/** * */

Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1916

1916 was het jaar van twee van de grootste veldslagen – bij Verdun en aan de Somme en van de grootste zeeslag - Skagerrak/Jutland uit de wereldgeschiedenis. De Duitse chef-staf, Falkenhayn, had zijn zinnen gezet op de verovering van de forten van Verdun – aan een doorbraak geloofde hij nog niet. De geallieerden verwachtten daar geen aanval: bij Verdun was slechts een enkele Franse brigade aanwezig. Maar door het slechte weer werd de geplande operatie negen dagen verschoven, waardoor de Fransen, voor wie de Duitse voorbereidingen door de enorme omvang ervan niet verborgen waren gebleven, hun troepensterkte konden opvoeren, hoewel deze nog aanzienlijk achterbleef bij die van de Duitsers.

Op 21 februari 1916 begonnen de Duitsers hun offensief bij Verdun, ingeleid door een zwaar bombardement zoals dat nog niet eerder in de geschiedenis was vertoond. Maar het Duitse optimisme werd al spoedig getemperd door het verloop van de veldslag; de opmars vorderde te traag. Op 25 februari werd de voornaamste schakel in de fortificaties rond Verdun, het fort Douaumont, verlaten door hen aangetroffen. De Fransen trokken terug op de Maas en organiseerden daar, gedirigeerd door generaal Pétain, gevierd in de Eerste Wereldoorlog en verguisd in de Tweede vanwege zijn collaboratie met de Duitsers, hun verdediging. Op 6 maart volgde een nieuw Duits offensief. Er werd zware strijd geleverd om de strategische heuvels Toter Mann (Mort-Homme) en 304 en de forten Fresnes en Vaux. Maar de Fransen hielden stand, tot het Duitse offensief in juni afnam en gingen tot de tegenaanval over; in de herfst waren de forten van Vaux en Douaumont weer in Frans bezit. Geholpen heeft het beide partijen weinig; aan doden, gewonden en krijgsgevangenen verloren de Fransen 460.000 man, de Duitsers 280.000.

Slag aan de Somme 1916. Een vermoedelijk geënsceneerde foto van aanstormende Franse militairen die door in schuttersputjes gelegen Duitsers onder vuur worden genomen.
Slag aan de Somme 1916. Een vermoedelijk geënsceneerde foto van aanstormende Franse militairen die door in schuttersputjes gelegen Duitsers onder vuur worden genomen.

Het geallieerde offensief aan de Somme begon 24 juni 1916. Hierbij zetten de Engelsen voor het eerst dienstplichtigen in. De slag werd ingeleid door trommelvuur op de drievoudige, 1000 m diepe Duitse linies. Op 1 juli volgde de aanval met infanterie; de Fransen drongen ten zuiden van de Somme de Duitse stellingen binnen; in het noorden vielen de Engelsen onder hun bevelhebber Rawlinson aan. De aanval ging over in afzonderlijke gevechten die tot 5 juli duurden. Van 7-19 juli vielen de Entente-troepen opnieuw aan en drongen op tot de lijn La Maisonette-Pozières. Een derde geallieerde aanval met 17 divisies (200.000 man) van 20-30 juli stuitte op sterke weerstand van Duitse reservetroepen. In augustus wonnen de Fransen terrein ten zuiden van de Somme bij Estrées en drongen de Engelsen door tot bij Ginchy. Toen de Duitse legerleiding in september 1916 was overgenomen door Hindenburg en Ludendorff leek het geallieerde offensief nog in hevigheid toe te nemen; de Fransen namen Bouchavesnes in en de Engelsen drongen op tot Thiepval, maar tegen het einde van deze maand werd de aanval tot staan gebracht. In oktober vorderden ze nauwelijks, en in november moesten de Engelsen bij de Ancre weer terrein prijsgeven. De slag eindigde toen beide kampen uitputtingsverschijnselen begonnen te vertonen. De geallieerden verloren een half miljoen man en verschoten 80 miljoen granaten. Het resultaat: de Duitse linies werden maximaal 18 km teruggedrongen. De Duitse verliezen waren ongeveer even groot. Tijdens de slag werden door de Engelsen voor het eerst tanks ingezet.

