/** * */

Joseph Joffre

Joseph Jacques Césaire Joffre, * Rives-Altes (Pyrénées-Orientales), 12 jan. 1852, † Parijs, 3 jan. 1931, was een Franse generaal (sinds 1916 maarschalk) en oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog.

Joffre vocht in 1870 als luitenant in de Frans-Duitse Oorlog, studeerde wiskunde, werd officier bij het korps der Genie en was in het kader van de uitbreiding van de Franse belangensfeer in Zuidoost-Azië in 1885 in Tongking, op Formosa (Taiwan) en op de Pescadores ("Vissereilanden", tussen Formosa en China) actief. Van 1889-92 was hij leraar aan de Militaire Academie van Fontainebleau, redde in 1894 de Franse bevelvoerder Bonnier in Timboektoe uit de handen van de Touaregs, was in 1897 kolonel op Madagaskar, werd in 1902 brigadegeneraal, hoofd van de afdeling Genie van het ministerie van Oorlog en in 1905 divisiecommandant. In 1908 commandant van het 2de legerkorps geworden, kwam Joffre in 1910 bij het opperbevel en werd in juli 1911 chef van de generale staf. Hij zette zich in voor versterking van de artillerie en steunde de Franse premier Barthou in de aanloop naar de Wereldoorlog openlijk bij diens plannen tot verlenging van de dienstplicht.

Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 was Joffre opperbevelhebber en gaf opdracht tot de aanval op Elzas-Lotharingen, maar moest door de Duitse invasie van België tot achter de Marne terugtrekken. Hij ontsloeg daarop incompetente commandanten, liet Verdun ontruimen en vormde nieuwe legers onder Foch en Maunoury. Door een flankaanval van French en Galliéni won Joffre de Slag aan de Marne (3-10 sept. 1914) en probeerde in 1915 in de loopgravenoorlog het Duitse front door voortdurende aanvallen stuk te beuken. Hoewel hij sinds okt. 1915 in een machtsstrijd met Galliéni, die inmiddels tot minister van Oorlog was opgeklommen, was verwikkeld, kreeg Joffre in dec. van dat jaar het algehele opperbevel over alle Franse legers. Zijn plan voor een groot geallieerd offensief werd echter in febr. 1916 door de Duitse aanval op Verdun doorkruist. Toen de Slag aan de Somme (juli – sept. 1916) geen definitieve beslissing bracht, werd Joffre op 13 dec. 1916 door Nivelle vervangen, maar tot technisch adviseur van de regering benoemd, belast met de leiding van het provisorische geallieerde opperbevel en 26 dec. 1916 tot maarschalk bevorderd. In het voorjaar van 1917 reisde hij naar de Verenigde Staten om een akkoord te bereiken over de Amerikaanse deelname aan de oorlog. Het door Joffre reeds lang gewenste centrale geallieerde opperbevel kwam eerst in 1918 tot stand. Tegen het einde van de Wereldoorlog speelde Joffre, die eenvoudig en terughoudend van aard was, en gematigd linkse sympathieën koesterde, nog slechts een rol op de achtergrond, hoewel hij in 1920 weer formeel deel van het Franse opperbevel uitmaakte. Hij schreef o.m.: "Ma marche sur Tombouctou" (1896) en "La préparation de la guerre et la conduite des opérations, 1914-1915" (1920). Postuum verscheen: "Mémoires du maréchal Joffre, 1910-1917" (1932).

Lit.: Recouly, Raymond: Maréchal Joffre et ses batailles (1916); Le Goffic, Charles: Les trois maréchaux: Joffre, Foch, Pétain (1919); Hanotaux, Gabriel: Joffre (1921).

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Joseph_Joffre"
Personal tools