/** * */

Gevechten bij Mülhausen

(Doorverwezen vanaf Slag bij Mülhausen)
Elzas-Lotharingen (naar Meyer, Kleiner Handatlas, 1921)
Enlarge
Elzas-Lotharingen (naar Meyer, Kleiner Handatlas, 1921)

Inhoud

Inleiding

Bij Mülhausen in de Elzas vonden in het begin van de Eerste Wereldoorlog meerdere gevechten tussen Franse en Duitse troepen plaats.

Mülhausen (Frans: Mulhouse), een middelgrote Duitse fabrieksstad in de Opper-Elzas, telde in 1905, inclusief het daar gelegerde garnizoen, 91.716 inwoners. De gevechten bij Mülhausen vormden een fundamenteel onderdeel van de Franse oorlogsstrategie, het zogeheten Plan XVII, en waren bedoeld om de Elzas (en Lotharingen, dat zou nog volgen) op de Duitsers te heroveren, gebieden die voor Frankrijk verloren waren gegaan na de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 (→ Elzas-Lotharingen).

Los van zaken als nationale eer en gekwetste trots, tot haat aangezwollen ressentiment en revanchegevoelens, die verweven waren met de verovering van de Elzas, zou de aanwezigheid van Franse troepen daar moeten dienen als flankdekking voor de daarop volgende Franse invasie van Duitsland verder noordwaarts.

Eerste slag bij Mülhausen

De Eerste Slag bij Mülhausen, een van de zogenoemde grensgevechten bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, was de eerste Franse aanval tijdens die oorlog, en begon op 7 augustus 1914 om 5 uur in de morgen.

Commandant van de operatie om Mülhausen te veroveren was generaal Bonneau, die het bevel had over een detachement van het 1ste Franse leger, alsmede een cavalerie- en twee infanteriedivisies. Tegenover hem opgesteld stond het 7de Duitse leger onder generaal v. Heeringen.

Nadat ze op de ochtend van de 7de augustus de grens waren overgestoken, veroverden de Fransen met een bajonetaanval al snel de grensstad Altkirch. Maar Bonneau, die de lichte bewapening van de Duitse verdedigers niet vertrouwde, was huiverig om verder op te rukken omdat hij bang was in een Duitse val te lopen. Aangezien hij echter opdracht had om de volgende dag de Rijn te bereiken, zette hij zijn opmars voort, en nam Mülhausen in, kort nadat het Duitse garnizoen de stad had verlaten.

De verovering van Mülhausen, zij het dan zonder tegenstand, veroorzaakte in Frankrijk uitzinnige vreugdetaferelen. Volgens de Franse propaganda werden de Fransen door de inwoners van Mülhausen zelf als bevrijders binnengehaald.

Maar nadat ze versterkingen uit Straatsburg hadden aangevoerd, ondernamen de Duitsers in de ochtend van 9 augustus bij Sennheim een tegenaanval.

Omdat Bonneau zelf niet over reserves beschikte en niet in staat was een sterke verdediging te organiseren, moest hij diezelfde dag al de terugtocht aanvaarden.

Joseph Joffre, de Franse opperbevelhebber, stuurde haastig een reservedivisie om de defensie te versterken, maar die kwam te laat aan om te voorkomen dat de Duitsers Mülhausen weer in bezit namen. Bonneau trok 10 augustus naar Belfort terug om aan een Duitse omsingeling te ontsnappen.

Joffres reactie kwam onmiddellijk. Hij beschuldigde Bonneau van een gebrek aan aanvalslust, en onthief hem prompt uit zijn functie. Beseffend welke impact de nederlaag had voegde Joffre nog eens vier divisies toe aan de zogeheten "Armée d'Alsace", het leger van de Elzas, dat onder bevel stond van generaal Pau, die later die maand zonder succes een aanval op Lotharingen zou ondernemen.

