/** * */

Hochseefestung Helgoland

Helgoland voor de aanleg van De Duitse versterkingen
Enlarge
Helgoland voor de aanleg van De Duitse versterkingen

Inhoud

Het Eiland

Helgoland is een eiland ongeveer 46 km ten noorden van de Duitse kust. En bestaat uit twee eilandjes: Het bewoonde Helgoland een driehoekig eiland van 1 km² oppervlakte en Dune, een langwerpig eilandje van 0,7 km² oppervlakte. Het grootste deel hiervan bestaat echter uit lage zandduinen en slechts een klein gedeelte ligt op enkele meters boven de zeespiegel. Dune is onbewoond.

De term Helgoland refereert gewoonlijk naar het driehoekige rotseiland. Dit eiland is onderverdeeld in twee gedeelten: het "unterland" en het "oberland". Het unterland ligt vlak boven de zeespiegel en is grotendeels volgebouwd. Het oberland was slechts in de zuidwestelijke hoek bebouwd.

Het oberland is een massieve rots, opgebouwd uit een variant van harde kalksteen. Het ligt 50 to 65 meter boven de zeespiegel en is omringd door steile kliffen. De kliffen hebben op een paar plaatsen een zeer smal zandstrandje aan de voet. Ze zijn onbeklimbaar (behalve voor alpinisten) en de enige verbinding tussen het ober- en unterland was historisch een in de rotsen uitgehakte trap/pad bij het unterland.

Haven

Helgoland biedt ten noorden en ten zuiden van de denkbeeldige verbindingslijn met Dune een ankerplaats voor grote schepen doch deze is amper beschermd tegen de zee. Het unterland zelf bezat voor de vestingsaanleg enkele kleine steigers voor vissersboten.

Geschiedenis

Helgoland heeft een menselijke bewoning gekend die teruggaat tot in het palaeoliticum. In 1807 werd het door de Britten bezet en als uitvalshaven voor lichte oorlogsschepen tegen de Napoleontische kust gebruikt en ook voor kleine smokkelschepen die de "kontinentale blokkade" doorbraken.

Na stijgende Duitse diplomatieke druk en jarenlange onderhandelingen, werd het in 1891 aan Duitsland teruggegeven in ruil voor de kolonie Zanzibar.

Het begin van de Festung

Reeds 7 dagen na de overdracht werd beslist het eiland te versterken tegen een eventuele invasie. Er werd voorzien in drie zware batterijen: een noordelijke bestaande uit twee enkeltorens met 21cm vlakbaangeschut, een middelste groep met 8 kustverdedigingshouwitzers, en een zuidelijk groep, wederom met twee 21 cm stukken vlakbaangeschut in enkeltorens. Voor de nabijverdediging tegen invasies werden 10 37mm Gruson revolverkanonnen voorzien.Dit alles aangevuld met bomvrije magazijnen en manschapsonderkomens en verder alles wat een vesting nodig heeft.

Doorsnede van een houwitzer opstelling
Enlarge
Doorsnede van een houwitzer opstelling


De eerste opdracht was te voorzien in goede verbinding tussen het oberland en het unterland. Hiervoor werd er een steile spoorwegtunnel tussen de twee uitgehakt. In deze tunnel konden spoorwegwagons met een stoomlier naar boven worden getakeld. Ook werd er onderaan de tunnel een aanlegplaats voor vrachtschepen gebouwd om materialen aan te voeren.

De 21 cm en 28 cm batterijen werden gebouwd. We slaan hier een uitgebreide beschrijving over en zullen het fort-eiland verder beschrijven zoals het na vele verdere bouwwerken aan het begin van de eerste wereldoorlog was.

De versterking van het Eiland na 1908

In 1908 werd besloten het eiland te versterken volgens de nieuwste vestingbouwkundige principes en tegen de sterkste vijandelijke schepen. Verder moest er een haven komen naast het unterland om kleine oorlogsschepen te ondersteunen en met alle bijgebouwen, opslagplaatsen en workshops die dit vereiste.

