/** * */

Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1918

Aan het westelijke front diende zich in 1918 de laatste kans voor de Duitsers aan de oorlog alsnog in hun voordeel te beslissen. Vrijgekomen troepen van het oostelijk front werden ingezet voor de alles-beslissende aanval in het westen. En er moest worden toegeslagen voordat Amerikaanse versterkingen ervoor zouden zorgen dat de Entente een overwicht kreeg.

Bij het aanbreken van de lente in 1918 begon de Grote Slag in Frankrijk. De Duitsers wierpen 193 divisies in de strijd – eind april 198; 36 divisies en 13 gemengde brigades bleven aan het oostelijk front, en in Macedonië en Turkije elk één divisie. Er werd rekening gehouden met 15 Amerikaanse divisies, doch dat waren er op dat moment slechts zes – nog geen 300.000 man. Langs de Somme hadden de Duitsers een meerderheid van 3 tegen 1 ten opzichte van de Britten en daar lag aanvankelijk het zwaartepunt van hun offensief. Ze pasten hier de strategie toe die hen aan het oostelijk front en bij Caporetto succes had opgeleverd, die van de voortdurende beweging en het insluiten van de tegenstander als voorloper van de latere 'Blitzkrieg'.

Het offensief opende over een 70 km breed front tussen Arras en La Fère. In slechts vier dagen tijd vorderden ze 27 km en was Péronne, een jaar eerder door hen ontruimd, weer in hun bezit en bedreigden ze Amiens. Er werd gebruik gemaakt van langeafstandskanonnen (Paris Kanone)met een bereik van 100-120 km die Parijs met 20 cm-granaten beschoten om het moreel van de bevolking te breken. Op 23 maart ontplofte het eerste projectiel vlak bij het Gare de l'Est in Parijs; de drie dagen daarna werden er nog een honderdtal afgevuurd. De beschietingen hielden pas op toen het Duitse offensief stokte.

De Franse maarschalk Ferdinand Foch (1851-1929).
Enlarge
De Franse maarschalk Ferdinand Foch (1851-1929).

Hoewel de Grote Slag in Frankrijk voor de Duitsers eindigde met een groot tactisch succes, werd het strategische doel niet bereikt. Het 17de Duitse leger onder von Below, dat tussen Arras en Albert de beslissing moest forceren, boekte niet het gewenste resultaat, terwijl de doorbraak naar Amiens (door het 2de leger) gelukt leek. De Duitse legerleiding (lees Ludendorff) liet de tactische uitdaging om een wig tussen het Franse en het Engelse leger te drijven echter prevaleren boven de uitschakeling van het Britse leger. Het Britse 5de leger was zo goed als vernietigd, en onenigheid tussen de Fransen en de Engelsen over de inzet van reserves verhinderde een gecoördineerde verdediging. De controverse werd ten slotte beëindigd door de benoeming van de latere maarschalk Foch als coördinator en later opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten. Door op het laatste moment alle beschikbare reserves in te zetten kwam de Duitse opmars op 5 april, 10 km voor Amiens tot stilstand. De Duitsers waren over een 75 km breed front 60 km opgerukt. De Britten hadden 160.000 man verloren; de Fransen meer dan 200.000. Maar de Brits-Franse eenheid was hersteld.

Als voetnoot kan hieraan worden toegevoegd worden dat het falen van het Duitse offensief verschillende (buiten het krachtdadig optreden van de geallieerden onder leiding van Foch) redenen had: Ten eerste hadden de Duitse troepen onvoldoende gemotoriseerd vervoer om begeleidende artillerie en voorraden mee te voeren. Dus de infanterist kon wel oprukken, maar raakte zijn vuursteun en logistiek kwijt. Ten tweede eenmaal door de geallieerde linies doorgebroken bevond de infanterist zich terug op open terein, waar hij vaak geen bescherming had. Zo werden aanvallen lokaal vaak opgehouden of zelfs gebroken door een enkele batterij geschut vurend over open vizieren of enkele mitrailleurs (soms zelfs een tankbemanning wiens tank onklaar geraakt was en die de mitrailleurs had gedemonteerd en daarmee een stelling verdedigde). Daarbij kwam nog dat de nieuwe taktieken wel efficiënt waren in het doorbreken van geallieerde defensieve lijnen, doch toch nog steeds zeer kostbaar waren in termen van hoog opgeleide en getrainde veteranen. Zo was een ratio van ongeveer 1:1 Duitse/geallieerde dode of gewonde soldaten niet ongewoon. De geallieerden konden hun verliezen vervangen met vers gearriveerde Amerikaanse troepen, de Duitsers niet. Verder was er nog het feit dat aanvallen vaak langtijdig onderbroken werden wanneer Duitse soldaten geallieerde voorraaddepots buitmaakten. De half uitgehongerde mannen stonden plots in wonderland: Vlees, kaas, wit brood, en vooral wijn of rum lagen voor het grijpen en de manschappen die deze zaken al jaren hadden moeten ontberen sloegen liever aan het schranzen en drinken dan te denken aan het voortzetten van de aanval.