De geallieerde verliezen aan het westelijk front bedroegen over het hele jaar 1916 ca. 1,2 miljoen man en van de Duitsers 800.000.

De Russen, die in 1915 aan het oostelijke front in hun strijd met de Centralen zware verliezen hadden geleden, gebruikten de eerste maanden van 1916 voor herstel. Maar een aanval op de Duitse posities bij het Narotsjmeer bij Wilna (18 mrt. – 30 apr. 1916), op Frans verzoek om de druk op Verdun te verminderen, leidde slechts tot een volgend drama met tienduizenden Russische gesneuvelden. Een Russische reactie op een soortgelijk Italiaans verzoek, een offensief tegen de Oostenrijkers te beginnen, had meer succes. Gedirigeerd door hun generaal Broessilow ondernamen de Russen begin juni 1916 aanvallen op de Oostenrijkse stellingen. Ze behaalden bij Luzk (Luck) in Zuid-Polen, ca. 120 km ten noordoosten van Lemberg, een onverwachte overwinning en verschenen na een 80 km lange doorbraak op 13 juni voor de stad Kowel. Het front dreigde onder de Russische druk volledig in te storten; grote groepen uit Slavische minderheden bestaande Oostenrijks-Hongaarse eenheden deserteerden of liepen over naar de etnisch verwante Russen. De Oostenrijks-Hongaarse monarchie wankelde, de verliezen aan mensen – de Oostenrijkers verloren hier en bij de gelijktijdige Russische aanval op Galicië in drie dagen 200.000 man - en materieel waren enorm en de Russen bedreigden, evenals in de twee voorgaande jaren, de Karpatenpassen.

Nu bleek dat de Franse en Italiaanse smeekbedes aan de Russen toch niet vergeefs waren geweest. Om het Russische offensief te stoppen onttrok het Duitse opperbevel alle troepen die maar gemist konden worden aan het westelijk front, wat de Duitse aanval op Verdun verzwakte, terwijl de Oostenrijkers versterkingen van het Italiaanse front aanvoerden. De Russische aanvallen gingen onder opoffering van tallozen door, maar bij Lemberg hield het Duitse zuidelijke leger stand, wat Oostenrijk redde van de totale ondergang. Zware gevechten, voornamelijk bij Lemberg, Kowel, aan de Stochód en bij Baranowitsji, duurden voort tot in augustus.

Op 21 november 1916 overleed de Oostenrijkse keizer (en Hongaarse koning) Franz Joseph op 86-jarige leeftijd na een bewind dat 67 jaar duurde.

Aangemoedigd door de Russische successen in 1916 verklaarde Roemenië, dat het oog had laten vallen op het Hongaarse Transsylvanië (Zevenburgen) op 27 aug. 1916 Oostenrijk-Hongarije de oorlog. Drie van de vier Roemeense legers werden ingezet voor een aanval over een 300 km breed front naar het westen; het vierde leger zou naar het zuiden toe, in samenwerking met het uit Saloniki naar het noorden oprukkende geallieerde Oriëntleger Bulgarije aanvallen. De Roemeense aanval in het westen kwam half september, nadat men ongeveer 80 km in Hongaars gebied was doorgedrongen, na een Oostenrijks tegenoffensief tot stilstand. In het zuiden had de Duitse maarschalk Von Mackensen een leger samengesmeed bestaande uit Duitse, Bulgaarse (de Bulgaren hadden na de Tweede Balkanoorlog nog een rekening met de Roemenen te vereffenen) en Turkse troepen, dat op 1 september de Roemeense provincie Dobroedsja (tussen Donau en Zwarte Zee gelegen) binnenviel. In Zevenburgen drongen twee Oostenrijks-Duitse legers op. Ondertussen werd de onbeschermde Roemeense hoofdstad Boekarest gebombardeerd.

