/** * */

Leipzig

SMS Leipzig
Enlarge
SMS Leipzig
SMS Leipzig (lichte kruiser)
Land: Duitsland
Klasse: Bremen-klasse (7 schepen: Danzig, Leipzig, München, Lübeck, Berlin, Hamburg, Bremen)
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 3.250 (standaardtonnen)
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 110,6 m / 13,2 m / 5 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 10 x 10,5 cm (2 op dek, 8 in kazematten); 2 machinegeweren / 2 x 45 cm
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): -- / 5 cm / commandotoren 10 cm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): 10 ketels / vert. triple-expansie, 2 schroefassen
Totale APK: 12.200
Brandstofvoorraad: kolen, 860 t
Prestaties (snelheid / actieradius): 23 knopen / 5.000 zeemijl
Bemanning: 303
Gebouwd door: AG Weser, Bremen
Opdracht verstrekt:
Kiel gelegd: zomer 1904
Tewaterlating: mrt. 1905
In dienst gesteld: winter 1906
Einde: 1914 gezonken in Slag bij de Falkland-Eilanden


Leipzig hoorde samen met de lichte kruisers Emden en Nürnberg en de pantserkruisers Scharnhorst en Gneisenau tot het Duitse kruisereskader in Oost-Azië, dat onder bevel stond van vice-admiraal v. Spee en gestationeerd was in Tsingtau in de Duitse enclave Kiautschou in China. Ze nam deel aan de Slag bij Coronel op 1 nov. 1914, maar ging ten slotte, evenals Nürnberg, zelf op 8 dec. 1914 ten onder in de Slag bij de Falkland-Eilanden na een vuurgevecht met de Engelse kruisers Cornwall (pantserkruiser, 9.960 t, 14 x 15,2 cm) en Glasgow (lichte kruiser, 4.880 t, 2 x 15,2 cm, 10 x 10,2 cm).

De Duitse lichte kruisers vluchtten, nadat ze bevel hadden gekregen zich los te maken van het eskader, tegen 13.25 uur een zuidzuidoostelijke tot zuidelijke koers volgend, met de hoogstmogelijke snelheid voor de tegenstander uit. Kent en Cornwall, later ook Glasgow, hadden zich in hun spoor vastgebeten. Maar de kans, hen te ontlopen, was voor de Duitse schepen gering. Kent en Cornwall waren met hun 23 knopen snelheid zeker Leipzig de baas, ook al door de slechte conditie van de machines en ketels van het schip dat het al lange tijd zonder onderhoud had moeten stellen. De officiële Duitse geschiedschrijving meldt:

"De commandant van Leipzig, fregatkapitein Haun, probeert op land af te koersen om onder dekking van de duisternis uit het zicht van de opponent te geraken en in een van de vele zeestraten en baaien aan de zuidpunt van Zuid-Amerika te verdwijnen. Maar de Britten schijnen dit door te hebben want Glasgow draait onmiddellijk op een koers tussen land en de lichte Duitse kruisers in terwijl Cornwall en Kent volgen.

Om de oververhitte machines te ontzien moet Leipzig de snelheid tot 21 knopen terugbrengen, zodat Glasgow, die een paar dagen tevoren nog in Rio de Janeiro in dok heeft gelegen, snel inloopt, en om 14.40 uur met het voorste 15 cm-geschut het vuur op Leipzig opent. Leipzig beantwoordt dat met haar 10,5 cm-geschut op 110 hm, maar 1ste luitenant-ter-zee Jöhnke, de uitkijk in de voormars, meldt dat hij de inslagen nauwelijks kan zien op deze afstand. Door de verminderde snelheid raakt Leipzig steeds verder bij de andere twee ten achter, terwijl de drie opponenten steeds meer inlopen Toch tracht de commandant door naar stuurboord af te draaien zijn plan alsnog uit te voeren.

