/** * */

Rusland

Rusland was bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 een keizerrijk in Europa en Azië, dat in 1914 22.556.500 km² (660 x Nederland, 766 x België, 42 x Duitsland, 33 x Oostenrijk-Hongarije) besloeg met 169.373.600 inwoners (Europees Rusland incl. Finland en Polen 5.427.580 km² met 136.209.900 inwoners). Aan het hoofd stond een tsaar (= keizer), Nicolaas II. De oorlog aan het oostelijke front met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije werd in 1917 door de Vrede van Brest-Litowsk beëindigd. In dat jaar zou Rusland door twee revoluties heengaan (bij de eerste waarvan de tsaar verdreven werd) en sindsdien woedde er een burgeroorlog om de macht, waarin zich later ook de Entente zou mengen. Uiteindelijk zouden de communisten, aanvankelijk meestal bolsjewieken genoemd, aan het langste eind trekken. Een aantal voormalige gebieden van Rusland verkreeg na de Wereldoorlog autonomie (→ Het einde van de Eerste Wereldoorlog); uiteindelijk bedroeg de oppervlakte van Rusland (dat zich inmiddels Sowjet-Unie noemde) 20.390.000 km² met (1923) 131.277.000 inwoners.

In 1914 bestond het Russische leger (incl. Finland) uit 37 legerkorpsen
of 70 infanteriedivisies en 24 cavalerie- en Kozakkendivisies
of 158 infanterie-, 60 cavalerie en 71 artilleriebrigades
of 353 infanterie-regimenten / regimenten jagers en 140 cavalerieregimenten
of 1.284 infanteriebataljons en 834 eskadrons cavalerie, en 643 veldbatterijen met 2.200 stukken geschut (in oorlogstijd 1.676 bataljons, 1.326 eskadrons, 569 batterijen met 5.830 stukken geschut). In manschappen en officieren uitgedrukt bedroeg de vredessterkte 1.384.000 en de oorlogssterkte 3.616.000. Het aantal gesneuvelde Russische soldaten in de Eerste Wereldoorlog wordt tussen de 1,5 en 2 miljoen geschat.

Europees Rusland vóór WO 1 (naar Brockhaus' Kleines Konversations-Lexikon, 1908)
Enlarge
Europees Rusland vóór WO 1 (naar Brockhaus' Kleines Konversations-Lexikon, 1908)
De vloot bestond in 1914 uit 391 vaartuigen met 2.710 stukken geschut en 545 torpedolanceerbuizen,. daaronder 19 slagschepen met 605 stukken geschut, 7 pantserkruisers, 81 torpedobootjagers en 56 torpedoboten met een bemanning van 48.500 koppen. De Oostzeevloot telde 223 vaartuigen met 1880 stukken geschut en 298 lanceerbuizen; de Zwarte Zeevloot 82 vaartuigen met 466 stukken geschut en 150 lanceerbuizen; de Siberische vloot ten slotte 86 vaartuigen met 364 stukken geschut en 97 lanceerbuizen.

