/** * */

Jurien de la Gravière

Enlarge
Pantserkruiser
Land: Frankrijk
Klasse:
Waterverplaatsing (toegelaten tonnen): 5650 ton standaard
Afmetingen (lengte / breedte / diepgang): 137 m / 15 m / 6,4 m
Bewapening (kanons / torpedobuizen): 2 dubbele en 4 enkele Canon de 164 mm Modèle 1893, 10x 47-mm Canon Hotchkiss à tir rapide, 6x 37-mm mod.1884 kanons, 2x 450-mm torpedobuizen
Pantser (gordel / dek / hoofdgeschutstorens): dek: 65 mm / Geschuttorens: 50 mm
Voortstuwingsinstallatie (ketels / machines): Triple-expansie stoommachines
Totale APK: 12.675 kW/17.000 as-pk
Brandstofvoorraad:
Prestaties (snelheid / actieradius): 22 knopen ( 40.74 km/uà/ 3150 km bij 10 knp
Bemanning: 511
Gebouwd door: Lorient
Opdracht verstrekt:
Kiel gelegd: 1897
Tewaterlating: 1899
In dienst gesteld: 1903-1921
Einde: verschroot in 1922 te Villefranche-sur-Mer


Zoals de Amerikaanse 'St. Louis' klasse een verkleinde uitgave van de California klasse ontwerp was, zo was de Jurien de la Gravière een kleinere versie van de pantserkruisers van de Gueydon klasse.

Dat dit schip een uniek exemplaar was, is op zichzelf interessant en het was misschien wel de laatste oprisping van de zogenaamde Jeune Ecole (jonge school) bewegeging.

Deze baseerde zich vooral op het gedachtengoed van Admiraal Aube uit de jaren tachtig van de 19e eeuw. Toen was Engeland de meest waarschijnlijke vijand van Frankrijk en volgens Aube moest de Franse vloot met het oog daarop geherstructureerd worden. Hij stelde dat het eenvoudiger zou zijn om een guerra de course te voeren en het Verenigd Koninkrijk te verslaan, niet door zijn slagvloot te vernietigen maar zijn koopvaardijvloot. Daarvoor waren kustverdedigingsschepen nodig en een groot aantal kaapvaarders. Kapers waren door het Congres van Parijs in 1856 internationaal buiten de wet gesteld, maar indien een regering een kaapbrief verstrekte, werd dat als aanvaardbaar beschouwd. Het geld voor de kaapvaarders moest komen uit de opbrengsten van het slopen van de slagvloot en uit besparingen op de dure infrastructuur van de vloot.

Verschillende voor het aanvallen van koopvaardijschepen ontworpen kruisers werden gebouwd, maar tegen het eind van de 19e eeuw was de invloed van Aube tamende.

Het was immiddels veel waarschijnlijker dat Frankrijk in oorlog zou geraken met de Triple Alliantie dan met Engeland. Op dat moment werd de Jurien gebouwd.

De Jurien was nagenoeg even lang als de 'Gueydons', maar bijna 5 m. smaller. Om dat te compenseren, moest het schip wel een lichtere en lagere opbouw hebben. Zo kreeg het rondmasten in plaats van stalen systeemmasten. Verder werd gewicht bespaard door een kleiner kaliber kanons te kiezen en de geschutsposities alleen met frontbepantsering te beschermen in plaats van met torens. Het schip had geen pantsergordel. Een 65 mm pantserdek en pantering van de zijwanden van bepaalde compartimenten moest volstaan. Dankzij de geringe waterverplaatsing en de smalle bouw moest het schip 23 knopen halen, maar dat bleek een illusie.

Zoals de meeste Franse kruisers in de Eerste Wereldoorlog werd de Jurien vrij weinig ingezet. Bij het begin van de oorlog escorteerde de Jurien de 2e flottille de sous-marins de Toulon naar Bizerte. Het schip hield een rustige Oostenrijks-Hongaarse vloot in de Adriatische Zee (Straat van Otranto) in de gaten, en voerde kleinere operaties uit met de Britten in Griekse en Turkse wateren.

Personal tools