/** * */

Gevechten bij La Bassée

Situatiekaart (uit: Stieler, Handatlas, ed. 1911)
Enlarge
Situatiekaart (uit: Stieler, Handatlas, ed. 1911)
De 188 m hoge, van zuidoost naar noordwest lopende, langgerekte heuvelrug van Loretto (tot 1915 met een bedevaartskapel, Notre-Dame de Lorette geheten) in Noord-Frankrijk ten westen van Lens, vormde in de Eerste Wereldoorlog van 5 tot 7 okt. en van 31 okt. tot 11 nov. 1914, van 14 tot 21 jan. en van 3 tot 8 mrt. 1915, in de Slag bij La Bassée (9 mei – 23 juli 1915, ook algemeen aangeduid met Lorettoschlacht (Duits) of Bataille de l'Artois (Frans)) en in de Herfstslag bij La Bassée (25 sept. – 13 okt. 1915) het toneel van felle strijd tussen geallieerden en Duitsers. Het bracht geen van beide partijen, ongeveer even sterk, enig beslissend voordeel, maar de verliezen, vooral aan geallieerde zijde, waren enorm.

Het meest intensief was de strijd bij La Bassée die begon met de aanval van het 10de Franse leger op 9 mei 1915 met 18 divisies over een 34 km breed front, toen het Duitse offensief bij Ieper moest worden afgebroken. Doel van de aanval was de heuvelrug van Vimy, noordelijk van Arras. De op de uit krijtsteen gehouwen hoogten van Vimy opgetrokken Duitse verdedigingslinie met prikkeldraadversperringen en verdekt opgestelde mitrailleurnesten vormde echter voor de Fransen een onoverkomelijke hindernis. De Duitse loopgraven waren trouwens veel doelmatiger ingericht dan die van de geallieerden.

Het Franse opperbevel steunde op de ervaringen die waren opgedaan bij eerdere doorbraakpogingen. Als de voorste stellingen waren ingenomen moest de Duitsers geen tijd gelaten worden om zich te herstellen. Daarom zou over een breed front worden aangevallen en moest de voorste linie voortdurend worden versterkt om de gang erin te houden. De artillerie zou nog massaler worden ingezet dan nu al gebeurde en had 91.000 granaten te verschieten, maar dat bleek later veel te weinig te zijn.

Aan de aanval ging een artilleriebeschieting vooraf, die vijf dagen duurde. Maar het kondigde de Duitsers tevens het begin van het vijandelijke offensief aan en het verrassingseffect was weg. Toch lukte het de Franse infanterie de Duitse stellingen binnen te dringen en de voorste linie in te nemen. Daarna moest de cavalerie de opening die was ontstaan binnenrukken en verbreden, om het Duitse front op te rollen. Maar alras bleek dat veel mitrailleurnesten en prikkeldraadversperringen intact gebleven waren. De Fransen leden zware verliezen. Tot overmaat van ramp bleek dat de Franse reservetroepen te ver achterbleven zodat die niet tijdig konden ingrijpen. En toen het eindelijk avond werd was de kracht uit de Franse aanval helemaal weggeëbd. Duitse versterkingen waren snel ter plaatse en begonnen onmiddellijk de gaten in de verdedigingslinie te dichten.

Zes weken na het begin brak generaal Foch het Franse offensief vanwege de enorme verliezen definitief af. Wel was de heuvelrug van Loretto in Franse handen, evenals het volledig verwoeste dorp Carency. Maar tegenover de geringe terreinwinst van 1,9 km diep over een frontbreedte van 5,4 km stond alleen al bij Vimy een verlies van 60.000 Franse soldaten.

Een eveneens op 9 mei 1915 door het Britse 1ste leger ten zuidwesten van Lille ingezette aanval moest door een foutieve artillerievoorbereiding reeds na enkele uren worden afgebroken. De Britse stormloop eindigde voor het grootste gedeelte al voor de Duitse stellingen in een catastrofe. Het offensief werd weliswaar op 16 juni 1915 nog eenmaal, waarbij alle beschikbare reserves werden ingezet hervat, maar liep wederom op een mislukking uit.

Het verliescijfer aan doden, gewonden en gevangenen in de Slag bij La Bassée bedroeg aan geallieerde zijde meer dan 130.000 officieren en manschappen, dat van de Duitsers ca. 90.000. Nogmaals bleek dat de verdediging in het voordeel was ten opzichte van de aanval. De poging van de geallieerden om een doorbraak te forceren om op die manier de statische loopgravenoorlog te veranderen in een dynamische oorlog, die de aanvallende partij meer kans biedt, had opnieuw gefaald.

Bron: Meyers Lexikon, 1927

Personal tools