/** * */

Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1917

De geallieerden namen hun offensief, dat in het najaar van 1916 was afgebroken, in het voorjaar van 1917 weer op. Aan het westelijke front hadden zij een numeriek overwicht: de Fransen door de massale aanvoer van troepen uit hun koloniën in Noord-Afrika, de Engelsen door de in 1916 ingevoerde algemene dienstplicht. Daarbij kwam de feitelijke oorlogsverklaring (6 april) van de Verenigde Staten aan Duitsland, hoewel die aanvankelijk nog niet tot een daadwerkelijke deelname van de Amerikanen aan de oorlog leidde. Er waren zelfs enkele Russische brigades bij, ofschoon die niet echt bijdroegen aan de geallieerde gevechtskracht en meestal hinderlijk in de weg liepen. Maar begin 1917 kon de Entente vier miljoen soldaten in het veld brengen, terwijl het in de Sommeslag verzwakte Duitsland daar slechts 2½ miljoen krijgers tegenover kon stellen.

Het vredesaanbod dat de Centrale Mogendheden op 12 dec. 1916 aan de Entente hadden gedaan, had hun positie in militair noch in moreel opzicht versterkt, evenmin als de proclamatie van het koninkrijk Polen (5 nov. 1916) voor stabilisatie in het oosten zorgde. Daar kwam nog bij, dat het Duitse opperbevel langzamerhand overal alleen voor kwam te staan: de Oostenrijks-Hongaarse monarchie (waar de opvolger van de 21 nov. 1916 gestorven keizer Franz Joseph, keizer Karl, generaal Conrad von Hötzendorf het opperbevel had ontnomen) dreigde ten onder te gaan aan innerlijke tegenstellingen en militaire zwakte. Van de andere bondgenoten, Bulgarije en Turkije, mocht niet meer verwacht worden dan dat zij voor lijfsbehoud streden. Onder deze omstandigheden was het verklaarbaar dat de Duitsers kozen voor een defensieve opstelling in Frankrijk, ondersteuning van Oostenrijk tegen Italië en wat de strijd ter zee betrof, besloten tot een ongelimiteerde onderzeebootoorlog.

De opvolger van Joffre, generaal Nivelle, een snoever, wilde met een groot offensief de Duitse saillant Noyon veroveren, iets wat de geallieerden al drie jaar lang vergeefs geprobeerd hadden. Maar Ludendorff was hem voor: de Duitsers ontruimden (febr.-mrt. 1917) de saillant zelf om zo het front te verkorten en trokken zich terug achter de zogeheten Siegfriedlinie (door de geallieerden "Hindenburglinie" genoemd), een bijzonder sterke en overzichtelijke stelling, die de Duitsers 13 divisies uitspaarde. De saillant van Noyon lieten ze achter volgens het principe, dat de Russen in de Tweede Wereldoorlog alom zouden toepassen, dat van de verschroeide aarde. Alles wat de vijand van nut kon zijn, werd vernield, zodat er slechts een met landmijnen bezaaide woestenij achterbleef.

Begin april 1917 begon een Brits/Canadees korps aan een offensief bij Arras, waar de noordwestkant van de Siegfriedlinie aan de heuvelrug van Vimy grensde. Het begon met een bombardement dat een week duurde en waarbij bijna 100.000 ton aan munitie werd verschoten. Na een maand waren de aanvallers 5 km gevorderd, maar ten koste van een verlies van 85.000 man; de Duitsers verloren ca. 70.000 man aan doden, gewonden en gevangenen.

Aan het grote Franse offensief van Nivelle in Champagne, dat 16 april begon, namen liefst vier Franse legers (54 divisies) deel over een 80 km breed front tussen Soissons en Reims. Het verhaal gaat, dat de Fransen ruim 10 miljoen granaten op de Duitse stellingen afvuurden, maar de zo begeerde 'definitieve doorbraak' bleef uit. De Chemin des Dames werd weliswaar door de Fransen veroverd, doch dit ging ten koste van 20.000 man. Het eindeloze bloedvergieten zonder merkbaar resultaat werkte demoraliserend op de Franse soldaten en ze sloegen aan het muiten alsof het virus van de Russische Revolutie reeds op hen was neergedaald. Nivelle werd ontslagen en opgevolgd door de 'Held van Verdun', Pétain, die bij zijn troepen op een groot moreel gezag kon bogen. Hij legde zijn oor te luisteren bij zijn mannen; stond open voor hun klachten. Nadat de rust was hersteld, het vertrouwen in de leiding was herwonnen en 50 oproerkraaiers (van de 554 die ter dood waren veroordeeld) waren geëxecuteerd, kon de oorlog worden hervat.

