/** * */

Herfstslag bij La Bassée

De "Tower Bridge" in Loos. Dit waren twee torens van de liftschacht van een kolenmijn die aan elkaar verbonden waren. Door de vorm leken ze op de Tower Bridge over de Theems in Londen. Hierdoor gaven de Britten er de benaming "Tower Bridge" aan.  +50° 27' 23.71", +2° 47' 46.59"
Enlarge
De "Tower Bridge" in Loos. Dit waren twee torens van de liftschacht van een kolenmijn die aan elkaar verbonden waren. Door de vorm leken ze op de Tower Bridge over de Theems in Londen. Hierdoor gaven de Britten er de benaming "Tower Bridge" aan.
+50° 27' 23.71", +2° 47' 46.59"
Situatiekaart (naar Meyer, Grosser Hausatlas, 1938)
Enlarge
Situatiekaart (naar Meyer, Grosser Hausatlas, 1938)
De Herfstslag bij La Bassée, ook Slag bij Loos genoemd, was een onderdeel van een groter offensief van de Fransen en de Engelsen in de regio Loos-Artois in de herfst van 1915 (ook wel aangeduid als "Tweede Slag om Artois").

De veldtocht in Artois was het belangrijkste geallieerde offensief aan het westelijke front in 1915.

Tegelijk met de Britse aanval op Loos, zetten de Franse troepen offensieven op touw in Champagne (de "Tweede Slag in Champagne" of "Herfstslag in Champagne") en bij de heuvelrug van Vimy bij Arras. Het Franse en Britse oppercommando, met name de Franse opperbevelhebber Joseph Joffre, vertrouwde op de numerieke meerderheid – een drievoudige Franse overmacht in Champagne - om de Duitsers te overweldigen.

Het offensief bij Loos begon op 25 september na een artilleriebombardement dat vier dagen aanhield waarbij 250.000 granaten werden afgevuurd, en werd op 28 september voortijdig afgebroken. Haig, die zes Britse divisies voor de aanval beschikbaar wilde stellen, werd overgehaald mee te doen hoewel hij weinig vertrouwen had in de onderneming.

Hij was zowel bezorgd over een aantoonbaar tekort aan beschikbare granaten (met het schandaal rond het tekort aan munitie in 1915 in Engeland nog vers in het geheugen) als over de vermoeidheid van zijn troepen; verder over het zware terrein waar ze doorheen moesten. Dit alles overwegende was hij voor uitstel voordat het offensief bij Loos in gang werd gezet.

Tegenover deze bezwaren stond echter dat de Britten deelnamen aan een strijdmacht die bij Loos een enorm overwicht had ten opzichte van de Duitse tegenstander, soms wel 7 tegen 1. Was eenmaal het voorafgaande artilleriebombardement beëindigd, dat was het opendraaien van 5.100 cilinders met chloorgas (140 ton) aan de beurt. De hoeveelheid gas die werd gebruikt was zodanig, dat de primitieve gasmaskers, die de Duitsers toen gebruikten, er geen bescherming tegen zouden kunnen bieden.

Ongelukkig genoeg hield het resultaat van de gasaanval niet over. Op sommige plaatsen blies de wind het gas terug in de Britse loopgraven, waar 2.632 Britten het slachtoffer van werden, hoewel er uiteindelijk maar zeven stierven.

Haigs strategie ging uit van de inzet van het Iste en IVde legerkorps in de bres tussen Loos en het kanaal van La Bassée, terwijl het IIde en IIIde korps afleidingsmanoeuvres uitvoerden. Als de eerste Duitse stelling gevallen was, moesten reserves van het IXde korps, geholpen door de cavalerie, door het ontstane gat glippen en de tweede Duitse verdedigingslinie aanvallen.

De zuidelijke sectie van Haigs aanval, uitgevoerd door het IVde Britse legerkorps, schoot op de eerste dag van de operatie flink op, enigszins tot Haigs verbazing, veroverde Loos en rukte op in de richting van Lens. Doch problemen met de toelevering en behoefte aan reserves brachten de opmars aan het eind van de dag tot staan.

