/** * */

Ieper

Ieper (Tijdens de Eerste Wereldoorlog de Nederlandse benaming Yperen. Engels en Frans: Ypres. Duits: Ypern. West-Vlaams: Iper. Latijn: Ypra.) is een stad in het zuid-westen van België in de streek die Westhoek wordt genoemd. De stad telt 34.812 inwoners en staat op de 6e plaats van gemeente met de meeste inwoners van West-Vlaanderen. Dankzij zijn oppervlakte van 130,61 km², is Ieper tevens de 2de grootste stad in de westhoek. Verder heeft Ieper ook de 2e grootste markt van België, alhoewel velen anders over nadenken.

Inhoud


Ontstaan

De Belfort is gebouwd als trofee van overwinning van de democratie. Een kerk toren heeft meestal een haan of een kruis. Maar de Belfort is geen kerktoren maar een wachtoren, ook al heeft hij klokken en een uurwerk. Op de Belfort werd een Gouden Draak voorzien. De draak zou de stad zou beschermen samen met de torenwachter die op de belforttoren bevond.  (Foto: Price of Glory)
Enlarge
De Belfort is gebouwd als trofee van overwinning van de democratie. Een kerk toren heeft meestal een haan of een kruis. Maar de Belfort is geen kerktoren maar een wachtoren, ook al heeft hij klokken en een uurwerk. Op de Belfort werd een Gouden Draak voorzien. De draak zou de stad zou beschermen samen met de torenwachter die op de belforttoren bevond.
(Foto: Price of Glory)
"Ypera" in 1562, met de Bourgondische vestingmuren en torens. Herkenbaar aan de kantelen.
Enlarge
"Ypera" in 1562, met de Bourgondische vestingmuren en torens. Herkenbaar aan de kantelen.
Het Belfort, de Lakenhallen & het Nieuwerck van Yperen, eind 17de eeuw.
Enlarge
Het Belfort, de Lakenhallen & het Nieuwerck van Yperen, eind 17de eeuw.
Ieper 1844 vanuit de Rijselstraat
Enlarge
Ieper 1844 vanuit de Rijselstraat