De Fransen waren oorlogsmoe, de hoofdlast kwam op de schouders van de Engelsen te rusten en het wachten was op de inzet van Amerikaanse troepen nu aan het oostelijk front de strijd door de Russische Revolutie vrijwel was beslecht en Duitse eenheden vrijkwamen voor het westelijk front.

Op 7 juni begon een Engels offensief in Vlaanderen met de saillant van Ieper als voornaamste doelwit. De operaties vonden zelfs ondergronds plaats door het graven van tunnels. Op deze wijze werd de heuvelrug van Mesen/Wytschaete veroverd door explosieven onder de Duitse loopgraven tot ontploffing te brengen. De eigenlijke Slag in Vlaanderen (de derde bij Ieper) begon pas 22 juli. De Britten vielen aan met 18 divisies. De Duitsers verdedigden zich met mosterdgas en zetten zelfs vliegtuigen in. Eindelijk, op 6 november, konden de Canadezen de heuvelrug van Passchendaele bezetten. Maar het front was niet doorbroken en de Britse verliezen waren enorm, ca. 400.000 man; de Duitsers half zoveel.

In augustus begonnen de Fransen een offensief bij Verdun en kregen de strategische heuvels bij deze plaats (Toter Mann, 304 enz.) in handen, die door de Duitsers waren verlaten. Bij Cambrai voerden de Britten eind nov. / begin dec. 1917 een aanval met ruim 300 tanks uit op de Duitse Siegfriedlinie, maar het merendeel van de tanks bleef in de modder steken en haalde de achterste Duitse linie niet of werd door Duits vuur uitgeschakeld. Een groot deel van het terrein werd echter al snel door de Duitsers terugveroverd.

Aan het oostelijke front maakte de Februarirevolutie van 1917, die voorafging aan de nog bekendere Oktoberrevolutie van 1917, een einde aan het tsaristische bewind in Rusland, en bracht Kerenskij aan de macht, leider van de socialisten en van de voorlopige regering, met generaal Broessilow als opperbevelhebber van de strijdkrachten. Op aandringen van de Entente begon Kerenskij in juni een offensief in Galicië. In de eenheden was inspraak ingevoerd, er waren arbeiders- en soldatenraden en iedere discipline ontbrak. De tegenstand hield ook niet over: een verzwakt Oostenrijk, en enkele Duitse en Turkse divisies. Maar in het zuiden tegen de Oostenrijkers rukte een gecombineerde Russisch-Roemeense legermacht een dertigtal kilometers op. De opmars was echter van korte duur; bij het eerste het beste tegenoffensief van Duitse troepen in Galicië stortte het hele Russische front ineen. Drie maanden later was heel Galicië gezuiverd. Om Kerenksi onder druk te zetten overschreed het 8ste Duitse leger in het noorden de Düna en trok op 3 september Riga binnen, zonder op noemenswaardige Russische tegenstand te zijn gestuit. In oktober bezetten de Duitsers nog de eilanden Ösel (Saaremaa) en Dagö (Hiiumaa) die de Golf van Riga afsluiten en bedreigden aldus St. Petersburg (genoemd naar de apostel Petrus, niet naar Peter de Grote, in 1914 omgedoopt in het minder Duits klinkende Petrograd, in 1924 wederom van naam veranderd).

