/** * */

Boezinge (B), Site John McCrae/Essex Farm Cemetery

(Doorverwezen vanaf Site John McCrae)
Fietsroute "De Ieperboog" langs het kanaal en de site
Enlarge
Fietsroute "De Ieperboog" langs het kanaal en de site
Men kan de gelegenheid te baat nemen om ter plaatse te picknicken
Enlarge
Men kan de gelegenheid te baat nemen om ter plaatse te picknicken

De Site John McCrae ligt aan de Diksmuidseweg in Boezinge langs het kanaal op de kanaaldijk die werd aangelegd tussen 1636 en 1643 in opdracht van de Spaanse overheid. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kanaaldijk voorzien van bunkers en dug-outs. Op deze plaats schreef John McCrae het beroemde bericht In Flanders Fields. Na de oorlog werden de bunkers gebruikt als noodwoningen. De kanaaldijk werd na die gruwelijke jaren gerenoveerd en is gratis te bezoeken.

Inhoud

Geschiedenis van de Ieperlee

Noordelijke helling van de site
Enlarge
Noordelijke helling van de site

De site ligt op de kanaaldijk van de Ipera (later Iepere) die nu wel de "Ieperlee" of Kanaal Ieper - IJzer wordt genoemd. Het kanaal begon vanaf de IJzer ter hoogte van de Knokkebrug op de grens van Diksmuide, Houthulst en Lo-Reninge. De Ieperlee werd 15 km lang en liep tot het noorden van Ieper. In de 10de eeuw werd de Ieperlee aangelegd. Het was een klein riviertje dat doorheen Ieper liep. Het begon vanaf de sluis in de Rijselpoort en mondde uit in de Ijzer. Het waddengebied van de Ijzer was zeer belangrijk voor de wolaanvoer van de schapen die daar graasden. Met behulp van sloepen werd de wol aangevoerd in Ieper. Hierdoor groeide de lakennijverheid van Ieper en automatisch groeide Ieper en het belang van de Ieperlee mee. De Ieperlee werd voor een stuk rechtgetrokken (waar de hedendaagse Leet zich bevindt, parking voor de St-Maarthenskathedraal) en bij de bouw van de Lakenhallen werd zelfs een binnenhaventje voorzien op de plek van de huidige binnenkoer. Omdat Ieper groeide, groeide de bevolking mee. Rond 1200 telde Ieper 40.000 inwoners en was daarmee een der drie grootste en rijkste steden van Vlaanderen, samen met Gent en Brugge. De Ieperlee diende ook als stadsriool en werd al gauw, door de enorme bevolking, een poel van verderf. In 1678 werd Ieper belegerd door de Franse troepen die de Ieperlee hebben overwelfd vanaf de Rijselpoort tot de Boezingepoort (waar Hotel Ariane ligt). De Ieperlee wordt gebruikt voor waterafvoer. Eind 1864 werd vanaf de Ieperlee het kanaal Ieper - Komen aangelegd. Maar door grondverzakkingen in Hollebeke (Provinciedomein Palingbeek)werd de bouw gestaakt. Hedendaags wordt ook het kanaal Ieper-Komen als waterafvoer gebruikt. Door een grote netwerk in riviertjes en poelen, worden laag gelegen dorpen zoals Voormezele niet meer overspoeld.

Ontstaan van het kanaaldijk

Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog op het Advanced Dressing Station Essex Farm
Enlarge
Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog op het Advanced Dressing Station Essex Farm

