/** * */

Slag bij Jutland

De Slag bij Jutland (31 mei 1916 – 1 juni 1916), ook Slag voor het Skagerrak genoemd, tussen de Britse en de Duitse marine was de grootste zeeslag uit de Eerste Wereldoorlog. Het was na de Slag bij de Doggersbank (begin 1915) de laatste van slechts twee ontmoetingen waarbij dreadnoughts van de strijdende partijen elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog bevochten.

Inhoud

De Duitse tactiek

Nadat men zich na de Slag bij de Doggersbank in hoofdzaak tot defensieve taken had bepaald, ontplooide de Duitse marine na het aantreden van admiraal Scheer een haast koortsachtige activiteit. Scheer, die begin 1916 Hugo von Pohl was opgevolgd als bevelhebber van de Duitse Hochseeflotte, voerde een strategie, die in tegenstelling tot de behoudende koers van zijn voorganger erop was gericht, de vloot actief tegen de Britten in te zetten om ze in de verleiding te brengen hun strijdmacht in kleinere eenheden te verspreiden, ze onder voor de Duitsers gunstige omstandigheden te kunnen aanvallen en te vernietigen. Zo deed de vrijwel complete Hochseeflotte in de nacht van 5 op 6 maart 1916 een uitval in de richting van "De Hoofden" (zuidwestelijk deel van de Noordzee), maar de Britten, die van de vijandelijke sterkte op de hoogte waren, hetzij door spionage, wat de Duitsers vermoedden, of, wat ook is beweerd, doordat ze beschikten over door de Russen buitgemaakte codeboeken van een Duitse kruiser, die in 1914 in de Finse Golf was vergaan en op deze wijze de versleutelde Duitse radioberichten grotendeels konden ontcijferen, hadden zich niet laten verleiden op deze uitdaging in te gaan. Op 24 en 25 april 1916 volgde een soortgelijke actie van de Duitse vloot, nu gericht tegen de Engelse kustplaatsen Lowestoft en Yarmouth (→ artikel), en ofschoon de Britten ook hiervan grotendeels, zij het niet tot in details op de hoogte waren, bleken ze niet in staat dit te verhinderen, hoewel de eigenlijke bedoeling van de Duitsers, de slagkruiservloot van de Britten bij Terschelling af te snijden en aan te vallen, mislukte.

Een dergelijke raid, nu tegen Sunderland gericht, en rond half mei 1916 gepland, moest echter door onvoorziene oorzaken, o.a. onvoldoende ondersteuning door onderzeeboten en het ontbreken van luchtverkenning door de ongunstige weersomstandigheden, steeds worden verschoven en ten slotte afgelast en vervangen worden door een soortgelijke actie in de richting van het Skagerrak, waarbij de kust van Jutland in het oosten een zekere dekking tegen vijandelijke verrassingsaanvallen bood en de grote afstand van vijandelijke steunpunten het gevaar, tegen wil en dank slag te moeten leveren, aanzienlijk verminderde. Dan zou ook de luchtverkenning minder belangrijk zijn. Het doel was hetzelfde als dat van de afgelaste aanval op Sunderland, nl. de vijand te noodzaken zijn strijdkrachten te verspreiden. Nu echter moest dat niet door een beschieting van de kust gebeuren, maar door de verschijning van Duitse kruisers voor het Skagerrak. Vice-admiraal Hipper, de bevelhebber van de verkenningseenheden, kreeg daarom opdracht in de vroege uren van de 31ste mei met de 1ste en 2de verkenningsgroep en drie torpedobootflottieljes de Jade te verlaten en buiten het zicht van de Deense kust zich nog voor het invallen van de duisternis voor de Noorse kust te laten zien, zodat de Engelsen lucht konden krijgen van de operatie, om dan gedurende de late middag en de daarop volgende nacht aanvallen op koopvaardijschepen te kunnen uitvoeren. Mochten zich vijandelijke strijdkrachten aandienen dan moesten deze vernietigd worden, maar wanneer ze in overtal waren weggelokt worden naar de inmiddels uitgelopen Duitse slagvloot.

De vloten verlaten hun bases

Uit gedecodeerde Duitse radioberichten hadden de Britten opgemaakt wat de Hochseeflotte van zins was, hoewel ze van de details van het operatieplan niet op de hoogte waren aangezien die rechtstreeks aan de diverse Duitse onderdelen waren meegedeeld. En zo gebeurde het, dat beide partijen in het ongewisse verkeerden over elkaars sterkte en de Duitsers onkundig waren van het feit dat de schepen van de Grand Fleet reeds 2½ uur vóór de Duitse slagkruisers hun bases hadden verlaten: admiraal Jellicoe, de opperbevelhebber, met het 1ste en 4de slageskader, het 3de slagkruisereskader, het 2de kruiser- en het 4de lichte kruisereskader met drie flottieljes torpedojagers uit Scapa Flow; admiraal Jerram met het 2de slageskader, het 1ste kruisereskader alsmede een flottieljeleider met 9 torpedobootjagers uit Cromarty en admiraal Beatty met het 1ste en 2de slagkruisereskader, het 5de slageskader, de eerste drie lichte kruisereskaders en 27 torpedobootjagers uit Rosyth aan de Firth of Forth. De Britten waren getalsmatig verre superieur; hun vloot bestond uit 28 slagschepen, 9 slagkruisers, 8 pantserschepen, 26 lichte kruisers, 77 torpedobootjagers en 3 flottieljeleiders, terwijl de Hochseeflotte de thuisbasis Wilhelmshaven met 5 slagkruisers, 11 lichte kruisers, 22 slagschepen (waaronder 6 pre-dreadnoughts) en 61 torpedoboten had verlaten. De Britten voerden bovendien een groter maximumkaliber van de kanons, 38 cm, tegen de Duitsers 30 cm, maar toch zou het Duitse kanonvuur superieur blijken. In het algemeen hadden de Duitse schepen, naast een meer doordachte constructie een sterker pantser, hoewel de Britse pantser-doorborende granaten vaak voortijdig ontploften, zodat het effect ervan toch al gering was, zoals het verloop van de komende slag zou leren. In afwijking van het oorspronkelijke plan had Scheer besloten het gros direct na de kruisers te laten uitlopen.

De situatie om 16.48 uur
Enlarge
De situatie om 16.48 uur

Tegen 15.00 uur was door Elbing, fregatkapitein Madling, die de linkerflank van de Duitse verkenningslinie beveiligde, ongeveer 90 zeemijl ten westen van Bovbjerg (noordwest Denemarken) een Deens vrachtschip, de U. Fjord waargenomen en de flottieljeleiders B 109 en B 110 opgedragen dit te inspecteren, toen het vrachtschip eveneens door de Britse kruisers Galatea en Phaeton, die deel uitmaakten van de oostelijke vleugel van de Britse verkenningseskaders werd gezien. Toen de Britse schepen erop afvoeren, zagen ze de masten en schoorstenen van de inderdaad zeer grote Duitse torpedoboten, die ze voor kruisers hielden, en meldden aan de hoofdmacht eerst door vlagsignalen en daarna via de radio "vijand in zicht" en namen de Duitse boten onder vuur. Elbing, te hulp gesneld, hield op haar beurt de Engelse schepen door de hoge boeg voor slagkruisers, meldde dit om 15.27 uur over de radio, en pas toen de Engelsen na een passeergevecht met Elbing naar het noorden afdraaiden, werden ze als lichte kruisers herkend. Om 15.32 uur opende Elbing, zelf hevig beschoten, op 130 tot 140 hm het vuur en slaagde er al spoedig in Galatea te raken, de eerste treffer van de Slag voor het Skagerrak! De granaat sloeg onder de brug in, ging door twee of drie dekken heen, maar kwam niet tot ontploffing, waarop de Engelse schepen afdraaiden.