De lange afstandsbewapening werd versterkt met 8 30,5 cm kanons in 4 dubbeltorens opgesteld: 2 aan de noordelijke tip van het oberland (nordgruppe) en twee aan de zuidelijke tip van het oberland (südgruppe). Omdat de bestaande sterk verouderde 21 cm torens op de beste plaatsen stonden, moesten deze verdwijnen. Er werd echter beslist om nieuwe stellingen voor deze torens te bouwen helemaal op de tippen van het eiland om de infrastruktuur reeds aanwezig te hebben om deze later te vervangen door moderne 17 cm dubbeltorens. De vervanging gebeurde echter nooit en de 21 cm torens bleven tot 1918 op hun plaats.

De houwitzerbatterij werd in stand gehouden maar voorstellen om de 28 cm houwitzers door 35 cm of zelfs 45 cm houwitzers te vervangen bleven onuitgevoerd. Wel werden de aandrijfladingen versterkt ter verhoging van het bereik.

Uiteindelijk werd er dan toch besloten de batterij van zwaarder geschut te voorzien: bij Krupp werd in 1912 een 38 cm houwitzer met een bereik van 18 km en een granaatgewicht van bijna 1500kg besteld. Eén prototype hiervan werd vervaardigd in 1913: de 38cm KüstH L 16,5. Dit stuk werd niet op het eiland geïnstalleerd en bleef bij Krupp in een hangar opgeslagen. In 1918 werd aan Krupp gevraagd het affuit aan te passen zodat het als zwaar veldgeschut kon worden gebruikt. Deze aanpassing werd echter niet voor het einde van de eerste wereldoorlog voltooid.

Alles moest beschermd worden door daken en muren van 2 tot 4 meter gewapend beton om de zwaarste beschietingen te kunnen weerstaan en worden voorzien van verscheidene vuurleidingsposten. En verder ook alle infrastructuur nodig voor de vesting. Alles moest verbonden worden door onderaardse gangen. Toen deze voltooid waren kon men via deze gangen beschermd tegen het zwaarste vuur van de noordelijk tip naar de zuidelijke tip gaan.

Dit alles werd verdeeld in 3 groepen: de noordgroep met twee 21 cm kanons, twee 305 mm dubbeltorens nabij de noordtip van het bovenland. De centraal gelegen houwitzerbatterij en de zuidgroep, met dezelfde bewapening als de noordgroep.

De noordgroep, met aanduiding van de verschillende batterijen
Enlarge
De noordgroep, met aanduiding van de verschillende batterijen

Beschrijving van de noordgroep

Nabij de tip van het eiland stonden twee 21 cm kanons in enkeltorens opgesteld op één grote bunker met aangebouwde munitieopslag. Deze was onderaards verbonden met twee enorme bunkers die ieder een 30,5 cm dubbeltoren droegen. Deze laatste waren opgesteld op bunkers met twee verdiepingen bevattende munitiemagazijnen, manschapsverblijven. Verder was er aan de uiterste punt van het eiland een commandostand met observatorium die zowel de noordgroep als de zuidgroep kon instrukties geven. Nabij deze kommandostand waren er twee afstandsmeters met een basis van 6 meter aangebracht.

Een 15 cm kanon was opgesteld naast de groep. Deze had als enige taak het afschieten van lichtgranaten bij nacht. Tijdens de eerste wereldoorlog werden er twee luchtafweerbatterijen ter bescherming van de noordgroep aangebracht: één met 4 QF 1 pounder pom-pom en één met 4 8,8cm kanonnen.

Beschrijving van de houwitzerbatterij

Deze batterij werd in een diepe lange sleuf in de rots ingebouwd in gewapend beton. Enkel de houwitzers waren van boven uit zichtbaar in cirkelvormige kuilen, afgelijnd in gewapend beton. Het betonblok van de batterij was 370 meter lang en had één verdieping. De batterij werd later om vuurleidingsredenen in twee groepen van elk vier howitzers gesplitst. De houwitzers waren onder dunne stalen splintervrije stalen torens opgesteld, daar deze door hun diepgelegen ligging toch niet waar te nemen waren of te raken door vlakvuurgeschut van oorlogsschepen.

