/** * */

Slag bij de Doggersbank

De Slag bij de Doggersbank was een zeeslag tussen de Britse en de Duitse marine tijdens de Eerste Wereldoorlog op 24 januari 1915.

De sterkteverhouding tussen de Britse en Duitse oorlogsvloot (ca. 3 tegen 2) maakte het voor de Duitsers vrijwel onmogelijk de Britse blokkade tijdens de Eerste Wereldoorlog te doorbreken. Aanvankelijk beperkte men zich tot prikacties. Wel was het de Duitsers gelukt mijnen te leggen, waardoor het Engelse slagschip Audacious was gezonken en waren de Engelse kustplaatsen Yarmouth en Scarborough beschoten. Een rechtstreekse confrontatie tussen beide vloten vond begin 1915 bij de Doggersbank plaats.

Op 24 januari 1915 was een Duits eskader (bevelhebber Franz Hipper) bestaande uit de slagkruisers Seydlitz, Moltke en Derfflinger en de pantserkruiser Blücher, ondersteund door 4 kleine kruisers en 18 torpedoboten op weg naar de Engelse oostkust voor een verkenningstocht en zo mogelijk om beschietingen op kustplaatsen uit te voeren, toen het op de Noordzee ter hoogte van de Doggersbank werd verrast door een dubbel zo sterk Brits eskader (bevelhebber David Beatty) bestaande uit de slagkruisers Lion (vlaggeship), Tiger (pas in dienst met een onervaren bemanning voor het grootste deel bestaande uit matrozen uit gevangenissen gehaald), Princess Royal, New Zealand en Indomitable met 7 lichte kruisers en 35 torpedobootjagers. De Britten hadden lucht van de Duitse operatie gekregen door Duitse radioberichten te decoderen, terwijl de Duitsers veronderstelden dat de Engelse slagkruisers zich in de haven bevonden om te bunkeren.

Het was nog donker, toen Beatty's slagkruisers rond 7 uur ’s morgens de Doggersbank bereikten. Hipper was volkomen verrast, toen de Britten het vuur openden. Onzeker over de sterkte van de vijand liet hij zijn schepen keren, zonder echter de snelheid te verhogen om bij het aanbreken van de dag de situatie te kunnen overzien. Dat bleek een tactische fout. Om 8.45 uur meldde zijn vlaggenschip Seydlitz aan het opperbevel in Wilhelmshaven: “Positie 053 δ links midden, koers zuidoost, 20 zeemijl, 8 grote schepen, 1 kleine kruiser, 12 torpedoboten in zicht.” Er leek geen ontkomen aan, want het achterste schip in de linie, Blücher, haalde op dat moment slechts 23 knopen.

De bevelen van Beatty de volgende minuten vertellen het verhaal van de achtervolging, een reeks bevelen die Nelson zelf niet zouden misstaan hebben:

  • 8:10u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 24 knopen"
  • 8:16u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 25 knopen"
  • 8.23u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 26 knopen"
  • 8.34u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 27 knopen"
  • 8.43u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 28 knopen"
  • 8.54u "Lion aan de slagkruisers: snelheid 29 knopen"

De laatste snelheden lagen boven de ontwerpsnelheid van de slagkruisers (het snelste schip, de Tiger was voor 28 knopen ontworpen, het traagste Indomitable voor 25-26 knopen) , doch Beatty eiste gewoon van elk schip dat het het maximum uit zijn machinerie haalde. Dit was gerechtvaardigd om de Duitse slagkruisers, die trager waren, niet te laten ontsnappen en zo snel mogelijk, zo ver mogelijk van de bescherming van de eigen mijnenvelden en voor er versterking kon opdagen tot de strijd te dwingen en gezien de getalsverhoudingen eventueel compleet te vernietigen; maar het had wel als gevolg dat de Britse slaglinie steeds verder uitgerekt raakte aangezien de snellere schepen vooraan voeren. Het was ongehoord, maar de traagste Britse slagkruiser de Indomitable, ontworpen voor 25 knopen haalde een tijdje meer dan 27 knopen! De Britse slagkruisers voeren nu zo snel, dat zelfs de torpedobootjagers de slaglinie slechts met een uiterste inspanning van hun machinerie konden volgen. (In theorie waren de torpedobootjagers sneller, doch hun proefvaarten waren op vlakke zee uitgevoerd. In een redelijke golfslag zijn grotere schepen in het voordeel wegens hun grotere zeewaardigheid en hebben kleinere schepen meer moeite om hoge snelheden te ontwikkelen)

Beatty naderde nu snel en stuurde parallelkoers. Om 9.30 uur meldde Seydlitz: “083 δ zuidoost, 21 zeemijl. Er volgen 7 vijandelijke kleine kruisers, 26 torpedoboten, daarachter nog meer rookwolken. Verwacht aanval pas in de Duitse Bocht.” Doch om 10 uur volgde: “In westnoordwest 1ste vijandelijk pantserkruiser-eskader in zicht.” En om 10.08 uur: “Ben in gevecht met het 1ste pantserkruiser-eskader in 109 δ, stuur koers zuidoost. Seydlitz.” waarna om 10.33 uur een oproep om assistentie volgde: “Positie 113 δ, stuur koers zuidoost, 23 zeemijl. Ben in gevecht met het 1ste vijandelijke pantserkruiser-eskader in noordnoordwest. Verzoek om bijstand van eskaders en flottieljes.” Het opperbevel antwoordde hierop dat de vloot zou uitlopen, maar dat zou natuurlijk nog uren in beslag kunnen nemen.

