/** * */

Oorlogsschepen: Wie kocht/ confisqueerde wat ?

STUB: Dit artikel is een begin. Mogelijk wordt er nog aan gewerkt. Maar u mag er zelf ook relevante informatie aan toevoegen.

Inhoud

Inleiding

Dit is een kort overzicht van de oorlogsschepen die door de verschillende marines werden geconfisqueerd, gekocht, buitgemaakt of op een andere manier verworven. Enkel de als “echte” oorlogsschepen gebouwde schepen zijn opgenomen. Zo worden de talrijke hulpkruisers, bewapende jachten, tot mijnenvegers omgebouwde schepen, trawlers, drifters etc. niet vermeld.

Britse Marine

  • Erin: Slagschip, in aanbouw voor de Turkse marine (Reshadieh), geconfisqueerd in augustus 1914


  • Agincourt: Slagschip, in aanbouw voor de Turkse marine (Sultan Osman I), geconfisqueerd in augustus 1914


  • Canada: Slagschip, in aanbouw bij Vickers (Almirante Latorre), aangekocht van Chili op 9 september 1914


  • Eagle: Slagschip, zusterschip van Canada, aangekocht bij Vickers 28 februari 1918 in sterk onvoltooide toestand en omgebouwd tot vliegdekschip.


  • Gorgon klasse monitors: 2 onvoltooide kustverdedingsschepen, in aanbouw voor de Noorse marine bij Elswick, werden overgekocht van Noorwegen in januari 1915 en voltooid als monitors.


  • Humber klasse : 3 kleine monitors, onverkocht in stock bij Vickers (oorspronkelijk voor Brazilië) werden aangekocht op 3 augustus 1914.


  • Birkenhead klasse: twee lichte kruisers in aanbouw bij Cammel Laird voor Griekenland aangekocht begin 1915 en voltooid voor de Royal Navy.


  • Faulknor klasse flotieljeleiders: 4 Schepen in aanbouw voor Chili bij White, eerste paar bijna voltooid en aangekocht bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De twee laatste aangekocht in aanbouw van Chili en voltooid voor de Royal Navy


  • Medea klasse torpedobootjagers: 4 Schepen, praktisch gelijk aan de contemporaine Britse M klasse torpedobootjagers in aanbouw voor Griekenland


  • Talisman Klasse Torpedobootjagers: De firma Hawthorn-Leslie had materiaal verzameld voor 4 schepen, gelijkwaardig aan de Britse M klasse torpedobootjagers. In November 1914 plaatste de Britse admiraliteit de order om met het beschikbare materiaal 4 torpedobootjagers te bouwen. De originele opdrachtgever blijft onbekend, Turkije is een mogelijke kandidaat.


  • Arno: 1 Torpedobootjager gelijkwaardig aan de Britse River klasse torpedobootjagers in aanbouw bij Ansaldo in Italië werd in maart 1915 aangekocht.


  • H klasse (Brits) duikboten : 20 stuks aangekocht bij Bethlehem Steel, Verenigde staten. Bijna gelijk aan de duikboten van de H klasse (VS) van de Amerikaanse marine. Om de neutraliteitswetten te omzeilen werden de eerste 10 in componenten naar Canada vervoerd en daar gemonteerd, de laatste 10 compleet, doch zonder torpedobuizen geleverd. 8 duikboten van deze klasse werden in 1917 aan Italië overgedragen (cfr infra).


  • Motor launches (ML) 580 stuks aangekocht vanaf april 1915 bij Elco, Bayonne, Verenigde Staten. Voor de intrede van de Verenigde staten werden deze schepen onbewapend verkocht aan Vickers(Canada) om de neutraliteitsbepalingen te omzeilen. 40 stuks doorverkocht aan de Franse marine (cfr infra)


  • Belangrijke componenten voor schepen:


    • 4 Dubbeltorens met 35,6 cm kanons, bestemd voor het in Duitsland voor Griekenland in aanbouw zijnde slagschip Salamis werden aangekocht en gemonteerd op nieuwbouwrompen van de Abercrombie klasse monitors.


