/** * */

John R. Jellicoe

Sir John Jellicoe (foto ca. 1914)
Sir John Jellicoe (foto ca. 1914)

Sir John Rushworth Jellicoe, Viscount (spr. uit ' vaikount) Jellicoe of Scapa, Engels admiraal (Dover [vgs. andere bronnen Southampton], 5 dec. 1859 – Kensington, 20 nov. 1935) kwam in 1872 in dienst bij de Royal Navy. Nadat hij binnen de admiraliteit diverse functies had bekleed, werd hij in 1891 commandant van het vlaggenschip van de Engelse Middellandse Zeevloot, die onder bevel stond van admiraal Tryon. In 1900 kreeg hij het bevel over het Britse Oost-Azië-eskader en was chef-staf van de Seymour-expeditie tijdens de zgn. Boxeropstand (een oorlog van de plaatselijke bevolking tegen westerlingen in China).

In 1911 werd hij vice-admiraal en bij het begin van de Eerste Wereldoorlog opperbevelhebber voor de Noordzee-operaties van de Grand Fleet (voordien Home Fleet geheten) in Scapa Flow, die hij voornamelijk gebruikte voor een blokkade van Duitsland. De enige zeeslag die onder zijn bevel werd gevoerd was de Slag bij Jutland in 1916 met de Duitse Hochseeflotte, waarin Jellicoe echter geen beslissing kon forceren. Vermoedelijk hiertoe gedwongen, droeg hij eind van dat jaar het commando over aan David Beatty (bevelhebber van het 1ste Britse slagkruiser-eskader).

Tot eind 1917 was Jellicoe vervolgens First Sea Lord van de admiraliteit. Nu geviel het, dat de Duitsers juist in die tijd een onbeperkte onderzeebootoorlog hadden afgekondigd. In de eerste drie maanden van 1917 hadden ze 1.300.000 ton aan geallieerde en neutrale scheepsruimte tot zinken gebracht. De verliezen in april zouden naar schatting bijna 900.000 ton bedragen. Jellicoe verklaarde dat het voor de Britten onmogelijk zou zijn, met de oorlog verder te gaan, als de verliezen op deze schaal zouden voortduren, "en," voegde hij er moedeloos aan toe, "er is geen oplossing in zicht." Het begon op een nachtmerrie te lijken; de Amerikaanse admiraal Sims, opperbevelhebber van de Amerikaanse marinestrijdkrachten in Europa sprak als zijn overtuiging uit, dat de geallieerden de zee niet meer beheersten.

Sims, admiraal Beatty en minister-president Lloyd George (1863-1945) achtten drastische stappen noodzakelijk. Er werd overgegaan tot uitvoering van een eenvoudig plan, dat echter zeer effectief bleek: het laten varen van koopvaardijschepen in konvooien, geëscorteerd door oorlogsschepen. Het zou een beslissend keerpunt in de oorlog betekenen. Het betekende ook het ontslag van de passieve Jellicoe, eind 1917.

Deze versie van de feiten (het invoeren van het konvooisysteem) blijkt nu achterhaald te zijn. Er zijn recentelijk originele documenten opgedoken die bewijzen dat Jellicoe reeds voor de ontmoetingen met Sims en Lloyd George de invoering van het konvooisysteem had goedgekeurd. De versie die nu (nog) de ronde doet, namelijk dat Lloyd George Jellicoe als het ware beval het konvooisysteem in te voeren, zijn gebaseerd op de autobiografie van Lloyd George zelf, waarin deze zichzelf als redder van het vaderland wou voorstellen. Ook de versie van Sims lijkt niet te kloppen, blijkbaar wou deze zichzelf ook in een beter daglicht stellen. Dat Beatty de kans schoon zag om Jellicoe uit te rangeren was logisch, hij had een bloedhekel aan Jellicoe.

Men kan Jellicoe moeilijk passiviteit aanvrijven bij het aanpakken van de duikbootcampagne: hij liet een enorm aantal escorteschepen bouwen, liet speciale "aankoopgroepen" de wereld afschuimen naar alles wat er maar te kopen viel aan vrachtschepen, vaak tegen hoge prijzen, maar elk schip telde nu. Ook maakte hij een enorm ambitieus plan om de Duitse U-boot basissen te blokkeren met niet minder dan 40 oude (overbodige) slagschepen en nog eens 45 oude (al evenzeer overbodige) kruisers. Verder had hij het plan om een enorme net- en mijnbarrage te leggen tussen noordelijk Schotland en Noorwegen om de Noordzee af te sluiten voor duikboten (de effectiviteit van zulk een systeem was reeds bewezen in het veel smallere kanaal tussen Calais en Dover, het werd later gedeeltelijk geïmplementeerd en bleek redelijk effectief te zijn). Doch hij had gelijk: ondanks deze inspanningen bleven de verliezen aan koopvaardijschepen veel te hoog, en was er op een bepaald moment op de Britse eilanden nog slechts voor 6 weken voedsel aanwezig.