Naar aanleiding van de melding van Galatea gaf Beatty de Engelse slagkruiservloot opdracht koers te wijzigen en zich tussen de Duitse schepen en Horns-Riff (zandbank voor de Deense kust) te manoeuvreren ten einde de vijand de terugtocht af te snijden en te voorkomen dat de Duitsers gebruik zouden kunnen maken van de mijnvrije passage door de mijnenvelden in de Duitse Bocht. Maar het bericht ontging het 5de slageskader (de zgn. snelle slagschepen, de Queen Elizabeths) van schout-bij-nacht sir Hugh Evan-Thomas, dat deel uitmaakte van de Britse verkenningseenheden, zodat dit in noordelijke richting bleef doorvaren, en daardoor de eerste fase van het aanstaande gevecht tussen de Engelse en Duitse slagkruisers miste.

Het gevecht tussen de slagkruisers

Rond half vijf 's middags kregen beide slagkruiservloten voeling met elkaar. Het gevecht begon om 16.48 uur. Terwijl de Britse schepen nog bezig waren zich te formeren flitste het kanonvuur reeds langs de Duitse linie op. Hipper, de Duitse bevelhebber, probeerde de Britten terug te trekken op de Duitse hoofdmacht en Beatty volgde direct. Er ontbrandde een lopend gevecht op een onderlinge afstand die tussen 90 en 150 hm varieerde tussen de Engelse schepen Lion, Princess Royal, Queen Mary, Tiger, New Zealand en Indefatigable en de Duitse slagkruisers Lützow, Derfflinger, Seydlitz, Moltke en Von der Tann. In overeenstemming met het signaal "vuur verdelen van links" nam ieder Duits schip het met zijn plaats in de linie corresponderende vijandelijke schip, Von der Tann echter in plaats van het vijfde het laatste schip in de Engelse linie onder vuur, zodat New Zealand door het kleinere aantal Duitse slagkruisers eerst buiten schot bleef. Daarentegen trachtte Beatty zijn numerieke meerderheid uit te buiten door Lützow door beide eerste schepen van zijn linie onder vuur te nemen. Daardoor moest Queen Mary als derde schip Derfflinger bestoken, maar het Engelse schip had het betrokken signaal niet gekregen en schoot daarom eerst op Seydlitz, zodat Derfflinger ongeveer 10 minuten lang van beschietingen verschoond bleef. Maar ook Tiger had het signaal niet gezien en beschoot daarom, samen met New Zealand Moltke, zodat dit schip, net zoals Lützow, door twee schepen tegelijk onder vuur werd genomen. Alleen Seydlitz en Von der Tann vochten schip tegen schip, en wel tegen Queen Mary en Indefatigable. De Engelse slagkruisers stonden scherp afgetekend tegen de westelijke hemel en vormden een duidelijk doelwit, terwijl het zicht op de Duitse slagkruisers, die zich in laaghangende mist bevonden, beduidend minder was. Het Duitse kanonvuur lag dan ook spoedig goed en reeds na de eerste salvo's werden om 16.51 Lion en Princess Royal elk tweemaal, Tiger vier maal getroffen.

Om 16.55 en 16.57 uur plaatste Queen Mary een treffer op Seydlitz, waarvan er een de voorste schakelruimte voor de elektrische stroom buiten werking stelde; de tweede drong door het pantser van de barbette van een van de middelste geschutstorens in de laadruimte waar de munitie voor de kanons gereed lag en bracht de daar liggende kardoezen (zakken met kruit voor de lading van de kanons) tot ontploffing. De toren viel uit, en bijna de gehele bezetting viel ten offer aan de vlammen, maar het gelukte, de belendende munitieruimte tijdig onder water te zetten en op deze wijze erger te voorkomen.

Om vijf uur werd Lützow, het Duitse vlaggenschip, voor de eerste maal getroffen. Een zwaar salvo trof het achterschip, maar had geen invloed op de gevechtskracht. Ook Lion werd om vijf uur geraakt op een manier, die het schip noodlottig had kunnen worden. Een zware granaat trof de geschutstoren tussen de beide achterste schoorstenen, reet een deel van het dak van de toren af en ontplofte boven het linker kanon en deed de daarachter en in de lift liggende kardoezen ontvlammen. De bezetting werd op twee man na gedood en de zelf dodelijk gewonde commandant van de toren beval nog op tijd, de deuren naar de munitieruimte te sluiten en de ruimte onder water te zetten. De direct hierop door alle verdiepingen van de toren en daar bovenuit laaiende steekvlam kon daardoor de grote hoeveelheid in de munitiekamer opgeslagen kardoezen niet meer bereiken, en slechts daaraan was het te danken, dat het Britse vlaggenschip gespaard bleef voor het lot, dat Indefatigable trof.

Dit schip lag nauwelijks 15 minuten op een afstand die tussen 162 en 123 hm varieerde onder vuur van Von der Tann, toen het om 17.03 uur na enorme explosies in een zwarte rookwolk verdween. Zware brokstukken werden 300 m hoog de lucht in geslingerd, het schip kenterde en sleurde 57 officieren en 960 man met zich mee de diepte in. Twee man werden later door de Duitse torpedoboot S 68 gered. Hoewel bij vriend en vijand de zenuwen tot het uiterste gespannen waren, werkte het gebulder van de eigen salvo's, het krijsen en huilen van de granaten die over de schepen heenvlogen of er voor of achter insloegen, als verdoving en door de ijzeren discipline en concentratie waarmee iedereen zijn taak verrichtte, zullen weinigen de ondergang van de Indefatigable direct hebben opgemerkt. Von der Tann verlegde het vuur daarna op het vijfde schip in de Britse linie, New Zealand.

Intussen had het 5de slageskader van schout-bij-nacht Evan-Thomas weer aansluiting gevonden bij de Britse slagkruisers en al spoedig sloegen de eerste 38 cm-salvo's in de buurt van de lichte kruisers van de 2de Duitse verkenningsgroep, Frankfurt, Elbing en Pillau in. Maar weldra ontdekte Evan-Thomas een beter doel, de Duitse slagkruisers, en opende het eerste schip van de linie, Barham, vanaf 174 hm om 17.06 uur het vuur op het laatste schip in de Duitse linie, Von der Tann, al spoedig bijgevallen door Valiant, Warspite en Malaya, dat zij paarsgewijs tegen Moltke en Von der Tann concentreerden. In plaats van de zojuist vernietigde Indefatigable traden nu vier veel sterker tegenstanders naar voren. De achterste schepen in de Duitse linie werden door een waar trommelvuur van zware granaten bestookt en het achterschip van Von der Tann werd door een door Barham afgevuurd 38 cm-projectiel getroffen. De geweldige slag bracht het effect van een stemvork teweeg en heftige trillingen voeren door het schip. De granaat doorboorde een voeg tussen twee pantserplaten, explodeerde en sloeg zware stukken metaal door meerdere dekken. De roermachine werd gloeiend heet, maar het vastlopen van het roer, zoals bij Blücher tijdens de Slag bij de Doggersbank kon worden vermeden. Er bleef 600 t water in het schip achter wat de diepgang aan de achtersteven tot 10 m vergrootte.

Hoewel Hipper de druk van de vijandelijke overmacht begon te voelen, wisten zijn schepen nog een spectaculair succes te boeken. Om 17.26 uur werd Queen Mary dodelijk getroffen door achtereenvolgens Seydlitz en Derfflinger, het schip brak onder geweldige explosies in tweeën, een honderden meters hoge paddenstoelvormige wolk, die deed denken aan de latere atoomexplosies, markeerde het graf van het schip en van 1266 opvarenden, en slechts 8 overlevenden konden uit het water worden opgevist. Volgens zijn vlagofficier, de latere admiraal lord Chatfield, zou Beatty bij het zien van deze ramp hebben opgemerkt: "There seems to be something wrong with our bloody ships today."