    • 2 complete sets machines in aanbouw voor Turkse lichte kruisers werden geconfisqueerd en ingebouwd in de kruisers van de Centaur klasse.


  • E25 en E26 duikboten : Twee duikboten werden door Turkije in opdracht gegeven bij Vickers in april 1914. Het materiaal door Vickers verzameld voor deze duikboten werd geconfisqueerd en gebruikt om twee duikboten van de Britse 'E' klasse. mee te bouwen vanaf november 1914.


Frankrijk

  • Helle: Een kleine, beschermde kruiser na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele naam.


  • Aventurier klasse torpedobootjagers: 4 torpedobootjagers in aanbouw voor Argentinië bij Chantiers de Bretagne, Nantes, werden op 9 augustus 1914 geconfisqueerd.


  • Arabe klasse torpedobootjagers: 12 torpedobootjagers, zusterschepen van de Japanse Kaba klasse, werden in 1917 in Japan besteld en in een recordtijd van ongeveer 5 maanden per schip aan Frankrijk geleverd.


  • Aetos klasse: 3 torpedobootjagers, na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • Keravnos klasse: 2 torpedobootjagers, na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • Niki klasse: klasse: 4 (kleine) torpedobootjagers, na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • Thyella klasse: klasse: 4 (kleine) torpedobootjagers, na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • Doris klasse: klasse: 6 (kleine) torpedoboten, na de ingreep van de entente in Griekenland door Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • Armide klasse duikboten: 3 duikboten in aanbouw: 2 voor de Griekse marine (geconfisqueerd op 3 juni 1914) en één voor de Japanse marine (geconfisqueerd 3 mei 1917).


  • Roland Morillot: De duikboot UB 26 werd door de eigen bemanning na schade op 5 april 1916 nabij Le Havre tot zinken gebracht. Gelicht, gerepareerd en als Roland Morillot in de Franse marine opgenomen op 30 augustus 1917.


  • O’Byrne klasse duikboten: 3 duikboten in aanbouw bij Schneider voor de Roemeense marine geconfisqueerd, doch niet voltooid voor de wapenstilstand.


  • Delfin klasse Duikboten: Na de ingreep van de entente in Griekenland werden twee duikboten (Delfin en Xifias) door de Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele naam.


  • Tenedos mijnenlegger: Na de ingreep van de entente in Griekenland door de Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele naam.


  • Aldebaran klasse sloepen: 8 schepen van het Britse Flower type aangekocht bij Britse scheepsbouwers in 1916. (Na het verlies van één van deze schepen werd een vervangschip aangekocht bij de Briste marine: Ville d’Ys)


  • Archeloos klasse kannoneerboten.: 8 schepen werden na de ingreep van de entente in Griekenland door de Frankrijk geconfisqueerd en in de Franse marine gebruikt in 1917-1918 onder de originele namen.


  • C klasse duikbootjachtschepen : 50 stuks in 1917 en 50 stuks in 1918 overgekocht van de U.S. Navy. (SC-klasse schepen) Eerste geleverd in juli 1917, laatste op oktober 1918.


  • Vedettes V.1 tot en met V.40: 40 als Motor Lauch voor de Royal Navy gebouwde schepen van deze laatse overgekocht.


Italië


  • Aquila klasse flotielje leiders. 4 schepen in aanbouw voor Roemenië bij Pattison, geconfisqueerd op 5 juni 1915.
    • Aquila (Vifor), Falco (Viscol), Nibbio (Vartez) en Sparviero (Vijelie).


  • Audace: 1 torpedobootjager in aanbouw voor de Japanse marine bij Yarrow (Groot Britannië) als Kawakaze. Overgekocht op 3 juli 1916 van de Japanse marine, zusterschip Urakaze aan Japan geleverd.
    • Eerste naam:Intrepido (5/7/1916), later Audace (25/9/1916).