De Duitse keizer Wilhelm II in een entre-nous met de nieuwe Oostenrijkse keizer Karl I
De Duitse keizer Wilhelm II in een entre-nous met de nieuwe Oostenrijkse keizer Karl I

Nu stortte Rusland, of wat daarvan nog restte als eenheidsstaat, ook politiek in; in St. Petersburg brak de zogeheten Oktoberrevolutie (7-8 november 1917 nieuwe tijdrekening/Gregoriaanse kalender) uit; het Winterpaleis (thans onderdeel museum Hermitage) werd bestormd en de bolsjewieken Lenin en Trotski grepen de macht, Kerenskij wist te ontsnappen, eerst naar Frankrijk, daarna naar de Verenigde Staten. De revolutie sloeg aan; Trotski opende besprekingen met de Duitsers om de oorlog te beëindigen. Op 15 dec. 1917 werd een wapenstilstand van kracht en een week later kwamen delegaties van Rusland en de Centrale Mogendheden in Brest-Litowsk (d.i. Brest in Litouwen in tegenstelling tot het Franse Brest) bijeen om de vredesvoorwaarden te bespreken.

In mei 1917 ondernam het geallieerde Oriëntleger een aanval op Oostenrijkse stellingen aan het Macedonische front bij het Presbameer op de grens met Albanië, maar het offensief liep dood. Onder druk van de geallieerden, die tot nog toe zonder duidelijk mandaat op Grieks grondgebied geopereerd hadden, verklaarde Griekenland Duitsland, Bulgarije en Turkije op 29 juni 1917 formeel de oorlog (in werkelijkheid werden slechts de diplomatieke betrekkingen verbroken).

Oostenrijk kon door de Russische Revolutie troepen vrijmaken om het Italiaans-Oostenrijkse front te versterken, maar de Italianen hervatten de strijd bij de Isonzo, waar van 14 mei - 6 juni voor de 10de maal slag werd geleverd. Hun succes was gering, en tot overmaat van ramp gaven ze zich met grote aantallen tegelijk over aan de Oostenrijkers. Ze bleken aangetast door het virus van de rode revolutie dat door Europa waarde. Een aanvankelijke doorbraak van het Italiaanse 2de leger in de 11de Slag bij de Isonzo (aug./sept. 1917) verliep eveneens toen het virus ook hier toesloeg.

Duitse ondersteuning van de Oostenrijkse posities leidde in de twaalfde en laatste Isozoslag, waar 40 Italiaanse divisies vanaf 24 oktober 1917 streden tegen 35 Oostenrijks-Duitse divisies (7 Duitse onder generaal Otto von Below) tot het terugwinnen van het terrein dat de Italianen in de voorgaande elf slagen stukje bij beetje hadden veroverd. Halverwege die eerste dag waren de Duitsers al de Isonzo over en was het 2de Italiaanse leger bij Caporetto zo goed als vernietigd: de grootste ramp uit de Italiaanse militaire geschiedenis met 250.000 krijgsgevangenen en meer dan 40.000 gesneuvelden en gewonden. Het 3de en 4de Italiaanse leger wisten zich aan de Duitse tangbeweging te ontrekken, maar duizenden gaven zich over onder het zingen van revolutionaire liederen.
Op 7 november bereikten de Centralen de Piave, een rivier op 100 km achter het Isonzofront. Hier werd ten slotte stilgehouden door gebrek aan reserves en bevoorrading.

De Italiaanse bevelhebber Cadorna werd afgelost door Armando Diaz. In december werd het leger versterkt met zes Franse en vijf Britse divisies, waarop het gezamenlijk Oostenrijks-Duitse offensief, op advies van de Duitse generale staf, werd beëindigd.

Terwijl ook in de Kaukasus de Russische Revolutie op enkele schermutselingen na een einde maakte aan de Russisch-Turkse strijd, maakten de Britten in Mesopotamië en Palestina aanzienlijke vorderingen. In Mesopotamië ging de Britse opmars wederom richting Bagdad. Eindelijk werden de Turken verdreven uit het rampoord Koet El-Amara, waarna op Bagdad werd aangetrokken, dat verdedigd werd door het zesde Turkse leger, slechts 11.000 man groot. De Britten hadden meer dan 200.000 man tot hun beschikking, hoewel minder dan de helft daarvan uit geregelde troepen bestond. Bagdad viel 11 maart.