Het is niet duidelijk wanneer Ieper is ontstaan. Er werden gebouwen terug gevonden die van het begin van onze jaartal dateren. In 902 heeft graaf Boudewijn II aan de boorden van de rivier ‘Iepere’ (Ieperlee) een wal voor de burggraaf gebouwd en in het jaartal 1000 verschenen de eerste twee poorten in het noorden en het zuiden van Ieper. In de 12de eeuw kende Ieper een enorme bloei, Danzkij de lakennijverheid. Er werden niet alleen laken verkocht in het land, maar ook in het toenmalige Rusland op de jaarmarkten van Novgorod en Kiev werd het laken verkocht. Rond 1200 telde Ieper 40.000 inwoners en was daarmee een der drie grootste en rijkste steden van Vlaanderen, samen met Gent en Brugge. Door de enorme verkoop, kwam het wol zeer schaars zodat Groot-Brittannië wol moest leveren via de Iepere. Er ontstonden gilden, maar heerste een diep wantrouwen tussen de leliaards die een goede verstandhouding met Frankrijk verstonden en de Klauwaards die vasthielden aan de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Vanaf het einde van de 14de eeuw kreeg Ieper het ene zware lot na het andere te verduren. De Slag van de Gulden Sporen, op 11 juli 1302, zorgde ervoor dat het Franse ridderleger verpletterd waren door de Vlaamse milities zodat dit het einde betekende aan de almacht van de grote kooplieden. Hierdoor ontstond een democratie in de stad en was Ieper quasi onafhankelijk en wekte hierdoor veel naijver op. In 1316 werd Ieper getroffen door een pestepidemie en in 1337 begon de Honderdjarige Oorlog zodat Ieper in 1383 werd belegerd door een leger uit Gentenaren en Britten, de voorsteden werden vernield en heel wat werkliederen emigreerden. De Ieperlingen konden Ieper behouden en de vijand tegen houden. Na enkele maanden vechten, kwam de Franse bevrijdingsleger en joeg de Britten en Gentenaren weg. Omdat Ieper toen leefde onder Britse wol en de Britten de vijand waren van de Ieperlingen, leverden de Britten geen wol meer en kwam Ieper in financiele problemen nadat zij minder laken kunnen verkopen. Ieper kwam hierdoor in verval. Er was geen geld om de wallen voortdurend te repareren, de voorsteden te herstellen. Honderden Ieperlingen hadden onderdak in kapot geschoten woningen. Hadden amper voeding en daalde het cijfer van inwoners. De godsdienstoorlog van de 16de eeuw maakte een einde aan alle voorspoed. Ieper was gedurende een korte tijd een protestants weerstandnest tegen de Spanjaarden. Na een belegering van acht maanden, maakten de troepen van Hertogdom Parma en Piacenza zich meester in Ieper die genadeloos werd geplunderd. Ieper had vanaf 1559 een eigen bisschop. Onder de Aartshertogen Albrecht en Isabella, kende de stad enige stabiliteit. Maar in de loop van de 17de eeuw, werd Ieper viermaal belegerd door de Fransen. Het verdrag van Nijmegen, zorgde ervoor dat Ieper in Fransen handen viel in 1678. Ieper werd versterkt door de beroemde vestingen van Vauban. Vauban verbouwde de Vestingen en Ieper tot een citadel. Hierdoor maakte Ieper deel uit van de eerste linie van de Pré Carré. In 1716 werd Ieper Oostenrijks door de Vrede van Rastatt. Ook was Ieper een van de Barrièresteden die door de Hollanders bemand werden. De Fransen konden in 1794 Ieper terug in handen krijgen. In 1801 hield de bisschop en na de nederlaag tijdens Waterloo in 1815, verloren de Fransen (onder bevel van Napoleon) Ieper. Na de nederlaag van Napoleon werd de kaart van Europa hertekend. Onze streken vormden samen met Nederland het Verenigd Koninkrijk de Nederlanden. Willem van Oranje werd zo beloond voor zijn inzet tijdens de strijd tegen Napoleon. Het was echter ook de bedoeling dat een sterk land een sterke verdediging aan de grens zou opzetten, om de Franse veroveringsdrang in de toekomst in toom te houden. De Hollanders herstelden vanaf 1815 de vestingen en bouwde ook een aantal nieuwe gebouwen, onder andere een grote infanteriekazerne en enkele poedermagazijnen. Een van de magazijnen, bevind zich hedendaags op het Ieperse Esplanade nabij het station. Voorheen waren er geen kazernes in de stad, behalve een oud, vervallen complex op de Sint-Pieterswijk dat dateerde uit de Spaanse tijd (begin 17de eeuw). De Nederlanders zijn onder andere ook verantwoordelijk voor de gele baksteen van de muren. De Belgische Revolutie in 1830 liet het stand herbloeien. Belgiê werd onafhankelijk en de Hollanders werden verjaagd. In Ieper was de revolutie voelbaar, zij het pas na een paar dagen. Alle aanwezige Nederlanders in Ieper werden bijeengebracht en zij werden met hun bagage en hun familie in de trekschuit of barge geladen. Meer dan 150 mensen werden met het gewapend escorte van de brandweer naar Oostende gebracht van waar ze via de zee geëvacueerd werden naar Sluis. In 1850 begon een ommekeer en dit zou fataal worden voor de Vestingen en de toekomst van de soldaten die gestationeerd zullen worden in Ieper tijdens 14-18. België zou niet langer meer aan de grenzen verdedigen, maar het leger terugtrekken op de Versterkte Stelling van Antwerpen in geval van nood. Meteen konden alle oude versterkingen aan de grenzen afgeschreven worden. De vestingen van Ieper werd vanaf 1853 afgebroken. Ook werd het garnizoen teruggetrokken. Ondertussen waren de meeste muren in het zuiden afgebroken tot op de funderingen.De bouw begonnen van de spoorlijn werd reeds begonnen en in 1852 werd de spoorlijn aangesloten. Het station werd gebouwd op de fundering van de Boterplas. Een brug over de gracht verbond het station met de stad. Maar niet voor lang. Eind 19de eeuw werden nog delen van de vroegere versterkingen gesloopt. Op de vrijgekomen gronden werden er herenhuizen gebouwd, een plantsoen aangelegd en een begin gemaakt met de ontwikkeling van een “handelskwartier” bij het station. Hierdoor verdween de brug. Verder kwam er een gevangenis in de huidige Elverdingstraat en werd er een watertoren gebouwd op de hoek van diezelfde straat. Door financiële problemen, werd de afbraak van de Vestingen gestaakt.......................gelukkig maar!