Met het ingrijpen van de schepen van Evan-Thomas en de ondergang van de Queen Mary was het gevecht op zijn hoogtepunt. Maar doordat de afstand tussen de slagkruiserlinies steeds kleiner werd, konden de torpedoboten en de torpedojagers in actie komen. Beatty had na de ondergang van de Indefatigable al 12 torpedobootjagers ingezet om de druk op zijn slagkruisers te verlichten. De Duitsers op hun beurt zetten 15 boten in en terwijl de granaten van de zware artillerie over de lage boten heen en weer vlogen ontstond een hevige schermutseling, waarbij beide formaties nog ondersteund werden door de lichte artillerie van de slagkruisers. Aan Britse zijde gingen de torpedobootjagers Nomad en Nestor, aan Duitse zijde de torpedoboten V 29 en V 27 verloren. Daarnaast werd Seydlitz om 17.57 uur in het voorschip door een torpedo getroffen, waardoor het voorste elektriciteitsstation uitviel, maar de torpedoschotten bezweken niet en het schip vertoonde slechts geringe slagzij, die echter voorlopig geen invloed had op de gevechtskracht en de snelheid.

Verloop van de slag. Slagkruisergevecht (L); hoofdgevecht (R). (Naar Brockhaus, Handbuch des Wissens, 1923)
Enlarge
Verloop van de slag. Slagkruisergevecht (L); hoofdgevecht (R). (Naar Brockhaus, Handbuch des Wissens, 1923)
Intussen had het 2de Britse eskader lichte kruisers, dat voor de Britse slagkruisers uit verkenningstaken uitvoerde, om 17.30 uur de naderende Duitse hoofdmacht in het oog gekregen. Toen dit aan Beatty werd gemeld, was deze verrast, omdat hij dacht dat Scheer de Jade nog niet verlaten had. Wat te doen? Hij zwenkte onmiddellijk naar bakboord in de richting van de zojuist gemelde vijand, maar kreeg reeds om 17.40 uur zekerheid toen op 12 zeemijl afstand in zuidoostelijke richting eerst een linieschip en vervolgens, begeleid door lichte kruisers en een zwerm torpedoboten, een onafzienbare linie slagschepen opdook. Deze situatie, die in het gehele eerdere verloop van de oorlog nog nooit was voorgekomen en voor onmogelijk werd gehouden beroofde Beatty van zijn laatste hoop, de kruiserslag na zware verliezen nog in zijn voordeel te doen keren. Er was geen keus. Om 17.43 uur liet hij de torpedojagers terugroepen en de slagkruisers en slagschepen omkeren en stoomde met hoge snelheid in noordelijke richting naar de eigen vloot, een beweging die als "Run to the North" de maritieme geschiedenis is ingegaan en ook wel wordt geïnterpreteerd als een poging, de Hochseeflotte in de richting van de Britse hoofdmacht te trekken.

De Duitse slagschepen mengen zich in het gevecht

Ondertussen hadden de Britse slagkruisers de afstand tot de schepen van Hipper voortdurend vergroot, zodat deze zelfs voor de zware artillerie van de Duitse slagkruisers onbereikbaar waren geworden. Daarom moesten ze zich op de schepen van Evan-Thomas concentreren, die door miscommunicatie of anderszins Beatty niet direct waren gevolgd, en die zich tegen de gele westelijke horizon duidelijk aftekenden, terwijl de Duitse schepen in de nevels van de donkere oostelijke horizon bijna volledig verdwenen. Alleen als de laagstaande zon door het wolkendek heenbrak, waren de contouren van de Duitse schepen, die bijna alleen door het opflitsen van het geschut te herkennen waren af en toe zichtbaar. Al om 18.11uur had Barham, het voorste schip van het eskader, twee zware treffers gekregen. Hoe verder echter dit voorste schip zich aan de Duitse beschietingen onttrok, des te meer concentreerden de Duitse slagkruisers zich op het achterste vijandelijke schip, Malaya. Weliswaar vuurde om 18.27 uur Lützow op Barham, Derfflinger op Valiant, Seydlitz op Warspite, doch reeds om 18.00 uur was Von der Tann met de beschieting van Malaya begonnen. Om 18.08 uur opende Kronprinz, om 18.10 uur Kaiser, om 18.27 uur Moltke eveneens het vuur op Malaya, zodat dit van 18.05 uur tot 18.30 uur onafgebroken onder dekkende salvo's lag. Zes salvo's per minuut waren eerder regel dan uitzondering, en eenmaal werden zelfs negen salvo's zonder onderbreking geteld, die rond het zwaar beproefde schip insloegen. Vergeefs week het naar bakboord uit, maar de Duitse schepen lieten niet af, en om 18.20 uur veroorzaakte een treffer aan stuurboord even boven de waterlijn een zware schok. Om 18.27 uur trof een zware granaat het dak van de achterste zware toren, dat er bijna geheel werd afgescheurd, en reeds wilde Malaya met de eigen 15-cm batterij dicht bij het schip op het water schieten, om zich achter een watergordijn aan de vijandelijke waarneming te onttrekken, toen de hele 15 cm-batterij aan stuurboord door twee granaten die kort achter elkaar insloegen, buiten werking werd gesteld. Uiteindelijk brak om 18.35 uur nogmaals een zware granaat door het pantser op de waterlijn, zodat Malaya in een kwartier tijd ongeveer vijf zware treffers te verduren kreeg. Grote massa's olie stroomden uit het schip, dat langzaam slagzij maakte, maar behouden kon blijven.

Malaya had een verlies van 63 doden en 68 gewonden te betreuren; Barham 26 doden en 46 gewonden. Valiant en Warspite hadden zich aan een afstraffing onttrokken door uit de linie te gaan en zich achter de andere twee te verschuilen. Maar ook de Duitse schepen werden getroffen; Grosser Kurfürst, Markgraf, Lützow en Derfflinger elk een keer, maar alleen op Lützow had de treffer ernstige gevolgen. Het hoofd- en het reserve-radiostation raakten onklaar, zodat het vlaggenschip van de bevelhebber van de verkenningseenheid alleen nog met schijnwerpersignalen kon communiceren. Ook Seydlitz werd in deze gevechtsfase getroffen, tweemaal in het voorschip en om 18.10 uur doorboorde een zware granaat de voorkant van de tweede zware toren en stelde het rechter kanon buiten gevecht, terwijl een andere de achterzijde van de derde toren, die al vastzat, trof en aan de binnenkant nogmaals een munitiebrand zoals op Lion veroorzaakte. Ook de vierde en vijfde 15 cm-kazematten aan bakboord vielen door een treffer uit, en ten slotte maakte nog een granaat het rechter kanon van de vijfde toren onbruikbaar; daarentegen werd een treffer op het dak van de 4de geschutstoren door het pantser tegengehouden. In tegenstelling hiertoe incasseerden Moltke en Von der Tann geen treffers, maar op dit laatste schip deed zich voor de tweede maal tijdens de zeeslag een probleem voor, waardoor ook de laatste zware toren, die nog vuurde, uitviel; het geschut liep na de terugstoot niet meer terug in de oorspronkelijke positie. Toch besloot de commandant, kapitein ter zee Zenker, bij zijn eenheid te blijven om de tegenstander te verhinderen zijn vuur op de andere slagkruisers te concentreren. Om 18.30 uur stierf het vuur tussen de Britse slagkruisers en de Duitse slagkruisers en het 3de slageskader langzaam weg. Dat was het einde van de 1ste fase van de zeeslag.