Tweede Slag bij Mülhausen

De opdracht voor dit nieuwe 7de leger was dezelfde als voorheen: bescherming van de rechterflank van het 1ste leger in Lotharingen door nieuwe aanvallen op Mülhausen, Colmar en Straatsburg en het terugdringen van het Duitse leger tot de overkant van de Rijn, in feite het terugveroveren van de Elzas, die in 1871 verloren was gegaan. Een moeilijke opdracht voor Pau, die zijn troepen had teruggetrokken tussen Masmünster (Masevaux) en Alt-Münsterol (Montreux), de oude grens van 1871.

Zowel het 14de als het 15de Duitse legerkorps werden op 14 augustus teruggeroepen naar Straatsburg, om ingezet te worden in de buurt van Verdun. Ze werden vervangen door een leger onder generaal Gaede, bestaande uit 5 reservebrigades (21 bataljons infanterie, 5 eskadrons cavalerie en 10 artilleriebatterijen).

Toen de Duitsers hun troepen op 14 augustus hadden teruggetrokken besloot Pau om ze onmiddellijk te volgen. Hij trok vooruit tussen de Schluchtpas (Col de la Schlucht) en de Zwitserse grens. De opmars verliep traag.

Op 18 augustus waren de Franse troepen niet verder dan de lijn Niedersept (Seppois) – Dammerkirch (Dannemarie) - Reiningen (Reiningue) – Bad Sulzbach en Münster in de vallei van de Fecht. Pau had op 19 augustus een aanval voorzien op Mülhausen en Colmar. Ze bereikten het dorp Drei Aehren (Trois-Épis).

Voor de Duitse generaal Gaede was het eerste belang om de Rijnbruggen te behouden. Alleen cavalerie en rijwielbrigades patrouilleerden rond Mülhausen en de Vogezenkam. Een enkel onderdeel hield de vallei van de Fecht bij Münster, ten westen van Colmar. Ondertussen hielden het Duitse 6de en 7de leger op met hun bedrieglijke terugtrekking in Lotharingen.

De Duitse legers begonnen op 20 augustus in Lotharingen een tegenaanval op Saarburg en Mörchingen tegen de Franse legers van Dubail en De Castelnau. Daarom werd het van belang geacht om de Franse troepen in de Elzas bezig te houden, en daarom moet Gaede het Franse leger bij Mülhausen weer aanvallen. Het Franse leger zat inmiddels in Türkheim aan het einde van het Fechtdal.

21 augustus. In de linie Mülhausen-Altkirch werden verbitterde gevechten geleverd. Gaede verloor 2.300 man en 24 kanonnen op één dag. Ten noorden van Mülhausen bereikten de Fransen Wittenheim-Illzach en bezetten Mülhausen opnieuw.

Ondertussen leden de twee Franse legers bij Saarburg in Lotharingen verschrikkelijke verliezen en moesten zich terugtrekken. Er was dringend versterking nodig, maar alleen het “Armée d’Alsace” was beschikbaar, mits dat de stad Mülhausen en omgeving zou opgeven. Generaal Joffre besloot dat het 7de leger de vlakte van de Elzas op moest geven en zich terug moest trekken tot op de bergkammen van de Vogezen, de oude Frans-Duitse grens. Het 7de legerkorps en de 63ste infanteriedivisie zouden de kern gaan vormen van het nieuwe 6de leger bij Parijs.

Het Franse 7de leger verliet op 24 augustus Mülhausen en trok zich terug tot de oude grens van 1871. Mülhausen was weer Duits.

Op 25 augustus kreeg de gouverneur van Belfort opdracht de bruggen van Illfurth en Anspach, de sluizen van het Rijn-Rhônekanaal en de twee spoorviaducten bij Dammerkirch te vernietigen om de grens van 1871 te behouden.

Het is wel bijzonder dat het lot van Mülhausen in die periode niet bepaald werd door de militaire situatie ter plaatse, maar veeleer door de noodzaak om troepen elders in te zetten.

(De Eerste Slag bij Mülhausen is deels een vertaling van: http://www.firstworldwar.com/battles/mulhouse.htm).

Personal tools