Kattenstad

Ieper heet naast "Vredestad" ook "Kattenstad" en de Ieperlingen zijn Katten. Maar vanwaar de benaming? Het begon allemaal in de middeleeuwen toen Ieper werd geteisterd door een kattenplaag. Vroeger werden de katten beschouwd als teken van de kwaad. De meeste mensen denken aan Heksen (Beselare is gekend als "toveressenparochie" door de heksen). De katten werden op een gruwelijke manier opgeofferd om de boze geesten te bezworen. Eind 12de eeuw, werden de eerste katten van het kasteel in de Meersch afgeworpen. Later van de St.-Maartenskerk en sedert het kattenfeest van 1476 uit de belforttoren. In de Middeleeuwen werden op heel wat plaatsen in Europa katten geofferd: ze werden verbrand, doodgeknuppeld of zoals in Ieper naar beneden gegooid. Wanneer dit plaats vind, is niet echt duidelijk. In een oude verslag uit 1716 werd daar aangetoond dat de laatste kat toen werd afgeworpen. Maar we kunnen aannemen dat tot 1817 met kortere of langere tussenpozen katten toen werden geworpen, aldus Jean Jacques Lambin. Terwijl er geen spoor te vinden is tijdens de Franse bezetting van de stad tussen 1744 en 1794. Vanaf 1955 worden pluchen katten uit de Belfort geworpen door de Stadsnar. Dit tijdens het weekend van de Kattenstoet, die op elke 2de zondag van mei - vroeger iedere jaar, nu om de 3 jaar - plaats vind in Ieper. Tijdens de stoet, worden talrijke katten vertoont. Zoals de leerlingen van scholen die verkleed zijn als katten en narren, en de reuzen Goliath, Nicolaas de Kanonnier, Pietje Pek, de kater Cieper en Minneke Poes. Symbolen van Ieper.

Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog

Luchtfoto Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog
Enlarge
Luchtfoto Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog
Lakenhalle met Belfort en Sint-Maartenskathedraal
Enlarge
Lakenhalle met Belfort en Sint-Maartenskathedraal

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de stad in het centrum van het Britse front waardoor ze meer dan vier jaar onder vuur lag en tot puin werd geschoten. Een half miljoen soldaten stierven in de frontstreek rond Ieper.

Tijdens de volledige duur van de Eerste Wereldoorlog was de stad aan drie zijden ingesloten door Duitse troepen, door de Britse verdedigers werd dit de Ypres Salient genoemd. Eenzelfde situatie deed zich, verder naar het oosten, voor bij de Franse stad Verdun. De Duitsers slaagden er niet in de stad te veroveren, ondanks een aantal groot opgezette veldslagen die aan 500.000 soldaten het leven kostten.