In Zevenburgen dreven de Centralen onder de van het westelijk front overgeplaatste Falkenhayn de Roemenen terug en versloegen het 1ste Roemeense leger bij Hermanstad (26-29 sept.) en het 2de Roemeense leger bij Fagaras (29 sept. - 4 okt.), bij het Geisterwald (5 okt.) en bij Kroonstad (7-9 okt.), terwijl Mackensens troepenmacht de havenplaats Constantsa aan de Zwarte Zee bezette (22 okt.), de Donau overstak en Wallachije binnentrok (nov. 1916) om in een gezamenlijke operatie met Falkenhayn Boekarest in te sluiten. Op 6 dec. 1916 werd deze stad ingenomen. De Roemenen verloren behoudens deze korte oorlog het grootste deel van hun tussen de 300.000 en 400.000 manschappen tellende leger; de verliezen van de Centrale Mogendheden bedroegen ca. 60.000 man.

Het geallieerde Oriëntleger, dat zich in Saloniki had verschanst bestond eind juli 1916 uit 250.000 man inclusief zes opnieuw opgerichte Servische divisies, een grote Italiaanse divisie en een Russische brigade. De door de Roemenen gevraagde gelijktijdige aanval op Bulgarije vond van 3 okt. tot 27 nov. 1916 plaats in de richting van Monastir (plaats in Macedonië), dat op 18 nov. werd ingenomen, maar daar werd het offensief door Bulgaarse en haastig uit Frankrijk aangevoerde Duitse troepen tegengehouden. Hier stabiliseerde zich een front dat reikte van Zuid-Albanië, dat door Italiaanse troepen was bezet, tot aan de Egeïsche Zee.

Aan het Italiaans/Oostenrijkse front flakkerde het vuur bij de Isonzo van tijd tot tijd op; er werd in 1916 vijfmaal slag geleverd. In mei begon de Oostenrijkse chef-staf, Conrad v. Hötzendorf tegen het advies van de Duitse generale staf in en zonder Duitse steun, een offensief vanuit de saillant van Trient (Trentino). Hij onttrok daartoe enkele van zijn beste divisies aan het oostelijk front, waar ze in de strijd tegen de opdringende Russen node gemist werden. De massale voorbereidingen waren de Italianen niet ontgaan en ze begonnen zich ter plaatse te versterken. Het Oostenrijkse offensief tegen de zogenoemde Hoogvlakte van de Zeven Gemeenten (Sette Comuni) ving op 14 mei aan met 15 divisies. De Italianen konden het niet tegenhouden; ze werden 8 km teruggedreven en bij duizenden krijgsgevangen gemaakt; op 31 mei werden Asiago en Arsiero bezet. Maar de opmars kwam tot stilstand omdat de Oostenrijkse troepen door het Broessilow-Offensief aan het oostelijk front harder nodig waren waarna een groot deel van het veroverde terrein weer werd prijsgegeven. De Oostenrijkse verliezen: 80.000 man, die van de Italianen minstens het dubbele.

Op zee woedde 31 mei/1 juni 1916 de grootste zeeslag uit de maritieme geschiedenis, de Slag voor het Skagerrak of, zoals men in Engeland zegt, de Slag bij Jutland, een zeegevecht tussen de vrijwel voltallige Britse en Duitse oorlogsvloten. Het gebulder van de enorme kanons was in Nederland tot in Friesland hoorbaar, zoals oorgetuigen hebben gemeld. De Duitsers wonnen op punten, ze brachten de oppermachtige Britten grotere schade toe dan omgekeerd en hun verliezen waren slechts een deel van het lot dat de Britten trof. Geholpen heeft het hen niets; de blokkade werd niet doorbroken, Britannia bleef over de golven heersen en de kostbare schepen waren eigenlijk te kostbaar om nog slag met elkaar te leveren en bleven daarom meestal liever in hun havens. Na Jutland gingen de Duitsers steeds meer over tot een onbeperkte onderzeebootoorlog. In het laatste kwartaal van 1916 werd maandelijks 175.000 ton aan Britse scheepsruimte tot zinken gebracht, alsmede het nodige aan geallieerde scheepsruimte, alleen al in oktober 1916 75.000 ton. En op 5 juni verdronk de Engelse minister van oorlog, Lord Kitchener, toen de kruiser Hampshire, waarmee hij op weg was naar Rusland, op een Duitse mijn liep en verging.

