/** * */

Lion

HMS Lion
HMS Lion
HMS Lion (slagkruiser)
Land: Groot-Brittannië
Klasse: Lion-klasse (3 schepen: Lion – Princess RoyalQueen Mary)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 29.680
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 201 m / 27 m / 8,8 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 8 x 34,3 cm; 16 x 10 cm / 2 x 53,3 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): 22,9 cm / 6,3 cm / 22,9 cm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): Yarrow-ketels (42 stuks) / Parsons-turbines, 4 schroefassen
Totale APK: 70.000
Brandstofvoorraad: kolen, 3556 t; olie, 1153 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 27 knopen / 4.720 zeemijl bij 10 knopen
Bemanning: 997
Gebouwd door: Marinewerf Devonport
Opdracht verstrekt: 1909
Kiel gelegd: nov. 1909
Tewaterlating: aug. 1910
In dienst gesteld: mei 1912
Einde: 1924 gesloopt

De drie slagkruisers van de Lion-klasse, Princess Royal, Queen Mary en Lion zelf werden door de Britse pers al snel de splendid cats genoemd. Met hun 8 34 cm-kanons waren ze het slagkruiser-equivalent van de super-dreadnoughts. In de oorspronkelijke ontwerpen was de grote mast achter de voorste schoorsteen geplaatst, en bij Lion was dat ook zo uitgevoerd, maar bij proefvaarten gaf deze opstelling problemen vanwege de schoorsteenrook en de hoge temperaturen waardoor het in de hoofdvuurleiding haast niet was uit te houden. De opstelling werd gewijzigd voordat het schip in dienst werd gesteld.

De Lions leden onder dezelfde tekortkomingen als hun voorgangers van de Indefatigable-klasse; ze waren onvoldoende robuust en de reden hiervoor was dat ondanks de toename van de tonnage (ca. 8.000 t), maar een klein percentage van het gewicht was toegewezen aan de bepantsering. Tijdens acties traden deze zwakke punten al snel aan het licht: Lion werd tijdens de Slag bij de Doggersbank en de Slag voor het Skagerrak zwaar beschadigd door kanonvuur en ontsnapte maar net aan een ramp. Tijdens laatstgenoemde slag werd Lion getroffen door een 30 cm-granaat van de Duitse slagkruiser Lützow, die de Q-toren (3de toren) aan de bovenzijde binnendrong en in de toren explodeerde; de gehele daar aanwezige bemanning, ongeveer 100 man, werd gedood of zwaar gewond. Het mag een geluk bij een ongeluk worden genoemd dat de commandant van de toren met zijn laatste adem opdracht gaf de magazijnen onder water te zetten, wat het schip redde. Als de munitieruimte onder de toren was geëxplodeerd, dan was het schip ongetwijfeld vergaan. Verdere levensloop:
1914 - aug. 1915: vlaggenschip 1ste slagkruiser-eskader.
28 aug. 1914: deelgenomen aan de Slag bij Helgoland.
24 jan. 1915: deelgenomen aan Slag bij de Doggersbank. Door 18 zware granaten getroffen; zwaar beschadigd en elektrische installatie uitgevallen; weggesleept door slagkruiser Indomitable.
31 mei 1916: Tijdens Slag voor het Skagerrak getroffen door 12 zware granaten; Q-toren uitgebrand, 100 man gedood, 50 gewond.
17 nov. 1917: deelgenomen aan de Tweede Slag bij Helgoland.
1922: uit dienst gesteld.
1924: gesloopt.

Externe Links

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Lion"
Personal tools