De stad Ieper werd geheel verwoest. Na de oorlog gingen stemmen op om de stad niet herop te bouwen maar ze in puin te laten liggen, als macaber gedenkteken. Toch werd de stad weer teruggebracht in de vooroorlogse staat, grotendeels met Duits geld, onderdeel van de afgedwongen Wiedergutmachung. De wederopbouw duurde meer dan veertig jaar. Voor velen, en met name de Britten, is Ieper het middelpunt van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. De velden rond de stad zijn bezaaid met meer dan 170, zeer goed onderhouden, begraafplaatsen. "Op de slagvelden rond Ieper, nabij Steenstrate, werd door de Duitsers op 22 april 1915 voor het eerst gebruik gemaakt van gas als wapen". Volgens de vele geschiedenisboeken. Maar dit is eenmaal niet zo. De gasoorlog begon eerder.

De veldslagen 1914-1918

8 augustus 1928, de Menenpoort word ingehuldigd. Een complete stoet met genodigden, veteranen enz....., op weg naar de Menenpoort over de Grote Markt. In ditzelfde jaartal, begonnen de werkzaamheden aan de Belfort Toren, terwijl de woningen rondom de Markt en de Alphonse Vandenpeereboomplein terug werden opgebouwd.
Enlarge
8 augustus 1928, de Menenpoort word ingehuldigd. Een complete stoet met genodigden, veteranen enz....., op weg naar de Menenpoort over de Grote Markt. In ditzelfde jaartal, begonnen de werkzaamheden aan de Belfort Toren, terwijl de woningen rondom de Markt en de Alphonse Vandenpeereboomplein terug werden opgebouwd.

De gehele oorlog door is er om Ieper gevochten. Maar in enkele periodes namen de gevechten in hevigheid toe. Dit zijn de veldslagen om Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Heropbouw

Na de oorlog was Ieper een spookstad en ruïne. De Britten wilden Ieper behouden als een ruïne ter herdenking aan de vele gesneuvelden. Maar dit pikten de Ieperlingen niet en begon de wederopbouw rond de jaren 1919. Het zou uiteindelijk tot de jaren 1960 duren vooraleer alle gebouwen werden hersteld. Met uitzondering aan enkele gebouwen, die zelfs tijdens de jaren 1990 werd hersteld. In 1934 werd de Belfort ingehuldigd. Tijdens de jaren 1950 werd de Lakenhallen afgewerkt. In 1967 werd de Nieuwerck afgewerkt. De economische heropleving is vandaag nog volop in ontwikkeling. De toeristische en commerciële bloei op de industriezone zijn meer dan hoopvolle tekenen van een stralende toekomst. Momenteel beslaat Ieper een oppervlakte van 13.041 ha en telt ongeveer 35.000 inwoners.

De donkere poort onder de Belfort geeft toegang tot het In Flanders Fields museum.
Enlarge
De donkere poort onder de Belfort geeft toegang tot het In Flanders Fields museum.

De Lakenhallen, het belfort en het Nieuwerck

1 Belfort, 2 Lakenhallen, 3 Nieuwerck
Enlarge
1 Belfort, 2 Lakenhallen, 3 Nieuwerck
Sporen van de Eerste Wereldoorlog
Enlarge
Sporen van de Eerste Wereldoorlog

