/** * */

Onderzeebootoorlog (overzicht)

Inhoud

1914

De bemanning van de U-9 wordt het IJzeren Kruis toegekend.
Enlarge
De bemanning van de U-9 wordt het IJzeren Kruis toegekend.

1914 - Bij het begin van de oorlog beschikte Groot-Brittannië over 74 onderzeeboten, Frankrijk 62, Rusland 48, de Verenigde Staten 30, Italië 21, Japan 13, Oostenrijk 6. Duitsland had er 28 (17 in aanbouw), een aantal dat zou groeien tot 127 in 1917, waarvan echter nooit meer dan een derde tegelijk werd ingezet.

1914 - 5 september - De U-21 brengt de Britse kruiser Pathfinder tot zinken, 259 bemanningsleden komen om.

1914 - 12 september - De Britse onderzeeboot E-9 brengt de Duitse lichte kruiser Hela tot zinken.

1914 - 22 september - De U-9 brengt 3 Britse kruisers tot zinken. Zie: U 9 torpedeert drie Engelse pantserkruisers (1914).

1914 - 14 oktober - De SM U-9 torpedeert Engelse kruiser Hawke (1914)

1914 - oktober - De Duitse U-17 wordt de eerste onderzeeboot die een handelsschip laat zinken.

1914 - november - De Duitse U-18 dringt Scapa Flow binnen en demonstreert de zwakte van de basis van de Britse 'Home Fleet'.

1914 - 13 december - De Britse B11 dringt door 5 mijnenvelden in de Dardanellen en brengt het oude Turkse slagschip Messudieh tot zinken, artikel: HMS B11 brengt de Messudieh tot zinken.

1915


1915 - 4 februari - Duitsland verklaart de volledige onderzeebootoorlog en begint aan zeppelinraids op Londen. In de volgende twee maanden zullen Duitse onderzeeboten 25 handelsschepen doen zinken, echter 8000 schepen bereiken ongedeerd Britse havens.

1915 – 11 maart - Groot-Brittanië kondigt een totale blokkade tegen Duitsland af. Zij zullen ieder schip in de buurt van de blokkade doen zinken.

1915 – 28 maart - Het Britse schip Falaba zinkt. 104 mensen komen om, onder wie de Amerikaan Leon Thrasher.

1915 – 7 mei - Het Britse lijnschip Lusitania zinkt door een torpedo afgevuurd door de Duitse U-20 (zie: U 20 torpedeert de "Lusitania"). 1198 mensen komen om, waaronder 128 Amerikanen.
De ondergang van de "Lusitania"
Enlarge
De ondergang van de "Lusitania"

1915 – 25 mei - De Duitse U-21 kapitein Otto Hersing brengt het Britse oorlogsschip Triumph, en 2 dagen later Majestic, tot zinken in het Middellandse Zee.

1915 – 25 juni - Een in Canada gebouwde H-klasse-onderzeeboot steekt de Atlantische Oceaan over en vervoegt zich bij de Britse Marine. Hij is gebouwd met staal van de Amerikaanse U. S. Bethlehem Steel Company.

1915 - 1 juli - De Britten beginnen met het experimenteren met dieptebommen en tegen januari 1916 zijn ze klaar om ze te gebruiken. (slechts 2 per schip, vanaf 1917 worden er meer geproduceerd). Oorlogschip Henderson wordt uitgerust met de Henderson stabilizing gun director.

1915 – 19 augustus - Het Britse passagierschip Arabic zinkt zonder waarschuwing door toedoen van de U-24. 40 personen vinden de dood waaronder 2 Amerikanen.

1915 - 20 september - Duitsland trekt zijn onderzeeboten terug en focust zich op de Middellandse Zee, maar Duitse UC-klasse boten blijven mijnen leggen in de Noordzee vanuit Belgische havens en Zeebrugge.

1915 - 19 augustus - De Duitse U-27 wordt ontdekt door het Britse Q-schip Baralong dat de Amerikaanse vlag voert. De onderzeeboot wilde een vrachtschip tot zinken brengen en wachtte tot de bemanning in reddingsboten ging, toen de Baralong het vuur opende, de onderzeeboot tot zinken bracht en de drenkelingen van de U-27, die zich wilden overgeven, doodschoot. De Amerikaanse president Wilson is geschokt als hij deze gruweldaad verneemt.