De bouw begon tussen 1636 en 1643 in opdracht van de Spaanse overheid ter vervanging van de Ieperleet die vrijwel niet gebruikt kon worden. Pas in de Middeleeuwen werd de Ipera gekanaliseerd zodat de middeleeuwse stad "Yper" tussen 1100 en 1300 uitgroeide tot een wereldstad. De waterboog vormde een versterkte rijksgrens tussen het Koninkrijk Frankrijk en de Spaanse Nederlanden. Er werd enkel een 5 meter hoog retranchement (verdediging) aangelegd langs de linkeroever van het kanaal door middel van het opwerpen van aarde (de huidige kanaaldijk). Dit bood een prima bescherming voor ruiters, wagens en allerlei wapentuig dat achter de helling langstrok. Er werden verschillende tussenniveaus aan het steile hellingprofiel aangebracht. Het hoogste gedeelte (A) vormde een bedekte weg waar schutters zich konden verschansen om de vijand te bestoken. De minder steile (B), oostelijke helling vormde een zogenaamde "glacis" waar troepen zich konden verzamelen (C) om aan te vallen. De mogelijke aanvallers werden een gemakkelijk doelwit. Vanzelfsprekend vormde het kanaal een moeilijke en lastige hindernis, zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Eerste Wereldoorlog

Strategisch belang

Grondplan van de Advanced Dressing Station Essex Farm
Enlarge
Grondplan van de Advanced Dressing Station Essex Farm
John McCrae verbleef hier 17 dagen
Enlarge
John McCrae verbleef hier 17 dagen

Net zoals voordien, kon de vijand zeer moeilijk het kanaal oversteken in de Ieperboog. Men kon schade toebrengen aan de zijde van de geallieerden maar kon geen terrein veroveren. Enkel tijdens de Tweede Slag om Ieper konden de Duitsers terreinwinst boeken over het kanaal. Dit gebeurde tussen 23 april tot 3 mei 1915 bij Lizerne. Op 27 april 1915 heroverden de Fransen een stuk van Lizerne. Pas op 15 mei 1915 konden de Fransen de Duitsers terugjagen over het kanaal.

Tot aan de Tweede Slag om Ieper lag deze kanaaldijk amper 8 kilometer van de frontlinie. Op 22 april 1915 stonden de kanonniers van de 1ste Canadese Artilleriebrigade van luitenant-kolonel Edward Morrison op de kanaaldijk opgesteld met hun geschut gericht naar het niemandsland met daarachter de Duitsers. Het hoofdkwartier van luitenant-kolonel Edward Morrison werd gevestigd op het kanaaldijk in een loopgraaf.

Het frontlinie lag na de Tweede Slag om Ieper veel dichterbij dan voordien. De Duitsers hadden de rechteroever kunnen bereiken bij Boezinge. De 49th West Riding Division die afkomstig was van Yorkshire was in de tweede helft van 1915 langs het kanaal gestationeerd, en tussen de spoorwegbrug van Boezinge en Morteltje Estaminet opgesteld. Hier won de divisie haar eerste onderscheidingen en weerstond op 19 december 1915 de Duitse aanval met fosfeengas. De divisie verliet de sector eind 1915 maar kwam twee keer terug naar Ieper. Na 31 juli 1917 schoof het front weer op en werd het rustiger aan de kanaaloever. Het kanaal bleef niettemin een psychologische grens. Aan geallieerde zijde was er leven en hoop maar aan de zijde van het niemandsland en de Duitsers was er enkel de dood.

De 38th Welsh Division is ongetwijfeld de divisie die zich het langst op deze kanaaldijk bevond. De 38th werd in oktober 1916 afgelost en vertrok bijna een jaar later in september 1917. Ze verloor veel manschappen die op de nabijgelegen Essex Farm Cemetery begraven liggen. Op de Essex Farm Cemetery liggen 179 manschappen die behoren tot de leden van de 38th Welsh Division.

Veldpost

Het Advanced Dressing Station 90 jaar later
Enlarge
Het Advanced Dressing Station 90 jaar later

De kanaaldijk ligt er nu uitstekend bij. In de kanaaldijk werden bunkers gebouwd terwijl bovenop de heuvel de 1ste Canadese Artilleriebrigade stond opgesteld. De bunkers werden gebruikt als medische hulppost. Toen John McCrae begin mei 1915 het gedicht In Flanders Fields schreef, zag er alles anders uit. Hij liet een gat graven in de helling van ongeveer 2,5 meter bij 2,5 meter. Het gat werd vooraan voorzien van zandzakken en bovenaan van hout en platen. Zijn verbandpost, die ook diende als schuilplaats, werd voorzien van stro. De gewonden van de 1ste Canadese Artilleriebrigade werden hier gedurende 17 dagen verzorgd. De gewonden uit Sint-Juliaan werden boven achter de 1ste Canadese Artilleriebrigade gelegd. De soldaten die bezweken aan hun verwondingen werden begraven bij de bunkers.

