/** * */

Gotthard Sachsenberg en Theo Osterkamp

(Doorverwezen vanaf Gotthard Sachsenberg)

Inhoud

Inleiding

Gotthard Sachsenberg en Theo Osterkamp, het verbonden verhaal van twee bevelhebbers. Het verhaal van deze beide luchtazen is zo nauw met elkaar verbonden dat we ons eraan gehouden hebben om hun beider geschiedenis gezamenlijk te behandelen. Anders zouden we een paar keer in herhaling moeten vallen, wat niet de bedoeling kan zijn. Het is ontegensprekelijk het verhaal van een grote vriendschap, die weliswaar niet direct van in het prille begin van hun ontmoeting ontstond, maar die meer gegroeid was uit het wederzijds respect voor elkaar en misschien ook wel in de nek aan nek race in hun scorecijfers, die van hun beide de meest gevreesde luchtazen van het Marine Jagdgeschwader maakte.

Gotthard Sachsenberg

De Fokker E.III met de nummer LF196 van Gotthard Sachsenberg, tijdens de Nr 1 Marine Feldflieger Abteilung periode.
Enlarge
De Fokker E.III met de nummer LF196 van Gotthard Sachsenberg, tijdens de Nr 1 Marine Feldflieger Abteilung periode.
Gotthard Sachsenberg

Gotthard Sachsenberg aan het eind van de Eerste Wereldoorlog
Namen voluit
Gotthard
Geboortejaar/datum
6 december 1891
Sterfjaar/datum
23 augustus 1961
Eenheden (* = bevelhebber)
{{{eenheden}}}
Korte omschrijving
Duitse luchtaas met 31 overwinningen (WO1)

Dessau was een kleine stad aan de Elbe, bekend als de thuishaven van de bekende vliegtuigbouwer Junkers, maar ook de geboorteplaats van Gotthard Sachsenberg en tevens van Oswald Boelcke die ook in de direkte omgeving geboren werd. Het verhaal van Oswald Boelcke is goed gekend en zeker het feit dat hij één van de allereerste Duitse luchtazen werd, dat van Sachsenberg heel wat minder. Sachsenberg werd geboren te Rosslau, een deel van Dessau, aan de noordzijde van de Elbe op 6 december 1891. Bij het uitbreken van de oorlog was hij reeds bij de Marine sinds 1 april 1913 en diende eerst als Seekadett op de kruiser Hertha en in de lente van 1914 werd hij bevorderd tot Fahnrich en overgeplaatst naar het slagschip SMS Pommern. Het is niet echt duidelijk wanneer hij zich liet overplaatsen naar het Vrijwilligers Marinevliegkorps, waar hij eerst dienst deed als waarnemer bij de I Marine Feldflieger Abteilung ergens in december 1915. Hij bleek een uitstekende artillerie waarnemer te zijn en dit leverde hem al vlug het IJzeren Kruis 1e Klasse op in augustus 1915. Sommige bronnen zoals voordrachten voor bepaalde eretekens vermeldden dat hij reeds in de herfst van 1915 een piloten opleiding ging volgen.

Eénmaal zijn vliegbrevet behaald keerde hij niet direct terug naar Vlaanderen. Blijkbaar had hij zijn pilotenopleiding gevolgd terwijl hij zelf te Johannistal lesgaf aan nieuwelingen in de kunst van het waarnemen vanuit een vliegtuig en dit begon ergens rond het ogenblik dat hij op 18 september 1915 tot luitenant bevorderd was. Vermoedelijk gaf hij in die periode ook les te Eisenach als instructeur in de vliegschool aldaar.

