/** * */

Het einde van de Eerste Wereldoorlog

De wapenstilstand in Compiègne op 11 november 1918 hield voor Duitsland in, dat het binnen 15 dagen de bezette gebieden en Elzas-Lotharingen, en binnen 30 dagen de linker Rijnoever moest ontruimen; verder moest het nagenoeg volledig ontwapend worden door het inleveren van vrijwel alle oorlogsmaterialen. Daarnaast werden opgeëist 5000 locomotieven, 150.000 spoorwagons, 5000 vrachtwagens, alle onderzeeboten en 74 oorlogsschepen. De schepen werden geïnterneerd in de Britse oorlogshaven Scapa Flow, tot er in een vredesverdrag definitief over hun lot zou zijn beslist. Dan moesten alle krijgsgevangenen worden vrijgelaten (behalve die van Duitsland zelf). De wapenstilstand bleef 36 dagen van kracht, zodat de Entente er nieuwe eisen aan toe kon voegen, als ze iets te binnen schoot. Zulks gebeurde op 13 dec. 1918 en 17 jan. 1919 in Trier, toen men nog 58.000 landbouwwerktuigen verlangde. De laatste verlenging vond 14 febr. 1919 plaats.

De Duitsers waren er niet blij mee. Het was erger dan ze gedacht of wellicht gehoopt hadden. Het definitieve oordeel werd geveld in het Vredesverdrag van Versailles (in Duitsland was al gauw sprake van het "Dictaat van Versailles"), dat op 28 juni 1919, vijf jaar na de moord van Serajewo, in dezelfde spiegelzaal van het Slot van Versailles werd ondertekend, waar in 1871 na de Franse nederlaag in de Frans-Duitse Oorlog het Duitse keizerrijk was geproclameerd. De Grote Vier: Engeland, Frankrijk, Amerika en Italië bepaalden de inhoud, Rusland mocht niet meedoen (omdat de communistische regering niet werd erkend door de andere geallieerden) en Duitsland had slechts te accepteren. Duits voorbehoud, met name ten aanzien van de schuld aan het ontstaan van de Wereldoorlog, werd onder dreiging met verdere bezetting van Duitsland verworpen. De voornaamste bepalingen luidden:

  • Er moest Duits grondgebied worden afgestaan (de met * gemerkte gebieden na een volksstemming):
Elzas-Lotharingen aan Frankrijk;
Eupen-Malmedy* aan België;
Noord-Sleeswijk* aan Denemarken;
Posen, West-Pruisen en Opper-Silezië* aan de nieuw gevormde staten Polen en Tsjecho-Slowakije.
De stad Danzig en omgeving werd een vrijstaat onder toezicht van de Volkenbond (een tijdens de verdragsbesprekingen opgerichte internationale organisatie voor vrede en veiligheid).
Het Memelgebied kwam later bij Litouwen en het Saargebied kwam "economisch" bij Frankrijk, maar na een volksstemming in 1935 weer bij Duitsland.
De Duitse koloniën in Afrika, Azië en Oceanië werden, al dan niet indirect als mandaatgebieden van de Volkenbond, verdeeld onder Engeland, Frankrijk en Japan.
  • De omvang van het Duitse leger werd beperkt tot 100.000 man, de marine tot 15.000 man. De dienstplicht werd afgeschaft.
  • Alle moderne wapens moesten – voor zover dat al niet was gebeurd – worden ingeleverd.
  • Het Rijnland werd gedemilitariseerd en bezet voor een periode van 15 jaar.
  • Duitsland werd een (nog niet in het Verdrag genoemde) oorlogsschatting van 226 miljard goudmark opgelegd, te betalen in 42 jaar, een bedrag, dat overigens in de loop der jaren naar beneden werd aangepast, tot in de Jaren 30 het nationaal-socialistische bewind in Duitsland eenzijdig een einde maakte aan wat het noemde "de knechting van Versailles".