Op 9 april volgde de tweede Duitse aanval, ditmaal bij Armentières tussen Warneton en La Bassée over een 40 km breed front door 85 divisies in de richting van de Kanaalkust. De aanval liep dood aan de voet van de Vlaamse heuvels op het bezit waarvan alles aankwam. Slechts de Kemmelberg werd op 25 april veroverd. Ook Ieper bleef in Britse handen. Om de aandacht van de tegenstander af te leiden van het onbeweeglijke en met reserves overvolle front, deed Ludendorff met het 7de en 1ste leger een aanval op de Chemin-des-Dames tussen Soissons en Reims. De verraste geallieerden werden op 27 mei tot aan de Vesle en in de daarop volgende dagen tot aan de Marne teruggedrongen. Maar Reims en de verdediging bij Compiègne – Villers – Cotterêts hielden stand.

De geallieerden bleven ondanks alles echter geloof in de eindoverwinning houden. Foch kreeg altijd gelegenheid, om zijn reserves in te zetten. Omdat het Britse front nog te sterk was om een grote aanval op Vlaanderen te wagen, besloot Ludendorff de afleidingsaanval aan twee kanten van Reims te herhalen (→ Tweede Slag aan de Marne). Maar de geallieerden kwamen er vroegtijdig achter en trokken hun troepen uit de voorste linie terug. De Duitse aanval van 15 juli stiet daardoor eerst op een leeg terrein en vervolgens op een versterkte afweer. Het gelukte alleen de Marne over te steken. Ludendorff brak de slag af en beval thans onverwijld over te gaan tot voorbereiding van de hoofdaanval op Vlaanderen. Maar onverwacht voerde het reserveleger van Foch met 321 tanks bij Villers – Cotterêts een flankaanval uit op het door een griepepidemie aangetaste 7de en 9de Duitse leger, Ludendorff moest het initiatief uit handen geven en de voorgenomen aanval op Vlaanderen afbreken. Reeds begin augustus 1918 waren de verliezen van de helft van 10 divisies zo hoog, dat ze niet meer konden worden aangevuld, terwijl de geallieerden er maandelijks 250.000 Amerikanen bijkregen.

Op 8 augustus al volgde de tweede tegenaanval van Fransen en Britten, nu tussen Ancre en Avre. Door de massale inzet van tankeenheden, waar de Duitsers niets passends tegenover konden stellen, werden zeven Duitse divisies volledig vernietigd. Dit was de dag waarop de oorlog door de Duitsers werd verloren. Een vredesvoorstel van Duitse zijde, dat in het Duitse hoofdkwartier in Spa was voorbereid, was zinloos geworden evenals bemiddelingspogingen door neutrale staten.

In een reeks ononderbroken aanvallen drongen de geallieerden de Duitsers in een maand terug naar de Siegfriedlinie (8 sept.), naar Chauny, Bapaume en Albert (21 aug.) en naar de linie Arras-Cambrai (2 sept.). Op 12 sept. viel het Amerikaanse leger onder Pershing de vooruitgeschoven Duitse stelling bij St.-Mihiel aan, nog voordat de ontruiming daarvan geheel had plaatsgevonden.