1915 - 23 oktober – In de Oostzee boort de Britse onderzeeboot E 8 de Duitse kruiser Adalbert in de grond.


1916


1916 – 1 maart - De Britse onderzeeboot B 3 wordt uitgerust met nieuwe hydrofoons. In 1916 ontwikkelt het Britse Hawkcraig Experimental Station onder leiding van Capt. C. P. Ryan 11 nieuwe types van directionele en niet-directionele hydrofoons. Tegen het einde van 1917 zijn meer dan 5000 "phones" in gebruik. In 1918 zijn er 199 "buitenboordmicrofoons" in gebruik. ASDIC werd al uitgevonden eind 1917 maar werd pas na de oorlog toegepast.

1916 – 15 maart - De Duitse kustonderzeeboot UB-13 boort de Nederlandse stoomboot Tubantia in de grond die een lading "Duits" goud aan boord zou hebben.
De Nederlandse stoomboot Tubantia
Enlarge
De Nederlandse stoomboot Tubantia

1916 – 24 maart - De Franse kanaal-ferry Sussex wordt getorpedeerd door UB-29. Hierbij komen 80 mensen om, waaronder 25 Amerikanen. Wilson eist dat Duitsland zich aan internationale afspraken houdt en dreigt de diplomatieke betrekkingen te verbreken.

1916 – 19 april - Wilson spreekt voor een speciale vergadering van het Congres. Hij leest zijn ultimatum voor over de onderzeeboten aan de Duitse overheid: "Als Duitsland niet onmiddellijk de onderzeebootoorlog tegen passagiers- en koopvaardijschepen staakt zal de regering van de Verenigde Staten alle diplomatieke relaties met Duitsland verbreken."

1916 – 24 april - De Duitse keizer volgt het advies van kanselier v. Bethmann Hollweg, minister van Buitenlandse Zaken v. Jagow en ambassadeur Johann von Bernstorff op om geen schepen te doen zinken zonder voorafgaande waarschuwing, ten einde oorlog met de VS te vermijden.

1916 – 8 mei - De Cymric is het laatste koopvaardijschip dat zinkt zonder voorafgaande waarschuwing. Het zinkt door toedoen van Walther Schwieger, dezelfde kapitein die verantwoordelijk is voor het zinken van de Lusitania. Hij boorde het schip de grond in zonder bevel van de keizer. Admiraal Scheer roept alle onderzeeboten terug naar hun basis. Hij geeft bevel om enkel nog oorlogsschepen aan te vallen

1916 – 31 mei - Slag bij Jutland.

1916 - 1 juli - Duitse onderzeeboten beginnen met het gebruik van 4,1 inch kanons. Deze vervangen de oude 3,5 inch kanons.

1916 - juli - De eerste effectieve dieptebommen worden geproduceerd. Het D-type met 300 pond TNT, en de kleinere D met 120 pond TNT. Een eerdere versie wordt gebruikt op 22 maart door het Britse Q-schip Farnborough om de U-68 te doen zinken, deze onderzeeboot wordt het eerste slachtoffer van dit nieuwe wapen. In 1917 kan een nieuw door waterdruk gestuurd pistool de dieptebommen afvuren over een afstand van 30-60 meter, hetgeen het gebruik van type D mogelijk maakt, echter de productie verloopt traag in 1917, slechts 140 per week in juli, stijgend tot 800 in december. In juli begint men ook geschut te produceren voor de achterkant van schepen. Slechts 377 houwitsers van dit type kunnen geleverd worden tegen het einde van 1917 (de verbeterde versie in 1942 werd "hedgehog" (egel) genoemd.). Echter de 'huid' van een Duitse onderzeeboot blijkt sterker dan verwacht. De lading moet al ontploffen op 4 meter om die huid te doorbreken en op 8 meter om de huid te beschadigen.

1916 – 9 juli - De Duitse commerciële lange-afstandsonderzeeboot Deutschland maakt de eerste Trans-Atlantische oversteek. Hij komt aan in Baltimore op 9 juli en legt een 2de bezoek af in november.

1916- 7 oktober - De nieuwe Duitse U-53 meert af in Newport, de bemanning maakt een praatje met Amerikanen en staat bezoek aan boord toe. De boot brengt de volgende dag 7 koopvaardijschepen voor de kust van Nantucket in internationale wateren tot zinken terwijl 16 Amerikaanse torpedoboten toekijken. Eén torpedoboot wordt zelfs door kapitein Hans Rose gevraagd ruimte te maken zodat hij een Nederlands stoomschip kan torpederen. De onderzeeboot voer 7550 mijl (ruim 12.150 kilometer) zonder bij te tanken en met slechts een korte stop in Neuwport.