  • Francesco Rismondo: 1 torpedoboot van de Oostenrijks-Hongaarse marine (TBXI klasse, later gemodificeerd naar TB11 (1910)) deserteerde op 5 oktober 1917 naar Italië. Vanaf 28 oktober 1917 in de Italiaanse marine opgenomen.


  • S klasse duikboten: 3 (kleine) duikboten gebouwd in Groot-Britannië naar een Italiaans ontwerp (Britse 'S' klasse) werden aan de Italiaanse marine overgedragen omdat ze ongeschikt bleken voor werk in de noordelijke wateren.


  • W klasse duikboten: 4 duikboten overgedragen van de Royal navy naar Italië op 23 augustus 1916.


  • H klasse (Italiaans) duikboten: 8 duikboten, door Groot-Britannië in de Verenigde Staten aangekocht (cfr supra, om de neutraliteitswetten te omzeilen werden deze in componenten naar Canada vervoerd en daar gemonteerd) werden in 1917 aan Italië overgedragen. Om verwarring met de Britse, Amerikaanse en Russische H-klasse duikboten te vermijden werden deze 8 schepen meestal (doch niet officiëel) als HB-klasse aangeduid.


  • X1: De Duitse kleine mijnenlegger-duikboot UC 12 van de UC 1 klasse zonk nabij Taranto op een mijn die ze zelf gelegd had. Ze werd vervolgens gelicht en terug in dienst gesteld als de X1 op 9 december 1919. (noot op het moment dat deze duikboot zonk hoorde ze nominaal bij de Oostenrijks Hongaarse marine onder nummer U 24).


  • MAS 58 klasse Motor Lauches: 43 schepen, gelijk aan de Britse “Motor Launches” werden bij ELCO in de Verenigde Staten aangekocht in 1917. Om de neutraliteitsbepalingen te omzeilen werden deze als deklast van vrachtschepen naar ItalIë vervoerd en daar pas bewapend.


  • MAS 103 klasse: 12 schepen, zelfde opmerkingen als de MAS 58 klasse.


  • MAS 253 klasse: 50 schepen, zelfde opmerkingen als de MAS 58 klasse.


Rusland


  • Poltava: een oude pre-dreadnaught, door Japan tijdens de Russisch-Japanse oorlog buitgemaakt en terug aan Rusland verkocht op 5 april 1916.


  • Peresviet: een oude pre-dreadnaught, door Japan tijdens de Russisch-Japanse oorlog buitgemaakt en terug aan Rusland verkocht op 5 april 1916. Ge-reklassificeerd als een kruiser (wat beter overeenkwam met haar gevechtskracht in 1916).


  • Prut: een Turkse kruiser (Medjidieh)die net buiten Odessa op een mijnenveld zonk. Werd gelicht, verbouwd en in dienst gesteld in januari 1917. In 1918 door Duitsland in Sebastopol in beslag genomen en terug aan Turkije overgedragen.


  • Variag: Een oude kruiser, door Japan tijdens de Russisch-Japanse oorlog buitgemaakt en terug aan Rusland verkocht op 5 april 1916.


  • F 1: Een duikboot in 1915 in Italië in opdracht gegeven. Toen Italië aan de oorlog deelnam werd ze ion onvoltoide toestand door de Italiaanse marine gerequisioneerd. In 1917 werd ze echter overgedragen aan de Russische marine, herdoopt tot Svyatoi Georgi en naar Moermansk overgeplaatst (een reis van meer dan 9000 km voor deze kleine duikboot). In 1918 werd ze door communistische strijdkrachten ingezet tegen de geällieerden doch werd aan de grond gezet opdat ze niet in geällieerde handen zou vallen.