Tegen 3 uur 's middags, 20 minuten na de eerste schotenwisseling, krijgt Leipzig de eerste treffer te verwerken. Een 15 cm-granaat raakt de opbouw bij de derde schoorsteen; granaatscherven doorklieven de spreekbuizen naar de handbediening en de radiokamer. Het grootste deel van het projectiel gaat door het bovendek en de bovenste bunker, die juist in bedrijf is. Hierdoor wordt enkele minuten de trek in de 3de en 4de stookruimte minder, doordat de luchtdruk door de bunker en het ontstane gat in het opperdek ontwijken kan. Maar het gat kan al snel worden gedicht. Doordat de achtersteven naar de vijand is gekeerd kunnen alleen de drie achterste kanons aan stuurboord vuren, af en toe ook het achterste kanon aan bakboord.

De afstand is intussen tot 96 hm geslonken, en de commandant laat, om het voor Glasgow moeilijker te maken het doel vast te houden, een halve streek naar bakboord draaien. Hierdoor neemt de afstand weer langzaam toe en er treedt een korte gevechtspauze in. Maar Glasgow nadert weer, en het gevecht wordt om 15.10 uur hervat, nu echter op verzoek van de artillerieofficier, 1ste luitenant-ter-zee Giseke, nadat iets naar stuurboord is gedraaid, zodat alle vijf kanons aan breedzij in stelling kunnen worden gebracht. Met het afnemen van de afstand krijgt men op Leipzig het doel beter in het vizier, maar ook de opponent boekt treffers. Zo raakt een granaat het 1ste stuurboordkanon van Leipzig waar twee man door granaatscherven worden gedood, een ander fragment rukt een arm van de uitkijk aan de leekant af. Ook vliegt een scherf door de ingang of een van de kijkspleten van de toren en verwondt de officier van de wacht, de 1ste luitenant-ter-zee Schiwig, licht.

Op een afstand van 86 hm wordt Leipzig meermalen getroffen. Een treffer ontploft in de bovenste bunker achter aan stuurboord; door de luchtdruk wordt een aantal bunkerdeksels losgerukt en de lucht in geslingerd. Daarna wordt ook de grote radioantenne geraakt en blijft alleen de kleine antenne nog over voor ontvangst van berichten. Omdat iedereen wordt ingezet bij het transport van munitie of als kolentremmer wordt het personeel van de radiotelegrafie op een man na ingedeeld bij de artillerie. Kort voor vieren dringt een granaat de kledingruimte binnen en zet deze in brand. Waarschijnlijk slaat het vuur van hieruit door het schietgat dat is ontstaan over naar de afdeling ernaast en breidt zich onder sterke rookontwikkeling zo snel uit, dat het benaderen van de brandhaard en het blussen onmogelijk is. Tot aan het zinken van het schip zal het achterschip blijven branden; af en toe schieten reusachtige vlammen op, maar de kanons die er boven staan vallen niet uit, doordat de vuurgloed naar bakboord wegtrekt. Op de opponent, Glasgow, worden door Leipzig echter ook treffers geboekt. Maar de vreugde hierover is van korte duur, want Glasgow draait naar bakboord af en trekt zich terug in de richting van Kent en Cornwall.

Door het teruglopen van de snelheid van Leipzig en de vasthoudendheid van de vijandelijke pantserkruisers naderen deze snel, en als Cornwall 110 hm verwijderd is, laat de commandant van Leipzig het vuur weer openen met de drie achterste kanons aan stuurboord en het achterste kanon aan bakboord, dat onmiddellijk beantwoord wordt. Om nog meer effect te bereiken, draait Leipzig ongeveer een streek naar stuurboord, zodat alle kanons aan die kant in stelling gebracht kunnen worden. Maar het vuur van de opponent ligt eveneens goed, en Leipzig wordt bestookt met granaten van middelzwaar kaliber. Daarna mengt ook Kent zich in het gevecht zodat Leipzig gedurende 20 minuten onder hevig vuur komt te liggen, dat door deze met de drie achterste bakboordkanons onder leiding van 1ste luitenant-ter-zee Enno Kraus wordt beantwoord. Kent boekt verscheidene treffers, o.a. een in het middelste dek aan stuurboord. Deze slaat door de bovenste bunker heen en veroorzaakt het vollopen van de 4de stookruimte, die tussen 5 en 6 uur 's middags moet worden verlaten.