Europa vóór en na de Eerste Wereldoorlog
Europa vóór en na de Eerste Wereldoorlog

De toenadering, die Oostenrijk-Hongarije reeds op 14 sept. 1918 tot de Entente met een beroep op Wilsons Veertienpuntenplan had gezocht om de oorlog te beëindigen, vermocht de Donaumonarchie niet meer te redden. In zijn antwoord van 19 okt. 1918 eiste de Amerikaanse president onafhankelijkheid van Tsjechen en Zuid-Slaven (waarmee de Servische droom van een Groot-Servië alsnog in vervulling ging; er zijn er, die beweren, dat Servië daarmee werd beloond voor het aanstichten van de oorlog). Tegelijkertijd eiste de Hongaarse regering terugtrekking van de Hongaarse troepen van het Italiaanse front om de Hongaarse zuidgrens te kunnen verdedigen. Toch stuitte de grote Italiaanse aanval op 24 okt. 1918 nog op hardnekkige Oostenrijks-Hongaarse weerstand en pas de doorbraak aan de Piave bij Vittorio Veneto maakte de situatie onhoudbaar en Oostenrijk verzocht op 27 okt. om een afzonderlijke vrede. Maar nog na de wapenstilstand van Padua (3/4 nov. 1918), die een einde maakte aan de gevechten, namen de Italianen nog honderdduizenden weerloze soldaten krijgsgevangen.

Het door Wilson geëiste zelfbeschikkingsrecht van de Tsjechen en de Zuidslaven werd door Wenen noodgedwongen geaccepteerd, waarop de Tsjechen, gevolgd door de Polen, op 28 oktober 1918 hun onafhankelijkheid proclameerden. Oostenrijk-Hongarije had daarmee in feite opgehouden te bestaan. De voorlopige grenzen werden door de Entente in het Vredesverdrag van St. Germain (10 sept. 1919) vastgelegd. Van het oorspronkelijke Oostenrijk bleef nog slechts een kleine bergstaat met 6 miljoen inwoners over waarvan een derde in de hoofdstad Wenen woonde. Ook Hongarije werd gemutileerd tot ministaat: het verloor in het noorden gebied aan het nieuwgevormde Tsjecho-Slowakije, in het zuiden gebied aan Zuid-Slavië terwijl (na een oorlog met de Roemenen) in het oosten geheel Transsylvanië moest worden afgestaan. Het door de Entente aan Hongarije opgelegde vredesverdrag werd in Trianon op 4 juni 1920 ondertekend.

Ook Bulgarije moest terrein afstaan. Het Verdrag van Neuilly-sur-Seine, dat getekend werd op 27 nov. 1919 bepaalde dat in het zuiden West-Thracië, de toegang tot de Egeïsche Zee, aan Griekenland toeviel; in het westen moest aan de grens met Macedonië enig gebied aan Zuid-Slavië worden prijsgegeven.

Voor de Turken, die aan het eind van de oorlog in Europa nog slechts een klein gebied rond Konstantinopel behielden, had men in Parijs het Verdrag van Sèvres in petto. Onder geallieerde dreiging Konstantinopel te bezetten ondertekenden de Turken dit verdrag op 10 aug. 1920, maar de ratificatie door het Turkse parlement vond nooit plaats. Uiteindelijk hield Turkije, na nog een oorlog met de Grieken te hebben uitgevochten om gebied in Klein-Azië aan de oostzijde van de Egeïsche Zee en door de geallieerden te zijn ontdaan van zijn bezittingen in het Midden-Oosten, een territorium over dat gelijk is aan het huidige grondgebied.

De wapenstilstand in Compiègne verklaarde de vredesverdragen die de Centrale Mogendheden in Oost-Europa hadden gesloten, zoals het Verdrag van Brest-Litowsk met de Russen, ongeldig. Daar was op 15 dec. 1917 de wapenstilstand en op 9 febr. 1918 de vrede tussen de Centralen en de Oekraïne tot stand gekomen. Pas nadat Duitsland de strijd had hervat en nog verder in Rusland was doorgedrongen kon ook met de Russen (d.w.z. het Sowjet-regime, dat met de oktoberrevolutie van 1917 de macht had gegrepen), die de onderhandelingen voortdurend traineerden en frustreerden, te Brest-Litowsk tot een vredesakkoord worden gekomen dat op 3 mrt. 1918 door beide partijen werd ondertekend. Rusland verloor daarbij de Baltische gebieden Esthland, Lijfland en Koerland, Polen en Litouwen en er werd bepaald, dat het zijn troepen uit Wit-Rusland, de Oekraïne en Finland zou terugtrekken. Hetzelfde gebeurde in de Kaukasus met Georgië, Azerbeidsjan en Armenië (aanvankelijk verenigd in de Transkaukasische Republiek, die echter al in mei 1918 uiteenviel).