Na zijn lesgeven werd hij uiteindelijk piloot bij de II Marine Feldfliegerabteilung, dit was in april 1916. In mei 1917 kreeg hij orders volgens sommige niet officiële bronnen om de eerste jachtvliegeenheid van de Marine uit te bouwen . Andere bronnen halen 1 februari 1917 aan. Dit is de enige juiste datum. Het is ons niet duidelijk hoe de verwarring ontstaan is. In november 1916 werd binnen de Marine Feldflieger Abteilungen een Marine Kampf Einsitzer Staffel opgericht onder het beval van Oblt. Von Santen, die op 1 februari 1917 officieel de I Marine Feld Jagdstaffel werd. Al die tijd opereerde de eenheid vanaf het vliegveld van Nieuwmunster. Op 7 februari haalde Vizeflugmeister Josef Wirtz de eerste overwinning van de eenheid binnen boven Roksem toen hij een Sopwith 1½ Strutter neerhaalde van de 5de Wing RNAS.

Op 6 april 1917 werd Sachsenberg voorgedragen voor de Königliche Hausorden von Hohenzollern mit Schwertern die hij later ook ontving, samen met Osterkamp die hij voorgedragen had voor dezelfde orde op 20 augustus 1917. Vermoedelijk arriveerde de eenheid op 4 april 1917 op het vliegveld te Aartrijke.

Theo Osterkamp

Theodor Osterkamp bij zijn Fokker E.V (156/18).
Enlarge
Theodor Osterkamp bij zijn Fokker E.V (156/18).
Theodor Osterkamp

Theodor Osterkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog
Namen voluit
Theodor
Geboortejaar/datum
1892
Sterfjaar/datum
1975
Eenheden (* = bevelhebber)
{{{eenheden}}}
Korte omschrijving
Duitse luchtaas met 32 overwinningen (WO1)

In ieder geval, één van zijn eerste piloten werd Theo Osterkamp, die hij reeds kende van bij zijn vorige eenheid. Osterkamp werd geboren te Aschersleben (Dürer-Rölsdorf) op 15 april 1892. In 1914 werd hij te zwak gevonden om soldaat te worden. Hij gaf het echter niet zo vlug op en begaf zich dan ook maar naar de Vrijwilligers Marinevliegkorps, waarin hij toetrad op 27 augustus 1914. Het verhaal wil dat toen hij zich op de 14de augustus aanmeldde op het vliegveld te Johannistal men hem zijn beroep vroeg, boswachter dus, en hij prompt als antwoord kreeg dat hij een geboren waarnemer was. Hij kreeg er dus inderdaad een opleiding tot boordschutter-waarnemer.

Zijn eerste vlucht zo wil het verhaal, was dus als passagier bij een piloot die Gutschmidt heette, die voor de eerste keer solo vloog! Ze kwamen terecht in een hagelstorm, raakten gedesoriënteerd en crashten uiteindelijk met het toestel dat niet meer te herstellen viel. Ze liepen slechts oppervlakkige verwondingen op. Een latere vlucht naar Breslau met Wilhelm Mattheus als piloot, werd net zo leuk toen ze tijdens een tussenlanding te Steinau het onderstel beschadigden. Ze herstelden de zaak ter plaatse en stegen weer op. Op het Gandau vliegveld te Breslau zagen ze echter tot hun verwondering dat de één of andere idioot van een officier het vliegveld gebruikte voor een oefening met door paarden getrokken artillerie! Gezien ze geen aanstalten maakten om plaats te maken probeerde Mattheus zo te landen en vloog over hun hoofden, mistte de landing en de zilverkleurige Rumpler B.I kwam uiteindelijk met zijn neus tegen een boom terecht van een grote fruitboomgaard net voorbij het vliegveld. Beiden kwamen er met de schrik vanaf, net zoals de paarden van de artillerie die in alle richtingen weggestoven waren toen het toestel net over hen scheerde!

In het begin van het vliegwezen waren dergelijke verhalen blijkbaar schering en inslag. En natuurlijk was dit nog de tijd waarop men zich oriënteerde op het befaamde huisje, boompje, enz.

Vlaanderen

Vanaf 24 maart 1915 tot 24 juni hetzelfde jaar was hij ingedeeld bij het Festungs-Landfliegerstation te Wilhelmshaven. Net zoals Sachsenberg kwam ook Osterkamp hierna terecht in de 11Marine-Feldfliegerabteilung na die datum, een eenheid die echter uitgerust was met de Albatros B.I, die reeds totaal verouderd was op dat ogenblik. Men was gestationeerd te Moorsele en de bevelhebber was Lt.d.R. Alfred Ritscher. Dit was dezelfde Alfred Ritscher naar wie later Ritscherland zou genoemd worden op Antarctica !

