/** * */

La Voie Sacrée

Eindeloze colonnes trucks op de voie
Enlarge
Eindeloze colonnes trucks op de voie


Inhoud

Beginsituatie

Na de veldslagen van 1914 lag Verdun langs 3 kanten omringd door de Duitse legers. Dit betekende dat er weinig verbindingswegen met het hinterland waren. Er waren 3 spoorlijnen en één weg naar Bar-le-Duc in Franse handen. Van die spoorlijnen was er 1 onbruikbaar omdat ze door de Duitse linies liep, één onbruikbaar omdat ze vlak langs het front liep en onder vuur van veldgeschut lag. De overblijvende spoorlijn was bruikbaar, doch een lokaal lijntje op metrisch spoor met zeer beperkte capaciteit in zijn originele vorm. Maar het werd uiteindelijk met veel werk een belangrijke levensader voor Verdun: Le Chemin de Fer Meusien

La "Voie Sacrée"

De belangrijkste toe- en afvoerroute was echter de weg naar Bar-le-Duc, zo'n 75 km verderop. Deze levensader van Verdun kreeg al gauw de naam "La Voie Sacrée" van de zeer patriottische columnist Maurice Barrès.

Deze weg werd reeds in 1914 gebruikt om Verdun te bevoorraden, doch pas met de komst van Henri Philippe Pétain, die van de verbetering van deze weg een hoofdpunt in zijn programma maakte, werd de weg een echte levensader.

Maatregelen van Pétain

Pétain, die niet van halve maatregelen hield, stelde onmiddellijk iemand aan die de verantwoordelijkheid op zich nam om de weg zo efficient te maken: Majoor Richard.

Het werken van de voie hing van twee zaken af: het in goede toestand brengen en houden van de weg zelf, met strenge regels voor de gebruikers, en een grote toevloed aan vrachtwagens.

Van deze laatste waren er in augustus 1914 slechts 140 in het Franse leger voorradig. Er werden grote hoeveelheden vrachtwagens gerequisioneerd, en de industrie werd gemobiliseerd om er zoveel mogelijk te produceren. Ook werden grote aankopen gedaan in Italië (nog niet in oorlog) en de VS. Gelukkig was er tussen augustus 1914 en het begin van het Duitse offensief in Verdun reeds een grote strategische reserve aan vrachtwagens geschapen.

Op 19 februari 1916 (vlak voor de Duitse aanval op Verdun) was er een vergadering van de generale staf in Bar-le-Duc waarin deze werd overtuigd van het belang van de route en middelen ter beschikking stelde om deze weg te verbeteren. Het doel was om via deze weg 2000 ton materiaal (vooral munitie) en 15 à 20000 soldaten dagelijks te vervoeren.

Dagelijks leven op en rond de weg

Om de weg berijdbaar te houden werden elke paar meter soldaten geposteerd met een schop die continu steenslag (die gelukkig de ondergrond naast de weg vormde) op de weg smeten. Daar het vervoer niet kon worden stilgelegd om deze steenslag met pletwalsen te compacteren, moest dit compacteren maar door de vrachtwagens zelf gebeuren. Extra steenslag werd uit nabije mijnen aangevoerd.

De weg was dubbele richting over de hele lengte en was op de beste plaatsen 7 meter breed.

Op het hoogtepunt van de slag reden er 8000 vrachtwagens op de voie, wat overeenkomt met een continue stroom van één vrachtwagen elke 14 seconden.

De chauffeurs van de vrachtwagens moesten soms 18 uur achter het stuur zitten, soms tot 10 dagen aan één stuk.

Een ander zicht van de eindeloze colonnes trucks op de voie
Enlarge
Een ander zicht van de eindeloze colonnes trucks op de voie

Regels op de voie

Er waren zeer strikte regels op de Voie:

  • Vrachtwagens mochten enkel in konvooien rijden die gelijkmatig zijn samengesteld.
  • Niemand mocht voorbijsteken, behalve auto's van de officieren en ambulances.
  • de maximumsnelheden waren: 25km/h voor camionettes, 15km/h voor vrachtwagens, 4 km/h voor zware artillerietractors.
  • Wagens die panne hadden en die niet konden getrokken worden door hun voorganger, moesten van de weg in de berm geduwd worden.
  • Het was strikt verboden te stoppen behalve om zeer dringende redenen.
  • Het transport liep dag en nacht verder. Ver van het front werd de weg verlicht. Dichter bij het front moesten de chauffeurs betrouwen op de (afgeschermde) koplampen van hun vervoermiddel.

Reparaties

De wagens die dag en nacht op de weg reden leden natuurlijk erg onder dit zware gebruik en hadden vaak herstel nodig. Hiervoor werd een gigantische reparatiewerkplaats opgezet in Bar-le-Duc en zelfs nog één verder achter het front in Troyes. Langs de weg zelf werden er kleine werkplaatsen opgericht voor kleinere reparaties. Deze repareerden vooral banden die verschrikkelijk afzagen op de half-gecompacteerde gravel van het wegoppervlak.

