/** * */

Gevechten bij Cambrai

In de Wereldoorlog werd Cambrai op 26 aug. 1914 door het 1ste Duitse leger bezet. In de Tankslag bij Cambrai (20-29 nov. 1917, zie kaartje) drongen de Engelsen met 300 tanks het Duitse 2de leger (v.d. Marwitz) 5 km terug. In de tegenaanval (30 nov. - 7 dec.) bracht Marwitz de vooruitgeschoven Engelse stelling ten val door deze af te snijden. In de Slag van Monchy-Cambrai (21-23 mrt. 1918, een onderdeel van de "Grote Slag in Frankrijk") mislukte het Duitse plan, de Engelse stelling bij Cambrai af te snijden en zo een doorbraak te bewerkstelligen. Bij de Afweerslag bij Cambrai (27 sept. – 10 okt. 1918) slaagden de geallieerden erin de stelling van het 17de Duitse leger binnen te dringen zodat dit op 9 okt. 1918 Cambrai moest ontruimen.

Bij de Tankslag bij Cambrai, die – zoals gezegd - ontbrandde in november 1917, werd voor het eerst op grote schaal gebruikgemaakt van tanks, ruim een jaar nadat ze voorzichtig hun debuut hadden gemaakt bij Flers tijdens de Sommeslag in september 1916. Maar tegen de herfst van 1917 had de reputatie van de tank als effectief wapen aan populariteit ingeboet. Los van hun betekenis bij verrassingsaanvallen, die ze beslist hadden, werden ze geacht van beperkt nut te zijn bij offensieve operaties, want log dus lastig te manoeuvreren en technisch nog onvolmaakt dus onbetrouwbaar.

Dat had ertoe geleid dat het Duitse opperbevel, na bekomen te zijn van de eerste schrik bij de plotselinge verschijning van de reusachtige mechanische monsters op het slagveld, op de tank was gaan neerkijken, als een uitvinding die simpel was uit te schakelen door geconcentreerd vuur van de veldartillerie. Bij zo'n benadering was het niet verwonderlijk dat de ontwikkeling van Duitse tanks pas laat in de oorlog op gang kwam.

Niettemin bleef het Britse Tankkorps ervan overtuigd dat eerdere tegenvallers zouden zijn vergeten zodra het nieuwe wapen werd ingezet op een vastere ondergrond dan de modderpoel van de Derde Slag om Ieper, waar de tank slechts hoongelach ten deel viel.

Daarom adviseerde luitenant-kolonel John Fuller van het Tankkorps om tanks op grote schaal in te zetten tijdens een slag waar de terreinomstandigheden beter waren: tussen het Canal du Nord en het kanaal van St. Quentin. Fullers voorstel werd prompt aanvaard door de bevelhebber van het 3de Britse leger, Julian Byng – de commandant in die sector – maar werd getroffen door een veto van de Britse opperbevelhebber Sir Douglas Haig, die door wilde gaan met de operaties bij Passchendaele.

Toch kwam Haig, die was teleurgesteld door de geringe vorderingen bij Passchendaele, van zijn besluit terug, omdat hij het wenselijk achtte om een aansprekende overwinning te behalen voordat het jaar om was, en daar zou het nieuwe wapen bij kunnen helpen.

Byng, de gelegenheid te baat nemend die de opdracht hem bood, verwierp kolonel Fullers oorspronkelijke plan om onmiddellijk terug te trekken zodra de massale tankformatie erin geslaagd was de Duitse stellingen binnen te dringen. In plaats daarvan wilde hij een grote geallieerde doorbraak forceren.

Hij had de aanval ingeroosterd voor november, hoewel de weersvooruitzichten ongunstig waren. Het gevolg was, dat de commandanten van het Tankkorps vreesden dat de geplande aanval de toch al bedenkelijke reputatie van de tank als effectief aanvalswapen nog verder zou onderuithalen.

De aanval begon even voor het aanbreken van de dag op 20 november 1917, met alle beschikbare tanks over een 10 km breed front. Van de 476 tanks waren er ca. 350 operationeel waarvan er ca. 300 werden ingezet. Ze werden vergezeld van zes infanterie- en twee cavaleriedivisies (deze laatste om een eventuele doorbraak uit te buiten), met nog 1000 stukken geschut. 14 kort geleden gevormde eskadrilles van het Royal Flying Corps boden ondersteuning – een voorloper van de Blitzkriegtactiek die met veel succes door het Duitse leger in de Tweede Wereldoorlog werd toegepast. Het was opvallend dat de aanval niet werd voorafgegaan door een bombardement om het verrassingselement te vergroten.

Tegenover de Britten stond het 2de Duitse leger, geleid door Georg von der Marwitz. Binnen een paar uur werden de lichtbewapende Duitsers zo'n 6 km teruggedreven naar Cambrai, en werd de drievoudige verdedigingsstelling van de Siegfriedlinie voor het eerst in de oorlog doorbroken.

De Britten behaalden succes over de hele frontbreedte, maar werden tegengehouden bij Flesquières (in het centrum van de aanval), waar de commandant van de 51ste hooglanderdivisie, Harper, had besloten om niet samen te werken met de tankcommandanten, omdat hij geen vertrouwen had in de tanks. Alleen al op de eerste dag was het resultaat van de aanval ongeveer 8.000 gevangenen en 100 stukken geschut.

Haig, die hogelijk verbaasd was door de opmerkelijke terreinwinst die de eerste dag was behaald, werd door het ongebruikelijke succes aangemoedigd om door te drukken. Maar het aanvankelijke verrassingseffect was verdwenen en de Britten vorderden moeizamer, hoewel Flesquières de volgende dag nog werd ingenomen. Ongelukkig genoeg voor Byng was er te weinig ondersteuning om van de op de eerste dag bereikte doorbraak te profiteren, en de kans om definitief toe te slaan bleef onbenut.

Erich Ludendorff, de feitelijke leider van het derde Duitse opperbevel, gaf opdracht voor een ogenblikkelijke tegenaanval, maar kwam er al spoedig achter dat er slechts voor twee dagen reserves waren. Op zeker ogenblik overwoog hij zelfs een algehele terugtrekking van het front bij Cambrai.

Marwitz, de plaatselijke commandant, moet verrast zijn geweest door het onstuimige begin van de aanval op 20 november. Maar door keer op keer in de tegenaanval te gaan, slaagde hij erin al het terrein dat door de Britse aanval verloren ging, te heroveren.

Er werden een 20 divisies ingezet bij de Duitse tegenaanval, die gebruik maakte van de infiltratietactiek van Hutier, genoemd naar de Duitse generaal die deze tactiek ontwikkeld had. Binnen een week was het hele gebied weer in Duitse handen.

De verliezen bij de tankaanval waren hoog: de Duitsers verloren ongeveer 50.000 man en de Britten 45.000. Als de massale inzet van tanks al gefaald had om de verhoopte doorbraak te bereiken, dan was desondanks aangetoond dat de tank potentie had bij de ondersteuning van aanvalsoperaties.

De reputatie van Byng steeg toen het nieuws van de spectaculaire doorbraak in Engeland bekend werd. De kerkklokken gingen er zelfs van luiden. Een euforie die overigens maar betrekkelijk was, want de meeste tanks werden door de Duitsers vernietigd of buitgemaakt. De definitieve doorbraak was mislukt en het doel van de operatie, de inname van Cambrai, werd nooit bereikt.

Lit.: Meyers Lexikon (1925), firstworldwar.com e.a.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Gevechten_bij_Cambrai"
Personal tools