/** * */

Gnôme rotatiemotor

De Gnôme rotatiemotor is een vliegtuigmotor die in de Eerste Wereldoorlog veelvuldig gebruikt werd.

Inhoud


Inleiding


De eerste vliegtuigbouwers waren vaak ook de ontwerpers van hun eigen vliegtuigmotor. Een industrie die motoren ontwierp en produceerde was er in beginjaren van de ontwikkeling van het vliegtuig nog niet. De eerste motoren waren vooral ontworpen om van de grond te komen. Ze verbruikten veel brandstof en waren nauwelijks in staat om een langere tijd storingsvrij te werken. Naarmate de vliegtechniek verbeterde gingen de vliegtuigbouwers ook hogere eisen stellen aan de motoren, vooral op de punten van betrouwbaarheid, brandstofverbruik en duurzaamheid in de constructie. Het bouwen van vliegtuigmotoren werd langzamerhand het werk van specialisten.

De voordelen

Een van de eerste motoren die van meet af aan als vliegtuigmotor werd ontworpen was de Franse "Gnôme" motor. Zijn constructie was volledig afwijkend van de toen bestaande automobielmotoren. De krukas stond stil, en het hele motorblok met de cilinders (altijd een oneven aantal) draaide er omheen. De drijfstangen van alle zuigers waren verbonden met deze stilstaande krukas. De cilinders hadden elk maar één klep: de uitlaatklep (monosoupape-principe). De inlaatventielen zaten in de zuigers en het gas werd aangezogen vanuit het carter.

De ontwerpers, de broers Laurent en Louis Seguin, waren van oordeel dat een roterende motor qua gewicht het grootste vermogen kon opleveren. Het ronddraaiende cilinderblok kon de taak van het vliegwiel overnemen, terwijl de snel rondwentelende cilinders door de luchtstroming werden gekoeld. Dit betekende een zeer grote besparing op het gewicht in vergelijking met andere koelsystemen.

De eerste Gnôme motor had vijf cilinders, woog 50 kilogram en ontwikkelde een vermogen van 34 PK. Dit was in 1908. Door zijn gunstige gewicht/vermogen verhouding kon deze Gnôme motor door geen enkel ander type geëvenaard worden. De motor was dan ook favoriet bij veel vliegtuigconstructeurs.

De nadelen

Dit type motoren had twee grote nadelen. Ten eerst een hoog verbruik aan brandstof en smeerolie. Ten tweede was er het onstabiel vlieggedrag door de snel roterende massa van de cilinders en krukas die een zogenaamd toleffect teweeg brachten.

In de Eerste Wereldoorlog werden er duizenden van dit type rotatiemotoren gefabriceerd. Het vermogen werd uiteindelijk opgevoerd tot 200 PK. In 1917 moest de rotatiemotor het veld ruimen voor de stermotor.

Links

Werking Gnôme rototiemotor

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Gn%C3%B4me_rotatiemotor"
Personal tools