Engelse soldaten trekken 10 oktober 1918 het zwaar verwoeste Cambrai binnen.
Engelse soldaten trekken 10 oktober 1918 het zwaar verwoeste Cambrai binnen.
Eind september begon Foch een groot offensief tussen de Maas en de zee. De Duitsers werden langzaam maar zeker steeds verder teruggedrongen. Hindenburg en Ludendorff besloten op 28 sept. de geallieerden een vredesvoorstel te doen op basis van het door de Amerikaanse president Wilson begin 1918 geformuleerde Veertienpuntenplan. Maar daarover ontstond in Duitsland een regeringscrisis, wat diplomatieke stappen danig vertraagde. Op 4 oktober ten slotte werd de betreffende nota door de Duitse rijkskanselier, Prins Max van Baden, aan Wilson toegezonden.

Intussen ging de strijd aan het westelijke front gewoon door. De Duitsers trokken zich gegroepeerd terug van de Vlaamse kust naar de Leie en van de Siegfriedlinie naar de Hermann-Hunding-linie (Tournai-Rethel-Verdun) en van daar uit op 4 nov. verder naar de linie tussen Antwerpen en de Maas. De notawisseling tussen Wilson en de Duitse regering maakte al snel duidelijk dat aan de wapenstilstand zeer zware eisen verbonden werden: de keizer moest uit al zijn functies worden ontheven, de wetgeving moest worden veranderd en de onderzeebootoorlog moest worden stopgezet. Foch verzette zich tegen een wapenstilstand omdat hij van een Amerikaanse aanval bij Metz, die 12 nov. zou plaatsvinden, alsnog de ineenstorting van het Duitse front verwachtte. Maar de toestand was op politiek en economisch terrein in Duitsland al zo hopeloos, dat de wapenstilstand onvoorwaardelijk ondertekend moest worden. En zulks geschiedde, gelijk bekend, in een treinwagon te Compiègne, zo'n 60 km ten noordoosten van Parijs, waarna om 11 uur 's morgens op 11 november 1918 de wapenstilstand van kracht werd.

In Brest-Litowsk duurden de vredesonderhandelingen tussen de Russen en de Centrale Mogendheden voort. De bolsjewieken probeerden de besprekingen eindeloos te rekken in de hoop dat ook in Duitsland de revolutie zou uitbreken. Om hen onder druk te zetten hervatten de Duitsers de oorlog; Lijfland en Koerland werden bezet, ze trokken de Oekraine binnen en drongen door tot de Krim en de Kaukasus. St. Petersburg lag onder handbereik en Lenin verplaatste de regering naar Moskou. Op 3 maart 1918 was het vredesverdrag van Brest-Litowsk ten slotte na aanvankelijke Russische aarzeling door alle partijen ondertekend. De Duitsers begonnen hierna hun divisies naar het westelijk front te verplaatsen, tot hun troepenmacht in Oost- en Zuidoost-Europa tot ongeveer 1 miljoen man geslonken was. Enige duizenden daarvan ondersteunden Finland in zijn strijd om onafhankelijkheid.

Niet dat de rust in Rusland nu was teruggekeerd, want het door de oorlog geteisterde voormalige tsarenrijk was nog steeds verwikkeld in een onderlinge strijd tussen de bolsjewisten en hun tegenstrevers. Dan was er nog sprake van een geallieerde militaire missie zonder duidelijke doelstellingen waaraan werd deelgenomen door Engelsen, Fransen en Amerikanen die via Moermansk en Archangelsk in het voorjaar van 1918 Rusland binnendrongen waarbij zich een bont gezelschap van vrijheidsstrijders voegde dat ten eigen bate aan de operaties, die tot augustus 1919 duurden, deelnam. In het verre oosten trokken Japanners en Amerikanen Siberië binnen voor een actie die niet zozeer stabiliteit beoogde, als wel op onderling wantrouwen berustte. De Amerikanen trokken zich pas in april 1920 terug.

Op 15 juni 1918 begonnen de Oostenrijkers een dubbeloffensief vanuit Trient en langs de Piave om de spoorwegknooppunten Verona, Vicenza en Padua in handen te krijgen. Ze maakten wat onbeduidende vorderingen, maar werden door de Italianen, die werden aangemoedigd door het verloop van de strijd in Frankrijk en versterkt waren met drie Britse en twee Franse divisies en met een regiment Amerikanen, vanaf 24 oktober teruggedrongen. Bovendien moesten de Oostenrijkers vechten tegen deserteurs; zo hadden de Italianen ook een Tsjechisch regiment in hun gelederen. Britse en Franse stoottroepen vestigden bruggehoofden langs de Piave. De slag bij Vittorio Veneto (28-30 okt. 1918), die hierna werd geleverd, liep op een ordeloze terugtocht van de Oostenrijkers uit. Het front stortte geheel in en de Italianen drongen door tot ver achter de Isonzo. Op 4 november werd een wapenstilstand gesloten.