1916 - 18 december - Wilson stelt een vredesvoorstel op, waarin aan alle landen wordt gevraagd om hun oorlogsinspanningen te staken en hun energie te gebruiken om vrede te bewerkstelligen. Duitsland wijst dit echter op 26 december af en ook geallieerden antwoorden negatief op het voorstel; de nieuwe Britse regering van Lloyd George is ervan overtuigd dat men de oorlog aan het winnen is en wil geen akkoord sluiten. Wilson daarentegen is vastbesloten neutraal te blijven. In een rede voor het Amerikaanse parlement verklaart hij dat Amerika buiten de oorlog zal blijven.

1916 - 18 december - Alexander Duff wordt benoemd tot het hoofd van de anti-onderzeeboot- sectie.

1916 - 22 december - Admiraal v. Holtzendorff, chef marinestaf, stuurt een 200 pagina's dikke memo naar het hoofdkwartier en naar de keizer met statistieken dat als de onderzeeboten 600.000 ton per maand zouden doen zinken, de Britse economie zou instorten. De Britten zouden wanhopig worden, ze zouden olietankers uit Amerika verliezen en hun oliereserve zou van 6 maanden tot 2 maanden dalen. Slechts 160 torpedoboten zou nog beschikbaar zijn voor patrouilles in de westelijke wateren.


1917


1917 - januari - De winter van 1916 - 1917 gaat de geschiedenis in als de "rapen-winter". In Duitsland is de aardappeloogst mislukt, er is geen varkensvlees en er zijn geen eieren meer, brood wordt gemaakt van rapen, steenkool wordt schaars... De groeiende voedselschaarste is één van de redenen voor de onbeperkte onderzeebootoorlog.

1917 - 8 januari - Bespreking in Pless in Silezië op het kasteel van Prins Hans von Pless, gehuwd met Daisy Cornwallis-West, wier broer George in het Britse leger dient (George was gehuwd met de moeder van Winston Churchill na de dood van Lord Randolph). Op deze bespreking gaat de keizer akkoord met een onbeperkte onderzeebootoorlog vanaf 31 januari.

1917 - 22 januari - Wilson houdt zijn rede "Peace Without Victory" (vrede zonder overwinning) voor de Senaat.

1917 - 31 januari - Bernstorff (Duits ambassadeur in de VS) deelt aan Lansing (Amerikaans minister van BuZa) om 16u10 mee dat Duitsland te middernacht zal overgaan tot een nieuwe totale onderzeebootoorlog. Wilson repliceert met: "This means war." (Dit betekent oorlog). Hij achtte zich gebonden aan diplomatieke overeenkomsten voor vrijheid ter zee sinds het Sussex-akkoord (zie 24 mrt. 1916), maar dit akkoord wordt nu verbroken.

1917 - 1 februari - Duitsland begint een nieuwe totale onderzeebootoorlog. Duitse onderzeeboten brengen 500 schepen tot zinken in de eerste 2 maanden, hetgeen neerkomt op meer dan 1.000.000 ton. De grotere U-boten kunnen 16 torpedo's meenemen (oudere types maar 6). Duitsland heeft 111 U-boten, inclusief de kleinere UB- en UC- boten voor Het Kanaal, en de grotere dertiger klasse (U-31-41), waaronder de U-35 van Arnaud de la Periere, ace van de U-bootcommandanten die een recordaantal van 54 schepen torpedeert gedurende een tocht van 24 uur in 1916. Duitsland begint ook met het produceren van de grotere U-81 klasse en de U-93 en U-99 klassen.

1917 - 3 februari - De eerste twee handelsschepen die onder de nieuwe Duitse politieke koers tot zinken gebracht worden zijn de Housatonic en Lyman M. Law. Wilson verbreekt de diplomatieke banden met Duitsland.