Luchtfoto van de houwitzerbatterij, de ronde cirkels zijn de opstellingsplaatsen van de howitzers
Enlarge
Luchtfoto van de houwitzerbatterij, de ronde cirkels zijn de opstellingsplaatsen van de howitzers


Ze waren bedoeld om de dunne dekken van oorlogsschepen te doorboren. Ze konden vuren van 1200m tot 12000m met 2 à 3 schoten per minuut per loop. Tegen het begin van de eerste wereldoorlog konden slagschepen echter van verder het vuur openen, en was deze batterij eigenlijk zinloos geworden, tenzij voor het afslaan van invasiepogingen tegen het eiland. De Batterij was onderaards verbonden met 7 betonnen vuurleidingsstanden.

Verder was de batterij voorzien van zijn eigen watercisternen, krachtcentrale en een 40 meter diepe waterput. In de magazijnen waren 350 granaten per houwitzer voorzien.

Vanaf 1914 werd naast de batterij een 10,5cm BAK kanon opgesteld. Ook werd er een luchtafweerbatterij met 6 stuks 5,2 cm kanonnen opgesteld.

De zuidgroep

In tegenstelling tot de noordgroep was deze uitgevoerd als één reusachtige monolitische bunker met twee verdiepingen welke de vier geschutsopstellingen bevatte. Ook de zuidgroep had een kommandostand die de vuurleiding van zowel noord- als zuidgroep kon op zich nemen, met bijbehorende afstandsmeters. Zowel noordgroep als zuidgroep hadden twee dieselmotoren die de hydraulische druk leverden nodig voor het aandrijven van de geschutstorens (2 x 345pk). Verder waren er dieselgeneratoren voor elektriciteit, geforceerde verluchting en algemene nutsvoorzieningen. De geforceerde verluchting zoog verse lucht aan via pijpen die naar de klifwanden voerden en zorgden voor een totale vervanging van de aanwezige lucht 25 keer per minuut in de geschutstorens, en trager in de rest van het block.

Ook waren er zoals in de noordgroep manschapsverblijven, munitiemagazijen en alle nodige voorzieningen voor een garnizoen. Er waren in de enorme bunker van de zuidgroep echter veel meer centrale diensten voor de vesting aanwezig, en deze groep had dan ook een veel grotere bezetting in oorlogstijd dan de zuidgroep.

Nabij de zuidgroep werden er na 1914 ook luchtafweerbatterijen aangebracht. Eén batterij omvatte 6 stuks QF 1 pounder pom-pom en één 4 8,8cm kanonnen.

de 30,5 cm torens


2 30,5 cm dubbeltorens vuren tijdens oefeningen
Enlarge
2 30,5 cm dubbeltorens vuren tijdens oefeningen

De kanons waren 30,5 cm S.K. L/50 model 1912, de krachtigste stukken geschut op dat moment beschikbaar. (deze waren ook opgesteld op de slagschepen en slagkruisers van de Kaiser, König and Derfflinger klassen) De torens waren rondom met 40 cm pantserstaal beschermd en 12 cm op het dak. (ter vergelijking: de torens op de toenmalige slagschepen moesten het doen met 30 cm op de frontplaat 250mm op zijkanten, 280mm op de achterzijde en 12 tot 8 cm op het dak) Er was een 75 cm dik voorpantster om onderdoorschieten van de torens te voorkomen. De torens waren gevechtsklaar in 1912.

Het bereik was 27 km met een granaat van 405 kg. Het transport van de munitie van magazijn naar toren was volledig electrisch aangedreven. Hierdoor lag de vuursnelheid op 3 schoten per kanon per minuut. Per loop waren er 120 stuks panzergranaten en 75 stuks brisantgranaten voorzien.

Om de 30,5 cm dubbeltorens te installeren, moest de tunnel die het onder- en bovenland verbond vergroot worden.

De 21 cm torens

Deze torens waren eigenlijk verouderd in 1914 en er was gepland deze door moderne 17 cm kanons in dubbeltorens te vervangen, maar dit werd nooit gedaan.

De kanons waren opgesteld in torens met 5cm dikke splinterbescherming. Daarentegen was er een 40 tot 22 cm dik voorpantser. Waarschijnlijk waren de geplande 17 cm dubbeltorens voorzien om een pantser te hebben vergelijkbaar met dat van het voorpantser.

