/** * */

Mauser C96

Productie van de C/96 bij Mauser in Oberndorf am Neckar, ca. 1936
Enlarge
Productie van de C/96 bij Mauser in Oberndorf am Neckar, ca. 1936

Ontstaan

Mauser begon in 1894 met de ontwikkeling van het Mauser halfautomatische pistool kaliber 7.63mm dat in maart 1895 schietklaar was. Fidel Feederle was als hoofd van de ontwikkelafdeling nauw betrokken bij de ontwikkeling van het wapen. Het wapen werd echter door Paul Mauser zelf gepatenteerd. Het wapen was redelijk succesvol en wordt gezien als het eerste voor militair gebruik geschikte halfautomatische pistool met externe haan. De naam C96 of C/96 is nooit door de fabriek zelf toegepast. De gebruikte benaming was 'Mauser Armeepistole' ofwel het 'Mauser legerpistool'. Het pistool beschikte over een intern magazijn wat door middel van een laadstrip met patronen via de bovenzijde moest worden gevuld. Door middel van een aanzetkolf, die tegelijkertijd als holster dienst deed, kon het pistool als een kleine karabijn worden gebruikt. In 1896 werd serieproductie van het pistool bij Mauser in Oberndorf am Neckar gestart en zowel het Turkse leger als de Italiaanse marine accepteerden het pistool als standaardwapen. Tussen 1896 en 1900 werden zo'n 70.000 pistolen geproduceerd. Ook bij Britse militairen was het wapen populair.

De Mauser C/96
Enlarge
De Mauser C/96

Eerste wereldoorlog

Mauser C96
Omschrijving: Duits semi-automatisch pistool
Ontworpen door: Paul Mauser, Fidel, Friedrich & Josef Feederle
Gebouwd door: Mauser
Ontwerpjaar: 1895
Bouwjaar: 1896–1938
Totale lengte: 271 mm of 312 mm
Lengte loop: 99 mm of 140 mm
Gewicht: 1.178 kg
Kaliber: 7,63 x 25 mm Mauser, 9 x 19 mm Parabellum, 9 mm Mauser Export naarmate gebruik + model
Magazijncapaciteit 6, 10, 20 & in bepaalde gevallen 40 patronen.
Vuursnelheid: (7,63-mm) 433 m/sec
Koeling: Luchtgekoeld
Gebruik: Duitsland, Italië, Ottomaanse Rijk en China
In dienst: 1899
Aantal gebouwd:
Bajonet(ten) Geen

Tijdens de eerste wereldoorlog werd de C/96 doorontwikkeld tot een versie die naast halfautomatisch ook volautomatisch kon schieten. Tevens kwam een 9mm parabellum versie van het pistool beschikbaar en werd gewerkt aan een verwisselbaar magazijn. Het volautomatische (machine)pistool is echter niet in grote getallen geproduceerd en het Duitse leger koos voor invoering van het Bergmann machinepistool wat als MP18 bekend werd.

Interbellum

Na de eerste wereldoorlog werd het Duitsland verboden pistolen met het kaliber 9mm parabellum te produceren en het kaliber 7.63mm bleef in productie. Productie van de 9mm versies van de C/96 werd gestaakt. Veel pistolen werden geëxporteerd naar het oosten en midden-oosten, maar de lokaal gemaakte kopieën zorgden voor een flinke omzetdaling.

In 1930 werd het volautomatische model weer opgepakt. Er werd een versie ontwikkeld die met behulp van een schakelaar kon worden ingesteld op halfautomatische of volautomatische stand. Een extern magazijn met een capaciteit van 10 of 20 patronen was onderdeel van het ontwerp. Dit model werd vooral bekend onder de bijnaam 'Reihenfeuer' of 'Schnellfeuer'.

In China was het wapen erg populair en het is niet moeilijk om C96s te vinden die in China al dan niet gedeeltelijk zijn herbouwd. Een beroemde Chinese variant is die in .45 ACP. Het pistool is in dit kaliber nooit door Mauser gebouwd.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Mauser_C96"
Personal tools