IJzeren kruis

In September werd hij bevorderd tot Vizeflugmeister en kreeg hij het IJzeren Kruis 2de Klasse. Dit was op de 7de of 9de, hierover is discussie. Osterkamp zou bij de II Marine Feldfliegerabteliung blijven tot 20 september 1915. Volgens de officiële versie is hij vanaf die datum bij de I Marine Feldfliegerabteilung. In werkelijkheid is er niets veranderd en is van een echte overplaatsing geen sprake. De II Marine Feldfliegerabteilung (toen nog Landfliegerabteilung) is ten gevolge van een reorganisatie gewoon opgeslorpt in de I Marine Landfliegerabteilung. Deze eenheid bestaat uit twee halfafdelingen. De I Halbabteilung is de vroegere I Marine Landfliegerabteilung en de II Halbabteilung is de vroegere II Marine Landfliegerabteilung. Meer was er niet aan de ganse historie. Op 20 september 1915 verhuisde de eenheid ook van Moorsele naar Mariakerke, de oude thuisbasis. Na zware verliezen tegen de veel beter gewapende vliegtuigen, voornamelijk Franse, in die periode, werden ze heruitgerust met Albatros C.I toestellen, die een machinegeweer hadden voor de waarnemer.

Osterkamp was dus waarnemer en samen met zijn piloot Lt. Mattheus, werd hij voorgedragen voor zijn verkenningswerk en hij ontving op 13 juli 1916 zijn luitenantsgraad. Op de 30e juli werd hij ook nog eens voorgedragen voor het Anhalt Friedrich Kreuz. Wat totaal onbekend is en zelfs door bijna alle historici overgeslagen werd, is het feit dat Osterkamp zijn allereerste overwinning behaalde op 6 september 1916 ! Tijdens een vlucht vanaf het vliegveld van Gistel om 12 uur ’s middags, samen met Lt.d.R. Mattheus en vliegend in LF 143b schoten ze een Henri Farman af. De overwinning werd echter pas veel later bevestigd dankzij tussenkomst van Oblt. Helmut Schmidt Koppen, de bevelhebber van een deel van de eenheid in januari 1917. Hij kreeg dan ook pas zijn Ehrenbecher als bewijs van de eerste luchtoverwinning in februari 1917. Op 24 september 1916 kreeg Osterkamp ook het IJzeren Kruis 1e Klasse toegekend. Op 24 januari 1917 schreef Osterkamp een rapport over een ontmoeting met een Britse Sopwith Triplane. Achteraf bleek het één van de allereerste meldingen te zijn van het bestaan van dit spectaculair vliegtuig.

Jachtvliegen

Het jagersinstinct in hem trok hem aan tot het zelf vliegen en liefst jachtvliegen. Hij ging dan ook naar Johannistal op 10 maart 1917 om dit ten volle aan te Ieren en op 21 maart 1917 deed hij zijn eerste solovlucht, zodat zijn vliegbrevet binnen de acht dagen volgde. Zijn instructeur die Fritz noemde verschoot zich een bult toen hij tot de ontdekking kwam dat zijn leerling reeds kon vliegen toen hij daar arriveerde. De reden was simpel, samen met Lt. Mattheus had hij reeds 7 vluchten gemaakt met een oude Albatros met dubbele controle. Gevechtstraining kreeg hij nog te Putzig (omgeving Danzig) waar hij E.II's, E.IV's en zelfs D.II's vloog en dit bij de zogenaamde Fokkerschool.