De capaciteit van de weg

Gedurende de maanden maart tot juni 1916 werden er dagelijks op de route 7000 ton materiaal en 12000 manschappen vervoerd. Daarenboven werden er 6500 gewonden geëvacueerd. Hoe betrouwbaar deze cijfers zijn is moeilijk in te schatten. De cijfers hier opgegeven, komen van een medewerker van majoor Richard, maar andere bronnen geven andere cijfers op. In ieder geval zijn ze steeds van dezelfde grootteorde. Het is trouwens twijfelachtig of elke last gedurende deze desperate tijden juist werd geregistreerd, en of deze al werden geregistreerd. In ieder geval presteerde de weg veel beter dan de generale staf had voorzien. En dit maakte misschien het verschil op het slagveld uit. ("Amateurs bestuderen taktiek en strategie, professionals logistiek")

De Duitse reactie

Vreemd genoeg werd de voie nooit aangevallen door de Duitsers. De 38 cm kanons "Max" hadden het bereik om het eindpunt van de weg te beschieten. Ook waren er reeds bommenwerpers voorhanden die de zeer gemakkelijk herkenbare weg (overdag een lint van voertuigen, s'nachts een verlicht paarlensnoer) konden buiten gebruik stellen (al was het maar voor enkele uren, elke vervoerde ton telde) één mogelijke verklaring was dat in dit stadium van de oorlog het strategisch gebruik van bommenwerpers nog niet goed begrepen werd. De chef van de luftwaffe zelf, generaal Hoeppner, gaf later toe op dat moment "niet goed te weten wat aan te vangen met de luchtmacht". Het duurde tot juli voor er een luchtaanval op Bar-le-Duc werd gedaan, maar de weg zelf is nooit aangevallen.

Om een idee te geven van het onbegrip over strategische doelen kan er op gewezen worden dat geen enkele van de 32 bruggen in de buurt van Verdun door de Duitsers (artillerie of luchtmacht) werd vernietigd. Hoewel het eerste schot van de slag door het lange afstands geschut 38cm "Max" op een brug gericht was, werden deze stukken, die de oh zo belangrijke bevoorradingszone konden bereiken, daarna vooral tegen forten ingezet. Voor deze taak bestond er al gespecialiseerd geschut.

Anderszijds moeten we misschien rekening houden met de slinksheid (of eerder perversiteit) van Erich von Falkenhayn. Hij had niet de intentie om Verdun in te nemen (zie eerste paragraaf Slag_bij_Verdun) doch er het Franse leger er te laten doodbloeden. In dat opzicht was het zelfs tegen het vooropgestelde doel om de weg proberen buiten gebruik te stellen die al dat nieuwe kanonnenvlees aanvoerdde.

Andere manieren van transport naar Verdun

Naast de reeds genoemde Le Chemin de Fer Meusien waren er ook nog twee smallere, niet verharde wegen voor transport te voet of paardentractie. Deze liepen min of meer parallel aan de Voie één ten oosten ervan en één ten westen ervan.

Waar deze de Voie kruisen werd het verkeer geregeld door speciale troepen. De mannen te voet of de wagens met paardentractie moesten dan wachten om tussen twee konvooien vrachtwagens door te slippen zodat het gemotoriseerde vervoer van de voie nooit hoefde te stoppen.

Waar de Meusien de Voie kruiste waren ook speciale seingevers voorzien, doch ik heb in de bronnen nog niet kunnen opmaken wie er dan voorrang kreeg. (In principe zou men denken de voie, maar een trein stoppen en terug in gang trekken kost veel meer tijd dan dit te doen met een konvooi van trucks).

Nasleep

Ook na de slag bleef de route de primaire bevoorradingsroute van Verdun. Het is pas na de bevrijding van St. Mihiel door 216 000 Amerikaanse troepen op 13 september 1918 dat er terug een spoorlijn van standaardbreedte (1.4m) Verdun met de rest van het land verbindt.

Vandaag

De route tussen Bar-le-Duc en Verdun bestaat nog steeds op zijn originele tracé en kan per auto afgelegd worden. Elke kilometer staat er een grote kilometerpaal. Deze palen worden bekroond door een afgietsel van een Adrian M1915 helm. De route werd ingewijd door president Poincarré in 1922 en kreeg de classificatie als route national in 1923.

In 2006 werden de routes nationale in Frankrijk grotendeels afgeschaft en aan de departmenten overgedragen. De weg kreeg de nummer: route départementale RD1916. Ook werd de naam "Voie Sacrée" als officieel gereaffirmeerd na deze administratieve overdracht aan het departement.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/La_Voie_Sacr%C3%A9e"
Personal tools