Om 16.40 uur draait Kent plotseling sterk op Nürnberg toe, zodat Leipzig korte tijd buiten schot blijft. Doch even hierna hervat Glasgow met haar boeggeschut het gevecht. Zodra dit schip binnen reikwijdte komt, opent Leipzig het vuur met het 5de, 4de en 3de bakboordkanon. Deze fase van het gevecht gaat gepaard met een groot verlies aan manschappen, dat echter steeds beheerst wordt opgevangen. Haperingen van de artillerie worden efficiënt verholpen, en ook een onderbreking van de verbinding tussen roerruimte en stuurhut levert geen problemen op. Vanaf dat moment tot aan de ondergang wordt via de telegraaf gestuurd. Het uitvallen van de 4de stookruimte doet de snelheid tot 18 knopen terugzakken, waartoe ook beschadigingen aan de schoorstenen, vooral de voorste, het nodige bijdragen. Het grootste gevaar is nu dat door treffers onder de hutten en onder de bak (= hoogste deel voorschip) overal brand uitbreekt, die door tekort aan personeel, doordat de brandslangen zelf branden en de waterdruk wegvalt, nauwelijks kan worden bestreden.

Onder de bezetting vallen zware verliezen. Luitenant-ter-zee Knorr sneuvelt op de schans (achterdek) met drie man die het 5de kanon aan stuurboord bedienen. Luitenant-ter-zee von Hopffgarten wordt zwaar gewond. Van Knorr neemt luitenant-ter-zee Keilhack tot aan het einde de achterste groep over. Purser Bettermann maakt zich door het verstrekken van verband en morfine en door het moed inspreken van de gewonden verdienstelijk. De waarnemingsofficier, 1ste luitenant-ter-zee Jöhnke, moet zijn post verlaten, daar de steng met de topvlag eraf is geschoten en een treffer in de benedenmast de verbinding met de commandobrug afsnijdt. De vlag wordt aan stuurboord weer aan een tuidraad vastgemaakt.

Het voornemen van de commandant van Leipzig op de vijand toe te draaien om een torpedo te kunnen afschieten, wordt niet uitgevoerd, omdat de opponent door zijn grotere snelheid steeds op gepaste afstand kan blijven en de hoogoplaaiende vlammen en de daarmee gepaard gaande sterke rookontwikkeling het tegen de wind in opstomen onmogelijk maken. Ook is de hoop nog niet opgegeven om door weersverandering en de daardoor vroeger invallende duisternis alsnog te kunnen ontsnappen. Maar een poging om in een aantrekkende regenbui aan stuurboord te verdwijnen mislukt, en zo blijft de commandant niets anders over dan het gevecht tot het bittere einde vol te houden.