De 21 cm kanons konden 13000 meter ver schieten.

vuurleiding

Naast de twee vuurleidingsstanden, bij de noord en zuidgroep, die het vuur van beide groepen konden leiden, waren er nog talrijke in de kliffen ingebouwde waarnemingsposten. Toen met het verloop van tijd bleek dat het eiland vaak omgeven werd door mist, die echter enkele meters boven de zeespiegel hing, werden er nabij het zeespiegelniveau, waar op dat moment betere waarneming mogelijk was, extra waarnemingsposten aangebracht.

Wegens de hoogte van de kliffen boven de waterspiegel waren er geen hoge torens nodig voor de vuurleiding op lange afstand. Hoewel deze misschien wel nuttig waren geweest als uitkijktorens.

Verder werd er een grote gebetonneerde centrale kommandobunker gebouwd, die in oorlogstijd het bevel over heel het eiland en alle bewapening op zich nam.

De drie groepen waren zo drie onafhankelijke stellingen die volledig operationeel bleven als er schade aan een andere groep werd aangebracht.

Andere gebouwen op het bovenland

Op het bovenland werden een hele rits gebouwen neergezet voor gebruik in vredestijd. Naast de gebruikelijke kazernes, officierengebouwen, kommandantenonderkomens, een oefenbatterij van 6 stuks 7.62 cm geschut (type niet gespecifieerd) en oefenvelden waren er ook ontspanningsmogelijkheden voor het garnizoen en zelfs een casino voor de officieren.

Op de kleine strandjes die het bovenland omringden was een strandverdediging voorzien van 3,7 cm revolverkanonnen. Verder waren er talrijke schijnwerperstanden in de kliffen ingebouwd.

Er was ook een grote gebetonneerde, ingegraven personeelsschuilplaats met ook ondermeer een ziekenhuis. Vanuit de tunnel die het boven-en benedenland verbond was er een uitgebreid onderaards tunnelsysteem uitgehakt, vooral als munitieopslagplaats. Aan de benedeningang van de tunnel en onderaan de trap naar het bovenland werden bunkers met 3,7 cm revolverkanonnen en mitrailleurs gebouwd tegen invasiepogingen.

Verder werden er telegraafkabels naar het vaste land gelegd.

Helgoland na de voltooiing van het grootste gedeelte van de werken
Enlarge
Helgoland na de voltooiing van het grootste gedeelte van de werken


De haven

Zoals in de inleidende paragrafen gezegd waren er twee redes , vrijwel onbeschut en een klein haventje voor de vissers. In de uitbouw tot vesting werd vanaf 1906 een haven voorzien voor kleine oorlogsschepen en duikboten. Deze moest volledig kunstmatig worden aangelegd. Deze was volledig klaar in 1915.

Hiervoor werden er eerst twee grote dijken met een gezamenlijke lengte van 2600 meter als bescherming tegen de open zee gebouwd. Gezien de ondergrond en de sterke stromingen, konden deze niet gebouwd worden door gewoon stenen te storten op de juiste plaats. Daarom werden er ijzeren caissons met een lengte van 25 meter een breedte van 10 meter en een hoogte van 5 tot 11 meter gebouwd, die op de juiste plaats werden afgezonken. Deze werden vervolgens met beton gevuld.

Binnen deze beschutte ruimte werd een gedeelte door opgebaggerde grond opgehoogd boven zeeniveau (4,5 miljoen kubieke meter zand) om de nodige gebouwen voor de zeebasis te ontvangen. Binnen de beschermde kom werden aanlegpieren gebouwd en een klein droogdok (dat pas in 1918 klaar was). De haven was ingedeeld in twee bekkens, één met 75 hectaren oppervlakte en één met 5 hectaren oppervlakte.

Zicht op de haven in 1918
Enlarge
Zicht op de haven in 1918

Er werd een voorraad aangelegd van 10 000 ton stookolie, zoetwater citernen met een inhoud van 6000 kubieke meter en 40 000 ton kolen.