In Palestina drongen de Britten vanuit de Sinaïwoestijn door tot El Arisj, maar bij Gaza (27 mrt.) moest nog het hoofd gebogen worden voor de Turkse troepen met 4000 Britse verliezen. Ook een tweede Britse aanval bij Gaza stuitte op hevig verzet van de door de Duitse generaal Kress von Kressenstein gedirigeerde Turken; nu bedroeg het Britse verliescijfer 6400. Ten slotte werd Gaza in de herfst door de Britten ingenomen, nadat ze zich aanzienlijk hadden versterkt met twee uit Saloniki afkomstige divisies. De weg naar Jeruzalem lag open; op 9 dec. 1917 was ook de Heilige Stad in Britse handen.

In 1917 werd door de Duitsers een onbeperkte onderzeebootoorlog ingezet met 111 onderzeeboten. In maart was al 1.300.000 ton aan geallieerde en neutrale scheepsruimte tot zinken gebracht en de tekenen stonden niet gunstig; als de verliezen in dit tempo zouden doorgaan, dan was de veilige marge, die de Entente aan tonnage nodig had om transport en bevoorrading van de troepen te kunnen verzekeren, tegen het einde van het jaar zodanig geslonken, dat voortzetting van de oorlog niet meer mogelijk was. Admiraal Jellicoe, de Engelse First Sea Lord op dat moment, leek geen vat op het probleem te hebben en neigde het hoofd in de schoot te leggen. Op aandringen van de Amerikanen, die in 1917 aan de oorlog gingen deelnemen, liet men de schepen in konvooien varen, d.w.z. begeleid door oorlogsschepen. Een eenvoudig idee, maar doeltreffend. De tot zinken gebrachte tonnage ging een dalende tendens vertonen, in dec. 1917 was deze minder dan de helft van die in april (390.000 tegen 881.000).
In oktober waren er in de Oostzee en bij de eilanden die de Golf van Riga afsluiten gevechten tussen de Duitse en de Russische vloot. Het Russische slagschip Slawa werd door de Duitse dreadnoughts König en Kronprinz vernietigd.
Op 17 november vond bij Helgoland in de Duitse Bocht een zeegevecht plaats (de zogeheten Tweede Slag bij Helgoland) tussen Duitse en Engelse oorlogsschepen. Nadat zich Duitse dreadnoughts in het gevecht hadden gemengd trokken de Engelsen zich schielijk terug.

De enige Duitse kolonie waar de Duitsers nog tegenstand boden was Duits Oost-Afrika waar Britten, Belgen en Portugezen op de kleine door Lettow-Vorbeck gedirigeerde Duitse legermacht joegen. Lettow-Vorbeck bracht hen in oktober bij het dorp Mahiwa echter een pijnlijke nederlaag toe (geallieerde verliezen meer dan 1500 man, de Duitsers nog geen 100). In nov. capituleerde een deel van de Duitse troepen bij de Lukuledi-rivier, Lettow-Vorbeck ontsnapte met een ander deel van zijn kleine strijdmacht naar Portugees Oost-Afrika.

Data 1917

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., I = Italië enz.

Westelijk front - stellingenoorlog 1917: 4 feb.-16 mrt. D trekken zich terug op de "Siegfriedlinie" (Arras-Soissons) ... 2 apr.-11 mei E offensief bij Arras ... 16 apr.-20 mei F offensief in Champagne (Chemin des Dames, Craonne, Aubérive), zwaarste strijd op 16-18 april en 5-7 mei ... 7 mei D aanvallen op de Winterberg en bij de Chemin des Dames ... 7 juni Begin E offensief in Vlaanderen (D uit sector Wytschaete) ... 10 juli D winst bij Lombardzijde en Nieuwpoort ... 22 juli Begin Slag om Vlaanderen ... 31 juli Grote E aanval bij Bixschoote en Hollebeke ... 10-11 aug. E aanval bij St. Julien ... 17 aug. E veroveren Langemarck ... 19-21 sept. E aanval bij Gheluvelt – Passchendaele ... 4 okt. E veroveren Poelcappelle en Zonnebeke ... 22 okt.-10 nov. Zware strijd bij Becelaere, Passchendaele, Westroosebeke (Houthulstbos), vooral op 31 juli, 10, 16, 22, 27 aug., 20 en 26 sept. 4, 9, 12, 22 en 30 okt. en 6 nov. ... 20 aug. F bevrijdingsoffensief bij Verdun (tot okt. – Toter Mann, heuvels 304 en 344, Fosses- en Chaumebos) ... 19-21 sept. Doorbraakpogingen bij Ieper ... 22 okt. Begin strijd om Chemin des Dames ... 26 okt. D trekken zich terug achter Oise-Aisne-kanaal ... 2 nov. D front terug achter Ailette ... 20 nov.-5 dec. Tankslag bij Cambrai (Siegfriedlinie) ... 30 nov.–7 dec. D tegenaanval wint het verloren terrein bijna geheel terug.