Op dat moment stond de Britse slagvloot nog 23 zeemijl noordelijk van de Britse slagkruiservloot. Jellicoe inmiddels, had sinds de melding dat Beatty in gevecht was met Duitse slagkruisers omstreeks 16.27 uur koers laten zetten in de richting van Horns-Riff, voorafgegaan door schout-bij-nacht Horace Hood met de slagkruisers Invincible, Inflexible en Indomitable, de lichte kruisers Chester en Canterbury en vier torpedobootjagers met het doel zo snel mogelijk contact te zoeken met Beatty, maar sinds die eerste melding bleef Jellicoe 40 minuten verstoken van nadere berichten omtrent de juiste plaats en samenstelling van de vijandelijke strijdkrachten, wat in verband met de toe te passen strategie, nl. het formeren van één lange gevechtslinie uit zes colonnes van elk vier schepen, van het grootste belang was. Deze linie zou dan dwars op de koers van de vijand moeten staan op het moment dat deze in zicht kwam, zodat alle kanons aan langszijde konden worden benut, terwijl de opponent slechts van de boegkanons gebruik kon maken, het zgn. crossing the T.

Om 19.01 uur kwam vanaf Iron Duke, het vlaggenschip van Jellicoe, Lion, Beatty's vlaggenschip, in zicht, en even daarna doemden de overige Britse slagkruisers, op enige afstand gevolgd door de slagkruisers van Hipper en de spits van de Duitse slagvloot, uit de nevels op. Hierop besloot Jellicoe onverwijld over te gaan tot het formeren van de slaglinie. Op dat moment wist Hipper noch Scheer, in de overtuiging bezig te zijn met het achtervolgen van de Britse slagkruisers en het 5de Britse slageskader, dat ze rechtstreeks op de Britse slagvloot afvoeren. In een poging om te voorkomen dat Hipper deze voortijdig zou ontdekken en zich daarop in kon stellen, was Beatty op een oostelijke koers gegaan, om, gevolgd door de schepen van Evan-Thomas, de Duitse voorhoede in die richting af te buigen. Gevolg hiervan was ook, dat de afstand tussen de Engelse en Duitse schepen afnam, wat aan Duitse zijde te merken was aan vijandelijk vuur, dat echter door het slechte zicht niet adequaat kon worden beantwoord, terwijl vanuit het noorden talrijke kruisers en torpedobootjagers naderden, kennelijk voor een torpedoaanval, en uit het noorden en oosten zware granaten in de buurt van de kruisers insloegen, zodat Hipper, die zich niet genoeg kon verbazen over de steeds groeiende vijandelijke sterkte, gedwongen werd tijdelijk naar het zuidwesten uit te wijken.

Hippers 2de verkenningsgroep stuitte even voor 19.00 uur op de lichte kruiser Chester van de eenheid van Hood. Het schip vluchtte naar de slagkruisers, die hun vuur op Wiesbaden richtten. Dit Duitse schip, met aan boord de auteur van proza en poëzie met de zee als centraal thema, Gorch Fock, die het allemaal van nabij had willen meemaken, maar nooit meer in staat zou zijn daarvan lyrisch verslag te doen, werd geraakt, kwam stil te liggen en werd hulpeloos achtergelaten. Door het daarop naderende 1ste Engelse kruisereskader onder schout-bij-nacht sir Robert Arbuthnot van de voorhoede van de Grand Fleet werd Wiesbaden tot een wrak geschoten, hield zich desondanks nog lang drijvend, maar zonk ten slotte in de nachtelijke uren en telde slechts één overlevende. De Engelse pantserschepen van Arbuthnots eskader, Defence, Warrior en Black Prince, werden echter op hun beurt zwaar getroffen door Duitse slagschepen, die Wiesbaden te hulp kwamen, waarbij Defence om 19.20 uur explodeerde en met de gehele bemanning verging, Warrior een dag later kapseisde maar waarvan de bemanning kon worden gered, en Black Prince tijdens het nachtgevecht door Thüringen alsnog werd vernietigd.

Evan-Thomas, die met het 5de slageskader aansluiting had gevonden bij de 6de (achterste) divisie van de Engelse slagschepen, raakte met zijn smaldeel onder hevig, zij het door het slechte zicht weinig trefzeker vuur. Hierbij trof Kaiserin, kapitein ter zee Sievers, die vanaf 19.17 uur Warspite van een afstand van 110 tot 115 hm beschoot, de verbinding met het roer van het schip. Hierdoor raakte het schip stuurloos en kon pas in de linie terugkeren na tweemaal een volledige cirkel te hebben afgelegd. Dat redde voorlopig de brandende Warrior van de totale vernietiging, maar had wel tot gevolg, dat Warspite zelf zwaar onder Duits vuur kwam te liggen. Om 19.20 uur opende vlootvlaggenschip Friedrich der Grosse, om 19.22 uur König, om 19.24 uur Helgoland en direct daarop Ostfriesland en Thüringen van 88 tot 140 hm met de zware en middelzware artillerie het vuur, terwijl ze in grote vaart op noordoostelijke koers passeerden. Daar echter het 3de eskader door de gevechtssituatie direct daarop op oostnoordoostelijke, vervolgens oostelijke koers draaide, raakte Warspite voor König al om 19.26 uur uit zicht, zodat het vuur moest worden afgebroken. Ook Thüringen ging reeds na 20 schoten over op het volgende schip rechts (Malaya), en om 19.35 uur konden ook Friedrich der Grosse en Helgoland het doel niet meer bereiken, terwijl nu op 140 hm Nassau, drie minuten later ook Oldenburg Warspite onder vuur namen. Slechts Ostfriesland kon het Engelse schip, waaruit al na het derde en vierde salvo lange rode vuurbundels opvlamden, tot 19.45 uur beschieten. Rond die tijd viel echter de avondschemering in en bij de af en toe sterke rookontwikkeling was het nog maar moeilijk te onderscheiden, zodat op een afstand van 130 tot 160 hm slechts langzaam en met onderbrekingen gevuurd kon worden. Toen ten slotte richtingzoekers noch afstandmeters, noch de vizieren van de geschutstorens het doel meer konden vasthouden, moest het vuur van alle schepen worden afgebroken, waarbij het sterke beslaan door de vochtige lucht eerder nog dan het beperkte zicht grenzen stelde aan het gebruik van de artillerie.

Slechts daaraan had Warspite het te danken, dat ze, hoewel ze in korte tijd elf maal achtereen werd getroffen en het Duitse vuur nog zwak kon beantwoorden, zich naar het noorden buiten het vuurbereik van de Duitse schepen kon terugtrekken. Een poging, het schip vanaf een andere plaats te sturen en weer achter Malaya in de linie in te voegen, moest worden opgegeven, toen ook nog vanuit het stukgeschoten achterschip water de machinekamer binnendrong en het nog slechts 16 knopen vaart kon maken en het opdracht kreeg naar Rosyth terug te keren.

Nog lagen de Duitse slagkruisers met daarachter het 3de eskader Duitse slagschepen op noordoostelijke koers, toen ze onmiddellijk na de ondergang van Defence plotseling uit noordnoordoostelijke richting op ca. 100 tot 110 hm onder een snel en direct buitengewoon trefzeker vuur kwamen te liggen. Na alles wat vooraf was gegaan, lag de gedachte voor de hand, dat het ging om een nieuwe eenheid vijandelijke slagschepen. Zo effectief was dit vuur, dat het volgens Moltke afkomstig moest zijn van acht tot tien schepen van de Queen Elizabeth- of Iron Duke-klasse. In werkelijkheid was het echter het eerder genoemde slagkruisereskader van admiraal Hood, dat rond deze tijd plotseling eerst Lützow, daarna andere Duitse slagkruisers en linieschepen in zicht kreeg. Voor de voorhoede daarvan op westelijke koers passerend, nam het deze vanaf 19.20 uur onder kruisvuur, om vervolgens, tussen het 3de en 4de Britse lichte kruisereskader doorvarend, om 19.22 uur na een fraaie manoeuvre een positie op ongeveer 2 zeemijl voor de kop van de Britse slagvloot in te nemen en, voor deze uitvarend, de strijd met de Duitse slagkruisers aan te binden.