Op 29 april 1916 gaven de Britse strijdkrachten, die in Koet-el-Amara in Mesopotamië door Turkse en Arabische troepen waren ingesloten, zich na een beleg van vijf maanden over. Pogingen hen te ontzetten, mislukten, ook het bieden van een losgeld van twee miljoen Britse pond vermocht de Turken niet te vermurwen. Nadat de Britten zich hersteld hadden en hun strijdkrachten ten opzichte van de Turken een numerieke meerderheid vormden, begonnen ze, evenals in 1915, een opmars naar Bagdad.

In de Kaukasus namen de Russen in februari Erserum in, in april Trapezunt. Daarna trokken ze op naar het zuiden, richting Bagdad, maar werden door de Turken, die troepen onttrokken aan de belegering van de Britten in Koet-el-Amara tegengehouden, evenals bij de Persische grensplaats Chanikin ten noordoosten van Bagdad, waarop de Russen zich terugtrokken.

Nadat de Entente-troepen in 1915 een Turkse aanval op het Suezkanaal hadden afgeslagen, begonnen zij in maart 1916 de Sinaïwoestijn van vijanden te zuiveren. Een gezamenlijke Duits-Turkse aanval, geleid door de Duitse generaal Kress von Kressenstein, werd eveneens door hen gepareerd. Maar pas aan het eind van het jaar 1916 was de gehele Sinaï in Britse hand.

In Afrika leidde generaal Smuts 20.000 man Britse troepen tijdens de aanval op de Duitse kolonie Duits Oost-Afrika ( = nagenoeg het huidige Tanzania) die door een legermacht, 15.000 man sterk (commandant Paul von Lettow-Vorbeck) hardnekkig werd verdedigd. Tegen het eind van het jaar hadden de Britten de voornaamste verbindingen, alsmede de zeehaven Daressalam in handen.

Data 1916

D = Duitsland, Duits, Duitsers, Duitse leger enz.; F = Frankrijk enz.; E = Engeland enz., O = Oostenrijk-Hongarije enz.; R = Rusland enz., S = Servië enz., I = Italië enz.

Westelijk front - stellingenoorlog 1916: 8 jan. D heroveren de Hirzstein (Vogezen) ... 15 jan. D terreinwinst bij Ieper ... 24 feb. E aanval bij Armentières zonder succes ... 21 feb. Begin D aanval op Verdun ... 25 feb. D bestorming van fort Douaumont ... 6 mrt. D nemen Fresnes en 8 mrt. Vaux in ... 14 mrt. D bestormen heuvel Toter Mann (Mort Homme) ... 20 mrt. D nemen Avocourt en Malancourt, 5 apr. Haucourt, 9 apr. Béthincourt in ... 8 apr. D bestormen heuvel 304, 20 mei Toter Mann ... 23-25 mei Strijd om fort Douaumont ... 1 juni D veroveren Caillettewald ... 2 juni D veroveren Fort Vaux ... 24 juni-18 nov. Slag aan de Somme ... 23 okt. F aanval bij Verdun ... 24 okt. D ontruimen Fort Douaumont en 1 nov. Fort Vaux ... 15-17 dec. Laatste schermutselingen bij Verdun.

Oostelijk front - stellingoorlog 1916 (tenzij anders vermeld betreft het D, O of D-O acties): 16 jan. Aanvallen op bruggen over Dnjestr beslissend afgeslagen ... 18 mrt.-30 apr. Slag bij het Narotsjmeer ... 19-26 mrt. R doorbraakpogingen bij de Beresina ... 4 juni Begin 1ste Broessilow-Offensief ... 5-16 juni R doorbraak bij Luzk, Czernowitz en bij de Dnjestr ... 16 juni R bezetten Czernowitz ... 13 juni-29 juli Vruchteloze aanvallen op Baranowitsji ... 1-10 aug. Mislukte aanval op Kowel, R doorbraak in de Boekowina. Terugtocht O tot Stanislau en Karpaten ... 27 aug. Intrede Roemenië in de oorlog ... 1-30 sept. 2de (R-Roemeens) Broessilow-Offensief in Oost-Galicië, Boekowina en Zevenburgen ... 22 sept.-2 okt. R aanvallen op Korytnica mislukken ... 29 okt.-7 dec. 3de Broessilow-Offensief in Wolynië en de Karpaten.