Zijn aarzeling om het konvooisysteem in te voeren was begrijpelijk en op harde feiten gebaseerd:

  • Na een onderzoek samen met een groot aantal civile kapiteins verwierpen deze bijna allemaal de mogelijkheid om zeer uiteenlopende schepen in dichte formatie te laten varen. (Een vrachtschip is ontworpen om bij één optimale snelheid te varen en kan moeilijk of niet snel van snelheid veranderen) In praktijk bleek dit echter toch mogelijk te zijn.
  • Ook betekende de invoering van konvooien dat met hetzelfde aantal vrachtschepen tot 30 procent minder vracht kon vervoerd worden: de schepen lagen immers lang te wachten bij vertrek tot het konvooi gevormd was. Ze konden niet aan hun optimale snelheid varen en het hele konvooi had de snelheid van het traagste schip erin (vaak niet meer dan 8 knopen). Bij aankomst van het konvooi werd de bestemmingshaven overspoeld door een enorm aantal schepen en duurde het lange tijd voor deze allemaal gelost konden worden.
  • Verder waren er onvoldoende escorteschepen beschikbaar die het bereik hadden Atlantische oceaan samen met een konvooi over te steken. Vaak werden de konvooien enkel geëscorteerd door oude, grote kruisers, die waardeloos waren tegen duikboten.

Zijn aarzeling om het konvooisysteem in te voeren was dus begrijpelijk en op harde feiten gebaseerd, doch inderdaad fout. Feit blijft echter dat Jellicoe toch reeds de beslissing had genomen om konvooien in te voeren voordat Lloyd George dit zogezegd volgens zichzelf deed. Het feit dat Jellicoe werd uitgerangeerd lijkt steeds meer (met het onderzoek van originele documenten) op een politieke afrekening (Beatty was een goede vriend van Lloyd George). Jellicoe, hoewel zeer bekwaam, was een voorzichtig man en had weinig tot geen politieke connecties en invloed.

Hoewel zeer bekwaam was Jellicoe echter niet vrij van fouten. Door zijn gedreven onderzoek van elke te nemen beslissing, werden deze soms laat of zelfs te laat genomen (hij probeerde risicovolle besluiten steeds grondig te onderzoeken voor een beslissing werd genomen). Ook zijn leiding van de Grand Fleet, hoewel zeer capabel, liet wat te wensen over: de voorzichtige Jellicoe (met zijn groot verantwoordelijkheidsgevoel) probeerde alles zelf tot in de details persoonlijk te leiden daar waar hij meer had moeten delegeren. Doch de flamboyante Beatty die hem verving als leider van de Grand Fleet was misschien nog voorzichtiger dan Jellicoe in zijn leiding van de Grand Fleet. De Grand Fleet was immers Groot Britanniës belangrijkste wapen en het verlies of verlies van een deel ervan zou bijna onvermijdelijk tot een nederlaag in de eerste wereldoorlog leiden.

Jellicoe werd in 1919 tot Grootadmiraal benoemd. Van 1920 tot aan zijn pensioen in 1924 was Jellicoe gouverneur-generaal van Nieuw Zeeland, waarna hij zich uit het publieke leven terugtrok. Hij schreef o.m.: "The Grand Fleet 1914-1916" (1920).

Bij zijn begrafenis in 1935 kreeg hij de eer om in de crypten van de Sint Pauls kathedraal begraven te worden tussen Groot-Britanniës grootste helden, ondanks het feit dat hijzelf om een sobere begrafenis had gevraagd. Het respect dat hij internationaal had afgedwongen was duidelijk: onder de degenen die de begrafenis bijwoonden was Grootadmiraal Raeder, op dat moment opperbevelhebber van de Duitse marine (Raeder zou later weigeren de begrafenis van Beatty bij te wonen).

Overigens veroorzaakte de begrafenisceremonie indirect de dood van zijn eeuwige rivaal David Beatty: deze laatste lag met een griep in bed en kreeg doktersadvies niet naar de begrafenis te gaan. Beatty, in zijn karakteristieke stijl, zou hebben uitgeroepen: "Wat zal de wereld wel niet denken als ik niet op de begrafenis van Jellicoe aanwezig ben ?" en ging toch. Wat later overleed Beatty aan complicaties van zijn ziekte.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/John_R._Jellicoe"
Personal tools