De Engelse slagschepen verschijnen

Deze manoeuvre was echter slechts de inleiding van een bombardement, dat zich in een paar minuten zou ontwikkelen tot een hoogtepunt van Britse artillerieactiviteit tijdens de zeeslag, want nu stond de Britse slagvloot kort voor het ogenblik waarop men daadwerkelijk mee ging doen. Nog waren de voorste divisies door de schoorsteenrook en de kruitdampen van Beatty's slagkruisers gemaskeerd, maar reeds om 19.24 uur kon Agincourt, het laatste schip in de linie, direct daarop ook in het midden Bellerophon, de Duitse slagkruisers zien en het vuur op deze openen, terwijl Conqueror een schip van de König-klasse beschoot. Een minuut later zag ook Thunderer, het achtste schip in de linie, dat direct voor het vlaggenschip van de vloot uitvoer, vier vijandelijke schepen, slagkruisers en slagschepen van de König-klasse, maar kon deze niet beschieten, doordat het op dat moment in de linie, waarin de schepen dicht op elkaar voeren, door Conqueror werd gehinderd. Op hetzelfde ogenblik werden Lützow en Derfflinger echter ook door het voor de schepen van Beatty voorbijvarende 3de lichte kruisereskader beschoten. Nog voor de voorste Duitse schepen deze aanval met een razend snelvuur konden afweren, openden om 19.30 uur Hercules, Colossus, Benbow en Iron Duke het vuur op de schepen van de Lützow- en König-klasse, om 19.31 uur bijgevallen door Conqueror, om 19.32 uur door Orion, dan ook door Monarch, Thunderer, Royal Oak en Revenge en hoewel de inslagen goeddeels in de mist verdwenen en de meeste schepen door het slechte zicht slechts vier tot acht salvo's op 100 tot 120 hm konden afgeven, werden toch al snel aanzienlijke successen geboekt, waarbij het Britse vlaggenschip wel bijzonder gelukkig was, want het voorste schip van de König-klasse, (König zelf), werd op dat moment fel beschenen door de ondergaande zon, terwijl Iron Duke voor zijn opponent volledig in nevels was gehuld. Dit schip kon daardoor in 4 minuten en 50 seconden 9 salvo's (tot 43 schoten) aflossen, tot König door rook en nevels weer buiten zicht raakte.

De Duitse schepen keken plotseling in het kanonvuur van een onafzienbare reeks grote schepen, dat zich van het noordwesten tot het noordoosten uitstrekte, terwijl rondom salvo op salvo insloeg, een beeld, dat des te indrukwekkender was, omdat het vuur door de Duitse schepen haast niet beantwoord kon worden, want niet één Brits slagschip was in de kruitdampen duidelijk te herkennen. Vooral Lützow en König lagen zwaar onder vuur. Het leek wel, of verscheidene tegenstanders hun vuur tegelijk op beide Duitse vlaggenschepen concentreerden. Vanaf 19.26 uur kreeg Lützow treffer op treffer in het voorschip, vanaf 19.32 uur werd ook König meermaals getroffen. Het voorschip raakte in brand, granaatscherven en gaswolken drongen tot de commandobrug door en na hevige schokken maakte het schip ongeveer 4,5 graad slagzij naar bakboord. Maar na een vruchteloze aanval van de Duitse torpedoboten om de eigen linie te ontlasten, ontstond er plotseling een opening in het gordijn van rook en kruitdamp en werd Invincible voor de Duitse schepen korte tijd zichtbaar. Onmiddellijk concentreerden Lützow en Derfflinger op 100 tot 88 hm hun vuur op dit schip, dat, hoewel het reeds meerdere treffers had geïncasseerd, zich danig weerde, en met goed resultaat, zodat admiraal Hood, op de voorste commandobrug, zijn artillerieofficier, korvetkapitein Dannreuther, die vanuit zijn post in de voortop de beschieting leidde, door de spreekbuis toeriep: "Het vuur ligt goed! Doorgaan! Ieder schot is raak!" maar kort daarop voltrok zich het noodlot over Invincible. Het tweede salvo van Lützow, op welk schip de 3de artillerieofficier Gustav Bode vanaf de achterste geschutspositie de beschieting leidde, was reeds dekkend, en gelijk met het geluid van de klok die de inslag aangeeft, herhaalde zich bij het derde salvo op het vijandelijke schip de verschrikkelijke catastrofe, waaraan reeds Indefatigable, Queen Mary en Defence ten offer waren gevallen. Om 19.33 uur treft het salvo van Lützow de Engelse slagkruiser tussen de middelste torens, doorboort het pantser, explodeert binnen in het schip zodat het dak van de toren weggeslingerd wordt en brengt de daaronder liggende munitie tot ontploffing. Vlammen schieten op uit het schip, een vreselijke donderslag doet de bemanningen van de Duitse en Britse slagkruisers opschrikken en op de plaats, waar kort daarvoor de Invincible zichtbaar was, stijgt in een explosie van gloeiende brokstukken een honderden meters hoge zuil van rook en vuur ten hemel. De "mother of all battle-cruisers" was de andere twee achterna gegaan.

Toen Inflexible en Indomitable naar bakboord zwenkten, om de ziedende wond van Invincible te ontwijken, zagen ze dat het schip in twee delen was gebroken, zodat voor- en achtersteven, ver van elkaar op de zeebodem staand, hoog uit het ondiepe water oprezen, terwijl een groepje van zes man, de enige overlevenden, onder wie de artillerieofficier, zich op een vlot wist te redden en daarna op bevel van admiraal Beatty door de torpedojager Badger aan boord werd genomen. Admiraal Hood had zijn beroemde voorouders niet beschaamd, maar zijn inzet met de dood moeten bekopen.

De Duitse vloot trekt terug

Met de ondergang van Invincible was de tweede fase van de slag geëindigd. De Duitse slagkruisers, die drie uur lang het volle gewicht van de strijd hadden moeten torsen, waren om 19.26 uur op zuidoostkoers gegaan om zich aan de Engelse artilleriebeschietingen en torpedoaanvallen te onttrekken. Tegelijkertijd kwam Scheer via een gevangene van de Engelse torpedojager Nomad aan de weet, dat er 60 grote vijandelijke schepen, waaronder 20 nieuwe slagschepen en 6 slagkruisers in de buurt zouden zijn, en dit leek bevestigd te worden, toen de horizon in een ononderbroken lijn van opflitsend kanonvuur veranderde. Om 19.36 uur lag König, de manoeuvre van de slagkruisers volgend reeds op zuidkoers, de overige schepen van de 5de divisie zwenkten naar het zuidoosten, de rest van het derde eskader naar het oosten, en het 1ste eskader naar het noordoosten. Om 19.33 uur had Scheer opdracht gegeven tot deze "Gefechtskehrtwendung" (niet de gehele linie keert, maar de schepen elk voor zich). De uitstekende tactische opleiding van de Duitse vlootbemanningen, waarvoor grootadmiraal v. Koester de basis had gelegd, gaf Scheer volledig vertrouwen in het welslagen van de operatie. Om 19.45 uur was deze moeilijke en gevaarlijke manoeuvre achter de rug.

Ook de slagkruisers, die zich buiten de linie bevonden, hadden de zwenking uitgevoerd, alleen Lützow, die sinds 19.37 uur nog maar weinig snelheid maakte, was dit niet gelukt en trachtte zich op zuidoostkoers varend, te ontrekken aan het thans geheel op dit schip geconcentreerde vijandelijke vuur. Om 19.50 uur werd de tot dusver teruggehouden 1ste halfflottielje, kapitein-luitenant Conrad Albrecht, opgedragen de slagkruiser assistentie te verlenen, waarbij zich ook de torpedoboten G 37 en V 45 van de 13de halfflottielje aansloten. Onder hevig vijandelijk vuur ging de flottieljeleider van de 1ste halfflottielje, G 39, 1ste luitenant ter zee v. Loefen, langszij bij Lützow en nam admiraal Hipper met zijn staf aan boord om hem naar een andere slagkruiser te brengen, terwijl G 40 en G 38, het voorbeeld van V 45 en G 37 volgden door een rookgordijn tussen de slagkruiser en de nog hevig vurende vijandelijke linie te leggen. Maar toch incasseerde Lützow om 20.15 uur nogmaals kort achtereen vier zware treffers, en pas daardoor raakte ook de artillerie van het schip grotendeels onklaar. Om 20.45 uur vuurde Lützow zijn laatste schot gedurende de slag.