1917 – 7 februari – Het eerste konvooi met kolenschepen kiest zee. Op verzoek van de Fransen zorgt Engeland voor 30 trawlers als escorte naar Brest, Cherbourg en Le Havre. Lloyd George (Brits premier) is voor een dergelijke aanpak; de Britse admiraliteit echter tegen. 11 apr. gaat de admiraliteit wel akkoord met een tweede proefneming, want er komt een grote partij hout uit Scandinavië. De Britse marine zette in de Eerste Wereldoorlog 5 miljoen (andere bronnen spreken van aanzienlijk hogere aantallen) soldaten over van Engeland naar Frankrijk zonder dat daarbij ook maar iemand om het leven komt, omdat de schepen worden geëscorteerd. Dit werd het begin van de konvooistrategie.

1917 - 23 februari - De Britten geven het Zimmermann-telegram aan ambassadeur Walter Hines Page die het doorstuurt naar Lansing die het op zijn beurt weer doorstuurt naar Wilson.

1917 - 26 februari - Wilson verschijnt voor een speciale zitting van het Congres met het verzoek om handelsschepen te bewapenen. Tijdens die bespreking komt het nieuws binnen van het torpederen van de Laconia met 12 burgerslachtoffers, waaronder twee Amerikaanse vrouwen, Mary Hoy van Chicago en haar dochter Elizabeth.

1917 - 28 februari - Wilson geeft het Zimmerman-telegram vrij aan de pers tijdens het debat over de wet op de handelsschepen. Het is de volgende dag, 1 mrt., voorpagina-nieuws in alle kranten, en de wet wordt in het Huis van Afgevaardigden (Tweede Kamer) met 403 tegen 13 stemmen aangenomen, maar geblokkeerd in de Senaat (Eerste Kamer) door 11 pacifisten onder aanvoering van La Folette op 4 mrt. Wilson maakt dan van zijn persoonlijke bevoegdheden gebruik om de bewapening van schepen door te drukken.

1917 - 1 april - Admiraal Sims komt aan in Engeland op een geheime missie, en zodra hij hoort dat de VS in oorlog zijn met Duitsland, verzoekt hij om met spoed torpedobootjagers aan Engeland te leveren.

1917 - 6 april - De VS verklaart de oorlog aan Duitsland.

1917 - april - Dieptepunt voor de Britten in de oorlog. Lenin keert terug naar Rusland, de slag om Arras en de Aisne. De RFC verliest 316 vliegtuigen, U-boten boren 395 schepen met een totaal van 881.027 ton in de grond, met name de 14 dagen na de 17de april. De volgende maand beginnen de aanvallen met Duitse Gotha-vliegtuigen op 25 mei.

1917 - 19 april -Admiraal Sims maakt zijn eerste rapport over zijn missie in London. Hem wordt meegedeeld dat de echte scheepsverliezen driemaal groter zijn dan vermeld in de pers, 630.000 ton in maart. Amerikaanse versterking voor de konvooien is met de meeste spoed gewenst. Sims wordt beloofd dat hij op 24 april over 6 torpedobootjagers kan beschikken

Duitse U-53 onderzeeboot.
Enlarge
Duitse U-53 onderzeeboot.

1917 - 24 april - 6 Amerikaanse torpedobootjagers verlaten Boston, de eerste militaire actie tegen Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. Destroyer Division 8 aangevoerd door Joseph Taussig in de USS Wadsworth, komt aan in Queenstown, Ierland op de 4de mei. De Britse marinecommandant Lewis Bayly vraagt: "Wanneer zijn jullie klaar uit te varen?" waarop Taussig antwoordt: "We zijn klaar, meneer." Tegen het einde van mei zijn er 34 Amerikaanse torpedobootjagers in Queenstown en tegen het einde van 1918 zullen er 79 in Europa zijn. Slechts één Amerikaanse torpedoboot wordt in Britse wateren tot zinken gebracht, namelijk de USS Jacob Jones, door toedoen van de U-53 onder commando van Hans Rose.

1917 - 1 mei - Groot-Brittannië gaat eindelijk over tot het varen in konvooien, te beginnen op de route tussen Gibraltar en Engeland. Het eerste konvooi van 17 schepen komt in Portsmouth aan op 20 mei. Ze varen in afwisselende formaties, 's nachts geheel verduisterd en worden geëscorteerd door slechts twee "Q"-schepen. Voor admiraal Sims betekent dit één van de grote keerpunten van de oorlog. Het overtuigt de Britse admiraliteit dat het konvooisysteem werkt en geen gemakkelijk doelwit voor Duitse onderzeeboten vormt. Het gemiddelde konvooi telt 20-25 schepen, geëscorteerd door een kruiser tot aan de oorlogszone, waar de bewaking wordt overgenomen door een sterker escorte. Torpedobootjagers en escortes hebben allemaal dieptebommen ("urnen") aan boord. Tegen november 1918 zijn 16.693 koopvaardijschepen geëscorteerd in 1134 konvooien, waarvan 99 procent veilig aankomt.