De meesten noemen het historisch bouwwerk op de grote markt de Lakenhallen en/of het belfort van Ieper. Sommigen zeggen dat het In Flanders Fields museum bijvoorbeeld in het belfort zit. Dit is echter niet zo. Als men vanuit het Zuid-oosten naar het complex kijkt dan zien we een toren, het belfort. Deze is 70 m hoog. Onder de toren, bevind zich de donkere poort. Deze poort begint vanaf het Noorden en eindigd in het zuiden, of omgekeerd. Wie het In Flanders Fields museum bezoekt, loopt automatisch in de donkere poort. Neem eventjes de tijd in de poort. Want in deze poort, bevinden heel wat sporen uit de Eerste Wereldoorlog. Het rechter gedeelte die men duidelijk kan onderscheiden door de dakconstructie is een renaissancegebouw, het Nieuwerck genaamd. Het grote complex waar het In Flanders Fields museum in bevind heet de Lakenhallen. De Lakenhallen werden gebouwd tussen 1200 en 1304 in een gotische stijl. De Lakenhallen herinneren aan de bloeiende lakennijverheid in die tijd. Aan ieder deurtje stond een kraam waar men het laken verkocht. In de benedenzaal van de lakenhallen vond iedere week een groentenmarkt plaats. Al de deuren die je nu kan zien, stonden in die tijd toen open zodat de kopers vlot in en uit konden lopen. Aan de pilaren waren banken bevestigd waar groenten of andere goederen lagen die, traditioneel, door vrouwen verkocht werden. De oostelijke binnenplaats van de Lakenhallen was voor de Eerste Wereldoorlog geflankeerd door twee houten gevels. Omstreeks 1260 beleefde "Yper" haar economische hoogtepunt en was de stad, met ca. 40.000 inwoners, een van de grootste Europese steden. Maar de Lakennijverheid verdween echter en de stad werd tevens door pestepidemieën en belegeringen geteisterd zodat ook het aantal inwoners daalde. Tegen de oostgevel van de Lakenhallen verscheen later een nieuw gebouw, het Nieuwerck genaamd. Het Nieuwerck was een Renaissancegebouw dat tussen 1620 en 1624 werd gebouwd. In de noordelijke gevel bevond zich het Stadhuis dat in 1376-1378 gebouwd werd en door een brand werd geteisterd in 1497. (door een gebrek aan rode bakstenen kreeg deze gevel een stijlloos karakter) Aan de binnenkant bevonden zich echter zeer rijk versierde zalen. Deze gevel kreeg raamopeningen die rechthoekig waren en niet gebogen zoals de andere gevels. Na de Eerste Wereldoorlog wilden de Britten deze historische gebouwen als ruïnes bewaren, maar de Ieperlingen waren niet akkoord en begonnen met de heropbouw van dit enorm complex. De Lakenhallen kregen aan beide zijden dezelfde ontwerpen wat voordien niet het geval was. De heropbouw werd begeleid door een paar architecten waaronder J. Coomans en werd voltooid in 1967, na vertraging gedurende de Tweede Wereldoorlog. Onderaan het complex kan men nog sporen terugvinden van de Eerste Wereldoorlog.

Bezienswaardigheden

Menenpoort
Enlarge
Menenpoort

Ieper bestaat voornamelijk uit laagbouw, maar enkele gebouwen vallen toch op: De Sint-Maartenskathedraal, de Sint-Jacobskerk, het Belfort, het vernieuwde ziekenhuis en het vroegere L&H.*De grote markt geeft de stad zijn middeleeuwse uitstraling geeft en is omgeven met (heropgebouwde) historische gebouwen.