De kleine haven (5 hectaren) werd gebruikt als U-boot haven. Ze kon 26 U-boote bevatten. Dieselaggregaten van in totaal 3600 pk konden de batterijen van 12 u-boten in 18 uur opladen, zodat de motoren van de duikboten zelf konden gespaard blijven of onderhouden worden tijdens hun verblijf in de haven. Voor de duikboten was er een voorraad van 75000 liter smeerolie en 21 000 000 liter dieselolie. Ook was er een torpedo-opslagplaats.

Een gedeelte van de grote haven werd gebruikt als torpedoboot en mijnenveger haven (en ook nog een rits andere kleine oorlogsschepen) met een capaciteit van 70 schepen.

Aan de rand van het havenbekken werden drie hangars gebouwd voor watervliegtuigen. Op het opgebaggerde land werden alle nutsvoorzieningen voor een oorlogshaven gebouwd, grotendeels echter niet gebetonneerd.

Havenverdediging

Ter verdediging van de haven werden vier batterijen gebouwd. deze waren:

  • Batterij westdijk I met 4 stuks 10,5 cm S.K. L/35 geschut
  • Batterij westdijk II met 4 stuks 15 cm S.K. L/45 geschut
  • Batterij westdijk III met 4 stuks 10,5 cm S.K. L/45 geschut
  • Batterij oostdijk met 4 stuks 10,5 cm S.K. L/35 geschut

Deze batterijen hadden magazijnen in beton ingebouwd in de dijken. Per stuk werden er 100 stuks granaten voorzien met een reserve per batterij van 1400 granaten in centrale magazijnen. De kanonnen werden opgesteld achter een 2,5 meter dikke borstwering uit gewapend beton, op 8 meter onderlinge tussenruimte gezet met dwarsmuren ertussen zodat een treffer slechts 1 stuk buiten gevecht zou stellen.

De kanonnen werden niet in torens opgesteld, doch voorzien van 5 cm dikke stalen schilden van het type zoals gebruikt op lichte kruisers (rondombescherming, open vanachter). Verder waren er op de dijken opstellingen met mitrailleurs en 5 schijnwerpers.

Versterkingen op Dune

Wegens het kleine bruikbare oppervlak en het lage niveau van het eiland werden er enkel anti invasiemaatregelen getroffen (stellingen met 3,7cm revolverkanonnen en mitrailleurs). Ook werd er een luchtafweerbatterij met 4 stuks 8,8 cm kanons gebouwd.

Helgoland tijdens de eerste wereldoorlog

Mobilisatie

Reeds voor het uitbreken van de oorlog, werd op 1 augustus 1914 het eiland gemobiliseerd. De bewoners kregen 24 uur om hun spullen te pakken en het eiland te verlaten. Ze zouden er pas in 1918 kunnen terugkeren. Hun huizen waren inmiddels ofwel door troepen gebruikt of gewoon 4 jaar lang niet onderhouden en de bewoners waren niet gelukkig met de toestand waarin ze hun woningen terugvonden.

De mobilisatie werd grondig uitgevoerd. De stranden werden van mijnenvelden voorzien, prikkeldraadversperringen aangelegd. De geschutsstellingen werden bemand. De noord, zuidgroep en houwitzerbatterij bemand (1036 man in de zuidgroep, 210 man in de howitzerbatterij en 376 man in de noordgroep) Veel personeel moest echter nog van het vaste land worden aangevoerd.

Het eiland was voorzien op een oorlogsgarnizoen van 3200 man, doch door het aanbrengen van extra defensieve stellingen en extra havenpersoneel waren er na de mobilisatie meer dan 4000 man aanwezig. Proviand voor 3 maanden kon bomvrij worden opgeslagen. In onbeschermde opslagplaatsen werd er nog eens proviand voor 9 maanden opgeslagen.

De eerste slag bij Helgoland

Tijdens deze slag op 28 augustus 1914 kwamen 4 Britse destroyers binnen vuurbereik van het 30,5 cm geschut dat prompt het vuur opende. De destroyers draaiden onmiddellijk weg. Dit was de enige keer dat het eiland rechtstreeks tegen vijandelijke zeestrijdkrachten optrad. In de verte werden de rookpluimen van de achteropkomende zware eenheden waargenomen.

