/** * */

Revenge

HMS Revenge
Enlarge
HMS Revenge
HMS Revenge (slagschip)
Land: Groot-Brittannië
Klasse: Revenge-klasse (5 schepen: Ramillies, Resolution, Revenge, Royal Oak, Royal Sovereign)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 31.200
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 176,8 m / 27 m / 9,1 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 8 x 38,1 cm 14 x 15,2 cm / 4 x 53,3 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 33 cm / 10,2 cm / 33 cm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 18 / Parsons turbines, 4 schroefassen
Totale APK: 40.000
Brandstofvoorraad: kolen, 140 t; olie, 3.400 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 23 knopen / 4.200 mijl bij 10 knopen
Bemanning: 997
Gebouwd door: Vickers, Barrow
Opdracht verstrekt: 1913
Kiel gelegd: dec. 1913
Tewaterlating: mei 1915
In dienst gesteld: mrt. 1916
Einde: 1949 gesloopt


De schepen van de Queen Elizabeth-klasse waren de eerste slagschepen die uitsluitend oliegestookte ketels hadden, maar in Engeland rees al spoedig twijfel of er in oorlogstijd wel over voldoende reservebrandstof kon worden beschikt. Daarom werd besloten voor de volgende klasse, de Revenge-klasse, terug te grijpen op kolenstook naast oliestook. Die zou hoofdzakelijk kolengestookte ketels krijgen en maar een paar ketels die met olie werden gestookt. Dit beperkte weliswaar de topsnelheid tot 21 knopen, maar binnen het concept van de slagvloot en de strategie die de admiraliteit voor ogen stond, was dit geen bezwaar. Een van de eerste besluiten die admiraal Fisher na zijn terugkeer als chef marinestaf nam was echter om de verhouding oliestook/kolenstook ten gunste van oliegestookte ketels te wijzigen zodat een hogere snelheid van 23 knopen kon worden bereikt.

In menig opzicht kwam de Revenge-klasse overeen met de Queen Elizabeth-klasse, met name wat betreft de bewapening, hoewel de bescherming iets beter was. De schepen werden halverwege de Wereldoorlog voltooid. Tot het eind van de oorlog waren ze in camouflagekleuren geschilderd. Revenge en Royal Oak werden zoveel eerder opgeleverd dan voorzien dat ze nog mee konden doen aan de Slag bij Jutland (31 mei/1 juni 1916).

Toen Fisher in aug. 1914 bij de admiraliteit terugkeerde werd gedacht dat de oorlog ten hoogste zes maanden zou duren. Het overwicht aan slagschepen dat de Royal Navy ten opzichte van de Duitsers had, was zodanig, dat besloten werd geen nieuwe meer te bouwen, en de laatste drie van de oorspronkelijk geplande acht van de Revenge-klasse werden van het programma afgevoerd. Twee daarvan werden nog voltooid als slagkruiser; de derde werd helemaal geschrapt.

Revenge sloot zich drie maanden vóór de Slag bij Jutland (31 mei/1 juni 1916) aan bij het 1ste slageskader van de Grand Fleet. Ze nam deel aan deze zeeslag, waar ze tijdelijk vlaggenschip van vice-admiraal Burney was toen Marlborough was getorpedeerd; sedert nov. 1916 was ze vlaggenschip van admiraal Madden, de onderbevelhebber van de vloot. De naoorlogse geschiedenis van het schip wordt hier buiten beschouwing gelaten. In 1948 werd ze afgestoten en voor de sloop verkocht.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Revenge"
Personal tools