/** * */

Loopgraaf

Inhoud

Inleiding

Loopgraven waren een rechtstreeks gevolg van de stellingoorlogen uit de 19e en 20e eeuw. Door het sterk verbeterde geschut (repetitiegeweren en machinegeweren) werden de soldaten in het open veld bijzonder kwetsbaar. Dit had tot gevolg dat de infanteristen zich begonnen in te graven in geulen in het landschap. Beide partijen bestookten de tegenstanders in het open veld, die weinig overlevingskans hadden. Deze geulen worden loopgraven genoemd.
De Eerste Wereldoorlog is een goed voorbeeld van de loopgravenoorlog, vooral aan het Westelijk front. Beide partijen verdwenen al na een paar maanden in de zelf-gegraven loopgraven. Oversteken van het niemandsland tussen de twee loopgraafsystemen stond vrijwel gelijk aan zelfmoord.

Verschillende benadering

De Franse en Britse troepen geloofden nog heel lang in de bewegingsoorlog, waarbij loopgraven hoogstens een tijdelijke bescherming hoefden te bieden. De bedoeling was om een tijdelijke geul te graven, daarin zoveel mogelijk soldaten te zetten, en dan in een massale stormaanval (over the top) te proberen de vijand in zijn loopgraven aan te vallen. Omdat de Duitse tegenstander over enorme aantallen machinegeweren beschikte vielen bij dit soort aanvallen enorme aantallen doden. Toch bleef men nog heel lang geloven in deze strategie. Men probeerde wel eerst de stellingen van de tegenstander te verzwakken met zware artilleriebeschietingen.


De Duitsers hanteerden een andere strategie. Ze probeerden zoveel mogelijk hoogten te bezetten en groeven zich daar in met goed versterkte loopgraven, die van zoveel mogelijk gemakken waren voorzien. Bovendien organiseerden ze een goede diepteverdediging. Viel de voorste loopgraaf in vijandelijke handen, dan hield de volgende vaak wel stand. Ook bouwden ze veel meer bunkers om te schuilen voor vijandelijke artilleriebombardementen. Hoe goed het Duitse verdedigingssysteem werkte bleek wel in 1916, bij de slag aan de Somme: na een "allesverwoestende" beschieting door de Britten en Fransen bleken de Duitse linies nog vrijwel geheel intact.

Enlarge

1. loopgraaf (hier: de voorste loopgraaf, voorste linie); 2. ingang ondergrondse gang; 3. soldaat van de loopgraafbezetting; 4. verhoging voor uitkijkpost; 5. houten beschot van de voorste loopgraafwand; 6. armsteun voor het schieten; 7. uit zandzakken opgebouwde borstwering; 8. schild of pantserplaat (verplaatsbaar; Eng. ook "sniper loop"); a. kijkspleet; 9. schildwacht op uitkijkpost; 10. tentdoek tegen slecht weer en als camouflage tegen vliegtuigen; 11. trommelstok of klepel voor 12. gong of alarmtoestel (hier metalen H-profiel); 13. borstwering met a. vlechtwerk uit rijshout voor ondersteuning; 14. zandzak; 15. kroon (bovenzijde borstwering); 16. steunbalk uit kanthout (zwakke balk); 17. verbindingsloopgraaf; 18. lattenrooster; 19. afvoergoot; 20. rugwering; 21. soldaat in dekking tegen granaatsplinters; 22. gegolfd plaatijzer; 23. opstapje naar loopgraaf; 24. waarnemingspost of uitkijk; 3, 9, 21 en 24 horen tot de bezetting van de loopgraaf; 25. kale wand van de loopgraaf; 26. munitienis; 27. schietklaar geweer; 28. ingebouwd schietgat; 29. loopgraafspiegel voor indirecte waarneming; 30. zandzakafsluiting van borstwering; 31. prikkeldraadversperring met a. houten paal en b. prikkeldraad; 32. struikeldraadversperring; 33. draadrolhindernis ("sneldraad"); 34. Spaanse ruiter (verplaatsbare draadversperring) als afsluiting van 35; a. houten kruis; b. dwarshout; c. prikkeldraad; 35. doorgang tussen versperringen; 31-35 zijn de draadversperringen, vormen een kunstmatige hindernis; 36. niemandsland; 37. patrouille op verkenning met a. commandant en b.verkenner; 38. naderingsloopgraaf (een in de richting van de vijand aangelegde loopgraaf); 39. uitgetrokken rol prikkeldraad om bij vijandelijke aanval de naderingsloopgraaf af te sluiten; 40. afluisterpost; 41. vijandelijke draadversperring.

Bron: Der Grosse Duden. Bildw├Ârterbuch der deutschen Sprache. 1935.


Gerelateerde onderwerpen

Korte beschrijving

  • Foto 1: Heel wat benamingen: Schroefpiket (Ned), Silent Picket (Brits), Screw picket, Corkscrew picket (Brits), Queue de cochon (Frans), Hindernis-Schraubpfahl (Duits) of Zwienestaart (West-Vlaams - Uitgesproken als "Zwienesteert"). Deze palen waren een Duitse vinding. In tegenstelling tot gewone palen werden de staarten in de grond gedraaid aan de hand van de "krulstaart". Dit gebeurde vrijwel geruisloos, zowel boven- als ondergronds. De krul zorgde ook voor betere hechting in de grond. Het bovengrondse deel heeft een of meerdere lussen (naargelang het model) waardoor het prikkeldraad werd gevoerd. Bovenop zit meestal een scherpe punt. Dit heeft twee bedoelingen: het zorgt ervoor dat de soldaten niet op de palen konden steunen met hun handen, en bij het vallen kon de soldaat gespietst worden.
  • Foto 2: Soms zitten achter de loopgraaf een aantal pijpen in de grond. Dit betekent dat dit een Britse stelling was. De pijpen waren bestemd om gasgranaten af te vuren, de zogenaamde oil can mortieren van de Livensprojector.
  • Foto 3: Een schild of pantserplaat die op de tekening wordt vermeld als nummer 8. Er bestaan verschillende soorten van. De platen zijn meestal aan de kant van de vijand gecamoufleerd en omgeven door zandzakken of andere beschermingen. De platen bevinden zich meestal in de voorste loopgraaf.
  • Foto 4: Spaanse ruiters
  • Foto 5: (Duitse) bunker
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Loopgraaf"
Personal tools