1917 – 10 mei - Het eerste konvooi verlaat Gibraltar op weg naar Engeland, bereikt het oorlogsgebied, krijgt daar bescherming van zes torpedoboten en arriveert in Portsmouth op 20 mei.

1917 - 24 mei - Het eerste konvooi op de Noord-Atlantische route verlaat Hampton Roads (oostkust Ver. Staten), 12 koopvaardijschepen tot aan het oorlogsgebied begeleid door één kruiser, waarna de bewaking door acht torpedoboten wordt overgenomen en komt op 7 juni in Engeland aan.

1917 - juni - In Duitsland neemt Andreas Michelsen het commando over de 132 onderzeeboten van Bauer over (slechts 61 boten op zee waarvan 40 in Britse wateren).

1917 - 15-23 juni - De Britse marine begint een offensief om de Noordzee vrij te maken van Duitse onderzeeboten, neemt er 61 waar, maar weet er geen enkele uit te schakelen.

1917 - 23 juni - De eerste drie Amerikaanse troepentransporten worden geëscorteerd naar Franse havens. Het konvooisysteem staat borg voor een veilig vervoer van 2.079.880 soldaten naar Frankrijk. Slechts één transportschip gaat verloren, de Tuscania, op 5 febr. 1918 voor de kust van Ierland; 166 man verdrinken. Wel vergaan verscheidene lege transportschepen op de terugreis naar Amerika.

1917 – juli – "Room 40" (de inlichtingendienst van de Britse marine tijdens WO I) begint een belangrijke rol te spelen bij het onderscheppen en ontcijferen van Duitse radioberichten over de posities van Duitse onderzeeboten.

1917 - 26 augustus - Somerset Calthorpe richt het Britse marinecommando op Malta op. Cattaro aan de Dalmatische kust is de belangrijkste U-boot-basis in het Middellandse-Zeegebied. Het afsluiten van de Straat van Otranto heeft hoge prioriteit, want deze is slechts 42 kilometer breed. Eerst worden netversperringen geprobeerd, dan onderzeebootpatrouilles, vervolgens, in 1918, een offensieve strategie tegen de U-boten. Calthorpe stelt intensieve patrouilles door de Dardanellenstrijdmacht voor. Deze beginnen in april 1918, en omvatten in mei 222 schepen waarvan een aantal met hydrofoons om onderzeeboten te lokaliseren. In juli zijn er 280 schepen, maar er worden slechts weinig U-boten ontdekt of tot zinken gebracht. Het is eerder het defensieve konvooisysteem in het Middellandse-Zeegebied dat succes heeft, dan het versperren van de Straat van Otranto.

1917 – september - In de eerste maand van de konvooistrategie gaan 18 schepen verloren op een totaal van 83 konvooien op de terugreis, en twee schepen op een totaal van 55 konvooien op de heenreis, een verlies van minder dan 1%, vergeleken met het verliescijfer van 25% tijdens de "zwarte dagen" in april 1917. Toch gaat in okt. 1917 nog altijd meer dan 500.000 ton verloren. U-boten gaan door met het torpederen van schepen die niet worden beschermd, en brengen in 1918 tot sept. meer dan 200.000 ton per maand tot zinken; 113.054 ton in okt. 1918.

1917 – december - Tegen het einde van het jaar zijn 5.090 schepen geëscorteerd en gaan er 63 verloren, slechts 1,23%, maar de U-boten gaan door met het torpederen van grote aantallen schepen die niet in konvooi varen. Versperringen bij Dover en in de Noordzee falen als offensieve strategie. De slechte kwaliteit van Britse mijnen en torpedo's blijft de hele oorlog bestaan.

1918

1918 - Tegen het einde van de oorlog is kapitein Lothar von Arnauld van de U-35 de meest succesvolle U-bootcommandant in de geschiedenis. Hij brengt 194 schepen met een totaal van 454.000 ton tot zinken, de meeste met zijn 88 mm-dekkanon zoals kruisers dat doen, en schiet slechts 4 torpedo's af.