De start van de samenwerking


Op 14 april 1917 kreeg hij orders zich te gaan vervoegen bij de eenheid van Sachsenberg, die te Aartrijke gelegerd was tegen de Sparappelhoek, de I Marine Jasta. Hij kreeg er een oude Albatros C.I toegedeeld met de bijnaam 'goudvis'. Die vloog hij bij zijn eerste slechte landing te pletter! Sachsenberg droeg hem even prompt verdere oefenvluchten op vooraleer hij mocht deelnemen aan gevechtsvliegen en de eenheid vloog weg zonder hem. Maar dat was zonder Osterkamp gerekend. Hij ging er op zijn eentje vandoor en schoot een Sopwith neer in de omgeving van Diksmuide. De datum was 30 april 1917. Hij keerde zo fier als een pauw naar zijn eenheid terug, maar daar stootte hij op een zeer geërgerde Sachsenberg. Hij kreeg er een militaire preek, waarbij de bevelvoerende officier het woord voerde en Osterkamp zich mocht beperken tot luisteren. Dit 'gesprek' was pas over op het ogenblik dat het telefoontje binnenkwam dat de overwinning van Osterkamp bevestigde.

De eerste gevechten

De volgende dag behaalde Sachsenberg zelf zijn eerste en tweede overwinning in de omgeving van Diksmuide. In mei had Osterkamp 3 overwinningen en ook zijn bevelhebber Sachsenberg telde er 3. Op die manier zou het tot het einde van de oorlog verder gaan, en ze wisselden elkaar af in de tussenstand van hun aantal luchtoverwinningen tot het einde van de oorlog. Het was dan ook zuiver toeval dat Osterkamp op het einde één overwinning meer had dan Sachsenberg. Tijdens de zomer van 1917 zou Osterkamp ook een ontmoeting gehad hebben met de Franse luchtaas Georges Guynemer en dit in de streek van Ieper. Volgens Osterkamp gebeurde er het volgende: Na enkele malen om elkaar heen gecirkeld te hebben om in goede aanvalspositie te komen, werd mijn geel-zwarte Albatros, nochtans bevoordeeld door zijn wendbaarheid en 2 mitrailleurs, door een kogel getroffen, waarbij een van de vleugelspandraden doorknakte (blijkbaar het zwakke punt van de Albatros jagers) en de machine moeilijk te besturen werd. Mijn Albatros waggelde en dook voorover. Even boven de grond kreeg ik het toestel weer onder controle, waarna ik een noodlanding uitvoerde in een weide. In die tijd wist men nog op ridderlijke wijze oorlog te voeren, want toen Guynemer vaststelde dat ik in moeilijkheden verkeerde, vloog de Fransman langszij en groette mij! Zodoende zou Osterkamp een van de 54 officiële overwinningen worden van Georges Guynemer, die kort nadien, namelijk op 11 september 1917, in de omgeving van Poelkapelle neergeschoten werd door Lt Kurt Wisseman van Jasta 3, die twee weken later op zijn beurt neergehaald werd door Guynemers opvolger René Fonck. Noch het lichaam van Guynemer, noch zijn toestel werden tot op heden teruggevonden. Dat Guynemer een meer dan ridderlijk tegenstander was is een feit. Ook Ernst Udet, de belangrijkste Duitse luchtaas na von Richthofen raakte in een gevecht met hem betrokken en toen Guynemer opmerkte dat Udet hulpeloos in de lucht hing met een geblokkeerde mitrailleur, vloog hij langszij, groette hem en liet hem verder met rust! Kort na het voorval met Guynemer was Osterkamp opnieuw in de lucht en een uur later haalde hij reeds zijn volgende overwinning, aldus Osterkamp.

En hier wringt voor ons het schoentje enigszins. Een ontmoeting met Guynemer was enkel mogelijk in juli of augustus. Maar wat er niet kan is het feit dat Osterkamp een officiële overwinning was van Guynemer en een uur later een overwinning behaalde. Osterkamp haalde geen overwinningen binnen op een zelfde dag als Guynemer. Dit feit opent een ganse reeks vragen. Ofwel was de overwinning van Guynemer nooit officieel erkend, ofwel haalde Osterkamp die dag geen overwinning, ofwel is het verhaal helemaal verzonnen. De eerste mogelijkheid lijkt ons de meest aangewezene.