Op 15 september 1918 brak het Bulgaarse front in Macedonië onder een aanval van het inmiddels tot 550.000 man aangegroeide geallieerde Oriëntleger. De Bulgaren, toch 430.000 man sterk maar gedemoraliseerd, hadden al besloten niet langer dan deze dag, precies drie jaar na de Bulgaarse mobilisatie, door te vechten. Reeds 29 sept. sloten zij een afzonderlijke wapenstilstand, terwijl de geallieerden via Nisj tot aan de Hongaarse grens opdrongen.

Op 19 september 1918 was het ook gedaan met de Turkse tegenstand in Palestina onder een Britse aanval tussen Jaffa en Haifa. Een terugtocht via Damascus en Aleppo (26 okt.), die veel weg had van een vlucht, volgde. Daarop stortte ook het front in Mesopotamië, dat van alle verbindingen werd afgesneden, in. Op 30 okt. 1918 werd door Turkije een afzonderlijke wapenstilstand aan boord van een Brits slagschip in de Baai van Mudros gesloten.

Ter zee kregen de geallieerden steeds meer vat op de onbeperkte Duitse onderzeebootoorlog, hoewel in maart 1918 nog 342.000 ton aan scheepsruimte verloren ging. Nadien kwamen de maandelijkse verliezen nooit meer boven de 300.000 ton uit. Geen enkel Amerikaans troepenschip ging tijdens de overtocht naar het westelijke front verloren. Methodes om Duitse onderzeeboten op te sporen werden steeds verfijnder. Tijdens de gehele Eerste Wereldoorlog werden 178 Duitse onderzeeërs vernietigd.
Een poging van de Engelsen om de Duitse U-Boot-bases in Zeebrugge en Ostende te blokkeren (22-23 april) liep bij Ostende op een mislukking uit; de Engelsen verloren bijna 600 man aan gesneuvelden en gewonden.

In de laatste Duitse kolonie, Duits Oost-Afrika, legde de commandant van het Duitse koloniale leger, v. Lettow Vorbeck op 15 nov. 1918 de wapens neer als gevolg van de wapenstilstand in Europa. Maar hij had zich nooit overgegeven en – dat was al helemaal bijzonder – was ook niet in de steek gelaten door de inboorlingen die het merendeel van zijn kleine legermacht vormden.

Data 1918

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz., A = Amerika (Ver. Staten) enz.

Westelijk front - Duitse offensieven 1918: 21 mrt.-6 apr. De Grote Slag in Frankrijk (D nemen Bapaume, Péronne, Moreuil en Montdidier in) ... 21-23 mrt. D doorbraak tussen Arras en La Fère ... 24 mrt. D nemen Bapaume, Noyon, Chauny in ... 4 apr. D breken aanval op Amiens af ... 23 mrt. D beginnen Parijs te beschieten ... 9-29 apr. Slag aan de Lys bij Armentières (2de D offensief) ... 10 apr. D nemen Estaires, Hollebeke en Messines in ... 12 apr. D nemen Armentières, Merville, Bailleul en Wytschaete in ... 25 apr. D bestormen de Kemmel ... 24-26 apr. Slag bij Villers-Bretonneux ... 26 mei-5 juni Slag bij Soissons en bij Reims (3de D offensief) ... 27 mei D veroveren Chemin des Dames en overschrijden de Aisne ... 29 mei D nemen Soissons in ... 9-25 juni Slag bij Montdidier en bij Noyon (4de D offensief) ... 15 juli-4 aug. 5de D offensief bij Reims.