1918 – april - De meeste schepen gaan verloren binnen 10 mijl van de kust. Op 1 april wordt de nieuwe RAF opgericht. Britten en Amerikanen voeren de kustpatrouilles met DH-6-vliegtuigen op.

1918 - 18 april – Onderzeebootkruiser U-151 (gebouwd als koopvaardijonderzeeboot) vertrekt uit Kiel naar Noord-Amerika voor het leggen van mijnen, beschikt over 4 dekkanons en 8 torpedo's; komt bij Cape Henry aan op 23 mei, legt 6 mijnen bij de toegang tot Chesapeake (alle later gevonden door Amerikanen), vaart de Delawarebaai binnen op 26 mei en legt daar 4 mijnen (een wordt geraakt door tanker Herbert Pratt op 3 juni), snijdt twee onderzeese kabels bij New York door (gerepareerd de maand daarop), en komt op 20 juli weer in Kiel aan. In de zomer van 1916 zendt Duitsland al 7 grote onderzeeboot-mijnenleggers naar de Amerikaanse oostkust. De door deze gelegde mijnen brengen 110.000 ton aan koopvaardijschepen tot zinken en de kruiser San Diego op 19 juli.

1918 - 12 mei – Het Amerikaanse troepentransportschip Olympic ramt U-103, een van vijf U-boten bij de ingang van het St. George's Kanaal (tussen Ierland en Wales). Een andere wordt tot zinken gebracht door een Britse onderzeeboot. Het konvooisysteem overleeft een vroeg experiment van geconcentreerde onderzeebootaanvallen (wolvenroedeltactiek). In mei worden 14 U-boten tot zinken gebracht, het grootste maandelijkse totaal van de oorlog.

1918 - juli – Het aanbrengen van mijnversperringen in de Noordzee door de geallieerden begint met het leggen van nieuwe elektrische mijnen met 43 m lange verticale antennes. Als een onderzeeboot de antenne raakt explodeert de mijn, wat 4x effectiever is dan bij gewone mijnen. Op 26 oktober zijn de versperringen voltooid en zijn 70.263 mijnen gelegd, waarvan 56.611 door de Amerikanen. Maar de versperringen zijn te laat klaar om nog effect te hebben.

1918 - 11 juli – De Duitse onderzeebootkruiser U-117 verlaat Kiel om mijnen te leggen voor de kust van Noord-Amerika, maar ondervindt hinder van mechanische problemen en lekkende brandstoftanks. Voor de kust van New Jersey wordt 13 aug. de olietanker Frederick R. Kellogg tot zinken gebracht, er worden mijnen gelegd die later twee schepen doen vergaan en de tanker Mirlo wordt in de grond geboord, maar U-117 keert terug naar Duitsland in verband met problemen met de boegstabilisatie en een olielek, en loopt 22 sept. binnen. Vijf van negen torpedo's die werden afgevuurd waren blindgangers. De onderzeebootoorlog is mislukt doordat Duitsland er niet in slaagde meer boten te bouwen en nauwelijks in staat was de verliezen op te vangen, los nog van allerlei technische en ontwikkelingsproblemen.

1918 - 19 juli - De oude kruiser San Diego met 1250 man zinkt na op een Duitse mijn bij Fire Island (rif voor de kust van New York) te zijn gelopen, maar slechts zes man komen daarbij om. Het is het enige grote Amerikaanse oorlogsschip dat tijdens de oorlog verloren gaat. (buiten de kruiser Milwaukee die strandde in 1918)

1918 - november - Aan het einde van de oorlog heeft de Amerikaanse marine 368 schepen met 70.000 zeelieden in Europese wateren. De marine heeft 23 steunpunten voor de marineluchtvaart langs de geallieerde kusten van Italië tot Ierland ter beschikking met 18.000 man.

1918 - 11 november – Op grond van de wapenstilstandsvoorwaarden moet Duitsland zijn vloot van 176 onderzeeboten aan de geallieerden overdragen. Duitsland bouwde 390 onderzeeboten waarvan er 178 verloren gingen, 30 door dieptebommen, 19 werden geramd, 17 tot zinken gebracht door Britse onderzeeërs, en 16 door konvooi-escortes. De RAF zette 685 vliegtuigen en 103 luchtschepen in 43 eskadrons in om de Duitse onderzeeboten te bestrijden.

Personal tools