Zware Russische nederlagen in Oostpruisen, Polen, Galicië en Koerland in 1914/15, economische neergang, een falende organisatie, een onbekwame minister-president (Goremykin, febr. 1914 - febr. 1916), en de invloed van de op 16 dec. 1916 vermoorde Raspoetin leidden tot een algemene onvrede met het regeringsbeleid. Door de revolutie van 8 mrt. 1917 (28 febr. Russische – Juliaanse - kalender, vandaar "Februarirevolutie"), een lang voorbereide opstand van de arbeiders in St. Petersburg, waarbij zich muitende troepen aansloten, nam een uitvoerend comité van de Doema (het Russische parlement) de macht over. Een vertegenwoordiging van arbeiders en soldaten steunde deze machtsgreep. De tsaar trad op 13 mrt. 1917 af. Maar de liberalen moesten nu de macht met links delen en afzien van een constitutionele monarchie onder grootvorst Michail (Michail Michailowitsj, 1861-1929, oom van tsaar Nicolaas II), die ze graag op de troon hadden gezien. De eerste "Voorlopige Regering" onder prins Lwow (Georgij Lwow, 1861-1925) bestond hoofdzakelijk uit burgers. De coalitieregering hield vast aan het bondgenootschap met de Entente en de imperialistische oorlogsdoelen (vernietiging van Oostenrijk en Turkije). De regering onder Lwow en Kerenskij (Alexander Kerenskij, 1881-1970) na het terugtreden van een tweetal ministers in mei, en de daarop volgende geheel uit socialisten bestaande regering-Kerenskij wezen veroveringsoorlogen, maar ook een aparte vrede af. Het door Kerenskij als minister van Oorlog bevolen offensief in Wolhynië (eind juni 1917) liep al in het begin op een mislukking uit. Sinds 16 april, de dag waarop de uit Zwitserland via Duitsland naar St. Petersburg gereisde leiders van de bolsjewieken (o.a. Lenin) arriveerden, werden de arbeiders in die stad steeds radicaler, en werd het leger met de dag onmachtiger. Een bolsjewistische gewapende opstand van 3-5 juli 1917 werd echter nog neergeslagen; eveneens mislukte Kornilows poging tot een contrarevolutie, eind aug. 1917.

De bolsjewieken brachten op 7/8 nov. 1917 (= 25 okt. oude tijdrekening, vandaar "Oktoberrevolutie") de regering-Kerenskij ten val en legden de grondslag voor de "dictatuur van het proletariaat". Reeds op 8 nov. vaardigden zij een decreet uit, dat het grondbezit nationaliseerde, en deden op 9 nov. een vredesaanbod aan de wereld, waarop de Centrale Mogendheden op 15 dec. 1917 met Rusland een wapenstilstand overeenkwamen en op 3 mrt. 1918 te Brest-Litowsk vrede sloten. Duitse troepen bezetten de Oekraine, de Krim en het oostelijke deel van de Kaukasus totdat de wapenstilstand van Compiègne de in Oost-Europa afgesloten vredesverdragen ophief.

Van 1918-20 woedde in Rusland een burgeroorlog. Terwijl de Sowjetregering intern bezig was met een radicale invoering van de Marxistische leer, had ze alle aandacht nodig voor de geconcentreerde aanval van de door de Entente ondersteunde Witte Legers onder Denikin in het zuiden, Koltsjak in het oosten, en Joedenitsj in het noordwesten. Na de nederlaag van het Rode Leger (Sowjetleger) bij Wladikawkas (28 mrt. 1919) moesten de bolsjewieken de noordelijke Kaukasus ontruimen. Op 13 april 1919 behaalde het leger van Koltsjak een grote overwinning bij Wjatka en bezette op 17 mei Samara aan de Wolga. Deze successen leidden 26 mei tot de officiële erkenning van Koltsjak en Denikin door de Entente. Interne meningsverschillen, een falende organisatie en wijdverspreide opstanden van boeren in het achterland ("partizanen") verhinderden echter de generaals van het Witte Leger om hun succes uit te buiten. Toen de innerlijke zwakte van de Witten tot de Entente doordrong, begon deze materiële ondersteuning in te perken en liet de anti-bolsjewistische beweging aan haar lot over. Nadat Denikin er op 24 aug. nog in geslaagd was Koersk te veroveren, zette de neergang in, die met de totale ontreddering van de Witte Legers eindigde. De Entente begon een economische oorlog tegen Rusland. In nov. werden Koersk, Tsjernigow, spoedig daarna Rostow en Taganrog door Denikin ontruimd. Het leger van Koltsjak trok zich naar Siberië terug en werd ontbonden. In 1920 was de bolsjewistische heerschappij over Rusland een feit.

Lit.: Justus Perthes' Taschen-Atlas, ed. 1914 en 1924; Herder, 1935; Meyer, 1929, e.a.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Rusland"
Personal tools