Dat is de situatie als om 18.00 uur de melding komt "munitie achter vrijwel op, aan voorkant nog 200 schoten beschikbaar". Het grote aantal inslagen maakt het roepen van bevelen onmogelijk, en de artillerieofficier laat het restant van de munitie naar het achterschip brengen, waarna dit door 1ste luitenant-ter-zee Kraus uit de achterste drie bakboordkanons verschoten wordt. Er worden, volgens Engelse bronnen, nog verscheidene treffers geboekt op Cornwall, en het gevecht wordt 7 uur 's avonds afgesloten. De laatste 200 schoten staan nog niet op scherp en worden onder leiding van vuurwerkmaker Weyand en zijn medewerkers door het personeel van de radiotelegrafie aan de van het gevecht afgekeerde kant van de radiokamer van ontstekers voorzien. Het munitietransport geschiedt voor het grootste deel door officieren die nog in leven zijn. De 1ste luitenants-ter-zee Jöhnke en Riediger, de luitenants-ter-zee van de reserve Jensen, Pöpperling en Warner hebben hier tot aan het einde iets uitzonderlijks gepresteerd. Af en toe bedienen 1ste luitenant-ter-zee Jöhnke en luitenant-ter-zee Keilhack het 5de stuurboordkanon om het uitgevallen personeel te vervangen. Rond die tijd zijn waarschijnlijk de beide ingenieurs, de marine-hoofdingenieurs Hahn en Baade, bij het verhelpen van storingen gesneuveld, evenals 1ste luitenant-ter-zee der reserve Riediger bij een poging om brand te blussen. Om 7 uur 's avonds moet ten slotte de artillerieofficier na een rondgang langs alle nog toegankelijke kanons en nadat alle munitie is verbruikt aan de commandant melden, dat alle middelen om het vuurgevecht voort te zetten zijn uitgeput. De hutten en de daaronder gelegen ruimten zijn vanwege het vuur niet meer te betreden, en het personeel in de roerkamer, dat de normale uitgang of de weg via de nooduitgang tengevolge van het binnengedrongen water of door het vuur versperd ziet, heeft geen mogelijkheid meer om te ontkomen. Alle manschappen die zich daar bevinden zijn met het schip ten onder gegaan.

Op de melding van de artillerieofficier dat alle munitie is verschoten zegt de commandant, fregatkapitein Haun, tot de torpedo-officier, 1ste luitenant-ter-zee Schiwig: "Ziezo, vooruit maar, nu bent u aan de beurt." En hoewel de afstand voor een torpedoschot nog behoorlijk groot is, wordt de stuurboordbuis in gereedheid gebracht; een poging om dichterbij de vijand te komen schijnt uitzichtloos wegens diens hoge snelheid nu die van Leipzig zelf tot 15 knopen gedaald is. Het torpedopersoneel werkt in de torpedoruimte onberispelijk, er zijn daar tot nog toe geen problemen opgetreden, en zo worden in de tijd tussen 19.10 uur en 19.15 uur met snelladen drie torpedo's afgevuurd. Hierbij wordt, voorzover de rook van de brand in het voorschip het toelaat, iets naar stuurboord gedraaid en met ongeveer 10° bakboordroer weer afgedraaid. Dit wordt bij elk schot herhaald. Alle ogen volgen het torpedospoor, maar helaas zijn geen treffers te zien, want de opponent houdt zich, zoals hij later toegaf, buiten de hem bekende schootsafstand van de torpedo's. Zo is ook het laatste wapen buiten werking, en ongeveer 10 minuten na 7 uur 's avonds, als Leipzig het laatste schot gelost heeft, eindigt ook de tegenstander de beschieting.

Aangezien ontkomen onmogelijk is en onder de bemanning buitengewoon grote verliezen zijn opgetreden, zodat om deze reden alleen al verder gebruik van het schip nutteloos is, geeft de commandant om ongeveer 19.20 uur het bevel: "Schip laten zinken". De daartoe voorbereide maatregelen worden uitgevoerd: het openen van alle bereikbare ventielen en pompen en, na het verbreken van de blokkering, het openen van de torpedobuis aan stuurboord. Direct daarop worden alle hens aan dek gecommandeerd. De manschappen, als gevolg van de zware verliezen meest technisch personeel en slechts enkele overgebleven kanonniers en mannen van de munitieruimte, verzamelen zich op het enige nog enigszins vlakke dek, het achterste gedeelte van de bak. Op alle andere plekken is het een en al verwoesting bezaaid met doden, stervenden en gewonden. Maar de houding van de manschappen is voortreffelijk: door de stervenden wordt bezorgd gevraagd, of de vlag is neergehaald, en ze zijn pas gerustgesteld, als ze horen, dat het schip met vlag in top zal ondergaan. Ondanks de afschuwelijke verminkingen wordt geen klacht gehoord, hoogstens een verzoek om morfine of het aanleggen van verband.