Haig had de Britse opperbevelhebber, Sir John French gevraagd om het IXde korps die dag beschikbaar te houden voor het leveren van reserves, maar French had tegengeworpen dat deze pas de volgende morgen nodig waren. De troepen werden uiteindelijk 's middags vroeg ingezet maar door vertraging onderweg arriveerden ze pas 's avonds. Het korps bestond uit twee nieuwe divisies (de 21ste en de 24ste), was klaar voor de strijd, maar had nog geen gevechtservaring.

De "St Mary's Advanced Dressing Station Cemetery" in Haisnes lag in het niemandsland dichtbij de Duitse linie. Links twee bergen (1) van de kolenmijn in Loos, nabij de Dud Corner British Cemetery met het Loos Memorial bij de Duitse linie (2). De kolenmijn is nog in gebruik, maar er zijn geen sporen terug te vinden van de "Tower Bridge". De Britten zaten rechts op de foto bij de kleine bergen (3).
Enlarge
De "St Mary's Advanced Dressing Station Cemetery" in Haisnes lag in het niemandsland dichtbij de Duitse linie. Links twee bergen (1) van de kolenmijn in Loos, nabij de Dud Corner British Cemetery met het Loos Memorial bij de Duitse linie (2). De kolenmijn is nog in gebruik, maar er zijn geen sporen terug te vinden van de "Tower Bridge". De Britten zaten rechts op de foto bij de kleine bergen (3).

Ondertussen maakte het Iste korps ten noorden van de weg Hulluch-Vermelles, die dwars over het slagveld liep, weinig vorderingen na een aanval met chloorgas die nog minder effectief was dan die bij Loos. Maar toch wisten de 7de en de 9de divisie vat te krijgen op een door de Duitsers uitgebouwde versterking, het "Hohenzollern Werk".

De vertraging bij de aanvoer van reserves was echter cruciaal. De Duitse verdedigingslinie bij Hulluch en "Hill 70" ("Höhe 70") bleek ijzersterk, en de Duitsers zetten grote aantallen reserves in voor een tegenaanval de volgende dag. De Duitse tegenstand was veel sterker dan op de eerste dag, en bovendien konden de Britten op dag 2 (26 september) niet langer profiteren van een voorafgaand artilleriebombardement.

De Duitsers waren hogelijk verbaasd dat de Britten hun opmars die middag zonder vuurdekking voortzetten, en de Britse eenheden werden gedecimeerd door aanhoudend machinegeweervuur.

Na verscheidene dagen van verspreide gevechten werden de Britten ten slotte gedwongen om terug te trekken. Het was tijdens deze gevechten dat de zoon van schrijver Rudyard Kipling, John, moet zijn omgekomen; het feit dat hij werd opgegeven als vermist was aanleiding voor een – treurig genoeg vergeefse - zoektocht van zijn ouders naar zijn lichaam om dit een waardige begrafenis te geven.

De Britse aanval bij Loos werd op 13 oktober hervat, maar nieuwe zware verliezen en slecht weer noopten de Britten om het offensief af te blazen.

Tijdens de slag verloren de Britten 50.000 man. De Duitse verliezen worden veel lager geschat, ongeveer de helft van de Britse. Het Britse falen bij Loos droeg bij aan de vervanging van French als opperbevelhebber door Haig, eind 1915.

Elders in Champagne en bij de heuvelrug van Vimy verliep de Franse opmars aanvankelijk goed, maar de solide defensie van het Duitse 3de, 5de en 6de leger (onder resp. generaal Einem, kroonprins Wilhelm en kroonprins Rupprecht) voorkwam dat de Fransen hun terreinwinst konden vasthouden.

(Vertaling van: http://www.firstworldwar.com/battles/loos.htm)

Personal tools