/** * */

Menen (B), Deutscher Soldatenfriedhof

Een verwelkomingsplaat
Enlarge
Een verwelkomingsplaat
Eén steen voor 20 gesneuvelde soldaten
Enlarge
Eén steen voor 20 gesneuvelde soldaten
Een globaal overzicht
Enlarge
Een globaal overzicht

Het Deutscher Soldatenfriedhof Menen ligt in de Groenestraat op de grens Menen-Wevelgem, achter de wijk St-Theresia (Wevelgem).

De begraafplaats is een van de grootste Duitse militaire begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. Er rusten officieel 48.049 militairen (en niet 47.864, zoals te lezen staat aan de ingang van het begraafplaats). In vergelijking met andere soortgelijke begraafplaatsen liggen er op deze plaats haast geen onbekende soldaten, slechts niet-geïdentificeerde soldaten.

Geschiedenis

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Menen van oktober 1914 tot oktober 1918 bezet door Duitse troepen. Door zijn geografische ligging lag de stad slechts op een steenworp afstand van het westelijk front. Menen werd ingericht om te voldoen aan de noden van de Duitse frontsoldaten. Zo ontstonden er veldkeukens en -bakkerijen, alsook munitiedepots, pioniersparken en vliegvelden. Uiteraard hadden de Duitsers eveneens behoefte aan veldhospitalen om hun gewonden te verzorgen. Ook gewonde krijgsgevangenen werden erin opgenomen. Sommige gewonden die op een of andere manier om het leven kwamen in een Meens veldhospitaal, werden tot 1917 begraven op de stedelijke begraafplaats. Nog in de loop van 1917, vooral als gevolg van de Derde Slag om Ieper, begonnen de Duitsers in de Groenestraat op de grens Menen-Wevelgem met de inrichting van de nieuwe dodenakker. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog lagen er op het "Ehrenfriedhof Meenen Wald N° 62" ruim 6000 militairen begraven. In 1952 droeg de Duitse Bondsrepubliek de zorg van alle krijgskerkhoven over aan de Volksbund. Twee jaar later werd het aantal begraafplaatsen teruggeschroefd tot 4: Langemarck, Hooglede, Vladslo en Menen.

Huidige begraafplaats

Via ijzeren hekken betreedt men het ingangsgebouw. Hier kan men de registers met de namen van de gestorven Duitse militairen raadplegen en het bezoekersregister aanvullen. De indrukkwekkende dodenakker is bezaaid met plat liggende arduinen stenen, waar maximaal 20 namen op vermeld staan. Tussen de lang uitgestrekte rijen stenen rijzen hier en daar kleine kruisen uit lavasteen uit de grond. Deze begraafplaats is een oase van rust, mede door het aanplanten van eik, tamme kastanje en liguster.

De site werd opgesplitst in 15 perken van letter A tot en met letter P (Er is hier geen sprake van de letter J als een code voor een perk). Alle Duitse militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog hier hun laatste rustplaats verkregen werden opnieuw begraven en gegroepeerd in het perk M. Het stoffelijk overschot van de Duitse soldaten afkomstig van de stedelijke begraafplaats werd ondergebracht in perk H. Vanuit 53 verschillende begraafplaatsen bracht men gedurende de jaren 1957-1959 de stoffelijke resten van Duitsers naar dit militaire kerkhof.

In 1991 werden alle grafstenen vernieuwd. Het onderhoud is nog steeds in handen van de Volksbund. Te midden van de begraafplaats staat een kapel. Zowel deze kapel als het ingangsgebouw werden in de jaren 1957-1959 gebouwd onder leiding van Robert Tischler.

Rondom de kapel treft men acht zerken aan met de namen van de 53 verdwenen begraafplaatsen.

Kapel

Een reliëf met een blazoenblazende engel fungeert als een monumentale sluitsteen boven de toegangsdeur tot de achthoekige kapel. Het interieur van de kapel bestaat uit een gewelfde ruimte, die in het midden gedragen wordt door een centrale zuil, die rust op een Grieks kruis versierd met gesculptureerde leeuwenkoppen. De decoratie is zeer sober met grijze mozaïeken met goudkleurige, gestileerde motieven die verwijzen naar de christelijke leer. Pilasters delen de wand in 8 panden. Het pand links van de deur draagt bovenaan de letters die verwijzen naar de naam Jezus. Centraal bevindt zich een kruis met gestileerde vissen en een druivenrank. De duif is een motief dat veel voorkomt op grafplaten. De vier aanwezig gestileerde bomen op pand 2, 4, 6, 8 verwijzen naar de 4 seizoenen. In pand 3 en 7 bevindt zich telkens een raam waarvan de omrandingen met goudkleurig mozaïek bekleed zijn. In beide bevindt zich ook een schrijn in edelmetaal waarin zich de lijsten met namen en data van de hier rustende doden bevinden.

Personal tools