Britse invasieplannen

De mogelijkheden voor een beschieting van het eiland en eventueel een landing werden onderzocht. De reden voor een landing was dat men dan het eiland zou kunnen gebruiken als vooruitgeschoven basis om de Duitse havens te blokkeren. Dit plan werd echter afgeschreven: Het werd als te riskant geacht gezien de sterkte van het fort. Ook was het maar zeer twijfelachtig of het eiland kon behouden worden en bevoorraad zo vlak voor de Duitse kust. Verder kon men er zeker van zijn dat bij een eventuele succesvolle invasie de Duitse troepen op het laatste moment alle nutsvoorzieningen zouden opblazen en het eiland als basis onbruikbaar maken.

Het eiland als U-boot basis

Een U-boot flotielje gestationeerd op Helgoland
Enlarge
Een U-boot flotielje gestationeerd op Helgoland

Doorheen de oorlog werd het eiland als u-bootbasis gebruikt. Het had het voordeel tegenover de havens op het vaste land dat het altijd ijsvrij was. Zo waren in december 1917 en januari 1918 de havens op het vasteland dichtgevroren en opereerden de u-boten enkel vanuit Helgoland. In deze twee maanden brachten deze duikboten schepen met een waarde van 30 miljoen pond tot zinken wat bijna evenveel was als de 35 miljoen pond die Duitsland in de bouw van het fort en haven had geïnvesteerd. (Noot: deze prijs komt ongeveer overeen met 1 dreadnought van de Nassau Klasse.)

Het eiland als vliegtuigbasis

Doordat er geen plaats was voor een startbaan konden enkel watervliegtuigen gebruikt worden. Doch men won 65 km vliegbereik voor verkenningsopdrachten boven de Noordzee.

Het einde: 1918-1922

Een clausule in het Verdrag van Versailles bepaalde dat onder geallieerd toezicht alle versterkingen op het eiland moesten vernietigd worden. Ook de dijken van de havens moesten grotendeels verwijderd worden. Dit werd, vooral onder toezicht van de Britse marine, tussen 1918 en 1922 gedaan.

Tijdens het Nazi-regime

Tijdens het Nazi regime werd het eiland weer als versterking uitgebouwd, doch lang niet zo grondig als de vesting uit de jaren 1892-1918. De hoofdbewapening bestond uit 3 30,5 cm kanons van hetzelfde type als voorheen, doch in licht gepantserde opstellingen opgesteld. Verder was er een batterij 17 cm geschut. Het werd gebruikt als basis voor lichte zeestrijdkrachten (vooral kleine torpedoboten en mijnenvegers). Er werd echter een zeer sterke luchtafweerbewapening van 8,8 cm, 10,5 cm en 12,8 cm batterijen voorzien. Daarom werden Britse en Amerikaanse bommenwerpers meestal om het eiland heen geleid. Toch werden er nog een aanzienlijk aantal bommenwerpers neergeschoten.

Dune werd met aanzienlijke hoeveelheden opgespoten zand vergroot tot meer dan 4 maal zijn oorspronkelijke oppervlakte en er werd een luchthaven met twee betonnen start- en landingsbanen op gebouwd voor een escadron jachtvliegtuigen. Deze luchthaven is tegenwoordig nog steeds in gebruik voor recreatiedoeleinden.

Er was een enorm ambitieus project om met kilometerslang dijken en enorme oppervlakten opgespoten grond de basis uit te bouwen als hoofdhaven voor de kriegsmarine (7,5 km lang en 3,5 km breed), doch dit werd als te duur beschouwd en de plannen bleven in de koelkast.

Na de tweede wereldoorlog was Groot-Britannië het eiland beu en besloot men het op te blazen. Hiervoor werden 6500 ton springstoffen aangebracht, die tegelijk werden opgeblazen. Dit was misschien wel de grootste niet nucleaire explosie uit de geschiedenis. De kracht bleek nog echter nog veel te zwak. Het eiland veranderde wel van vorm en nu is er naast het ober- en unterland ook nog een mittelland tussen de twee in.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Hochseefestung_Helgoland"
Personal tools