  • AG Klasse duikboten. De AG klasse duikboten (Amerikanskij Golland = Amerikaans Holland ontwerp) waren identiek aan de H-klasse duikboten in de Amerikaanse, Britse en Italiaanse marine. de reeks AG 11- AG 20 werd in onderdeelen vanuit de Verenigde staten naar Sint-Petersburg overgebracht en aldaar gemonteerd om ingezet te worden in de Baltische zee. De Reeks AG 21 - AG 28 was voor de Baltische zee voorzien. De onderdelen voor AG 17, AG 18, AG 19, AG 20, AG 27, AG 28 werden niet meer uitgeleverd wegens de Russische revolutie en werden gemonteerd voor de Amerikaanse marine als respectievelijk H4 to H9. De net voltooide AG 21 werd door Duitse troepen in Sebastopol buitgemaakt en door deze klaar gemaakt om in de Duitse marine te worden opgenomen. Bij de wapenstilstand in November 1918 leverde Duitsland de AG 21 op zijn beurt uit aan de Britse marine. De Britten lieten het schip zinken toen ze zich in 1919 uit Sebastopol moesten terugtrekken. De duikboot werd vervolgens in 1928 door de Sovjet marine gelicht en in dienst gesteld als A 5 in 1934.
  • SK klasse 18 van deze aan de Britse Motor Launches gelijkaardige doch veel kleinere (14 ton tegenover 34 ton) scheepjes werden in onderdelen naar Rusland vervoerd en in Sebastopol gemonteerd en in dienst gesteld.
  • MN klasse 18 aan de Britse Motor Launches gelijkaardige scheepjes werden in de Verenigde Staten gebouwd en ingezet in het Arktische flotielje.
  • No 511 klasse Minstens 30 iets vergrote versies van de SK klasse (20 ton) werden in de Verenigde Staten in onderdelen besteld.Het is onbekend hoeveel er daadwerkelijk in dienst zijn gesteld, doch minstens 1 vaartuig werd door KuK troepen in 1918 buitgemaakt.


Japan

  • Sendan en Karan : Twee Britse torpedobootjagers van de Acorn klasse (HMS Minstrel en HMS Nemesis) werden overgedragen aan de Japanse marine om het Japanse torpedobootjager eskader in de Middelandse zee op een sterkte van 14 schepen te bregen. Door Japanse matrozen bemand. Aan het einde van de vijandelijkheden terug aan de Britse marine overgedragen.


Verenigde Staten


  • Schurz: De oude, kleine Duitse kruiser Geier had zich in de Verenigde Staten laten interneren bij het begin van de eerste wereldoorlog. Ondanks het feit dat ze praktisch waardeloos was als oorlogsschip werd ze nadat de Verenigde Staten de oorlog hadden verklaard aan Duitsland in de U.S.Navy opgenomen om het tekort aan escorteschepen op te vangen.


Duitsland


  • Pillau klasse lichte kruisers: Twee lichte kruisers in bijna voltooid bij Schichau, Danzig, werden geconfisqueerd bij het uitbreken van de vijandelijkheden met Rusland.


  • G 101 klasse torpedobootjagers: 4 Schepen in aanbouw voor Argentinië bij Germaniawerft werden in augustus 1914 geconfisqueerd.


  • V 105 klasse torpedobootjagers: 4 (kleine) torpedobootjagers in aanbouw (bijna voltooid) voor de Nederlandse marine werden op 10 augustus 1914 geconfisqueerd.


  • UA een (kleine) onderzeeboot in aanbouw voor Noorwegen bij Germaniawerft werd geconfisqueerd bij het uitbreken van de vijandelijkheden.


Belangrijke componenten voor schepen:

  • Een set machines (ketels en stoomturbines) in aanbouw bij Vulkan, Stettin voor de Russische slagkruiser Navarin werden geconfisqueerd en ingebouwd in 2 nieuwe rompen van de Brummer klasse lichte kruisers met ieder -de helft van de machines.


  • 4 sets machines voor torpedobootjagers in aanbouw voor de Russische marine werden geconfisqueerd bij het uitbreken van vijandelijkheden en ingebouwd in 4 nieuwe rompen van de B 97 klasse torpedobootjagers.