Dugouts

Er werden vanaf september 1916 door de genie van de 38ste Welsh Divisie versterkte dugouts gebouwd aan de linker- en de rechteroever. Dit werk werd voortgezet door de Royal Engineers in december 1916 en januari 1917. Door de hevige bombardementen op de bruggen die over het kanaal liepen, moest voortdurend hersteld worden.

Advanced Dressing Station

Er werden verscheidene vooruitgeschoven verbandposten in het westelijke gedeelte van de helling uitgebouwd tijdens de voorbereidingen op het grote offensief van de zomer van 1917 (Derde Slag om Ieper). De posten waren Talana Farm, Shallows en Essex farm. Advanced Dressing Station Essex Farm (zo luidde toen de naam) werd voorzien van ruimtes voor zowel het verzorgen van de gewonden als voor het verblijf voor het personeel. Na de eerste noodzakelijke verzorging werden ze overgeplaatst naar de Main Dressing Station, Casualty Clearing Station en de Base Hospitals die zich dichtbij het front bevonden.

Site John McRae

Grondplan
Enlarge
Grondplan
De 15 jarige Rifleman Valentine "Joe" Strudwick (Plot I Rij U Graf 8)
Enlarge
De 15 jarige Rifleman Valentine "Joe" Strudwick (Plot I Rij U Graf 8)

De kanaaldijk werd na de oorlog hersteld. De nabijgelegen Essex Farm (1) werd weer aangelegd tussen 1923 en 1925. Op de kanaaldijk werd de West Riding Memorial (2) op 22 juni 1924 onthuld. Er werd een witte gedenksteen onthuld op 7 juni 1999 ter nagedachtenis aan John McCrae die hier het gedicht In Flanders Fields schreef (3). De bunkers van het Advanced Dressing Station (4) werden gerenoveerd door de Heilige Familie van Ieper. Via de kanaaldijk kan men de laatste hulppost (5) bezoeken. Ter plaatse kan men ook picknicken in de voorziene picknickruimte (6).

Terwijl de koeien grazen op de kanaaldijk, ontdekt men de Eerste Wereldoorlog in een wandeling van minimaal 30 minuten. In deze bijdrage alle aandachtspunten van de site.

De West Riding Memorial
Enlarge
De West Riding Memorial

Essex Farm Cemetery

De Essex Farm Cemetery ligt in Boezinge bij de site. Het is een begraafplaats van de Commonwealth War Graves Commission. Deze begraafplaats ligt achter het kanaaldijk bij de weg. Essex Farm Cemetery kreeg de naam van de nabij gelegen boerderij, de Essex Farm en de benaming van de Advanced Dressing Station tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De plannen die werden opgemaakt door Charles Holden samen met hulparchitecten Cowlishaw en Rew, waren pas klaar op 23 juli 1920. De heraanleg van de begraafplaats kreeg vertraging door de keuze om het West Riding Memorial op het kanaaldijk te plaatsen. In maart 1923 kwam Sir Reginald Blomfield tot een akkoord om de obelisk pal tegenover de Stone of Remembrance te plaatsen, die verbonden werden door een brug over het kleine riviertje. Pas in 1925, werd de begraafplaats afgwerkt. De begraafplaats is van de Diksmuidseweg afgesloten door gras en een gracht. De Cross of Sacrifice staat in het hoek ten Noord-Westen van de begraafplaats. Aan beide zijden van het offerkruis, werd een houten poortje voorzien. De zijkanten en achterkant van de begraafplaats, werden gescheiden door een lage haag. Op deze begraafplaats rusten 1185 Commonwealth militairen waarvan circa 100 niet-geïdentificeerden. Op 27 mei 2008 werd een onbekende officier bijgezet zodat er nu 1186 soldaten rusten op de Essex Farm. De jongste is Rifleman Valentine Joe Strudwick (5750) van de 8th Battalion Rifle Brigade. De 15-jarige soldaat sneuvelde op 14 januari 1916 en werd begraven op de Essex Farm Cemetery (Plot I Rij U Graf 8). De eerste graven dateren tijdens de Tweede Slag om Ieper. Er zijn slechts zeven Canadese graven over. Op de begraafplaats rusten nog andere eenheden dan de West Riding waarvan 67 van de 49th West Riding Division. Van de 38th Welsh Division rusten 179 militairen die dateren tussen 1916 en 1917. De De 14th Light Division rusten 68 militairen die dateren tussen 1915 en 1916. En 105 militairen die dateren in 1916 van de Guards Division.

