/** * */

Slag bij Charleroi (1914)

Situatiekaart (uit "Andrees Handatlas", ed. 1914)
Enlarge
Situatiekaart (uit "Andrees Handatlas", ed. 1914)

De Slag bij Charleroi, een van de zogeheten grensgevechten bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, speelde een sleutelrol aan het westelijke front in 1914, en was een van de eerste Duitse overwinningen van grotere omvang.

De slag was een confrontatie tussen het 5de Franse leger, dat in noordelijke richting naar de Sambre optrok, en het 2de en 3de Duitse leger, die in zuidwestelijke richting door België oprukten.

Charleroi zelf was een middelgrote industriestad aan de Sambre, en vormde samen met deze rivier een front op ongeveer 40 km ten westen van Namen waar de Sambre en de Maas zich verenigden.

Het Franse vooroorlogse aanvalsconcept, Plan XVII geheten, bepaalde dat het 5de Franse leger samen met het 3de en 4de leger door de Ardennen Duitsland moest binnenvallen. Maar daarbij werd ervan uitgegaan dat Duitsland, mocht het Frankrijk aanvallen, dat niet via België zou doen. Terwijl Lanrezac, de commandant van het 5de Franse leger het zeer wel mogelijk achtte, zeker toen hij het nieuws over Duitse troepenconcentraties in België had vernomen, weigerde Joffre, de Franse opperbevelhebber, dit onder ogen te zien.

Joffre stond Lanrezac op 12 augustus wel toe om zijn marsroute naar het noordwesten te verleggen, naar de Sambre toe, maar tegelijk moest Lanrezac eenheden afstaan voor het Ardennenoffensief, die op hun beurt werden vervangen door een korps van het 2de Franse leger in Lotharingen.

Na herhaalde waarschuwingen van Lanrezac ging Joffre ermee akkoord dat deze zijn troepen op 20 augustus verder naar het noorden zou verplaatsen. Op dit tijdstip evenwel naderden eenheden van Bülows 2de Duitse leger Namen. Het was een slechte dag voor de geallieerden: de Duitsers trokken ook al Brussel binnen.

Joffre dacht dat de Duitse troepen niet sterker dan 18 divisies zouden zijn en ging akkoord met een aanval over de rivier. Lanrezac had immers 15 divisies tot zijn beschikking en zou versterking krijgen van het Britse expeditieleger met drie divisies. Lanrezac echter dacht dat de Duitse gevechtskracht veel groter zou zijn, meer in de buurt van de 38 divisies zoals de omvang uiteindelijk zou blijken te zijn. In verband daarmee verzocht hij op 21 augustus, in afwachting van de komst van de Britten, de aanval uit te stellen.

Maar eenheden van het Duitse 2de leger vielen nog diezelfde morgen aan, staken de Sambre over en vormden twee bruggenhoofden die ze met succes tegen de Fransen verdedigden. Duizenden Belgen ontvluchtten Charleroi naar dorpen in de omgeving.

Bülow herhaalde zijn aanvallen de volgende dag, en stortte zich met drie legerkorpsen op het Franse front. De gevechten waren hevig en de ontreddering was groot. Ze gingen de hele dag door en nog een deel van de volgende. Het centrum van de Franse gevechtslinie, bij Charleroi, leed zware verliezen, evenals het korps van generaal Franchet d'Espérey verder naar het oosten. Ongelukkig genoeg kwam door de terugtrekking van de cavalerie van generaal Sodet in het westen de rechtervleugel van het Britse expeditieleger, dat ten langen leste op het strijdtoneel was verschenen, bij Mons bloot te liggen.

Het lukte Bülows strijdmacht de Maas over te steken, maar hij wenste zijn troepen niet op te stellen achter het 5de Franse leger in het zuiden; integendeel, hij gaf opdracht voor een frontale aanval op de Franse rechtervleugel. Het korps van generaal d'Espérey groef zich in en dekte zo de terugtocht van het 5de Franse leger op 23 augustus.

Lanrezac, die geen contact met d'Espérey kon krijgen, verwachtte dat de terugweg elk ogenblik kon worden afgesneden. Hij was ervan op de hoogte dat het 3de Duitse leger een bruggenhoofd over de Maas ten zuiden van hem had gevestigd, maar hij wist niet dat de brigade van generaal Mangin ze met succes had tegengehouden en aanzette voor een tegenaanval.

Toen het nieuws van de Belgische aftocht uit Namen hem bereikte, samen met het bericht over de terugtrekking van het 4de Franse leger uit de Ardennen, gaf Lanrezac opdracht voor een algehele terugtocht van zijn troepen.

Door zulks te doen redde Lanrezac het Franse leger van de ondergang. Door terug te trekken konden de Fransen standhouden in Noord-Frankrijk, maar de grote massa van het Franse volk – en Joffre - beschouwde Lanrezacs besluit als een gebrek aan strijdlust. Daar Joffre de terugtocht had gebillijkt lijkt zijn veroordeling van Lanrezac, die erop volgde – hij gaf hem de schuld van het mislukken van Plan XVII – een daad van opportunisme.

Zie voor een uitvoeriger beschouwing: Lanrezac, Joffre en Plan XVII.

(Vertaling van: http://www.firstworldwar.com/battles/charleroi.htm).

Personal tools