Toen Scheer om 19.35 uur de vloot liet keren om te voorkomen dat de schepen, die aan het hoofd ervan stonden, zouden worden ingesloten, viel te verwachten, dat de vijand onmiddellijk zou volgen en jacht zou maken op de zich terugtrekkende Duitse schepen, doch dit gebeurde niet. Scheer trok daaruit de conclusie, dat de Engelsen gevoelige verliezen hadden geleden, waaronder ook Warspite werd gerekend, terwijl de Duitse slagkruisers (behalve Lützow, die uit zicht was geraakt), evenals König, het vlaggenschip van het 3de eskader, hoewel beschadigd, hun plaats in de linie hadden gehandhaafd. Daarom besloot hij, in plaats van de slag definitief af te breken, de vijand te verrassen en nogmaals te keren, ook om nog een laatste poging te wagen, Wiesbaden, die stuurloos tussen de linies dreef, te ontzetten, en om 19.55 uur waaide wederom het signaal om naar stuurboord te keren op het vlootvlaggenschip.

Slag bij Jutland. De Duitse dreadnought Thüringen (links) in gevecht met de Engelse kruiser Black Prince (naar een plaat in de Illustrierte Zeitung, Leipzig, 1916)
Slag bij Jutland. De Duitse dreadnought Thüringen (links) in gevecht met de Engelse kruiser Black Prince (naar een plaat in de Illustrierte Zeitung, Leipzig, 1916)

Nauwelijks was de betrokken manoeuvre uitgevoerd, of aan de noordelijke horizon verscheen een aantal kruisers met vier schoorstenen, die kennelijk Wiesbaden opnieuw wilden aanvallen. Om 20.05 uur opende Markgraf, om 20.07 uur Derfflinger, König en Grosser Kurfürst, direct daarop ook Kaiser en Prinzregent Luitpold bij invallende schemering het vuur op deze kruisers. Daardoor werd Southampton, aan het hoofd van dit 2de Engelse lichte kruisereskader, al spoedig door vijandelijke salvo's ingesloten. De Britse hoofdmacht maakte zich op om in een gestaffelde formatie scherp te reageren, toen door King George V, het voorste schip in de linie, evenals door Duke of Edinburgh, die op dat moment ongeveer 3,5 zeemijl aan bakboord van het vlootvlaggenschip af stond, onderzeeboten werden gemeld, die op verkenning waren voor een poging van de 3de flottielje, de bemanning van Wiesbaden te redden. Jellicoe, die niet direct besefte, dat het door het beperkte zicht waarschijnlijk weer om een valse melding ging, liet de colonnes om 20.09 uur afdraaien, tevens om een gunstige positie tegen een aanval van torpedoboten te verkrijgen, die inderdaad, maar nu samen met de Duitse slagkruisers, uit de mist opdoken met daarachter de vage contouren van de Duitse slagschepen. Het vuur aan beide zijden vlamde weer op, bij de colonnes aan het einde van de Britse linie beginnend en zich in korte tijd tot aan de zuidelijke divisies voortplantend, vermengd met het afweervuur van de middelzware artillerie van de Duitse torpedoboten en het zware geschut van de voorste Duitse schepen. Een poging van vier boten van de 3de flottielje om door te breken naar Wiesbaden ten einde de bemanning van dit schip te redden werd door de Engelsen opgevat als een aanval, zodat de boten zwaar onder vuur kwamen te liggen en de reddingspoging moesten opgeven. Maar het Engelse geschut bestreek de gehele Duitse linie en de schepen van de 5de divisie (de Königs) hadden hier des te meer onder te leiden, omdat ze door de manoeuvres van slagkruisers die de linie aanvoerden vaart moesten minderen en ten slotte, evenals de 6de divisie (de Kaisers), door de opstuwing in de linie zelfs moesten stoppen en achteruit moesten varen, waardoor ze voor het vijandelijke vuur een uitstekend doel vormden. König moest weer naar het zuidoosten afdraaien, om op parallelkoers met de tegenstander het geschut aan langszijde meer effect te laten sorteren, en het ging het erop lijken, dat het verdere verloop van de strijd rampzalig zou worden, toen admiraal Scheer besloot, eventuele verliezen voor lief nemend, met behulp van de slagkruisers een massale aanval van de flottieljes te gebruiken om onder dekking daarvan de slagvloot voor de derde maal een beweging in omgekeerde richting te laten maken om zich aan de omklemming van de tegenstander te onttrekken.

Om 20.13 uur waaide daarom op Friedrich der Grosse het sinds die tijd befaamde signaal: "Schlachtkreuzer ran an den Feind, voll einsetzen." (Slagkruisers, op de vijand af! Geef ze de volle laag!)

Om 20.16 uur (volgens het scheepsjournaal van König, volgens het commando van de Hochseeflotte 20.18 uur) kregen de slagschepen het signaal: "Groene commandovlag, afdraaien naar stuurboord op tegenkoers." De uitvoering van deze manoeuvre was ditmaal dicht bij de vijand en derhalve onder de volle zwaarte van de artilleriebeschietingen aanzienlijk moeilijker dan vorig maal. Om 20.10 uur werd het voorste schip, König, fel bestookt, om 20.15 uur werd zelfs Helgoland, het vierde schip achter Friedrich der Grosse door een zware granaat getroffen, die een stuk van 0,5 m doorsnede uit een pantserplaat in het voorschip hamerde, en bijna tegelijk met het signaal om te keren ontstond op König een gevaarlijke situatie toen giftige rook en gassen ontsnapten door een voltreffer achter de derde geschutstoren. Uiteindelijk was de manoeuvre rond 20.30 uur voltooid.

Op het signaal "Erop los!" waren ondertussen Derfflinger, Seydlitz, Moltke en Von der Tann, hoewel reeds zwaar beschadigd, overeenkomstig het bevel niets ontziend op de in een grote boog geformeerde, onafgebroken uit alle kalibers vurende Britse linie toegevaren. Treffer op treffer sloeg in op de beide voorste schepen. Op Derfflinger was reeds het 15 cm-geschut aan bakboord buiten gevecht gesteld, toen een 38 cm-schot het dak van de 4de geschutstoren aan de voorkant boven het rechter kanon doorboorde, in de rechter kardoezenlift ontplofte en een groot deel van het kruit tot ontbranding bracht. Dit vulde de toren met steekvlammen en giftige gassen waardoor de gehele bezetting van de toren op één man na omkwam. De gassen drongen via de spreekbuizen door tot de centrale artilleriecommandopost, die hals over kop door de bemanning met gasmaskers op verlaten moest worden en pas na tien minuten weer kon worden betreden. Direct daarop werd ook Seydlitz in het achterschip getroffen. Maar toch lagen de slagkruisers nog op koers en waren op de voor grote oorlogsschepen zeer korte gevechtsafstand van 70 hm, waarbij zelfs het sterkste pantser geen bescherming tegen inslaande granaten meer biedt, van de Colossus-divisie gekomen, toen om 20.17 uur op Derfflinger het door het vlootvlaggenschip al om 20.14 uur gegeven signaal werd gezien, dat de slagkruisers zich op de kop van de vijandelijke vloot moesten richten, dus een koers, parallel aan de tegenstander moesten gaan. Eindelijk konden de slagkruisers nu het geschut aan langszijde en het torpedowapen in stelling brengen. Ook Seydlitz en Moltke gelukte het deze hachelijke manoeuvre ongeschonden te overleven en slechts Von der Tann werd door een zware granaat getroffen, die de onderbouw van de achterste commandopost raakte. Granaatscherven drongen door de kijkspleet heen, en doodden de artillerieofficier en drie anderen. Maar het gelukte de slagkruisers zich in kiellinie tussen de vijand en de achterste schepen van de eigen linie te plaatsen en zo een dekking te vormen tijdens het keren van de vloot, waarna ze afdraaiden om deze te volgen.