1916. Balkan. De intrede van Roemenië in de oorlog: 10 jan. 1916 De Lovčen bestormd ... 14 jan. Cetinje bezet, tot 26 jan. 1916 heel Montenegro ... 23 jan. Skoetari ingenomen ... 9 febr. Tirana bezet, 9 febr. Durazzo ... 29 mei Bulgaren bezetten G forten Dowa en Rupel ... 15 aug. Successen Orientleger bij het Doiranmeer ... 22 aug. Bulgaarse opmars naar Ostrovomeer ... 12 sept. Kavala bezet ... 27 aug. Oorlogsverklaring Roemenië ... 28 aug. Roemenen trekken Zevenburgen binnen ... 1 sept. Begin Dobroedsja-veldtocht Mackensen ... 5 sept. Turtucaia bezet, 9 sept. Silistria ... 15 sept. Strijd bij Dobrič ... 22 okt. Constantsa veroverd, 25 okt. Cernavoda ... 20 sept. Begin van de veldtochten in Zevenburgen ... 26-29 sept. Slag bij Hermanstad ... 5 okt. Slag bij het Geisterwald ... 7-9 okt. Slag bij Kroonstad ... 17 nov. Doorbraak bij de Szurduk-Pas, Targu Jiu veroverd ... 21 nov. Craiova ingenomen ... 23 nov. Mackensen overschrijdt de Donau bij Svistov ... 30 nov.-5 dec. Slag bij de Arges ... 6 dec. Boekarest ingenomen ... 14 dec. Buzau bezet, 22 dec. Tilcea door Bulgarije ... 22-27 dec. Slag bij Rimnicul-Sarat.

Het Italiaanse front -1916: 15-20 mrt. 5de Isonzoslag (Hoogvlakte van Doberdo) ... 14 mei Begin O offensief tegen de Hoogvlakte van de Zeven Gemeenten ... 31 mei Asiago er Arsiero bezet ... 15 juni-2 aug. I tegenstoten in Tirol ... 4-16 aug. 6de Isonzoslag ... 8 aug. I verovert Görz en hoogvlakte v. Doberdo ... 14-17 sept. 7de Isonzoslag ... 9-12 okt. 8ste Isonzoslag ... 31 okt.-7 nov. 9de Isonzoslag ... 30 okt. Vertojba ingenomen.

Zeeoorlog 1916: 23 febr. Begin van de verscherpte onderzeebootoorlog ... 25 apr. Uitval Duitse kruisers naar Engelse oostkust ... 4 mei Beëindiging verscherpte onderzeebootoorlog ... 31 mei-1 juni Slag voor het Skagerrak ... 5 juni Ondergang pantserkruiser Hampshire met Lord Kitchener ... 10 juli Handelsonderzeeër "Deutschland" loopt Baltimore binnen, 24 juli handelsonderzeeër "Bremen" ... 19 aug. Zeegevecht bij Engelse kust.

1916 – De oorlog in Voor-Azië: febr. R offensief in Armenië en Perzië: 16 febr. Erserum veroverd, 19 febr. Musj, 2 mrt. Bitlis ... mrt. Kirmansjah ingenomen ... 18 apr. R bezetten Trapezunt ... 29 apr. Britten capituleren bij Koet-el-Amara ... 1 juli Kirmansjah weer Turks, 10 juli Hamadan ... 25 juli Baiburt en Ersingjan door R bezet. Stellingenoorlog ... 26 apr. E capituleren in Koet el-Amara.

De oorlog in de koloniën – 1916: 28 mrt. Begin grote aanval op Duits Oost-Afrika ... 17 juli Tanag bezet, 26 aug. Morogoro ... 4 sept. Daressalam verloren, 19 sept. Tabora door de Belgen bezet.

Hiervóór: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog – 1915
Hierna: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1917

Voor kaarten van de frontlinies zie De Eerste Wereldoorlog - fronten.
Een literatuuropgave staat vermeld in het laatste deel van deze cyclus:
Het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Personal tools