Westelijk front - tegenoffensieven geallieerden 1918: 18 juli Begin van F-A offensief uit het bos Villers-Cotterêts ... 20 juli D ontruimen zuidelijke Marneoever ... 2 aug. D ontruimen terr. zuidelijk van Vesle ... 8 aug. E doorbraak in richting Péronne ... 9-18 aug. D terugtocht tussen Oise en Ancre ... 20 aug.-9 sept. D terugtocht naar de Wodan- en Siegfriedlinies ... 20 aug. E offensief richting Bapaume ... 22 aug. D terugtocht achter de Ailette ... 26-27 aug. E offensief tussen Arras-Cambrai ... 30 aug. E offensief bij Arras ... 31 aug. D ontruimen Kemmel en Lyssector ... 1 sept. E bezetten Péronne ... 12 sept. D offensief tegen Verdun en Pont-à-Mousson. Ontuiming St.-Mihielsector ... 26 sept. Groot geallieerd offensief van Vlaanderen tot Reims. Algehele D gegroepeerde terugtocht ... 1 nov. D ontruimen Valenciennes ... 4 nov. D betrekken de Antwerpen-Maasstelling ... 5 nov. A trekken de Maas over bij Dun ... 11 nov. Wapenstilstand.

1918 - Rusland stort in (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 10 febr. Vredesonderhandelingen te Brest-Litowsk worden afgebroken ... 18 febr. Begin D opmars ... 20 febr. Wenden, Dünaburg en Luzk bezet ... 21 febr. Hapsal vanuit eiland Moon bezet, Minsk bezet ... 22 febr. Dubno bezet ... 24 febr. Dorpat, Pskow en Shitomir bezet ... 25 febr. Reval (Tallinn) bezet ... 1 mrt. Kiew veroverd ... 3 mrt. Narwa veroverd ... 3 mrt. Vrede met Sowjet-Rusland ... 3 mrt. Begin Finse operatie, bezetting Äland-Eil. ... 14 apr. Helsingfors (Helsinki) veroverd ... 29 apr.-3 mei Slag bij Tavastehus ... 1 mrt. Begin bezetting Oekraine en Krim tot Charkow en Rostow ... 13 mrt. Odessa bezet ... 17 mrt. Nikolajew bezet ... 20 mrt. Cherson bezet ... 3 apr. Jekaterinoslaw (Dnjeprotrowsk) bezet, 8 apr. Charkow ... 1 mei Sebastopol bezet, 8 mei Rostow aan de Don ... 7 juni-2 febr. 1919 Expeditie naar de Kaukasus ... 15 nov. Ontruiming Lijfland, de Oekraine en de Krim ... 7 mei Vrede van Boekarest tussen Centralen en Roemenië.

1918 – Italië en de Balkan: 10 juni-10 juli Entente-offensief in Albanië ... 30 juli O tegenoffensief ... 15 juni Begin laatste O offensief aan de Piave ... 21-23 juni Terugtocht over de Piave ... 15 sept. Bulgaars front bezwijkt ... 22 sept. Scheiding tussen Bulg. troepen en troepen v.d. Centralen ... 29 sept. Wapenstilstand Bulgarije ... 24 okt. Begin van groot I offensief ... 28 okt. Doorbraak I bij Vittorio Veneto. Ontbinding van het Oostenrijks-Hongaarse leger. ... 3 nov. I bezet Trient en Triest ... 4 nov. Wapenstilstand van Padua.

1918 – De strijd in Voor-Azië: Mrt. Turkse opmars naar Kaukasië: 12 mrt. Bakoe bezet, 13 apr. Batoem, 26 apr. Kars ingenomen ... 13 apr. Nwe. opmars E in Mesopotamië tot Kerkoek ... 3 mei E aanval bij Es Salt ... 18 sept. E F offensief in Palestina. Doorbraak Turkse front tussen Jordaan en zee. Volledige Turkse terugtocht ... 26 sept. Nabloes bezet ... 30 sept. Damascus bezet ... 6 okt. F nemen Beiroet in ... 26 okt. Aleppo bezet ... 30 okt. Wapenstilstand van Turkije.

1918 – De oorlog ter zee: 22-23 apr. Aanval E vloot op Ostende en Zeebrugge ... 10 mei E poging tot versperring Ostende ... 20 okt. Beëindiging onderzeebootoorlog tegen passagiersschepen.

1918 – De oorlog in de koloniën: 2 nov. Lettow-Vorbeck valt Rhodesië binnen ... 15 nov. Wapenstilstand.

Hiervóór: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1917
Hierna: Het einde van de Eerste Wereldoorlog

Voor kaarten van de frontlinies zie De Eerste Wereldoorlog - fronten.
Een literatuuropgave staat vermeld in het laatste deel van deze cyclus:
Het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Personal tools