  • Opmerkingen:
    • 1. Het in Duitsland voor Griekenland in aanbouw zijnde slagschip Salamis werd niet voltooid omdat de Britse marine de uit de Verenigde Staten afkomstige hoofdbewapening had overgekocht voor deze aan Duitsland kon geleverd worden. (Cfr supra: Componenten verworven door de Britse marine)
    • 2. Na het Verdrag van Brest-Litowsk moest Rusland de zware eenheden van de Zwarte Zee vloot aan Duitsland uitleveren. Dit gebeurde echter slechts gedeeltelijk. Van de Dreadnoughts werd enkel de Volya uitgeleverd. Dit schip deed proefvaarten onder Duitse vlag, met een Duitse bemanning in 1918 doch kon niet worden ingezet voor de wapenstilstand.


Oostenrijk-Hongarije

  • "China-Kreuzer" . Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog waren er in Monfalcone 3 kleine (1800 ton) en één grotere (4900 ton) kruisers voor de Chinese marine in aanbouw. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden tussen Oostenrijk-Hongarije en Italië in 1915 lag Monfalcone te dicht bij de frontlinie en werden de scheepswerven ontruimd. In juni 1915 werd de werf door Italiaanse troepen ingenomen en van dan af gebombardeerd door Oostenrijks-Hongaars geschut. Na de 12de slag aan de Isonzo viel Monfalcone met haar scheepswerf terug in Oostenrijks-Hongaarse handen. Bij een inspectie bleek dat de "China-Kreuzer" betrekkelijk weinig schade hadden opgelopen omdat het meeste bouwmateriaal voor de schepen nog niet op de scheepshelling was gemonteerd. De machines voor de "grote" kruiser waren inmiddels in het hinterland voltooid en er was al veel uitrusting voor het schip reeds voltooid maar nooit geleverd, bijna vergeten op meer dan 45 wagons die her en der geparkeerd stonden. De Oostenrijks-Hongaarse marine plande om de grote kruiser te voltooien, mede door gebruik van materiaal voor de kleine kruisers bestemd, doch door de snel verslechterende positie van Oostenrijk-Hongarije moest dit plan worden opgeborgen.


  • Warasdiner: De Chinese torpedobootjager Lung Tuan werd op 28 augusutus 1914 overgenomen door de Oostenrijks-Hongaarse marine. Het schip was sterk gelijkend aan de Oostenrijks-Hongaarse Huszar klasse torpedobootjagers.


  • U.14 De Franse Duikboot Curie werd buitgemaakt op 20 december 1914 toen deze de haven van Pola probeerde binnen te varen. Gelicht en in dienst gesteld als de U.14 van de Oostenrijks-Hongaarse marine en werd aldaar één van de succesvolste duikboten.


  • Noot over Duitse duikboten onder Oostenrijk-Hongaarse vlag. Omdat Italië wel de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije had verklaard en Duitsland niet, werd besloten om Duitse duikboten onder Oostenrijk-Hongaarse vlag te laten vechten. De Duikboten bleven echter onder Duits bevel staan en hadden Duitse bemaningen en eigen ligplaatsen en ondersteunende diensten in de havens. Ook nadat de oorlog tussen Duitsland en Italië officieel werd verklaard, bleven de Duitse duikboten nominaal onder Oostenrijk-Hongaarse vlag varen, dit om diplomatieke incidenten te vermijden.


Turkije


  • Yavuz Sultan Selim: slagkruiser van de Duitse Molkte klasse (Duitse naam Goeben). Nominaal aan Turkije verkocht op 16 augustus 1914.


  • Midili: Duitse kruiser van de Magdeburg klasse (Duitse naam Breslau). Nominaal aan Turkije verkocht op 16 augustus 1914.


  • Mustadieh Ombashi: De Franse duikboot Turquoise werd aan de grond gezet in de zee van Marmora nadat ze door Turks kanonvuur was beschadigd. Door de Turken gelicht en repareerd, doch niet in de strijd gebruikt.


  • Sulman Pak: De Britse rivierkannoneerboot Firefly van de Insect klasse werd op 1 december door oprukkende Turkse troepen buitgemaakt. Terug door de Britten buitgemaakt op de Eufraat op 26 februari 1916.


Personal tools