Het hele achterschip van Leipzig brandt in één reusachtige vlam, zodat de grote mast aan de onderkant witgloeiend wordt, omknakt en over boord gaat, als het schip langzaam naar bakboord overhelt, want het want is al lang stukgeschoten. Schip en manschappen zijn geel geverfd door de rook van de lyddietgranaten. Degenen die ongedeerd zijn overtuigen zich ervan, wie er nog in leven is, nemen de afscheidsgroeten van de gewonden aan hun dierbaren in ontvangst en helpen hen, voor zover dat mogelijk is met reddingsboeien, zwemvesten of ander drijvend materiaal. Luitenant-ter-zee v. Hopffgarten, die ondanks zware verwondingen geholpen heeft bij het stuurboordgeschut, is door de emoties en het bloedverlies geheel uitgeput; hij gaat met een gapende beenwond en gescheurd uniform naar de brug, waar hij tot de ondergang blijft. Dan richt de commandant enkele woorden tot de manschappen en brengt een driewerf hoera op zijne majesteit de keizer uit, en de bemanning zet op voorstel van matroos 1ste klas Pollmann van de gevechtspost bij de machinetelegraaf het vlaggelied in, dat door allen, die daartoe nog de kracht bezitten, wordt meegezongen. Hierop worden hangmatten en andere drijvende voorwerpen klaargelegd, om er het schip mee te verlaten.

Tijdens deze gebeurtenissen is de opponent onder aanvoering van Glasgow aan stuurboord in grote onderlinge afstand genaderd en komt recht op Leipzig toe. Hij schijnt een morsesein te geven, dat echter niet te ontcijferen is. Volgens Engelse berichten zou het "Do you surrender" zijn geweest. Aan boord van Leipzig wordt echter gemeend, dat de Engelsen overlevenden willen opnemen, een opvatting, die echter door de vijand zelf onmiddellijk weerlegd wordt. Op 20 tot 30 hm draaien beide Engelse schepen namelijk scherp naar bakboord, en als ze ongeveer vier streken aan stuurboord staan, openen ze opnieuw het vuur op het weerloze schip. Het resultaat laat zich raden, want de schoten slaan in tussen de samengedrongen menigte en richten een vreselijke slachting aan. Bij het geschut op het voorschip, achter de schilden waarvan velen dekking willen zoeken, worden door de rondvliegende scherven van een granaat, die de commandotoren treft, tientallen mensen afgemaakt, onder wie luitenant-ter-zee der reserve Pöpperling. In alle delen van het schip slaan treffers in. Het ergste zijn echter de verwoestingen bij de bakboordkotter. Een relatief groot aantal mensen is net bezig deze boot, vol gewonden, uit te zetten. Een vreselijk bloedbad is het gevolg zodat alle pogingen de kotter alsnog te water te laten, falen. Als gevolg van deze machteloosheid en door de betrekkelijk korte afstand tot de Engelse schepen lijkt voor een deel van de officieren en de manschappen het moment aangebroken om over boord te springen en naar de opponent toe te zwemmen. De 1ste officier duikt, roepend: "Ik verzuip liever dan dat ik in handen van die bende val!" over boord. Ook de beide artsen, marine-stafarts Dr. Schaafhausen en marine-assistent-arts der reserve Dr. Hagen, 1ste luitenant-ter-zee Kraus, luitenant-ter-zee Klincksieck en purser Bettermann verlaten het schip, maar de lage temperatuur van het zeewater, ongeveer 3° C, doet allen na korte tijd verstijven, en aan boord is een massa verstarde lichamen die op de vijand toedrijven te zien. Van hen is niemand gered.