  • De Lakenhallen is door de UNESCO beschermd. In de Eerste Wereldoorlog werd bijna heel het gebouw verwoest. Het voorgebouw is 125 meter lang, de belforttoren is 70 meter hoog. Op het eerste verdiep bevindt zich het In Flanders Fields Museum. Aan de oostkant van de Lakenhallen bevindt het Nieuwerck.
  • De Sint-Maartenskathedraal is de kathedraal van het voormalig bisdom Ieper. Ook dit gebouw werd na de Eerste Wereldoorlog opnieuw opgebouwd. De toren is 100 meter hoog.
  • Lapidarium is een 15de-eeuws gotisch overblijfsel van de 12de-eeuwse St.-Maartensproosdij. Er zijn nog grafplaten zichtbaar, beschadigde sculpturen en fragmenten van de in 1914-1918 vernielde St.-Maartenskerk.
  • De Menenpoort is een stadspoort aan de oostzijde van de oude stad. De poort werd gebouwd als Brits oorlogsmonument, en draagt de namen van 54.896 vermiste soldaten. Elke dag om acht uur 's avonds wordt de Last Post er gespeeld, als herinnering aan de gesneuvelden in Ieper.
Schets van de Rijselpoort in de Bourgondische periode, circa 1400
Enlarge
Schets van de Rijselpoort in de Bourgondische periode, circa 1400
De Rijselpoort in 1918. De granaten hebben de overwelfde Ieperlee bloot gelegd
Enlarge
De Rijselpoort in 1918. De granaten hebben de overwelfde Ieperlee bloot gelegd
De vestingwallen van Vauban.
Enlarge
De vestingwallen van Vauban.
Kruitmagazijn dat de Eerste Wereldoorlog overleefde
Enlarge
Kruitmagazijn dat de Eerste Wereldoorlog overleefde
Tempeliershuis in 1918
Enlarge
Tempeliershuis in 1918
Een van de meest gekende Ieperse legendes, is die van Nikolaas "de Kanonnier" Hoedt uit de 17de eeuw
Enlarge
Een van de meest gekende Ieperse legendes, is die van Nikolaas "de Kanonnier" Hoedt uit de 17de eeuw
  • De Rijselpoort is een stadspoort in het zuiden van de oude stad, op de weg naar Rijsel. De poort verbindt twee bewaarde delen van Ieperse vestingen, de stenen omwalling en de aarden omwalling (Waarop de Ramparts Cemetery (Lille Gate) bevind. Een brug die naar de poort begeleid, onderscheid de twee grachten. De Majoorgracht (Westen) en de Kasteelgracht (Oosten). De poort werd in 1384 opgericht in opdracht van hertog van Bourgondië Filips de Stoute, vandaar de Bourgondische torens aan beide kanten van de poort. Vanaf het bestaan tot de Eerste Wereldoorlog, werd de poort verschillende keren aangepast en verbouwd. In de 17de eeuw werden de torens verlaagd door Sébastien Le Prestre de Vauban. De poort heeft drie functies. Het verdediging van de stad samen met de overige poorten en omwallingen, het toegang geven tot de stad en als sluis. In het Oostelijke toren, die bestaat uit twee ruimtes (Ruimte met spitsboogvormig gewelf en een oudere kamer met booggewelf), is een sluis voorzien die het overtollige water van de Majoorgracht in de Ieperlee liet lopen. De Ieperlee is een kanaal doorheen de stad die loopt onder het Oostelijke vleugel van de Lakenhallen, richting het kanaal Ieper-Ijzer (die in feite ook de Ieperlee heet). De Ieperlee werd overwelft en gebruikt als stad riool. De Westelijke toren bestaat ook uit twee kamers. Een kamer met kruisgewelf en een kamer met booggewelf. De kamer met kruisgewelf werd gebruikt als wachtpost voor de poort. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, zou in de toren de de aanval op 7 juni 1917 voorbereid worden door de stafofficieren van de Britse bevelhebber Plumer. Maar niemand kan bevestigen dat Plumer toen hier bevond. De zaal kreeg de benaming Plumerzaal. Na de oorlog, werd de poort zwaar beschadigd achtergelaten. In 1983 en 1984 werd de poort compleet hersteld met enkele wijzigingen, in opdracht van staatscommissaris Florent van Ommeslaeghe en in 1984 ingehuldigd door minister van Openbare werken, Louis Olivier. De Rijselpoort is nu de oudste nog bewaarde stadspoort van Ieper. De overige poorten, verdwenen voor de oorlog.