Ondertussen was het gevecht in volle gang. Een granaat van Lion trof Seydlitz in de achterste gevechtstoren en deed de daarin liggende kruitvoorraad ontvlammen. Het vuur sloeg over naar de gevechtstoren ernaast waarop ook deze uitbrandde en het was aan de inzet van een onderofficier te danken, die de munitiemagazijnen onder water zette, dat het schip niet de lucht in ging. Lion zelf werd door Derfflinger getroffen en viel stil; de elektrische installatie was vernietigd zodat alleen nog met vlagsignalen gecommuniceerd kon worden. Een melding van onderzeebootgevaar deed de Engelsen aanvankelijk koers wijzigen in noordoostelijke richting, waarna een vlagsignaal van Lion om de strijd te hervatten verkeerd werd begrepen. Het gevolg hiervan was dat het Britse vuur zich geheel op Blücher concentreerde, die als laatste schip in de Duitse linie al voortdurend was bestookt en nauwelijks vaart meer maakte, terwijl het gros achter de horizon verdween. Een poging Blücher te redden zou gezien de krachtsverhouding, mede door het uitvallen van vier zware kanons op Seydlitz tot de ondergang van het gehele eskader hebben kunnen leiden. Anderzijds was een kans gemist de lamgeslagen Lion, die door Indomitable moest worden weggesleept, te vernietigen. Het Duitse vlaggenschip Seydlitz meldde aan het opperbevel: “Positie 12.45 uur 054 ε, stuur koers zuidoost. Gevecht voor het moment afgebroken. “Blücher” verloren. Vijand peilt noordnoordoost.” En het Duitse luchtschip “L5”, dat zich boven het strijdtoneel bevond meldde: “Positie 13.07 uur 036 β. Blücher gekenterd. Vijandelijke torpedoboten en kruisers in de buurt. Vijand trekt zich terug in richting noordwest.”'

Tientallen overlevenden van Blücher werden door de Engelsen uit het water gevist, maar daarbij deed zich een betreurenswaardig incident voor. Plotseling dook het Duitse verkenningsvliegtuig "83" op uit de nevels, beoordeelde de situatie volkomen verkeerd en liet zijn bommen (4 van 4,5 kg en 2 van 10 kg) op de schepen vallen, die met de reddingsoperatie bezig waren. De bommen troffen overigens geen doel, maar de Engelsen trokken zich terug en lieten de drenkelingen aan hun lot over.

Het scheepsjournaal van vlaggenschip Seydlitz van de Duitsers meldde:

"Seydlitz" werd van meer dan 20 km afstand onder vuur genomen, dat pas op 18 km afstand kon worden beantwoord, omdat de kanons niet verder konden worden opgericht. De geschutspositie was ongunstig, omdat de vijand zich precies achter de rook van de eigen schepen bevond. Bovendien kon de voorste zware toren het doel niet altijd in het vizier krijgen. Om 10.25 uur kreeg "Seydlitz" een eerste treffer in het voorschip, 10.43 uur een treffer in het achterschip, en om 11.25 uur nog een treffer midscheeps. Om 12.14 uur n.m. eindigde het gevecht. Aantal schoten: ca. 390. Afstand: tussen 14,5 en 18 km. Doel: het voorste Engelse schip. Munitieverbruik: ca. 390 pantser-doorborende 28 cm-granaten. v. Egidy, Kapitein ter Zee en Commandant.

De Royal Navy was niet gelukkig met de afloop. Men had dan wel een Duitse kruiser (hoewel dit geen dreadnought was) tot zinken gebracht, maar de hoofdmacht laten ontsnappen. De onderlinge communicatie tussen de schepen bleek zeer te wensen over te laten. Verder was het aantal treffers ver onder de maat - van de 243 34 cm granaten die Lion afvuurde, troffen er maar 4 doel - en bleek het nieuwe systeem “firing director” voor synchroonvuur, waarmee Tiger was uitgerust, niet te werken. Maar men zag door de geringe schade aan de eigen schepen de zwakte van constructie en pantser over het hoofd, waarvan de gevolgen zich anderhalf jaar later, tijdens de Slag bij Jutland, zouden openbaren. Bij de Duitsers daarentegen bracht het inferno op Seydlitz een constructiefout aan het licht, die leidde tot verbetering van de beveiliging tegen steekvlammen binnen de gevechtstorens van de schepen.

De Britten verloren 50 man; aan Duitse zijde bedroegen de verliezen 951 man, allen op Blücher en Seydlitz. Het was het eerste treffen van slechts twee gedurende de gehele Eerste Wereldoorlog tussen dreadnoughts van de strijdende partijen.

Literatuur

  • Julian S. Corbett: History of the Great War based on official documents. Naval operations. Vol. II. Longmans, Green & Co., London, 1921.
  • Filson Young: With the battle cruisers. Cassell & Co., Ltd., London etc., 1921.
  • Marine-Archiv (Hrsg.): Der Krieg zur See 1914-1918. Der Krieg in der Nordsee. 3. Bd. Von Ende Nov. 1914 bis Anfang Febr. 1915. E.S. Mittler & Sohn, Berlin, 1923.
  • Antony Preston: Battleships. Crescent Books, New York, 1981.
  • David Howarth: De dreadnoughts. Time-Life Boeken, Amsterdam, 1980.

Externe Links

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_bij_de_Doggersbank"
Personal tools