/** * */

Grand Fleet

Bij zijn aantreden als First Sea Lord (chef marinestaf) in 1904 was admiraal Jacky Fisher begonnen met een reorganisatie van de Engelse vloot. De nieuwste en sterkste schepen werden het dichtst bij Engeland gestationeerd en ingedeeld bij de pas opgerichte Home Fleet (de "thuisvloot"), maar dit ging ten koste van de sterkte van de tot dan toe belangrijkste strijdmacht van de Royal Navy, de Channel Fleet, het onderdeel van de vloot dat in Het Kanaal en de zuidelijke Noordzee de toegang tot Engeland bewaakte.

Rond 1900 waren de steunpunten van de Royal Navy voornamelijk gesitueerd langs Het Kanaal, in de monding van de Theems en in Zuid Wales. De reden hiervan was historisch bepaald door de oorlogen met de Nederlandse Republiek en Frankrijk in de 17de en 18de eeuw en de mogelijkheid om Nederlandse en Franse havens te blokkeren. Toen Duitsland zich als nieuwe vijand aandiende werd duidelijk dat deze steunpunten te ver af lagen van de noordelijke uitgang van de Noordzee, zodat in 1906 Rosyth tot marinebasis aan de Firth of Forth (bij Edinburgh) werd uitgebouwd. Maar in 1914 had de Britse vloot een zodanige omvang gekregen dat Rosyth te klein was geworden, waarna Scapa Flow op de Orkney-Eilanden als tweede noordelijke basis in gebruik werd genomen. Daar was niet alleen alle benodigde ruimte zowel voor slagschepen, kruisers, torpedobootjagers en andere vaartuigen beschikbaar, het was ook dicht bij de kortste Duitse verbinding met de Atlantische Oceaan. De afstand tussen de Orkney-Eilanden en Noorwegen was kleiner dan tussen de Orkney-Eilanden en Londen zodat het relatief eenvoudig was vijandelijke (i.e. Duitse) vlootbewegingen te controleren. Maar Scapa Flow had ook nadelen omdat het niet als vlootbasis was uitgerust; er was alleen een brandstofdepot. Het was onmogelijk de vloot daar te houden zonder dat geschut voor de verdediging en netversperringen waren aangebracht en er reparatiefaciliteiten kwamen.

De door Fisher geëntameerde reorganisatie gaf al spoedig aanleiding tot een controverse tussen hem en de bevelhebber van de Kanaalvloot, admiraal Lord Beresford. Maar de nieuwe First Lord of the Admiralty (minister van Marine) McKenna besliste na jaren van strubbelingen in 1908 dat de reorganisatie kon doorgaan, waarbij als laatste fase van Fishers plan de oude Channel Fleet werd opgenomen in de nieuwe Home Fleet. Het leidde uiteindelijk wel tot het (voorlopige) vertrek van Fisher, begin 1910.

Op 7 augustus 1914 werd de naam Home Fleet veranderd in Grand Fleet, een benaming die overigens al eeuwen terug voor de Engelse vloot werd gebruikt. In feite was de "Grand Fleet", die als zodanig slechts gedurende de Eerste Wereldoorlog zou blijven bestaan, een combinatie van de Home Fleet en de aloude Channel Fleet. Tegelijk met de naamsverandering werd ook een reorganisatie van de slagvloot doorgevoerd. Het bevel over de Grand Fleet werd achtereenvolgens gevoerd door John R. Jellicoe (1914-1916) en David Beatty (1916-1919). Dit was de indeling van de Grand Fleet bij het begin van de Eerste Wereldoorlog:

Vlootvlaggenschip: Iron Duke.
1ste slageskader:
Marlborough, St. Vincent, Colossus, Hercules, Neptune, Vanguard, Collingwood, Superb.
2de slageskader:
King George V, Orion, Ajax, Audacious, Centurion, Conqueror, Monarch, Thunderer.
3de slageskader:
Acht pre-dreadnoughts.(van de King Edward VII klasse)
4de slageskader:
Dreadnought, Temeraire, Bellerophon.
6de slageskader:
Vijf pre-dreadnoughts.( Van de Duncan Klasse)
1ste slagkruisereskader:
Invincible, Lion, Princess Royal, Queen Mary, New Zealand alsmede acht pantserkruisers.

Tengevolge van de Duitse onderzeebootdreiging in 1914 wisselde de Britse vloot voortdurend van ligplaats terwijl Scapa Flow veiliger werd gemaakt. Toen kwamen de Duitse aanvallen met slagkruisers op de Engelse oostkust (→ 1914 (1) - 1914 (2)1916) en het publiek eiste van de admiraliteit dat er ook schepen in Rosyth werden gestationeerd. De vloot gebruikte de Firth of Forth trouwens al geregeld voor reparaties en ontspanning, omdat het afgelegen en troosteloze Scapa Flow daarin niet kon voorzien.

Gedurende de Wereldoorlog kwam het in de Noordzee tot een viertal confrontaties tussen de Grand Fleet en de Duitse Hochseeflotte, tweemaal bij Helgoland (→ 1914 en 1917), bij de Doggersbank in 1915 en voor het Skagerrak ("Slag bij Jutland") in 1916, maar in geen van deze zeegevechten verloor de Grand Fleet de controle over de Noordzee. De Britse schepen waren elk afzonderlijk wellicht niet beter dan die van de Duitsers, maar door een combinatie van "strategie op afstand" en offensieve tactiek werd toch een duidelijke overwinning op de opponent bereikt. De Grand Fleet had de oorlog kunnen verliezen in de middaguren van de 31ste mei 1916 tijdens de Slag bij Jutland, maar het echte bewijs dat ze niet had verloren bleek pas toen de Hochseeflotte niet in staat was in 1917 de Amerikaanse troepentransporten naar Europa te verhinderen. Tijdens de gehele oorlog zetten de Britten negen miljoen soldaten Het Kanaal over zonder dat er ook maar één om het leven kwam. Om dit te bereiken gingen elders wel veel schepen verloren, maar deze prijs was niet te hoog, want de Britse suprematie ter zee bleef gedurende de gehele oorlog onaangetast.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Grand_Fleet"
Personal tools