/** * */

Ondergrondse ruimte te Nieuwpoort

De ingestorte ondergrondse ruimte te Nieuwpoort stond bekend bij het Brits -Belgische onderzoeksteam.

Inhoud


Voorgeschiedenis

In 1916 begonnen de voorbereidingen voor een totale vernietiging van het sluizencomplex te Nieuwpoort voor het geval dat er een vijandige aanval zou ingezet worden. De Duitsers hadden reeds zware schade toegebracht aan de sluizen van de Vladsloovaart en de Plassendaelevaart door middel van accurate bombardementen met bommen van zwaar kaliber. Deze bombardementen van de sluizen en van de schamele brugjes die de stad verbonden met de Redan en de frontlinies in het noorden, waren de dagelijkse kopzorgen van de engineers die als taak hadden constant alle schade te herstellen of indien nodig zaken te herbouwen. Hun nieuwe taak (de voorbereidingen tot het opblazen van de sluizen) werd niet met gejuich ontvangen door de Sapeurs – Pontonniers, wetende dat zij meer dan een jaar lang hadden ingestaan voor het onderhoud en de herstellingswerken van het sluizencomplex.

Tegen midden 1916 was het gros van de originele sluizen vernietigd door beschietingen en de engineers hadden massieve dammen uit zandzakken geconstrueerd om zo de essentiële 16 km onderwaterzetting te kunnen behouden die zich uitstrekte tot in Diksmuide. Het herstellen van deze dammen en de overgebleven sluizen was een extreem gevaarlijk werk. De installatie van permanent explosieve ladingen was grotendeels de oorzaak van het grote risico dat de manschappen liepen bij het werken aan de sluizen. Er was maar één vijandige obus nodig om een groep springladingen te treffen en het resultaat zou desastreus geweest zijn. Om deze reden werd door de Belgische engineers een plan vooropgesteld. Sowieso werd het geplande werkschema gevolgd en in februari 1916 kwam er 400 kg explosieven aan in de sector. In afwachting van het afronden van de rest van de werkzaamheden aan de infrastructuur werden ze bewaard in Veurne, zodat er geen ongelukken konden gebeuren.

Voor de Belgische troepen die belast waren met het onderhoud van de sluizen was het benaderen van het sluizencomplex het makkelijkste deel van hun opdracht. Beschermd door een Britse tunnel die was aangelegd onder de volledige lengte van de Langestraat, waren Belgische engineers zonder al te veel risico in staat om tot bij de zandzakkendam te raken, één van de oversteekpunten van de Veurnevaart. De tunnel onder de Langestraat, waar andere Britse tunnels en Franse ‘bayaux enterre’ op waren aangesloten, was deel van een complex van ondergrondse passages in en om Nieuwpoort die grotendeels gebouwd werden door Britse en Franse engineers.

De tunnels strekten zich uit over verscheidene kilometers en waren bij de Belgische troepen algemeen bekend als ‘Le Metro’. Vlakbij de sluizen had de Langestraattunnel verscheidene uitlopers die verbonden waren met kelders uit gewapend beton. Deze werden gebruikt als accommodatie voor de Belgische Compagnie de Sapeurs –Pontoniers, het Cyclistencorps en ook als keuken en opslagplaats voor explosieven.

Bij een noodsituatie moesten de springladingen tot ontploffing worden gebracht vanuit de veilige “Cave des Officiers”, die gelegen was in een gewapende betonnen kelder aan de zuidkant van het einde van de Langestraat (in het oosten). Het kanaliseren van de kabels, de posities van de springladingen, de waterdichte verbindingen en het construeren van de verdeelplaatsen was ingewikkeld en werd uitgevoerd met de hulp van de British engineers. Er was besloten dat de explosieven elektrisch tot ontsteking moesten worden gebracht. Meerdere circuits van acht leidingen werden geïnstalleerd om zo een grotere kans te hebben op een succesvolle ontsteking. Alle bekabeling, verbindingen en verdelingen werden een meter onder de grond ingegraven om zo het risico op breuken ten gevolge van vijandige beschietingen zo veel mogelijk te beperken.

December 2000

De verzakking die plaats vond bij de ganzenpoot op 14 december 2000 is te wijten aan de instorting van een deel van deze vernietigingsinfrastructuur van de grote oorlog. De verzakking ontblootte een kleine ondergrondse schuilplaats, 4m op 3m en 1.6 m hoog gekend als “Cave poste de mis au feu nr. 2. de kabels liepen ondergronds van de “Cave des Officiers, door de zandzakkendam die de Veurnevaart afsloot aan het einde van de Langestraat tot aan deze post. Van hieruit werden ze verdeeld door verschillende zijtakken en ook doorheen Poste Nr1 (gevestigd in de landtong tussen de Kreek Nieuendamme en de Ijzer) naar de ladingen die geplaatst waren op elke sluispoort van de volgende vijf kanalen: Noordvaart, Ijzer, Kreek Nieuwendamme, Plassendalevaart,en Vladslovaart.

Vrijdag 15 december 2000 werd de verzakking onderzocht door Prof. Doyle (University of Greenwich), Johan Vandewalle, Peter Barton en Kristof Jacobs (Association for Battlefield Archaeology and Conservation). Zij stelden vast dat de constructie is opgebouwd uit baksteen. Het gewelf bestaat uit een dubbele rij bakstenen op hun kant die gestut staat door grenenhouten balkjes. De verrotting van die balkjes is wellicht de oorzaak van de instorting. De wanden zijn geteerd om zo de ruimte droog te houden. De onderzoekers verwijzen naar dezelfde methode van betering die zij vaststelden bij verschillende dugouts die zij eerder onderzochten en die eveneens gebruikt werden voor signalisatie. Opvallend is de relatieve droge toestand waarin deze “connetion box” zich bevindt.

Deze constructie is terug te vinden op één van de kaarten waarmee het onderzoeksteam de voorbije week naar buiten kwam. Hiermee is de theorie van de tunnels onder Nieuwpoort, die Prof. Luc Devos op 12 december jongstleden in het VTM journaal afschilderde als larie, toch het overwegen waard. Het onderzoeksteam had op 15 december 2000 een bijeenkomst met het stadsbestuur van Nieuwpoort en Prof. Devos, en hoopt tot een constructieve samenwerking te kunnen komen. De zaak wordt nauwlettend opgevolgd en verder onderzocht.

Bron

  • Prof. P. Doyle (Professor of Geosciences University of Greenwich)
  • Johan Vandewalle (Association for Battlefield Archaeology and Conservation,)
  • Peter Barton (Association for Battlefield Archaeology and Conservation)
  • Kristof Jacobs (Association for Battlefield Archaeology and Conservation)
Personal tools