De oorlog in het oosten - stellingenoorlog 1917 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 26 juni Aanvang Kerenskij-offensief ... 1 juli Doorbraak richting Brody bij Zborów ... 11 juli R veroveren Kalusz ... 19-27 juli Vruchteloze R pogingen Smorgonie, Dünaburg en Jakobstadt te ontzetten ... 19 juli D tegenoffensief in Oost-Galicië ... 24 juli Tarnopol, Stanislau en Radworna bezet ... 3 aug. Czernowitz veroverd ... 27 aug. Zbruczlinie bereikt ... 1-5 sept. Slag bij Riga ... 3 sept. Riga veroverd ... 4 sept. Dünamonding bezet ... 22 sept. Bruggehoofd van Jakobstadt bezet ... 12-20 okt. D veroveren eilanden Ösel en Dagö ... 12 okt. Landing op Ösel ... 18 okt. Eiland Moon bezet ... 20 okt. Dagö bezet ... 15 dec. Wapenstilstand met R.

1917 - Balkan en Italië: 5 jan. Begin gevechten in Oost-Wallachije ... 8 jan. Focsani en Braila bezet. Stellingenoorlog bij de Putna en Sereth ... 7-17 mei Slag bij het Presbameer in Macedonië ... 14 mei-6 juni 10de Isonzoslag ... 18 aug.-20 sept. 11de Isonzoslag (Monte San Gabriele) ... 31 juli-8 aug. R-Roemeens offensief aan de Sereth ... 24 okt. Begin D-O offensief in Italië ... 24-27 okt. Doorbraak tussen Flitsch en Tolmein (12de Isonzoslag) ... 28 okt. Görz terugveroverd ... 30 okt. Udine ingenomen ... 2-6 nov. De Tagliamente overschreden ... 7-10 nov. Pantserplatenfabrieken Monte San Simeone, Vigo en Pieve di Cadore veroverd ... 11 nov. De Piave bereikt ... 9 dec. Wapenstilstand met Roemenië.

1917 – De oorlog in Voor-Azië: mrt. E offensief in Palestina en Mesopotamië: ... 25 febr. Koet el-Amara bezet ... 11 mrt. Bagdad veroverd. Turken ontruimen Zuid-Perzië ... 27-28 mrt. Mislukte E aanval op Gaza ... 18 apr. 2de slag bij Gaza ... 7 nov. Gaza veroverd ... 17 nov. Jaffa bezet ... 9 dec. Jeruzalem bezet.

De oorlog ter zee – 1917: 1 febr. Begin onbeperkte onderzeebootoorlog. Inzet versterkte E afweer ... 24 mrt. Nrd. IJszee wordt spergebied ... 3 mei Uitbreiding spergebied rond Engeland ... 11-19 okt. Samenwerking D vloot en leger bij bezetting eilanden Ösel en Dagö ... 2 nov. Zeegevecht bij het Kattegat ... 17 nov. Uitval E vloot naar Duitse Bocht ("Tweede Slag bij Helgoland") ... 20 nov. Uitbreiding spergebied in Middell. Zee.

De oorlog in de koloniën – 1917: 15-18 okt. Overwinning Lettow-Vorbeck bij Mahiwa ... 25 nov. D trekken Portugees Oost-Afrika binnen.

Hiervóór: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1916
Hierna: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1918

Voor kaarten van de frontlinies zie De Eerste Wereldoorlog - fronten.
Een literatuuropgave staat vermeld in het laatste deel van deze cyclus:
Het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Personal tools