West Riding Memorial

De West Riding Memorial is een hardstenen obelisk die op het kanaaldijk werd geplaats. Het werd op 22 juni 1924 ingehuldigd door de bevelhebber van de 49th West Riding Division, generaal Edward M. Perceval Het is een gedenkmonument voor de 49th West Riding Division. De leden van de 49th West Riding Division waren allemaal afkomstig uit Yorkshire. Op het einde van de Eerste Wereldoorlog, verloor de 49th meer dan 9 500 doden waarvan circa 1000 die vielen tijdens hun eerste periode tussen 7 en 31 december in Ieper. Op de obelisk werden alle plaatsen waar de eenheid actief was, chronologisch vermeld. De infanteriebrigade werd gerekruteerd in Bradford, Hallifax, Huddersfield, Leeds, Rotherham , Skipton-Doncaster en York. Maar de medische dienst, artillerie-, Cavalerie- en geniebrigade, waren ook geaccepteerd als West Riding.

Resten van twee hulpposten naast het Advanced Dressing Station
Enlarge
Resten van twee hulpposten naast het Advanced Dressing Station

Noodwoningen

Een van de laatste bunkers die gebruikt werden als hulppost
Enlarge
Een van de laatste bunkers die gebruikt werden als hulppost

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verloor de Westhoek ruim 65 000 woningen. Het was een hele klus om dat weer in te halen. Ook was het enorm duur. Vele vluchtelingen bleven voor een langere duur weg bij familieleden of mensen die ze hadden leren kennen. De meeste Belgen vluchtten waar het veilig was, het neutrale Nederland. Eind 1919 waren er ruim 45 000 gezinnen teruggekeerd naar de frontstreek waarvan slechts de helft een redelijke woning kon krijgen. Het grote tekort aan woningen werd opgelost met steun door het Koning Albert Fonds dat vooral noodhuizen bouwde voor de Belgen. Dit initiatief bestond al sinds het begin van de oprichting in september 1916. In februari 1920 waren er slechts 2 000 barakken klaar zodat de situatie kritiek was. Tijdens de winterdagen van 1919 leefden vele Ieperse gezinnen onder erbarmelijke omstandigheden, in woningen uit recuperatiematerieel van de slagvelden, bunkers die verspreid lagen over het slagveld, kazematten van de vestingwallen en de ruïnes van Ieper. Zonder elektriciteit, zonder zuiver water, zonder verwarming, gewoonweg niks. Enkele bunkers die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gebouwd door de Britse Royal Engineers op de kanaaldijk, tussen Ieper en de sluis van Boezinge, werden gebruikt als noodwoningen. Later werden 4500 Bissen Huts van het Britse leger gekocht bij gebrek aan barakken. Andere maatregelingen zoals het goedkoop verstrekken van zelfbouwpakketten, het verlenen van bouwpremies en het oprichten van de Bouwdienst der verwoeste Gewesten die dateert van 1919-1921, waren noodzakelijk. De eerste en belangrijkste realisatie van deze dienst was de Ieperse Ligywijk die bestond uit 139 semi-permanente woningen. Een van deze noodwoningen is te bezichtigen in het noorden van de site. Links van de Advanced Dressing Stationbunkers zijn nog sporen te zien van twee noodwoningen die grotendeels begraven liggen. Als men door de struiken kijkt, kan men nog brokstukken zien van de overige noodwoningen.

Link

Personal tools