Osterkamp claimde vroeger ook een ontmoeting met Roland Garros, doch dit verhaal lijkt ons op zijn zachtst gezegd zeer onwaarschijnlijk. Osterkamp verzon trouwens ook nog zo’n soldatenverhaal over een ontmoeting met William Bischop waarin hij het onderspit moest delven. Het verhaal leek bijna als twee druppels water op dat van Guynemer maar speelde zich deze keer af in de lente van 1917. Alsof zijn carrière nog niet boeiend genoeg was geweest! Osterkamp was niet alleen bevelhebber van de 11Marine Jasta, hij was ook plaatsvervangend bevelhebber van het Marinegeschwader. Beide eenheden schijnen nogal te kampen hebben gehad met problemen met hun toestellen. Na de Albatros D.III volgden de Albatros D.V en D.Va. De toestellen hadden een gele hoofdkleur met zwarte markaties.

Verlies van een vriend


Het toestel van Osterkamp had net voor het Maltees kruis op de achterromp twee zwarte banden, waardoor het op een wesp of bij leek. Bij Sachsenberg weten we dat zijn Fokker D.VII een gele romp had die volledig geruit was van tegen de staart tot tegen de radiator. Vermoedelijk kort na 20 augustus 1917 was het toen Sachsenberg en Osterkamp terugvlogen naar Dessau om de nieuwe metalen Junkers J.7, de voorganger van de J.9 of D.I, te testen. Beiden bleken ze enthousiast te zijn over de mogelijkheden, doch de autoriteiten beslisten dat Fokker diende samen te werken met Junkers. Fokker, de uitstekende piloot, kwam, zag, leerde alles van het uitstekende toestel en crashte het toen bij een landing. Toevallig? De jachtvliegtuigwedstrijd te Adlershof was in ieder geval nog maar twee weken ver, zodat Junkers geen tijd had om een nieuw toestel te bouwen, maar Fokker er wel was met de uitstekende D.VII.

Op 10 september 1917 verhuisde de eenheid van Aartrijke naar Koolkerke. We weten dat Onkel Theo daar een minder geslaagde landing uitvoerde want we hebben een foto van zijn Albatros die ondersteboven ligt op het vliegveld. Op 6 oktober 1917 kreeg Lt. Reusch het bevel over de nieuw gevormde II Marine Feldjagdstaffel die eveneens vanaf Koolkerke zou vliegen. Einde 1917 vloog Osterkamp nogal roekeloos. Dit had er alles mee te maken dat zijn goede vriend en vroegere piloot Lt. Mattheus omgekomen was tijdens een luchtgevecht op 28 december 1917 en zijn vriendin hem daarenboven had laten zitten, wat een lichte depressie tot gevolg had. Over het verlies van Mattheus vertelde hij het volgende: Een episch gevecht zoals dit toen Voss omkwam. Hij stortte zich op vier Britse toestellen en het gevecht duurde minuten lang. Hij haalde er één neer en werd plots geraakt door een kogel in de borst. Hij kon landen, werd overgebracht naar het hospitaal en stierf er drie dagen later. Osterkamp zat naast hem om zijn ogen te sluiten. Hij zei toen over hem: "een soldaat en een prachtig mens, mijn beste vriend".

Op 21 maart verliet Oblt.d.R. Dr. Reusch de II Marine Feldjasta en Theo Osterkamp nam het bevel over van deze eenheid. Er werd lange tijd gedacht dat Osterkamp van bij de oprichting van de eenheid de bevelhebber was geweest, maar ook dat blijkt één van Onkel Theo zijn verhalen geweest te zijn. Op 3 April verhuisden de I en II Marine Feldjagdstaffels naar Jabbeke-Snellegem. Op 27 april werden zowel Osterkamp als Sachsenberg de bezitters van de Oldenburg Friedrich August Kreuz 2de en 1ste klasse! Op de 1e juni werden ze ook nog eens beiden voorgedragen voor het Ritterkreuz van de Hertogelijke Huisorde van Albert de Beer. De orde kwam echter niet toe en op 21 oktober 1918 bekende de Marine authoriteit dat ze de zaak uit het oog verloren hadden door "omstandigheden’. Beiden kregen hun Orde maar het zal vermoedelijk pas na de oorlog geweest zijn !