Inspelend op het onafhankelijkheidsstreven van de betrokken volken voorzag Duitsland de vorming van (Duitse) vazalstaten in de bezette gebieden van Rusland. Na de ineenstorting van Duitsland, dat in het najaar van 1918 zijn stellingen in Rusland had opgegeven, achtte het Sowjet-regime zich niet meer gebonden aan het Verdrag van Brest-Litowsk en ontstond in de ontruimde gebieden een machtsvacuüm waarin de Sowjets (ook "roden", "bolsjewisten" of "bolsjewieken" geheten), contrarevolutionaire groepen en plaatselijke vrijcorpsen elkaar bestreden.

Finland had met Duitse militaire hulp zijn onafhankelijkheid weten af te dwingen.

In Estland werd op 24 nov. 1918, na beëindiging van de bezetting door het Duitse 8ste leger, de onafhankelijkheid uitgeroepen van een staat, waarvan de grenzen langs etnische lijnen waren getrokken (bestaande uit het oorspronkelijke Estland en het noordelijk deel van Lijfland). Nadat dit grondgebied nog enige tijd het toneel was geweest van de strijd tussen bolsjewisten en contrarevolutionaire krachten, werd op 2 febr. 1920 tussen Estland en Sowjet-Rusland vrede gesloten.

Reeds kort na de Russische revolutie werd te Valka (Walk; Riga was door de Duitsers bezet) op 30 nov. 1917 besloten tot de vorming van een onafhankelijke staat bestaande uit het door Letten bewoonde gebied (Koerland en het zuidelijk deel van Lijfland). Tegen het einde van de Duitse bezetting proclameerde een volksvertegenwoordiging te Riga op 18 nov. 1918 de onafhankelijkheid van Letland en werd, vooruitlopend op de totstandkoming van een nationaal parlement, een voorlopige regering gevormd. Eind dec. 1918 moest deze regering naar Jelgava (Mitau), later naar Liepaja (Libau) vluchten voor de bolsjewisten, die een deel van Letland in bezit namen. Een periode van gevechten tussen de Sowjets en Baltische vrijcorpsen brak aan, waarna ten slotte (begin 1920) de bolsjewisten met behulp van Poolse troepen uit Letland verdreven konden worden. De grenzen van Letland met Estland werden op 19 okt. 1920 definitief vastgelegd; die met Litouwen op 14 mei 1921.

Op 11 dec. 1917 werd de onafhankelijkheid van Litouwen uitgeroepen, maar al spoedig na de Duitse ontruiming moest de provisorische regering haar zetel van Vilnius (Wilna of Wilno) naar Kaunas (Kowno) verplaatsen om van daaruit het verzet tegen de binnenrukkende Russische en Litouwse bolsjewisten te leiden, die, toen op 5 jan. 1919 ook Vilnius in hun handen viel, Litouwen uitriepen tot een zelfstandige Sowjet-republiek, die in febr. 1919 werd toegevoegd aan de republiek Wit-Rusland. Maar de nationale regering wist de macht te behouden en in het voorjaar van 1919 was heel Litouwen weer vrij. Op 12 juni 1920 werd te Moskou een vredesverdrag met Sowjet-Rusland gesloten, dat de onafhankelijkheid van Litouwen erkende. Op 9 okt. 1920 werd Vilnius bij verrassing door de Polen ingenomen en op 18 april 1922 officieel bij Polen ingelijfd.

Reeds in 1914 besloot Rusland tot de wederoprichting van een Poolse staat, die evenwel onderhorig zou zijn aan het tsarenbewind. In 1915 werd Polen echter door Duitsland en Oostenrijk-Hongarije bezet, waarna op 5 nov. 1916 een koninkrijk Polen werd geproclameerd. Op 14 nov. 1918 greep regent Pilsudski (1867-1935) de macht, verbrak de betrekkingen met Duitsland en nam in jan. 1919 de Duitse provincie Posen (Poznan) in bezit. Pilsudski werd op 20 febr. 1919 als staatshoofd ingehuldigd. De vrede van Riga (18 mrt. 1921) maakte een eind aan de vijandelijkheden tussen Polen en Sowjet-Rusland.

Het onafhankelijkheidsstreven van Wit-Rusland werd in de strijd tussen Sowjet-Rusland en Polen (1919/1920) vermorzeld.

De regering van de Oekraïne werd nadat de Duitse ontruiming was voltooid door bolsjewistische troepen afgezet en in febr. 1919 aan de Sowjetunie toegevoegd.

