasis, waar hij genoeg kolen zou vinden om zijn schepen vol te laden (het was in die tijd niet ongebruikelijk om bij het vooruitzicht van een lange reis extra kolen in zakken op dek mee te voeren en zelfs de kajuiten van de officieren vol met kolen te laden). Verder kon hij daar de zendpost vernietigen, de enige van de Britten in de zuidelijke Atlantische Oceaan.

De Britten

De Britse admiraliteit nam geen risico's en zette drie slagkruisers in, Invincible en Inflexible onder commando van Doveton Sturdee (beide 17.250 t, 25 knopen en bewapend met 8 305 mm L45 kanons), alsmede een zestal lichte en pantserkruisers en een bewapend koopvaardijschip. Dit was een merkwaardige beslising want Sturdee was een persoonlijke vijand van Fisher die deze laatste zelfs op landdienst had gezet. Nu kreeg Sturdee waarschijnlijk een mooie overwinning in een zeeslag in de schoot geworpen.

Een derde slagkruiser, de Princess Royal (nog krachtiger dan de slagkruisers van Sturdee) werd de oceaan opgestuurd ter hoogte van de Bahama-Eilanden, voor het geval de Duitsers langs Sturdee zouden glippen, en om als verbinding te dienen tussen Sturdee en de admiraliteit. Dit alles gebeurde onder protest van de commandant van de Grand Fleet: John R. Jellicoe, die minder slagkruisers zou overhouden dan de Hochseeflotte.

Op 7 december 1914 bereikte dit eskader de Falkland-Eilanden, waar het zich voegde bij het oude slagschip Canopus, dat deel had uitgemaakt van het smaldeel van Cradock, maar Coronel niet tijdig had kunnen bereiken. Dit laatste omdat de hoofdmachinist in zijn wanhoop had gezegd dat het schip slechts 11 knopen kon lopen, terwijl het waarschijnlijk 16 knopen of meer kon halen.

Een dag later dan de Engelsen kwam Spee om 7.30 uur 's morgens bij de Falkland-Eilanden aan. Gneisenau en Nürnberg, die ter verkenning zagen eerst de schoorstenen van oude pantserkruisers van het type dat ze bij Coronel zo gemakkelijk vernietigd hadden. Toen ze dichterbij kwamen bij Port William zagen ze echter driepootmasten. Driepootmasten waren pas kortgeleden ingevoerd en konden maar één ding betekenen: dreadnoughts of slagkruisers, hoogstwaarschijnlijk de laatste.

Sturdee moet even verrast zijn geweest als de Duitsers. Zijn smaldeel was immers net kolen aan het laden en slechts één van zijn oudere pantserkruisers was aan het patrouilleren aan de havenmond en gevechtsklaar. De schepen hadden nog geen druk op de ketels (wat zeer lang duurde om deze op te bouwen voor een schip zijn maximumsnelheid kon bereiken), en voerden kleine reparaties uit. De pantserkruiser Cornwall had zelfs zijn machinerie gedeeltelijk gedemonteerd voor een reparatie!

Maar de Canopus had na de Slag bij Coronel van Fisher, de Britse First Sealord, die het volgende doel van de Duitsers juist inschatte, de opdracht gekregen aan de grond te lopen in de haven van port Stanley om als lokale verdedigingsbatterij te dienen. Als vuurleiding had men posten op de toppen van de heuvels gezet, waar dit schip overheen moest vuren om doelen op zee te bereiken. Deze vuurde een salvo af op de Gneisenau en dit eerste salvo raakte reeds een schoorsteen, zonder echter ernstige schade aan te richten. Dit had tot gevolg dat de Gneisenau zich terugtrok buiten bereik van de 305 mm kanons.

De Glaslow wist als eerste de haven te verlaten kort voor 10.00 uur, het laatste schip na 11.00 uur.

Het verschil in ontwerp-snelheid tussen de slagkruisers (25 knopen) en de Duitse schepen (23 knopen) werd nog verergerd doordat de Britse schepen nog niet lang uit dok waren. Bovendien was van de meeste schepen de machinerie recentelijk gereviseerd. De Duitse schepen waren reeds maanden uit dok, waren sindsdien niet schoongebikt en hadden slechts een maiximum snelheid van 18 knopen (hoewel de Gneisenau op een bepaald punt haar machines tot 21 knopen wist te persen).

De Britten , waar Sturdee eerst de achtervolging had ingezet tegen 26 knopen in zijn slagkruisers, vertraagden het over de zee uitgespreide eskader om te hergroeperen, toen bleek hoe traag de Duitse schepen wel waren.

De slag

overzicht van de slag
Enlarge
overzicht van de slag

De slag begon om 13.00 uur, toen het laatste schip in de Duitse linie, Leipzig, door de snellere Britse slagkruisers werd ingehaald en door de Invincible onder vuur werd genomen. In een poging te redden wat te redden viel, gaf Spee zijn drie lichte kruisers om 13.20 uur opdracht te proberen te ontsnappen. De Britse lichte kruiser Glasgow (4.800 t) en de pantserkruisers Kent en Cornwall (beide 9.800 t) zetten de achtervolging in, terwijl Scharnhorst en Gneisenau het gevecht aangingen met Invincible en Inflexible.

Vanzelfsprekend waren de Duitse pantserkruisers tegen de Britse slagkruisers even kansloos als de Britten dat bij Coronel waren geweest. Dat ze het gevecht aangingen was een opofferingsdaad, men hoopte daardoor tijd te geven aan de lichte kruisers om te ontsnappen.