Derfflinger werd daarbij nogmaals blootgesteld aan zware beschietingen. Om 20.23 uur sloeg aan de achterzijde een 38 cm-granaat door het barbettepantser van de derde toren en explodeerde tussen beide kanons onder de post van de kanonnier. Ook nu vatten de kardoezen vlam en werd op vijf man na de gehele bezetting van de toren gedood. Ook de voorste commandopost kreeg een 30,5 cm-voltreffer. Gele gassen drongen door de kijkgaten naar binnen, maar het sterke pantser weerstond de exploderende granaat. Om 20.27 uur kreeg ook Seydlitz nog een treffer te verwerken, waardoor het rechter kanon buiten gevecht werd gesteld, maar Von der Tann en Moltke bleven van verdere treffers verschoond, waarna een langere gevechtspauze intrad, omdat de tegenstander zijn aandacht volledig op de massale aanval van de Duitse torpedoboten richtte, die in drie golven volgde. De Duitse torpedoboten S 35 en V 29 gingen daarbij ten onder. Totaal werden 21 torpedo's op de Britse schepen afgevuurd, geen ervan richtte ernstige schade aan, maar de Britten moesten afdraaien en het contact tussen beide vloten ging verloren.

Slechts noordoostelijk van de Duitse linie bestond rond 21.05 uur nog een zekere voeling met de Britten, toen de Duitse 5de flottielje bij het terugkeren van de aanval door lichte vijandelijke strijdkrachten achtervolgd werd, die echter afdraaiden, toen ze de Duitse hoofdmacht in zicht kregen. Prinzregent Luitpold, Kaiser en Markgraf zagen achter aan bakboord eerst één, dan een tweede kruiser met drie schoorstenen en enkele torpedobootjagers en openden op 58 tot 64 hm het vuur. Nauwelijks had admiraal Beatty het kanongebulder in het westen gehoord, of hij ging er met zijn slagkruisers op af en reeds om 21.18 uur zag hij in het noordwesten Duitse slagkruisers en recht vooruit schepen van de Helgoland- en Deutschland-klassen. Hoewel op Lion reeds drie en op Princess Royal twee van de acht zware kanons waren uitgevallen, en op Tiger, die sterk slagzij maakte, bij elke manoeuvre nieuwe watermassa's het schip binnendrongen, was de gevechtskracht van de Britse slagkruisers, die nog volle snelheid konden aanhouden, groot genoeg, om onder dekking van de donkere horizon, zelfs zonder directe ondersteuning van de slagschepen, de strijd te kunnen aanbinden. Admiraal Beatty volgde daarom, langzaam naar bakboord zwenkend, onmiddellijk het Britse 3de lichte kruisereskader, en al om 21.20 uur opende Inflexible, vervolgens Princess Royal, Tiger en New Zealand op afstanden van 75 tot 119 hm het vuur, waarbij zich om 21.23 uur Lion en om 21.26 uur Indomitable aansloten.

Het onverwachte optreden van Beatty zo ver naar het zuiden kwam voor de Duitse slagkruisers, die, voor zover ze daartoe nog in staat waren, de radioberichten van de 2de verkenningsgroep nog niet konden hebben ontvangen, als een volledige verrassing. Admiraal Hipper had juist besloten, de slagkruisers te laten stoppen, om zich op Moltke in te schepen en van daar uit de regie in handen te nemen, toen plotseling zwaar geschutsvuur de duistere zuidoostelijke horizon in lichter laaie zette en de slagkruisers zich nogmaals aan de beschieting door een opnieuw bijna onzichtbare tegenstander moesten blootstellen. Maar desondanks openden ze bijna gelijktijdig het vuur – om 21.20 uur Seydlitz en Moltke, dan Von der Tann en Derfflinger, met al het geschut dat nog gevechtsklaar was. Om 21.32 uur werden Lion en Princess Royal getroffen. Doch de doelen waren moeilijk te zien, en het waarnemen van inslagen was nauwelijks vast te stellen. Het vuur moest daarom steeds worden onderbroken. Onder die omstandigheden was het Britse vuur, afgezien nog van de getalsmatige overmacht van de tegenstander, aanzienlijk effectiever. Terwijl Lion en Princess Royal hun vuur kennelijk op Derfflinger, het voorste Duitse schip concentreerden, schoten New Zealand en Indomitable samen op Seydlitz. Om 21.24 uur werd Seydlitz midscheeps geraakt; vlak daarop schampte een zware granaat de laatste nog operationele gevechtstoren zodat deze enkele minuten kwam vast te zitten.Om 21.30 uur sloeg een zware granaat in bij de 4de geschutstoren van Seydlitz; een andere trof de commandobrug en doodde alle zich daar bevindende officieren en manschappen. Voor zover op de Britse kruisers te zien viel, draaide Derfflinger om 21.27 uur, terwijl de vlammen uit het schip sloegen, naar stuurboord af, en om 21.31 uur draaide ook Seydlitz na twee of drie dekkende salvo's van New Zealand, sterk naar bakboord slagzij makend, uit de linie. Beide schepen raakten daarna snel uit zicht, waarbij Seydlitz scheen te zinken. Hoewel ook deze laatste waarneming onjuist was, hadden beide slagkruisers toch in korte tijd zware schade opgelopen. Daarentegen bleven Moltke en Von der Tann verschoond van treffers.

Dat de Duitse slagkruisers nog tijdig konden ontsnappen kwam door hulp van een kant waarvan men het allerminst verwacht zou hebben: van de zes oude linieschepen van het 2de eskader, die zich tot dan toe nog niet in de strijd gemengd hadden. Terwijl de 1ste en de 2de verkenningsgroep en het 1ste eskader afbogen en op die manier spoedig uit het zicht van de Britse slagkruisers geraakten, zodat die tegen 21.30 uur het vuren moesten staken, bleef schout-bij-nacht Mauve met het Duitse 2de eskader op een koers, om de Britten dichter te naderen. Hierdoor verhinderde hij Beatty's slagkruisers op hun eerdere tegenstanders af te gaan en dwong ze zich naar de nieuwe opponent te keren. Al om 21.32 uur schoot Princess Royal een torpedo op het 2de eskader af, die echter miste, en direct daarop verenigden alle Britse slagkruisers hun vuur op de nieuwe vijand. Pas toen de Britten steeds meer naderden, zwenkte schout-bij-nacht Freiherr v. Dalwigk zu Lichtenfels met het voorste schip Hannover naar stuurboord, om op zuidwestkoers alle kanons in stelling te kunnen brengen. De hoop, de vijand nu beter in het vizier te kunnen krijgen, bleek echter ijdel. Pommern en Schleswig-Holstein konden door schoorsteenrook en slecht zicht het vuur nauwelijks beantwoorden; Deutschland vuurde slechts één, Hessen vijf, Hannover acht en Schlesien negen schoten van de zware artillerie af. Daarentegen was de meer of minder onzichtbare opponent zelf weer snel ingeschoten. Om 21.35 uur werd op Schleswig-Holstein door een waarschijnlijk door Princess Royal afgevuurde zware granaat een 17 cm-kazemat buiten gevecht gesteld; Pommern zwenkte, klaarblijkelijk eveneens getroffen, voor even uit de linie, en op Schlesien raakten om 21.34 uur granaatscherven de voorste waarnemingspost. Toen schout-bij-nacht Mauve de inslagen aan het eind van de linie zag, meende hij dat het juist was, om zijn schepen, die vergeleken met die van de opponent een geringere gevechtssterkte hadden, niet langer aan het zware vuur bloot te stellen. Om 21.35 uur liet hij daarom het eskader acht streken naar stuurboord zwenken, maar tot zijn verbazing scheen de vijand niet te volgen, en, voor zover dit aan de hand van het mondingsvuur van de opponent kon worden bepaald, op een zuidwestelijke koers aan de spits van de Duitse vloot voorbij te varen. Spoedig daarop zweeg ook zijn geschut. Reeds om 21.36 uur moest Princess Royal, om 21.40 uur Tiger, daarna ook New Zealand en Indomitable, Lion en Inflexible het vuur afbreken, daar in het toenemende schemerdonker en de kruitdampen geen doel meer te herkennen was. Bovendien werden al deze schepen tussen 21.37 uur en 21.44 uur heftig door elkaar geschud, wat in eerste instantie geweten werd aan torpedo's of mijnen, later echter verklaard werd doordat de schepen rond die tijd waarschijnlijk allemaal over een groot wrak, wellicht van de torpedobootjager Nomad of Nestor waren heengevaren. Daarmee was het hoofdgevecht voorbij.