Literatuur

  • Military Operations. [Bandtitel: Official History of the War. Reeks: History of the Great War based on official documents by direction of the Historical Section of the Committee of Imperial Defence]. 28 dln. London: MacMillan, 1922-48.
  • United States Army in the World War, 1917-1919. 17 dln. Washington, D.C.: Department of the Army, Office of Military History, 1948.
  • Reichsarchiv e.a. (red.): Der Weltkrieg. 1914 bis 1918. Die militärischen Operationen zu Lande. Berlin (na 1945 Frankfurt): Mittler. 14 + 2 dln.: 1. Die Grenzschlachten im Westen. Bis zum Wechsel in der Obersten Heeresleitung (1925). 2. Die Befreiung Ostpreussens (1925). 3. Der Marne-Feldzug. Von der Sambre zur Marne (1926). 4. Der Marne-Feldzug. Die Schlacht (1926). 5. Der Herbst-Feldzug 1914. Im Westen bis zum Stellungskrieg. Im Osten bis zum Rückzug (1929). 6. Der Herbst-Feldzug 1914. Der Abschluss der Operationen im Westen und Osten (1929). 7. Die Operationen des Jahres 1915. Die Ereignisse im Winter und Frühjahr (1931). 8. Die Operationen des Jahres 1915. Die Ereignisse im Westen im Frühjahr und Sommer, im Osten vom Frühjahr bis zum Jahresschluss (1932). 9. Die Operationen des Jahres 1915. Die Ereignisse im Westen und auf dem Balkan vom Sommer bis zum Jahresschluss (1933). 10. Die Operationen des Jahres 1916 bis zum Wechsel in der Obersten Heeresleitung (1936). 11. Die Kriegführung im Herbst 1916 und im Winter 1916/17. Vom Wechsel in der Obersten Heeresleitung bis zum Entschluss zum Rückzug in die Siegfried-Stellung (1938). 12. Die Kriegführung im Frühjahr 1917 (1939). 13. Die Kriegführung im Sommer und Herbst 1917. Die Ereignisse ausserhalb der Westfront bis November 1918 (1956). 14. Die Kriegführung an der Westfront im Jahre 1918 (1956). Aanvullingsdelen: Das deutsche Feldeisenbahnwesen. 1. Die Eisenbahnen zu Kriegsbeginn (1928). Kriegsrüstung und Kriegswirtschaft. 1. Die militärische, wirtschaftliche und finanzielle Rüstung Deutschlands von der Reichsgründung bis zum Ausbruch des Weltkrieges (1930).
  • Oesterreichisches Bundesministerium für Heereswesen / Kriegsarchiv: Oesterreich-Ungarns Letzter Krieg 1914-1918. 8 dln. Wien: Verlag der Militärwissenschaftlichen Mitteilungen, 1930-1938.
  • Ministère de la guerre, état-major de l'armée, service historique (red.): Les armées françaises dans la Grande Guerre. 11 dln. Paris: Imprimerie Nationale, 1922-1939.
  • État-major général de l'Armée (red.): Les opérations de l'armée belge pendant la Campagne de 1914-1918. Bruxelles: Ministère de la défense nationale, 1928.
  • Ministero della Difesa. Stato Maggiore dell'Esercito. Ufficio Storico: L' Esercito italiano nella Grande Guerra 1915-1918. Roma: Provveditorato generale dello Stato, Libreria. 7 dln. 1927-81.
  • An Atlas of the Great War. In: Harmsworth's Atlas of the World and pictorial gazetteer. London: Educational Book Co., Ltd. [1920].
  • Harmsworth's Universal Encyclopedia. 9 dln. London: idem, z.j. [= ca. 1920-25].
  • Falls, Cyril: The Great War, 1914-1918. New York: Putnam, 1959.
  • Liddell Hart, B.H.: A history of the World War, 1914-1918. London: Faber and Faber, 1934.
  • Schuursma, R.L., e.a.: 14-18. De Eerste Wereldoorlog. 5 verzamelbndn. (ook in 10 dln.). Amsterdam: Amsterdam Boek b.v., 1975-76, e.a.

De data onder de artikelen 1914-1918 zijn gebaseerd op "Schlag Nach!", ed. 1939.

Voor literatuur over de oorlog ter zee 1914-1918 zie Zeeslagen.

Hiervóór: Het verloop van de Eerste Wereldoorlog - 1918

Personal tools