De Britten hielden de afstand meestal groot genoeg om zelf vrijwel buiten schot te blijven, terwijl ze op hun beurt door de reikwijdte van hun 305 mm geschut voortdurend in staat waren om de tegenstander te treffen. Later voegde de pantserkruiser Carnarvon er zich nog bij en wist ook nog enkele treffers te plaatsen.

Eerst zonk Scharnhorst om 16.17 uur na een heroïsch gevecht dat meer dan drie uur duurde, 764 opvarenden onder wie Spee en diens twee zonen, die als jonge adelborsten deel uitmaakten van de bemanning, in haar ondergang meesleurend.

Gneisenau vocht nog ruim een uur langer door tot alle munitie was verschoten en een groot deel van de bemanning gedood of gewond was. Van overgave was echter geen sprake; alle afsluiters werden opengedraaid om de ondergang van het schip te bespoedigen, de vlag werd gestreken en na een driewerf hoera voor de Duitse keizer werd het zwaargehavende schip, dat overdekt was met geel stof van de Britse lyddietgranaten, om 6 uur in de namiddag door de bemanning verlaten. Voor zover ze niet in het ijskoude water verdronken werden nog tientallen drenkelingen door de Britten opgepikt.

Nürnberg werd door de Britse kruiser Kent ingehaald. Alles wat maar brandbaar was werd in de stookketels gegooid. Kent was immers maar net met het laden van kolen begonnen toen het bevel tot uitvaren kwam. Deze kruiser was nominaal veel langzamer dan de Nürnberg, doch door deze uiterste inspanning haalde deze oude kruiser, die ontworpen was voor 23 knopen en waarvan de machinerie eigenlijk versleten was, 25 knopen! De vibraties die dit veroorzaakte maakten het eerst zelfs onmogelijk om het geschut te richten. De Nürnberg zag dat ontsnappen onmogelijk was en voer uiteindelijk naar de Kent toe, die zijn snelheid kon verminderen en eindelijk zijn kanons serieus kon richten, om haar geschut in de strijd te werpen. Ze werd om 19.27 uur tot zinken gebracht; slechts 12 bemanningsleden (van een bezetting van 300 koppen) konden worden gered.

Leipzig deelde het lot van de andere als laatste om 21.23 uur na een urenlang gevecht met de Britse kruisers Glasgow en Cornwall. Van de 300 koppen werden door de Britten 18 man levend uit zee opgevist.

Alleen Dresden wist te ontsnappen. Doch i.p.v evenals haar zusterschip de Emden een bestaan als raider te beginnen verborg het schip zich maandenlang in de van talrijke baaien en eilanden voorziene doolhof van de Chileense kust en maakte slechts 4 koopvaardijschepen buit, waarvan er één ook nog Duitse vracht vervoerde! Na enkele maanden werd het door de Britse marine opgespoord. De kruisers Kent, Glasgow en de hulpkruiser Orama rondden de kaap waarachter het Duitse schip zich schuilhield. De kanons waren op de Britse schepen gericht, doch na 5 minuten ging de witte vlag reeds omhoog ! Dresden had 15 gewonden en de Britten geen.

De Duitsers verloren al met al behoudens vier schepen ca. 1900 man; de Britten slechts 2 op Glasgow en Kent. Invincible kreeg 20 en Inflexible 2 treffers te verwerken, die ondanks het lichte pantster van de slagkruisers weinig schade aanrichtten; er waren slechts enkele lichtgewonden.

Fisher was uitgelaten, niet alleen was de schande van Coronel dan toch gedeeltelijk weggevaagd, doch zijn ontwerp van de slagkruiser had bewezen dat het geschikt was voor de rol waarvoor het ontworpen was: uitschakelen van vijandelijke raiders.

Naschrift

Dat men meestal geen lessen leert uit een overwinning was ook hier waar. De Invincible en Inflexible hadden bijna heel hun munitievoorraad opgeschoten om de twee pantserkruisers uit te schakelen wat 4 uur duurde, terwijl men deze eigenlijk snel had moeten uitschakelen. Daar werd in de roes van de overwinning geen aandacht aan besteed. Dit gebrek had twee redenen: de Britse pantsterdoorborende granaten waren zeer slecht en hun doorboringscapaciteit lag ver beneden wat ze had moeten zijn voor zulke zware granaten doordat ze te bros waren en vaak op (ook licht of middelzwaar) pantsterstaal gewoon in stukken braken. Verder waren er problemen met de ontstekers: vaak werkten die niet en bij schuine treffers werkten ze bijna nooit. Ook was de vuurleiding heel slecht gezien het geringe aantal treffers tegenover de hoeveelheid granaten afgeschoten en de schepen waren eigenlijk niet geoefend in lange afstandsvuur (iets waar Jellicoe veel aandacht aan zou besteden tijdens de periode dat hij de Grand Fleet onder commando had). De granaten zouden pas na 1916 verbeterd worden nadat een Zweedse marineattaché die in contact stond met Duitse vlootcommandanten had verteld aan een Britse marineattaché dat de granaten braken op pantster. Het gebrek hieruit te leren, zou de Britten duur te staan komen bij de latere zeeslagen in de Noordzee. Waar de behaalde resultaten veel beter hadden kunnen zijn dan die in werkelijkheid gerealiseerd.


Literatuur

  • Der Kreuzerkrieg in den ausländischen Gewässern. 1. Das Kreuzergeschwader. Berlin: E.S. Mittler & Sohn, 1922.
  • Weyer, B.: Taschenbuch der Kriegsflotten. XVI. Jahrgang. München: J.F. Lehmann's Verlag, 1915.
  • Taylor, J.C.: German Warships of World War I. London: Ian Allan, 1969.
  • Koenig, William: Epic sea battles. London: Octopus Books Ltd., 1976
  • Pitt, Barry: Coronel and Falkland, London, 1960.
Personal tools