/** * */

Lee-Enfield geweren

Het No.1 Mk III geweer werd meestal SMLE (Short Magazine Lee-Enfield) genoemd en was een van de beste dienstgeweren van WO I.
Enlarge
Het No.1 Mk III geweer werd meestal SMLE (Short Magazine Lee-Enfield) genoemd en was een van de beste dienstgeweren van WO I.
Lee-Enfield No.1 Mk III/Mk III*
Omschrijving: Engels grendelgeweer
Ontworpen door: James Paris Lee
Gebouwd door: Enfield, Sparkbrook, BSA Co, LSA Co (Groot-Brittannië),Lithgow (Australië), GRI (Brits Indië) en RFI (Indië)
Ontwerpjaar: 1907
Bouwjaar: 1907 - 1953
Totale lengte: 113,3 cm
Lengte loop: 640 mm
Gewicht: 3,9 kg
Kaliber: .303
Magazijncapaciteit 2x 5 patronen strips.
Vuursnelheid: 634 m/sec
Koeling:
Gebruik: Australië, Canada, Frankrijk, Indië, Italië (na Wo 2), Irak, Ierland, Maleisië, Nepal, Nieuw-Zeeland, Ottomaanse Rijk, Pakistan, Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en USA.
In dienst: 1907 tot ?
Aantal gebouwd: meer dan 17.000.000
Bajonet(ten) P1903, P1907, No.4.

Inhoud

Inleiding

Aan het einde van de negentiende eeuw koos het Britse leger voor het patroonhouder- en grendelsysteem zoals ontworpen door de Amerikaanse ingenieur James Lee. Een langdurig testproces en diverse verbeteringen leidden tot een serie die bekend werd als Lee-Enfield geweren. De toevoeging Enfield was afkomstig van de Royal Small Arms fabriek in Enfield Lock,Middlesex. Deze serie leidde in 1907 tot een nieuw ontwerp, de Short Magazine Lee-Enfield (SMLE). Qua lengte bevond dit geweer zich tussen een normaal geweer en een karabijn in, want de SMLE was opnieuw een wapen dat bedoeld was voor alle landmachtonderdelen, van infanterie tot cavalerie. Aanvankelijk waren er enkele aanloopproblemen toen de SMLE in gebruik werd genomen, maar dit werd opgelost door een paar aanpassingen. In 1914, toen de SMLE door het Britse Expeditieleger mee naar Frankrijk werd genomen, werd het geweer de Rifle No.1 Mk III genoemd. Ook dit geweer maakt kans op de titel 'beste dienstwapen van zijn tijd'. Het geweer had een massieve kolf en een nok onder de loop voor het plaatsen van een lange bajonet. Het geweer had een draaigrendel en maakte gebruik van achtergrendelnokken in tegenstelling tot de voorgrendelnokken van het Mausersysteem. In theorie betekende dit dat het Lee-systeem minder veilig was dan Mauser,maar in de praktijk veroorzaakte het geen problemen en de soepele mechaniek van Lee-Enfield zorgde ervoor dat het Britse geweer gemakkelijk en zeer snel te gebruiken was.

Grote patroonhouder.

De afneembare boxpatroonhouder voor de trekkergroep bevatte tien patronen; tweemaal zoveel als veel andere geweren uit die tijd. Er was ook een beveiliging die alle patronen in de patroonhouder hield, terwijl de enkele patronen met de hand naar de kamer moesten worden gebracht. Hierdoor werden de patroonhouderpatronen alleen gebruikt als dat daadwerkelijk nodig was. Het dioptervizier was gekalibreerd voor een afstand van 900 meter. Links van de kolf zat een langeafstandsvizier dat gebruikt werd om een groot gebied te dekken. Dit werd alleen gebruikt onder dekking van snelvuur. Hoewel de No.1 Mk III een uitstekend dienstwapen was, was hij duur en arbeidsintensief om te maken, want vrijwel elk onderdeel moest apart met een machine of handgemaakt worden. Toen de loopgravenoorlog steeds intensiever werd en er steeds meer geweren nodig waren, werden er enkele tijdbesparende productiemaatregelen genomen. Zo verdwenen de patroonhouderbeveiliging en het langeafstandsvizier.

Versimpeld geweer.

Het resultaat was de Rifle No.1 Mk III*. Dit type kan als Brits standaardgeweer uit de Eerste Wereldoorlog gezien worden. Het werd in grote getale geproduceerd, niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Indië en Australië, waar het nog tot 1955 in productie was. Het was een sterk en degelijk geweer, dat goed geschikt was voor de ontberingen van de loopgravengevechten. Er werden allerlei hulpmiddelen bedacht om de toepassingen te vergroten,variërend van periscopische vizieren tot middelen om granaten af te vuren. In handen van een ervaren soldaat had hij een hoge vuursnelheid. Normaal gesproken lag deze rond vijftien patronen per minuut, maar ervaren soldaten overschreden dit aantal met gemak. In 1914 in Mons dachten de Duitsers soms dat ze met machinegeweren te doen hadden, maar dit kwam simpelweg doordat de uitstekend getrainde soldaten van het Britse Expeditieleger een enorme vuursnelheid behaalden en hierdoor de mogelijkheden van de No.1 Mk III te volle benutten.

Varianten.

Short Magazine Lee Enfield Mk. I, Mk. I*, Mk.III, Mk. III*, Rifle No. 4 Mk. 1, Mk. 1* (geproduceerd bij Savage en Long Branch), Mk. 1(T) sluipschuttergeweer, Mk. 2, Rifle No 5 Mk. 1 (Jungle karabijn.)

Weblinks

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Lee-Enfield_geweren"
Personal tools