Het nachtgevecht

Tot in de morgen van 1 juni 1916 vonden nog verspreide achterhoedegevechten tussen lichte eenheden van beide vloten plaats. In de nachtelijke uren werd de Duitse pre-dreadnought Pommern getroffen door een torpedo en explodeerde; niemand van de 844 bemanningsleden overleefde. De zwaarbeschadigde slagkruiser Lützow werd als verloren beschouwd en, nadat de bemanning op de torpedoboten was overgestapt, om 2.45 uur door de Duitsers zelf tot zinken gebracht. De andere schepen bereikten, soms met veel moeite, de thuishavens.

De balans

In Engeland kwam na de slag een discussie op gang wie nu eigenlijk gewonnen had, want de Britten konden hun numerieke nederlaag - de Britse verliezen (6.700 man en 115.000 ton aan oorlogsschepen waaronder drie dreadnoughts) waren hoger waren dan de Duitse (2.400 man en 60.000 t) – maar moeilijk verkroppen. Het Britse publiek werd door de autoriteiten dan ook aanvankelijk in het ongewisse gelaten omtrent de uitslag, wat in Engeland de gedachte voedde dat zich op zee een ramp had voltrokken, een ramp voor Engeland wel te verstaan, terwijl de Duitsers aan de andere kant van de Noordzee met marsmuziek, nationale feestdagen, vlagvertoon en onderscheidingen de overwinning vierden en zich verkneukelden bij de gedachte dat "de Engelse 'ratten' hun holen hadden verlaten, enkel om te worden vernietigd door Duitse doelmatigheid, heldenmoed en vastberadenheid", wat dit beeld scheen te bevestigen.
Maar langzamerhand begreep men in Engeland dat dit allemaal Duitse propaganda was. Wie had nu ooit de oppermachtige Britse vloot kunnen verslaan? En men ging over tot de orde van de dag en geloofde de berichten van de Britse admiraliteit, dat er geen sprake was van een nederlaag. Tot in 1918 de dag van de wapenstilstand kwam, en de Duitse oorlogsschepen zich in Britse gevangenschap begaven. Schepen, waarover de Britse admiraliteit had bericht - en wat door de massa was geloofd - dat ze in 1916 bij Jutland tot zinken waren gebracht, en die zich nu heelhuids, zij het onder de sporen van muiterij en revolutie, kwamen melden.

"The public had waited through the years to learn whether these statements were true, or whether they were war-time propaganda.
Now they had the answer.
Germany's figures had been more nearly correct than Britain's." ("The Riddle of Jutland", p. 374.)

Het resulteerde in een stroom boeken met titels als "The Jutland Scandal" en "The Truth about Jutland", die moesten aantonen dat er "achter de schermen" van de Britse admiraliteit "heel wat mis" was. Maar aan de strategische situatie heeft de uitkomst van de zeeslag niets veranderd; de Engelse superioriteit ter zee bleef onaangetast, hoewel de Grand Fleet nadien nog zelden uitliep. De Duitsers hadden 3.597 zware granaten afgevuurd, waarvan er 120 (3,33%) doel troffen; de Britten 4.598 met 100 treffers (2,17%). Het gebulder van de enorme kanons was tot in Friesland hoorbaar.

Specificatie van de verliezen is aangegeven in de tabel hieronder:

Engeland Duitsland
slagschepen -- --
slagkruisers

Indefatigable; Queen Mary; Invincible

Lützow

pre-dreadnoughts -- Pommern
kruisers

Warrior; Defence; Black Prince

Elbing; Wiesbaden; Rostock; Frauenlob

torpedoboten

torpedobootjagers

Tipperary; Ardent; Turbulent; Nestor; Fortune; Shark; Nomad; Sparrowhawk

V 27; V 29; S 35;

V 48

Grootste zeeslag?

Gerekend naar de totale tonnage van de vaartuigen, die er rechtstreeks bij betrokken waren, zoals slagschepen, kruisers en torpedobootjagers, was de slag zelfs de grootste uit de gehele maritieme geschiedenis: 2,01 miljoen ton, zoals een nauwkeurige berekening leert. Deze tonnage bedroeg in de Slag in de Golf van Leyte tijdens de Tweede Wereldoorlog (een verzamelnaam voor vier afzonderlijke gecombineerde zee-/luchtslagen van 22-26 oktober 1944), welke slag meestal als grootste wordt genoemd, 1,81 miljoen ton; om een vergelijking mogelijk te maken echter exclusief de schepen, die er indirect een rol bij speelden, zoals vliegdekschepen (45 van de Verenigde Staten en 4 van Japan). Worden die in de berekening betrokken, dan is laatstgenoemde slag de omvangrijkste aller tijden. Tijdens de Slag bij Jutland was er welgeteld één vliegtuigmoederschip (de "Engadine", een omgebouwd bevoorradingsschip, 1881 ton) aanwezig; het luchtwapen speelde daar nog geen enkele rol.
Op grond van bovenstaande overwegingen beschouwt een vooraanstaand maritiem historicus als Siegfried Breyer de Slag bij Jutland / Slag voor het Skagerrak als de grootste zeeslag aller tijden. In zijn boek "Battleships of the world 1905-1970" zegt hij hierover o.m.: "The Battle of Jutland was the greatest naval action in history for neither before nor after - not even in the Second World War - has there been such a gathering of forces at sea."

Literatuur

  • Corbett, J.S.: History of the Great War based on official documents. Naval operations. Vol. III. London: Longmans, Green & Co., 1923.
  • Marine-Archiv (Hrsg.): Der Krieg zur See 1914-1918. Der Krieg in der Nordsee. 5. Bd.: Von Januar bis Juni 1916. Berlin: Mittler, 1925.
  • Bacon, R.: The Jutland Scandal. London: Hutchinson, [1925].
  • Costello, J. / T. Hughes: Jutland 1916. London: Weidenfeld & Nicolson, 1976. In Duitse vertaling: Skagerrak 1916. Deutschlands grösste Seeschlacht. Wien [etc.]: Molden, 1978.
  • Fawcett, H.W./ G.W.W. Hooper: The fighting at Jutland. London: Macmillan, 1921 (reprint Annapolis: Naval Institute, 2001).
  • Harper, J.E.T.: The truth about Jutland. London: Murray, 1927.
  • Gibson, L. / J.E.T. Harper: The riddle of Jutland. London [etc.]: Cassell, 1934.
  • Irving, J.: The smoke screen of Jutland. London: Kimber, 1966.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Slag_bij_Jutland"
Personal tools