Pour le Mérite

In juni 1918 kwam er nog een derde eenheid bij het Marine Geschwader. De III Marine Jasta was geboren en was samengesteld uit personeel van de I en II Marine Jasta's. Op 29 juni viel Osterkamp samen met twee andere toestellen een groep van 24 vliegtuigen aan, waarvan ze er vier neerhaalden. Het werd zijn zeventiende overwinning. Op 5 augustus 1918 mocht Sachsenberg met zijn 19 overwinningen de Pour le Mérite in ontvangst nemen.

12 augustus werd een glorieuze dag voor het Geschwader. In een luchtgevecht tussen 22 Fokker D.VII's en evenveel Camels en DH9's werden 19 Geallieerde toestellen neergehaald. Osterkamp haalde een overwinning en Sachsenberg haalde er twee. De volgende dag gebeurde een Geallieerde wraakactie.

Kort na dit voorval zouden de beide luchtazen bijna met elkaar gebotst zijn tijdens een hevig luchtgevecht. Slechts op het laatste ogenblik zag Osterkamp de geel zwart geruite romp van Sachsenberg zijn Fokker D.VII en konden ze elkaar op het nippertje ontwijken.

Op 2 september 1918 was het de beurt aan Theo Osterkamp om de Pour le Mérite in ontvangst te nemen. Begin september raakte Sachsenberg gewond en verloor hierbij zelfs bijna het zicht. Op 16 september verraste Osterkamp twee Sopwith Camels (naar zijn zeggen van een Amerikaanse eenheid, in werkelijkheid twee toestellen van het Britse 204 of 210 Squadron), die zo geschrokken waren van zijn plotse aanwezigheid dat ze op elkaar invlogen en crashten. Deze twee overwinningen, zijn vijf en zesentwintigste, hadden hem zelfs niet een schot gekost. Later in september toen hij een familiarisatievlucht maakte met een Fokker E.V, werd hij neergehaald door drie Spad XIII toestellen. Naar het scheen sprong hij uit het toestel (men droeg toen reeds een parachute aan Duitse zijde). Hij raakte hierbij niet gewond. Hij zegt zelf dat hij dezelfde avond nog een Franse Bréguet Bre.14 en een Britse tank vernietigde. Vandaar dient de datum 28 of 29 september geweest te zijn, volgens de meeste historici. We hebben daar echter vragen rond en komen hier op terug bij zijn overwinningen in de bijlagen. In de volgende maand kreeg Osterkamp de griep en toen hij uit het hospitaal ontslagen werd was het 9 november 1918. De oorlog was voor zoveel als over... Hij had een totaal van 32 overwinningen behaald. Velen vermelden dat de laatste overwinningen van Osterkamp op de 29e oktober vielen, maar dit is simpelweg niet mogelijk gezien hij nog in bed lag.

Volgens Osterkamp zelf was hij op de negende november aangekomen in Berlijn en toen hij daar één of ander station verliet kwam een meisje naar hem toe die hem de goede raad gaf om de andere richting te nemen dan de geplande, omdat revolutionairen daar actief waren en er naar haar zeggen pas een aantal officieren hardhandig aangepakt hadden en mogelijk meer…

Berlijn stond inderdaad op zijn kop, net zoals grote delen van Duitsland. De vloot was aan het muiten. Dit was het einde…

Sachsenberg daarentegen had in de maand oktober nog zes (mogelijk acht) overwinningen behaald wat zijn uiteindelijk totaal op 31 bracht. Naast de reeds vermelde onderscheidingen was hij ook drager van het Hansakruis (Hamburg).