Inmiddels is de zee onrustiger geworden, het schip begint sterker te slingeren en wordt snel voortgedreven; en door de invallende duisternis en de toenemende mist raakt het uit zicht. De overlevenden, ongeveer 24, staan met de commandant op het achterste gedeelte van de bak om de ondergang af te wachten en op het laatste ogenblik het schip te verlaten. Ongeveer om 9 uur 's avonds, als het reeds geheel donker is, licht aan stuurboord achter plotseling een schijnwerper op. Het is Glasgow, en de 2de stuurman leest de woorden: "Boats … possible". Tegelijkertijd wordt op ongeveer 200 m van het schip een boot zichtbaar, die op Leipzig toevaart. Als deze nog 100 m ver is, beveelt de commandant, die zich inmiddels van zijn jas en laarzen heeft ontdaan: "Zo, nu allemaal springen!" De smeekbede, eveneens van boord te gaan omdat het schip ieder ogenblik kan kapseizen en zinken zodat de vijand het toch niet in handen kan krijgen beantwoordt hij met de woorden: "U weet immers, dat de keizer mij het commando over dit schip heeft opgedragen, dus ga ik niet van boord, voordat het gezonken is." De commandant neemt afscheid van de overlevenden en wendt zich, een sigaar rokend, naar de commandotoren. Kort daarop springen de anderen over boord, en bijna op hetzelfde moment legt Leipzig zich op haar zij, zinkt aan de voorkant zo vlug, dat de stuurboordschroef hoog uit het water komt, en gaat dan, luid sissend door het doven van de vlammen, om 21.23 uur ten onder, met de vlag nog in top, en met het schip de commandant, fregatkapitein Haun.

Van de bemanning van Leipzig werden 4 officieren, 5 dekofficieren, 2 onderofficieren en 7 man gered."

De Engelsen hadden volgens "Naval Operations" de beschieting beëindigd als Leipzig twee groene lichtsignalen had getoond als teken van overgave. Maar dit signaal was bij de Duitsers volledig onbekend; sterker nog, de commandant van de Leipzig verhinderde het afschieten van een noodsignaal om te voorkomen, dat dit verkeerd zou worden uitgelegd.

De commandant van de Glasgow, kapitein Luce verklaarde volgens "Naval Operations" over de hervatting van de beschieting op de weerloze Leipzig in de "San Francisco Examiner": "Leipzig had haar laatste munitie verschoten en was zwaar beschadigd. De schoorstenen en de grote mast gingen over boord. Het brandende schip lag stil. Glasgow naderde het tot op 100 yards. De commandant had de overlevenden aan dek laten komen. Hij stond in hun midden, sprak hen opgewekt toe en deelde sigaretten uit. Ze stonden dicht bij elkaar en Glasgow maaide er 50 of 60 neer."
De Britse artilleristen weigerden ten slotte, daarmee door te gaan. Dit wordt door gesprekken van de overlevenden van Leipzig met de bemanning van de Glasgow bevestigd, die had geroepen: "She is sinking now, that is sheer murder". Volgens andere verklaringen van overlevenden stelde de commandant van de Glasgow, dat hij wellicht een steekvlam of explosie aan dek had aangezien voor het heropenen van het vuur door Leipzig. In "Naval Operations" wordt het heropenen van het vuur daarmee gerechtvaardigd, dat Leipzig nog vaart maakte en nog in staat zou zijn om een torpedo af te vuren.

Het uitbrengen van een driewerf hoera op de overlevenden van Leipzig toen deze van boord gingen in Port Stanley op de Falkland-Eilanden werd door de Duitse officieren opgevat als een niet geheel geslaagde poging van de commandant van Glasgow om zich een houding te geven.

Literatuur

  • Marine-Archiv (red.): Der Krieg zur See 1914-1918. Der Kreuzerkrieg in den ausländischen Gewässern. 1. Bd.: Das Kreuzergeschwader. Berlin: Mittler, 1922.
  • Corbett. J.S.: Naval operations. Vol. I. To the Battle of the Falklands, December 1914. London: Longmans, Green & Co., 1920.
  • Weyer, B.: Taschenbuch der Kriegsflotten. XVI. Jahrgang. München: J.F. Lehmann's Verlag, 1915.
Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Leipzig"
Personal tools