  • Rond de stad bevinden zich sinds de middeleeuwen reeds de Ieperse vestingen. Ze werden door Vauban aangepast in 1678. In 1870 werden op de vestingen wandelparken aangelegd. Grote delen van de vestingen rondom de binnenstad zijn nog steeds bewaard. Bij de Rijselpoort ligt op de vestingen het Ramparts Cemetery, een Brits militair kerkhof.
  • In de Rijselstraat staat de Gotisch-Romaanse Sint-Pieterskerk.
  • De Sint-Jacobskerk, oorspronkelijk romaans, werd in de 14de eeuw in gotische stijl omgebouwd. Ook deze kerk werd na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwd.
  • De Sint-Niklaaskerk dateert uit 1180. In 1566 werd ze beschadigd tijdens de beeldenstorm van 1566. In 1794 werd ze opnieuw beschadigd door de Franse revolutionairen. In 1797 verdween de toekomst van de kerk toen ze gesloten, verkocht en gesloopt werd. Maar er werden gauw plannen opgemaakt om een nieuwe kerk te bouwen in de jaren 1800. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de kerk compleet verwoest. Het is een van de meest beschadigde kerken van Ieper (Foto is het resultaat). Na de oorlog werd de kerk heropgebouwd in romano-byzantijnse stijl. In 1995 werd de kerk opgegeven als parochiekerk. Sindsdien dient de kerk als onderwijsmuseum. Op 26 mei 2005 brak brand uit in de kerk. Twee Brandweerlieden raakten gewond. De Brandweer konden de waardevolste spullen uit hte gebouw halen, voor het verloren ging. Hierdoor was de schade minder groter dan men verwacht in de collectie. De brand was moeilijk onder controle te krijgen en de brandweer moest de hele nacht blussen. De dakconstructie werd vernield. Tot in 2007 bleef het museum dicht.
  • Het Sint-Jansgodshuis dateert uit 1555 en doorstond als een van de weinige gebouwen in de stad de verwoestingen van Eerste Wereldoorlog wel. De stichting voor armenzorg van het godshuis gaat reeds terug tot de 13de eeuw. Nu is er het Stedelijk Museum van de stad gevestigd.
  • St-George's Memorial Church is een anglicaans kerkje dat in 1928-1929 werd opgetrokken, als herinnering aan de oorlog.
  • Op de Esplanade staat een kruitmagazijn dat in 1817, onder Willem I, werd gebouwd op de grondvesten van het kruitmagazijn dat in 1684 was opgericht door Vauban maar in 1720 gesloopt. Door de dikke wanden is het de enige gebouw die de Eerste Wereldoorlog heeft overleefd.
  • De talrijke Begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog. Op sommige begraafplaatsen ook Tweede Wereldoorlog strijders zoals Bedfort House Cemetery en Bus House Cemetery.
  • de Verdronken Weiden zijn overstroomde weilanden net buiten de vestingsmuren, ten zuidwesten van de stad. Al jaren is het een natuurgebied met gratis toegang. Vandaag de dag doet het dienst als waterreservoir voor de Ieperse waterdienst. Ieper is een van de weinige steden die zelf voor haar watervoorziening instaat.
  • Vleeshuis is een gebouw bij de Belgische Monument. Vroeger was de voornaamste functie van het Vleeshuis de “verkoopplaats van vlees”, omwille van de hygiëne en de controle. Na de oorlog, werd het gebouw heropgebouwd en gebruikt als oorlogsmuseum, de eerste in de Ieperboog. Nu doet het gebouw dienst als Jeugdontmoetingscentrum en word onder de jongeren beter gekend als de JOC.
  • Vermoedelijk is het Tempeliershuis (Naam afkomstig van de eerste eigenaar Tempeliers) het enige nog bestaande stenen gebouw die dateert uit de Middeleeuwen, ondanks 14-18. In de 13de eeuw werd het gotisch gebouw opgetrokken uit natuursteen, net zoals het Belfort (Bouwtijd: 1200-1230) en de Lakenhallen (Bouwtijd: 1200 en 1304) die ongeveer uit dezelfde periode dateren. De hoeken van de voorgevel zijn bekroond door 2 arkeltorentjes die elk eindigen op een dubbele kruisbloem met een windwijzer. Het zadelkap werd voorzien met een vorstkam en twaalf dakkkapelletjes (Aan beide zijden zes). De zeven traveeën brede gevel is bekroond door een gekanteelde borstwering die versierd is door drielobtraceringen die onderaan eindigen op prachtig gebeeldhoude kraagstenen. De spitsboogvensters hebben ook drielobtaceringen en hebben in de top een driepasboog. België kocht het gebouw op in 1897 en werd onmiddellijk gerenoveerd door Stephan Etienne Mortier. Het werd gebruikt als postkantoor. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, kwam het gebouw zoals alle andere gebouwen in de Rijselstraat onder Duits vuur te liggen. De hele Rijselstraat werd verwoest, uitgezonderd het Tempeliershuis die overeind bleef. Bronnen spreken dat het gebouw na de oorlog werd afgebroken en her op werd gebouwd. Andere bronnen zeggen dat het gebouw hersteld werd. Dus een replica of echt? Dit hoop ik later te vinden. Maar wat zeker vast staat, dat het gebouw compleet identiek werd hersteld/gebouwd zoals het gebouw voor de oorlog. Opnieuw door architect Stephan Etienne Mortier. In 1893 werd het geklasseerd als beschermd monument. In de jaren 90, trok de post uit het gebouw. Sindsdien staat het leeg. Het gebouw is zeker een aanrader wie graag gebouwen wilt bekijken in de stad. Adres: Rijselsestraat 70 8900 Ieper.
  • Twee Pillboxen op de Zuid-Westen gedeelte van de Vestingwallen.
  • Monument van "Nikolaas de Kanonnier": Nikolaas Hoedt is een van de legendes van Ieper uit de 17de eeuw. Hij was in Iprensi (Ieper) zeer gekend vanwege zijn reusachtige lichaam, hij was namelijk 4,60 meter groot. Zijn legende begon vanaf 13 maart 1678, toen de Franse Koning Lodewijk XIV de stad belegerde en zijn hoofdkwartier in nam in de herberg “Het Wieltje”, ten noorden van de stad. In de stad bevonden de Spanjaarden (Zie Hoornwerk van Antwerpen) en was Nikolaas in dienst van de Spanjaarden. Op diezelfde dag, nam Nikolaas een Spaans geschut, plaatste die alleen op de Torrepoort, laadde het geschut met een Spaanse kanonskogel met één hand, richtte het geschut en schoot richting de herberg. Hij raakte 18 lijfwachters en het gewelf waar Lodewijk XIV sliep. Lodewijk XIV overleefde de aanval. Nikolaas vuurde voor een onbekende reden slechts één bal af. Had hij de Koning kon doden, zag de toekomst er anders uit. Paar dagen later konden de Fransen de stad veroveren. Nikolaas kreeg een verzoek om dienst te nemen bij de Fransen. Waarop hij antwoordde: "Ik vecht maar voor één God en één koning". Jaren nadien wou de mensen van de Torrepoort de gebeurtenis doen herleven in een historisch folkloristische stoet waarin Nikolaas de Kanonnier opstapte. De legende verteld dat Nikolaas kanonskogels van op de toren in de menigte schoot. Op diezelfde dag, werd de herberg door Nikolaas in brand gestoken. Hedendaags staat op de plaats van de reeds verdwenen Torrepoort (Locatie: Google Earth: 50°51'19.58"N 2°53'27.03"E - Basculestraat) een monument opgedragen aan Nikolaas de Kanonnier.
  • Middeleeuwse grenspaal: in de donkere gang, door de Lakenhallen en onder het Belfort, staat een oude grenspaal die de jaren overleeft. Het is te bezichtigen bij de poort naar het Oostelijke binnenkoer.
  • Lapidarium: ten Noorden van de Ieperse Sint-Maartenskathedraal, op het Alphonse Vandenpeereboomplein, ligt het Lapidarium. Het stelt weinig voor, maar voor fotografen zou dit een ideaal plaats zijn om oud steen en de boogwerken van de Kathedraal te fotograferen. Het Lapidarium is een kleine site met talrijke 15de-eeuwse Gotische overblijfselen van het 12de eeuwse St-Maartensproosdij. Op de site, zijn nog grafstenen terug te vinden die beschadigd geraakten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar ook nog beschadigde brokstukken van de St-Maartenskathedraal die tijdens de Eerste Wereldoorlog vernield werden.

Links

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Ieper"
Personal tools