Na de oorlog

Beiden bleven in dienst van hun vaderland. Samen met andere bekende luchtazen zoals Lt, Josef Jacobs vochten ze met de IJzeren Divisie, met het Marine Vrijkorps en andere nationalistische eenheden in het Baltisch gebied. Dit schijnt het geval geweest te zijn in o.a. Litouwen, Estland en Finland en dit steeds tegen de Bolsjewieken. Ze gebruikten er hun Junkers DI en CL I's met groot succes, tot ze van de Duitse overheid de opdracht kregen om terug te keren. Hierover zijn zeer recent nog een aantal zeer interessante ontdekkingen gedaan. Terug in Duitsland werd Sachsenberg dus aangesproken om een elite-eenheid te vormen om het ‘rode gevaar’ te gaan bestrijden. Hij ging hier direct op in en hij begon, hoe kon het ook anders, met zijn piloten van het Marine Jagdgeschwader aan te spreken. Theo Osterkamp, Alexandre Zenses, Karl Scharon, Gerhard Hubrich, Hans Goerth waren direct akkoord en ook een andere Pour le Mérite drager sloot zich bij hen aan, Josef Jacobs, samen met een aantal azen van Jasta 7.


In totaal zou hij 50 officieren en 650 manschappen met zich mee krijgen met dewelke de Flieger Abteilung Ost gevormd werd, die echter al snel de naam kreeg van het Sachsenberg Geschwader. Het eskader werd toegevoegd aan het Freikorps Baltik van General Graf von der Goltz. In februari 1919 bevonden ze zich te Juterborg om te worden uitgerust met nieuwe toestellen. Met Sachsenbergs goede relatie met Junkers was het niet verwonderlijk dat men er de beschikking kreeg over ongeveer 47 Junkers D.I (het aantal is ter discussie) en 44 Junkers CL.I, een tweezitstoestel. Het ganse gezelschap verhuisde met de trein naar Kurland en vanop de luchthaven van Riga in Litouwen zou het Geschwader opereren met drie vliegeenheden, zijnde FFA 413 die uitgerust werd met de Rumpler C.IV de troepen moest bijstaan op de grond, verkenningsvluchten uitvoeren en de voorste gelederen bevoorraden, FFA 416 die met Junkers D.I en Fokker D.VII vloog en gezien men weinig tegenstand kreeg in de lucht dan ook maar grondtroepen aanviel. Tenslotte FFA 417 die vooral tactische doelen bombardeerde, waaronder nogal wat spoorwegen. Later kwamen twee nieuwe eenheden hen vervoegen, zijnde de FFA 421 van Karl-August von Schönebeck en de FFA 427 van Bruno Loerzer. Gezien het feit dat de meeste piloten van het vroeger Russische Leger dienden bij het Witte Leger was de tegenstand in de lucht zoals reeds vermeld zeer laag. De bolsjewieken vlogen vooral met de Nieuport 21 en de Farman 30. Geen partij voor de betere Duitse toestellen en piloten. Er werden dan ook geen verliezen geleden aan Duitse kant naar het schijnt. Over wie er overwinningen boekte is er ons echter ook niets bekend. De gevechten vonden niet alleen plaats in Litouwen maar ook deels in Estland en Finland.

Op 15 maart 1919 was de oostkant van Kurland bevrijd, maar toen begon het pas mis te gaan. De staatsgreep door de onafhankelijke leider Ulmanis gooide alles overhoop. In oktober liepen de troepen van von der Goltz tegen de Letse en Estse regimenten die gesteund werden door de Frans-Britse vloot. Het werd een pijnlijke zaak voor von der Gotz en hij moest zijn positie afstaan aan Lt. generaal Walter von Eberhardt, ooit de eerste bevelhebber van het Duits vliegwezen. In december werden Sachsenberg en zijn geschwader terug geroepen naar Oost-Pruisen hoewel ze nog zeer actief waren tegen de bolsjewieken vanuit Riga. Sachsenberg zei toen maar Bevel is bevel en gehoorzaamde hieraan, wat een einde maakte aan hun avontuur en zijn militaire carrière. Op 5 maart 1920 kreeg hij tenslotte nog een bevordering tot Oberleutnant z.S. Het was meer dan hoog tijd geweest daarvoor! Osterkamp zat na hun terugkeer door de knieën en spendeerde verscheidene maanden in het hospitaal.

Personal tools